FOTO NIELS DE VRIES

Judy Hoomans, de vrouw die steeds protesteert, over het Polderhoofdkanaal

FOTO NIELS DE VRIES

Haar ijver voor kwetsbare mensen en natuur bracht Judy Hoomans in Costa Rica. Nu strijdt ze voor het behoud van ‘de levende databank’ in haar achtertuin in Nij Beets, die is aangetast na het bevaarbaar maken van het Polderhoofdkanaal. Zij is de vrouw die steeds protesteert. Gevolg: ,,Relaties zijn verstoord.’’

De schoonheid van de aarde inzetten. Leed verzachten. Judy Hoomans reisde met haar idealen naar verre oorden, maar de laatste jaren heeft de inwoonster van Nij Beets al haar gedrevenheid nodig om de natuur op haar eigen erf te beschermen. De dynamiek rond het Polderhoofdkanaal is de oorzaak. ,,Ik loop hier rond als een inspecteur.’’

Vrij uitzicht rondom. Wonen en werken op eigen grond. Judy Hoomans en Gerard Dijkstra deden meteen een bod toen ze in 1999 poolshoogte namen bij de woning met grote waterpartij aan de Domela Nieuwenhuisweg in Nij Beets. Het huis stond al een poos te koop.

,,Paaiende vissen sprongen uit het water’’, herinnert ze zich. Twee ongeveer 90 jaar oude petgaten vormen het leeuwendeel van de 1,3 hectare oppervlak van het perceel. Idyllisch. Het paar, toen nog woonachtig in Haarlem, was meteen verkocht. Voor hem was het bovendien back to the roots ; zijn familie komt uit Nij Beets.

Haar komaf ligt elders. Een buitenwijk in Heerhugowaard, daar is ze opgegroeid. Na de havo volgde de pedagogische academie. Ze betrok een ‘studentenwoning’ in Spaarndam: een 5 bij 2 meter grote boot in een rietkraag. Daar gebeurde het: ,,Ik zag een dubbele regenboog en hoe mooi trekvogels zijn.’’ Wonderschoon.

,,Een vonk ontsprong’’, zegt ze. Zelfs meerdere vonkjes. De aarde is kwetsbaar, was de eerste gedachte toen ze bellen op het water zag drijven nadat ze afwassop had doorgespoeld.

Naar buiten

Een tweede inzicht uit die tijd was dat je kinderen – ze werkte in Haarlem in het ,,speciaal onderwijs in een soreswijk, een hoek waar de klappen vallen’’ – niet alleen theorie moet leren. Ze moeten naar buiten om te bewegen en te ontdekken. Echt naar buiten, verder dan het schoolplein.

Ook werd ze zich ervan bewust dat lesgeven leuk is, maar voor en na de schooldag ook nog eens kinderen opvangen niet. ,,Moest ik dat doen tot mijn 65ste? Ik wilde naar Afrika, met kinderen werken. Ontwikkelingshulp was mijn idee. Maar ja, ik ben geen watertechneut.’’

Via een bureau voor internationale contacten werd het Santa Anna in Costa Rica, Midden-Amerika: een tehuis voor wezen en straatkinderen. ,,Je moet bij de kiem beginnen’’, zegt Hoomans: mensen in hun kinderjaren zien te helpen om te voorkomen dat ze kansloos opgroeien.

Er ontwikkelde zich een tweede lijn, ze ging als vrijwilliger aan de slag voor de overheid. Tegen stroperij; mensen die met kisten vol planten en dieren uit de jungle kwamen. Ze volgde cursussen en leerde bijvoorbeeld hoe je met minimale middelen in de wildernis kunt overleven.

Ze zwierf het land door, werkte in een Nationaal Park en raakte diep onder de indruk van het ecosysteem. ,,Jeetje, wat had ik veel gemist in mijn leven.’’ Ook leerde ze over natuurgeneeskunde, onder meer in gesprekken met sjamanen, artsen en andere genezers.

Haar kennis bracht haar op het Instituut voor Tropische Studies in Golfito aan de westkust van Costa Rica, een voorpost van de Universiteit van Kansas in de Verenigde Staten. Ze was er assistent-botanist en assistent-antropoloog. ,,Onbevoegd, maar met veel veldkennis.’’

Nieuw inzicht

De schoonheid van de natuur vormde een tegenwicht tegen het vele leed dat ze zag. Het bracht haar bovendien tot een nieuw inzicht: ,,Een land dat zo mooi is moet veel in huis hebben aan potentiële geneesmiddelen en ontwikkeling. Dat is beter dan die kinderen in die tehuizen afgedankte medicijnen uit de VS laten gebruiken.’’

Daarom besloot ze homeopathie te gaan studeren. Opnieuw uit idealisme. Ze wilde dat in Costa Rica doen, maar de staart van een orkaan gooide roet in het eten: de beoogde opleidingsplaats bevond zich in het rampgebied. Ze hielp mee om schade te bestrijden, maar daar de opleiding volgen zat er niet meer in.

,,Mijn praktijk zit vol zonder dat ik reclame hoef te maken’’, zegt ze thuis, in het gebouwtje waarin ze, direct naast haar woning, al veertien jaar haar Acupunctuur- en Homeopathiepraktijk Friesland heeft gevestigd. Leed verzachten is ook nu ze 50 is nog altijd haar drive , met nog immer een directe link tussen gezondheid, persoonlijk welbevinden, en maatschappij en milieu.

,,We hebben in ons land een dualistische benadering: óf het zit tussen de oren, óf je hebt echt iets en dat is dan iets fysieks. De geestelijke gezondheidszorg is losgekoppeld van het ziekenhuis. Onze geneeskunde zoekt een fysieke oorzaak, maar in de homeopathie of acupunctuur staat dat niet voorop.’’

Hoomans heeft ‘alle respect en waardering’ voor wat onze reguliere geneeskunde vermag. ,,Het heeft veel gebracht en kan levens redden. Als je een tennisracket tegen je tanden krijgt, ga je niet naar de acupuncturist. Techniek is er voor de techniek.’’

Een mens is meer dan zijn mechaniek, is de benadering in wat wel ‘complementaire zorg’ heet. Geest en lichaam horen bij elkaar; koppel de dimensie van de psyche niet los van het fysieke. Integraal, is het woord dat ze gebruikt. ,,Een mens is een geheel en onlosmakelijk verbonden met zijn leefomgeving.’’

Zwerven

,,Onze cultuur is er een van één god, één godsdienst en één gezondheidssysteem. Elders zie je meerdere goden, meerdere visies en meerdere gezondheidssystemen. Er zijn gebedsgenezers die dingen kunnen die je niet snapt, maar die er wel zijn. Zij denken buiten mijn kaders. Dat is het leuke van zwerven over de aardbol, dat je ziet dat er meer kaders zijn dan alleen de westerse.’’

Ze keerde na zeven jaar Costa Rica terug in Nederland om hier een opleiding homeopathie op te pakken. Ook ging ze weer voor de klas staan en zo kwam ze een tijdje in aanraking met Bosnische kinderen ,,die dingen hebben gezien die ze niet hadden moeten zien’’. Opnieuw leed.

In deeltijd studeerde ze homeopathie, acupunctuur en fytotherapie. Ook volgde ze een schakeljaar antropologie om daarna aan de Universiteit van Amsterdam een master medische antropologie en sociologie te halen. Volgens de UvA focust deze master op ‘gezondheid en gezondheidszorg in een politieke, economische en culturele context’. Hoomans omschrijft het zo: ,,Wat noemen mensen ziek en wat gezond, en hoe richten ze hun gedrag en zorg daarop in?’’

Het matcht mooi met hoe zij in het leven staat.

Leed verzachten door natuurlijke kwaliteit in te zetten, die lijnen komen aan de Domela Nieuwenhuisweg bij elkaar. Huis en praktijk staan op een paar meter van de openbare weg. Het tussenliggende hoekje grond is maar klein, maar achter de gebouwen bevindt zich een heel diepe tuin.

Petgat en legakkers

‘Tuin’ is in dit geval een te mager woord om de lading te dekken. Naast de twee petgaten liggen ‘legakkers’ – stroken grond om afgegraven turf op te leggen ter droging. Dit oude turfwinningsysteem is zo’n negentig jaar geleden gegraven, en heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld tot een min of meer geïsoleerd natuurgebiedje van ongeveer 1,3 hectare groot.

Faunax in Gorredijk, een door Hoomans en Dijkstra ingehuurd bureau, schreef twee jaar terug: ‘De oevervegetatie en de vegetatie op de legakkers bestaan onder andere uit soorten als grote waterzuring, galigaan, slangenwortel, hangende cyperzegge en grote horsten oude pluimzegge. Delen van de legakkers zijn begroeid met berk, els en wilgenstruweel. De watervegetatie bestaat o.a. uit gele klomp, kikkerbeet, witte waterlelie en krabbenscheer’. Aan aangetroffen dieren noemen de onderzoekers de kleine modderkruiper, gestreepte waterroofkever, de libellensoorten glassnijder, variabele waterjuffer en vroege glazenmaker naast broedende vogels als meerkoet, wilde eend, waterhoen en grauwe gans. Faunax zag ook een kraaiennest, tevens gebruikt door buizerds, en sporen van een bunzing. Volgens Hoomans mag daaraan ook de otter worden toegevoegd.

Het petgat, net geen stilstaand water, is volgens het bureau een geschikte habitat voor de waterspitsmuis, bittervoorn en otter.

,,Een levende databank. Niet zo indrukwekkend als het ecosysteem van Costa Rica (,,daar heb je zestig soorten per vierkante meter’’) maar zeker ook niet zo arm als de openbare ruimte in Nederland. ,,Hier heb je bij wijze van spreken één soort per zestig vierkante meter.’’

,,We hadden een onnozel bestaan’’, zegt ze. Onschuldig. Maar sinds een jaar of vier is de onbevangenheid compleet weg. Aanleiding was het bevaarbaar maken van het Polderhoofdkanaal, een fraaie waterloop tussen Nij Beets en De Veenhoop. Dat mocht op basis van natuurwetgeving alleen in combinatie met een flink pakket aan natuurmaatregelen. Hoomans’ domicilie maakt er deel vanuit.

Vrijwilliger

Dijkstra en Hoomans konden zich vinden in de aanpak. Ze stemden in met de voorgenomen uitvoering en tekenden een beheerovereenkomst met de gemeente. Knap vond ze het dat het Nij Beets, waar ze jarenlang vrijwilliger was bij It Damshûs, was gelukt om de plannen voor het Polderhoofdkanaal zover te krijgen. Maar in de loop van 2014 ging het mis. Hoomans constateerde dat lang niet alles naar de letter werd uitgevoerd en zag op eigen erf het verlies aan natuurwaarden (,,dat was het effect”). Als ze bij regionale overheden aan de bel trok, ontbrak het aan voor haar bevredigende antwoorden.

Ze vroeg stapels informatie op en verdiepte zich als amateur in bestuurs- en privaatrechtelijke vraagstukken. Ze wendde zich in bezwaar tot de staatssecretaris van Economische Zaken, provincie- en gemeentebestuurders. Inmiddels heeft ze een reeks procedures en rechtszaken achter de rug en er staan nieuwe aan te komen. Van het een komt in dit soort gevallen vaak ook het ander.

Onvermurwbaar: ,,Ik heb steeds gezegd: ‘je houdt je aan de ontheffing’.’’ Die je zijn gemeente Opsterland en de provincie Fryslân als toezichthouder. Die ‘ontheffing’ is de vergunning waarin staat wat er aan natuur moet worden gerealiseerd.

Dit najaar sloeg ze een grote slag; de rechtbank Noord-Nederland gaf haar op cruciale punten gelijk. ,,Niet alledaags. Ik heb gewonnen van een staatssecretaris, een commissaris van de koning, een burgemeester, gedeputeerden en wethouders.’’

Of het rechterlijk oordeel standhoudt is echter afwachten: het provinciebestuur en de gemeente Opsterland hebben beroep aangetekend. Zij vinden niet dat ze uit de bocht zijn gevlogen en stellen ook dat de natuur zich goed ontwikkelt. De zaak gaat naar een hogere instantie: de Raad van State.

Ze noemt het verschrikkelijk om steeds te moeten procederen en ,,voor elke centimeter’’ te strijden. Het neemt veel tijd in beslag; alle weekends en per week twee middagen. ,,Ik moet alles zelf uitzoeken. Anders is het niet te betalen. Van de kosten die ik heb gemaakt kun je een huis laten bouwen.’’

Geen dank

Bovendien: het wordt haar niet door iedereen in dank afgenomen. Hoomans is de vrouw die steeds protesteert. Gevolg: ,,Relaties zijn verstoord. Dan sta je je heg te knippen en word je plotseling uitgescholden. Mensen weten maar een flard van wat er speelt.’’

Goed op de leefomgeving passen is wat haar drijft. Dan is ze vasthoudend. Voorheen had ze een petgat met bijna stilstaand water – via een ondiepte was er een connectie met het riviertje Alddjip. Maar nu stroomt er water doorheen dat in verbinding staat met de – volgens haar en volgens de rechter – niet ordentelijk uitgevoerde natuurcompensatie van het Polderhoofdkanaal. Water met volgens Hoomans een grotere voedselrijkdom dan voor haar paradijs geschikt is.

,,In de voorgestelde aanpak zou dat anders zijn geweest. Dan kun je je schouders ophalen, maar zo zit ik niet in elkaar.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct