In 2015 werd in Stroobos het schip Marietje Nora te water gelaten.  FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Klap failliete werf Barkmeijer komt hard aan

In 2015 werd in Stroobos het schip Marietje Nora te water gelaten. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Er is weinig hoop dat de failliete werf Barkmeijer in Stroobos verder kan. De vaste werknemers krijgen van de curator tot het weekeinde de tijd om met elkaar de klap te verwerken.

In de hallen was woensdag weinig activiteit, de tientallen uitzendkrachten uit onder andere Polen, Estland, Litouwen en elders hoefden vanaf dinsdag niet meer te komen. De ongeveer tachtig vaste werknemers blijven tot het weekeinde werken. Daarna wordt duidelijk of er nog een tewaterlating volgt van de half afgebouwde sleephopperzuiger.

„Misschien dat iemand de orders wil overnemen, maar aan de werf op deze locatie hebben ze niet veel”, vermoedt ook Klaas van der Schuit. De oud-werknemer en inwoner van Gerkeskleaster schreef in 2000 een boek over 150 jaar Barkmeijer. Voor hem was het faillissement ook een totale verrassing: „Het was een heel degelijk bedrijf. Goed in de bouw van gespecialiseerde schepen, zoals gastankers, schepen voor het loodswezen en voor de baggersector. Vorig jaar was het nog halleluja met de nieuwe orders.”

De klap voor het dorp is groot, vindt Van der Schuit. Niet dat er nog veel dorpsgenoten op de werf werken: „Ik denk dat je ze op de vingers van één hand kunt tellen. De meesten wonen elders in de regio. Maar het is vooral de verbinding die Barkmeijer heeft met het dorp. Het verenigingsleven klopte nooit tevergeefs bij de werf aan. Vorig jaar zocht ik nog materiaal voor het museum en dan doen ze mee.”

Bezorgd over verpaupering

Van der Schuit is bezorgd over verpaupering als de activiteiten van Barkmeijer definitief staken. De werf is een centraal punt in het dorp en samen met Friesland Campina de grootste werkgever op de Fries-Groningse grens. De middenstand is op de groenteboer na geheel verdwenen, en ook de bedrijvigheid van De Haan zonwering is stilgevallen. ,,Dat terrein ligt er slecht bij. Ik hoop niet dat het ook met de werf gaat gebeuren, maar een oplossing is niet makkelijk te vinden. Het is gebonden aan milieuvergunningen, misschien vereist het een sanering. Dat is niet eenvoudig om over te nemen”, denkt Van der Schuit.

De werf werd door Gerrit Jans Barkmeijers op 9 december 1850 voor 900 gulden overgekocht van Lieuwe Bijleveld. Die bouwde al sinds 1829 met zijn broer op die plek praam- en tjalkschepen. Daarvoor zat ook de scheepstimmerman Jelle Jeens de Boer daar al met een loods aan het water. Het komt erop neer dat op de huidige werflocatie al bijna tweehonderd jaar aan schepen wordt gebouwd.

'Alles moest er langs, dus bloeiden de kroeg, de paardenhandel en de middenstand.'

Aan de grootste binnenvaartroute van Groningen naar Friesland op de ooit belangrijke aftakking naar Dokkum en Lemmer ontstond steeds meer bedrijvigheid. „Alles moest er langs, dus bloeiden de kroeg, de paardenhandel en de middenstand”.

Van der Schuit schetst hoe de werf van houten tjalken en pramen rond 1900 overging op staalbouw. Langzamerhand werden er grotere binnenschepen gebouwd. Tot zes jaar geleden nog waren leden van de gereformeerde Barkmeijers mede-eigenaar van het bedrijf. Gerrit Barkmeijer was de laatste van de familie die op de werf een leidinggevende functie had.

Vernieuwing

Vooral Tjipke Barkmeijer, die van 1957 tot 1987 de scepter zwaaide, bracht de vernieuwing waardoor het bedrijf bleef groeien. „Hij begon bijvoorbeeld met DAF-scheepsmotoren in binnenschepen. Dat heeft het bedrijf veel opgeleverd. Daarnaast is Barkmeijer door de grote scheepsbouwcrisis heen gekomen, dankzij het bouwen van goede specialistische schepen.” Barkmeijer bouwde schepen tot een breedte van zo’n 14 meter en 120 meter lang.

De werfhistoricus denkt dat de locatie in Stroobos aan het binnenwater op den duur een beperking voor de groeikansen van de werf is geweest: „De bouw van de buitendijkse werf is voortdurend een discussie geweest. Barkmeijer heeft mee aan de wieg gestaan van de buitendijkse werf Frisian Shipyard in Harlingen. Maar daar zijn ze weer uitgestapt. Ze hebben gekeken naar een locatie rond het IJsselmeer, maar uiteindelijk wilden ze met het huidige personeel verder. De vaste kern was voor hen te belangrijk. Ik denk niet dat deze keuze hen uiteindelijk heeft genekt, maar het speelt ze waarschijnlijk wel parten bij een mogelijke overname van de werf.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct