Jury It moaiste fan Fryslân: wie slechts vijftig mag kiezen, moet wreed zijn

Voor de jury was het een ‘wrede taak’ om de ‘mooiste gebouwen en plekken’ in Friesland aan te wijzen. Honderden pareltjes moest zij laten sneuvelen, om uit te komen op vijftig. Gelukkig krijgen de afvallers een tweede kans, want het publiek is nu aan zet.

Ga er maar aan staan. Friesland telt duizenden boerderijen, tienduizenden woningen, honderden kerken, minstens 150 historische windmolens en nog veel meer bijzonders. Kies daar maar eens het mooiste uit.

Het is een zonnige ochtend begin maart, als de jury zich buigt over deze zware taak. In het kantoor van TWA architecten in Burdaard liggen stapels papier: allemaal lijsten en foto’s van Friese gebouwen.

Gastheer is TWA-architect Bauke Tuinstra, die het idee voor een tophonderd samen met collega-architect Jacob Borren (Borren &Staalenhoef) bedacht. Maanden zijn beiden bezig geweest om het concept te bedenken, juryleden te zoeken en te voeden met ideeën. Ze vroegen collega’s, journalisten en anderen: welke gebouwen mag je in ieder geval niet vergeten?

Dit leverde lange lijsten met gebouwen op. Jannewietske de Vries (oud-gedeputeerde cultuur) bladert er doorheen. Naast haar zitten Claudy Jongstra (kunstenaar-textielontwerper), Jan Tichelaar (oud-directeur van de gelijknamige Makkumer tegel- en aardwerkfabriek) en Cilly Jansen (directeur van Architectuur Lokaal in Amsterdam). Het vijfde jurylid Sandra van Assen (stedenbouwkundige) kan niet komen, maar leverde wel een uitvoerige groslijst in.

Woongebouwen

,,We beginnen met de woongebouwen’’, zegt Tuinstra, die samen met Borren als assistent fungeert. Er wordt langdurig voorgelezen: ,,Fiskershuuske Moddergat, Gabbemagasthuis Leeuwarden.’’ Vaak reageren de juryleden enthousiast. Soms kreunen ze: ,,Nee’’. Het keuzeproces wordt aangestuurd door De Vries, want zij is de voorzitter. In een paar uur tijd zal de jury in iedere categorieën acht tot tien voorbeelden overhouden. Daarna volgt een tweede ronde, waarbij de lijst wordt ingekort tot vijftig.

Wanneer historische woongebouwen als De Schierstins in Feanwâlden ter sprake komen, neemt de jury een ferm besluit: ,,Nee, de states en stinzen horen bij erfgoed.’’ Bij woongebouwen kiest ze vooral naoorlogs, bijvoorbeeld het woonhuis van Abe Bonnema in Hurdegaryp: landelijk beschouwd als een architectuurtopper.

Ook over het vernieuwde Amicitiagebouw in Leeuwarden zijn de juryleden het snel eens. ,,Ze noemden dat het lelijkste gebouw van Leeuwarden en nu misschien wel het mooiste.’’ Een meerderheid binnen de jury voelt ook veel voor het Vlielander kampeerterrein Stortemelk. Het bekende beeld van de honderden De Waard-tenten in de duinen is zo karakteristiek dat het niet mag ontbreken.

Recreatiewoning

Lastiger wordt het als de jury een recreatiewoning wil kiezen. Eerst voelen de juryleden voor een modern huis bij Gaastmeer, dan wordt gedacht aan het bijzondere nieuwe huis van Jort Kelder op Terschelling, maar later klinkt resoluut: ,,Nee, we moeten juist zo’n oud huisje op de eilanden kiezen.’’ Die worden telkens bedreigd met afbraak, en dat is zonde, aldus verschillende juryleden. Hun keus valt op Canidunum op Ameland (Nes), een gemeentelijk monument.

Ook woonzorgcomplex Offingaburg in Hallum verdient een plekje op de lijst, aldus de jury: ,,Mooi, zulke nieuwbouw, juist in een krimpgebied’’, zegt een jurylid. Architect Tuinstra kijkt moeilijk en zwijgt. Het is een ontwerp van zijn bureau.

De tweede categorie is werken. De leden worden het al snel eens over het monumentale snoepfabriekscomplex Tonnema, met zijn bijzondere dakritme. Later besluiten ze ook de ‘skyline’ van Douwe Egberts op te nemen: een iconische fabriek in Joure.

Kantoren

Kantoren horen ook een plekje te krijgen en al snel valt de keuze op het Girokantoor van Abe Bonnema. Later in de middag wordt scheepswerf De Hoop in Workum toegevoegd. De Leeuwarder Watercampus komt ook ter sprake, maar wekt weinig enthousiasme bij de jury. Als ze allemaal nog eens een blik hebben geworpen op een foto van het nieuwe Megahout in Drachten, zijn ze het eens: die moet er beslist op.

Religieuze gebouwen

,,Geloven, moet daar echt een complete categorie aan worden gewijd?’’ vragen juryleden zich hardop af. ,,Ja, toch wel, Friesland had vroeger de hoogste kerkdichtheid van West-Europa, daar kun je niet omheen.’’ Als de lijst met middeleeuwse kerkjes voor hun ogen verschijnt, weten de juryleden niet hoe te kiezen: het zijn er zo veel. ,,Eigenlijk zouden we er apart een kerkenroute voor moeten maken.’’

Als er dan toch gekozen moet worden, gaan de juryleden voor de Sint-Gertrudiskerk in Workum, wegens het imponerende uiterlijk in combinatie met het plein. Brainstormend over latere kerkarchitectuur komen ze vrij snel bij de Gereformeerde kerk in Kollum uit: vanwege de baksteenarchitectuur, maar vooral ook om de bijzondere beschildering aan de binnenzijde. Het Karmelklooster van Drachten krijgt ook veel steun. De jury wil één klokkenstoel op de lijst. Na enig gepuzzel valt de keuze op Katlijk.

De Leeuwarder Dominicuskerk en de Bolswarder Martinikerk staan even op de prélijst, maar duikelen er af. Zelfs de stoepa van Hantumhuizen had er in de ogen van sommige juryleden op gemogen, maar deze redt het niet. Na enige twijfel kiezen ze wel voor de Broerekerk in Bolsward. Het middeleeuwse kloostergodshuis mag dan deels afgebrand zijn, maar ook in zijn opgeknapte vorm is het in hun ogen bijzonder genoeg.

Openbare gebouwen

Categorie vier (openbare gebouwen) confronteert de jury opnieuw met de grote rijkdom aan historische gebouwen, vooral in de elf steden. Ja, de stadhuizen van Franeker en Bolsward zijn schitterend, maar ook zij horen bij erfgoed, aldus de jury.

Ze kiest hier liever voor meer hedendaagse overheidsbouw, een categorie waarin Leeuwarden piekt. Neem de Provinciale Bibliotheek (Tresoar) met dat bijzondere raamritme. De nieuwe Vrije School (Michaëlschool) is in architectuurkringen eveneens gelauwerd en krijgt een plek op de lijst. De in 2006 gebouwde aula van de Noorderbegraafplaats in Leeuwarden wordt ook geselecteerd. Nu zwijgt Jacob Borren. Het ontwerp is immers van zijn bureau.

Om museum Belvédère kan de jury niet heen. Het gebouw in Oranjewoud werd in 2006 door de Bond van Nederlandse Architecten aangewezen als beste Gebouw van het Jaar. Er is ook veel steun voor de nieuwbouw van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL), waar architect Herman Hertzberger met zijn nieuwbouw het oudere gebouw van Abe Bonnema omarmt.

Vertederd blijft de jury even stilstaan bij het sierlijke historische toiletgebouw aan de Rienck Bockemakade in Sneek. Ach, hoe graag zou ze hem op de lijst plaatsen, maar nee: ,,In het geheel van deze lijst is hij toch te leuk, te lief.’’ Ook de Dudok-achtige Maria Louiseschool (nu Koningin Wilhelminaschool) in Leeuwarden houdt lang stand, maar sneuvelt als er harde keuzes gemaakt moeten worden. In dit strenge selectieproces vallen het nieuwe Fries Museum, het Provinsjehûs en de nieuwe Sneker schouwburg al helemaal buiten de prijzen.

Ensembles

Friesland staat landelijk niet bekend om zijn unieke architectuur, maar wel om zijn ‘ensembles’: karakteristieke stadsstraten, -buurten en dorpsgezichten. In deze categorie voelt de jury in een eerste selectie wel iets voor it Heidenskip, de kern van Mantgum of Lytsewierrum en de Leeuwarder flatwijk Nijlân. Toch vallen zij uiteindelijk allemaal af.

Prioriteit krijgt het prachtig gelegen dorpje Sandfirden tussen de Friese Meren. Ook brede steun is er voor de Hollanderwijk in Leeuwarden: ,,Een fantastisch tuindorp achter het station.’’

De jury wil ook iets met de historische noordelijke Leeuwarder binnenstad, het gebied rond de Grote Kerk, het Princessehof en het Sint-Anthonygasthuis. Om dit alles in één keer mee te pakken, besluit ze de Grote Kerkstraat als geheel aan te wijzen. Over de Noorderhaven van Harlingen is eerst discussie, maar later blijkt iedereen overtuigd: ,,Waar heb je nu zo’n zeehaven? In Holland zijn ze jaloers.’’

Afvalrace

In de afvalrace moet een harde keuze gemaakt worden tussen de Drachtster Papegaaienbuurt en het Rode Dorp in Weststellingwerf. De eerste is een ontwerp in de kleuren van De Stijl. Het Rode Dorp symboliseert de bijzondere bouw voor arbeidersgezinnen in het oosten en zuiden van de provincie en wint uiteindelijk de strijd.

Voor de vele bijzondere Friese parken, landschappen en begraafplaatsen is een eigen categorie gekozen. Gaasterland is ,,bizar bijzonder’’, klinkt al snel tijdens het overleg. De verzameling kliffen langs het IJsselmeer komt zonder meer op de lijst. Er moet ook een klassiek veengebied op, vinden de juryleden. Eerst lijkt dit het Fochteloërveen te worden, maar de keuze valt uiteindelijk op het ,,iets onbekendere’’ gebied De Deelen boven Tjalleberd.

De Leeuwarder Algemene Begraafplaats van de beroemde tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard wordt overwogen, maar haalt het niet. Het oude kerkhof van Hallum verdient meer lof in de ogen van de jury, vooral omdat dit grafveld op de terp tegelijk als ontmoetingsplaats voor de buurt fungeert.

Het Jabikspaad tussen Leons en Jorwert krijgt een plek op de lijst, omdat wandelaars hier de sfeer van het oude Greidengebied goed ervaren. Het Thalenpark in Drachten is een van de jongste Friese rijksmonumenten en wordt ook door de jury hoog aangeschreven.

De Sintrale As

In de categorie vervoer, energie en bescherming concludeert de jury al snel dat de Sintrale As een plek verdient. Niet omdat iedereen de aanleg een leuk idee vond, maar wel omdat de weg goed is ontworpen. Over het J.L. Hooglandgemaal bij Stavoren is geen enkele discussie: die moet sowieso op de lijst.

Hetzelfde geldt voor de Dokkumer Ie. ,,Dat is ‘by far’ de mooiste waterweg van Friesland’’, aldus een jurylid. Weinig discussie is er ook over de Oudebildtdijk, als karakteristiek dijklichaam met zijn bijzondere bebouwing.

Graag zou de jury ook een watertoren op de lijst zetten. Ze kiest voor de ‘lampenkap’ van Akkrum, maar voert deze later weer af. Tweespalt ontstaat over de houten bruggen van Sneek. Een deel van de jury laat ze graag aan familie zien, anderen juryleden spuien echter kritiek. Gevolg: de bruggen vallen af. Na veel plussen en minnen besluit de jury de Terschellinger Brandaris er wel op te zetten, de oudste vuurtoren van Nederland.

Bijzonder veel oude gebouwen zijn door de jury naar de categorie erfgoed verwezen. Als ze aan dit onderwerp toekomt, krijgt ze het dan ook moeilijk: er moet keihard worden geselecteerd. De historische stadhuizen, states en middeleeuwse kerken vallen al snel buiten de boot.

Het verwaarloosde, maar monumentale badpaviljoen van Hindeloopen moet er wel op, vindt de jury. Het planetarium van Franeker krijgt ook brede instemming. De juryleden kiezen verder wikkend en wegend voor Houtzaagmolen De Rat in IJlst, omdat zij dit een van de mooiste Friese molens vinden.

Ook over het historische woonhuis van de familie Tichelaar in Makkum worden de juryleden het eens. Het huis is bijzonder vanwege zijn uitzonderlijke tegelinterieurs. Jan Tichelaar bemoeit zich niet met deze keuze, want het gaat hier over het huis van zijn voorouders. Uiteindelijk komt in deze categorie ‘het stadsgezicht van Hindeloopen’ er nog bij.

Heel lang houdt ook het ijsbaangebouwtje van Aldtsjerk stand op de erfgoedlijst. ,,Het is wel een heel fijn gebaartje. Het vertelt het verhaal van het ijs in Friesland.’’ Uiteindelijk sneuvelt dit toch ,,in het geweld van al die dingen.’’

De allermoeilijkste categorie blijkt ‘deze tijd’. Eigentijdse woonhuizen in Bontebok en Oranjewoud passeren eerst de revue, net als het nieuwe waterleidinggebouw van Vlieland en popcentrum Neushoorn in Leeuwarden. De jury begint echter te twijfelen. Ze vindt dit extra lastig omdat in andere categorieën al veel moderne gebouwen benoemd zijn.

Brainstormend komen de juryleden tot een nieuwe invulling van ‘deze tijd’. Ze willen verfrissende initiatieven die een opstap vormen naar de toekomst. ,,Als je het maar geen bruisplekken noemt’’, verzucht een lid. De keuze valt op De Blokhuispoort: een hergebruikt rijksmonument, waarin van alles gebeurt, dankzij een bijzondere mix van ondernemers. Of het Nij Kleaster in de historische kerk van Jorwert: een nieuwe religieuze ontwikkeling in een oude jas.

De jury wil ook een dorps- of wijktuin, omdat zo’n plek vaak een centrum van nieuwe samenkomst vormt. Uiteindelijk wordt het de Doarpstún van Snakkerburen, die ook qua gebouwen bijzonder is: er staan vooroorlogse kassen, die recent zijn geselecteerd voor een gemeentelijke monumenstatus. Festival Welcome to the Village in de Groene Ster komt op de lijst vanwege de bijzondere projecten en vernieuwende gemeenschapszin die het voortbrengt.

De strijd om het boerenlandschap en de weidevogels wordt belichaamd door de Skriezekrite bij Idzega, waar vogelbeschermers, jagers en boeren samenwerken om de grutto te redden. Lang wordt in deze categorie getwijfeld over de Ecokathedraal in Mildam, die ‘de tijd’ als inspiratiebron heeft. Dit ‘park’ redt het echter niet.

Ook de categorie iconen levert veel discussie op. Er zijn genoeg voor de hand liggende voorbeelden. Denk aan de Leeuwarder Oldehove, het Woudagemaal bij Lemmer of de Sneker Waterpoort. ,,Maar moeten we die eigenlijk wel uitkiezen’’, vragen de juryleden zich af. ,,Onze taak is het om gebouwen aan te wijzen die verrassender zijn.’’

Over de Afsluitdijk is snel overeenstemming. Hegebeintum - als hoogste en beroemdste Nederlandse dorpsterp - krijgt ook veel steun. Eigenlijk zou de Friese taal er ook op moeten, vindt een deel van de jury. Moet het nieuwe Lân fan Taal op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof er dan maar op? Nee, toch niet.

De Friese horizon verdient een plek, als symbool van het historische open landschap. Maar waar is die horizon dan precies? Dat blijkt een lastige opgave. De hele dag al twijfelt de jury ook over de kop-hals-rompboerderijen, die bekendstaan als de ‘kathedralen’ van het Friese platteland. Maar welke moet het worden? Later, na overleg met boerderijkenners valt de keuze op een trotse pleats in Hilaard.

Ten slotte kiest de jury ook voor ‘de Elf Steden’. Immers: ze vormen in heel Nederland een iconisch begrip. Niet voor niets volgen tienduizenden mensenjaarlijks de routes langs de steden, of het nu per fiets, auto, boot of benenwagen is.

menu