Dichter-dominee Sytze de Vries schreef honderden kerkliederen: ,,Ik knutsel nog altijd met letters en liedjes.''

Jubileuminterview met kerklieddichter Sytze de Vries: 'Mijn liederen gaan hun eigen wegen'

Dichter-dominee Sytze de Vries schreef honderden kerkliederen: ,,Ik knutsel nog altijd met letters en liedjes.'' FOTO MARNIX SCHMIDT

Uitgerekend in de periode dat samenzang in vele kerken niet mag, werd Sytze de Vries – een van de grote levende kerklieddichters – zaterdag 75 jaar. De jaarlijkse lieddag van zijn stichting De Vertaalslag ging ook al niet door. Een jubileuminterview met de in de wijk Huizum geboren en getogen oud-Leeuwarder.

De man van de woorden en de taal is even sprakeloos bij de vraag wat de lange periode zonder samenzang met hem doet. Dominee-dichter-kerkliedschrijver Sytze de Vries (net 75), die als emeritus al jaren nog vrijwel elke zondag preekt, is daarna duidelijk. ,,Het laatste wat je wilt schrappen, is het lied. Het eerste wat ik kan missen is de preek, de uit de hand gelopen toelichting op de schriftlezing. Bij het zingen neem je samen dezelfde woorden in de mond. Dat maakt je tot gemeenschap.’’ 

Neuriën vindt hij niks, vertelt hij in zijn sfeervolle bakhuis achter een witte boerderij in het Utrechtse Schalkwijk. ,,Een zoethoudertje zonder inhoud en beleving van de woorden. Ik ben na vier maanden stilstand net weer aan het voorgaan. Ik laat liever de organist het lied spelen en draag dan zelf de liedtekst voor.’’

De Vries – die predikant was in Peize, Purmerend en Amsterdam – schreef honderden liederen voor het leven van wieg tot graf, in ziekte en gezondheid, voor trouw en loslaten. Opvallend vaak gebruikt hij woorden als adem, leven, licht en liefde.

Zingen ziet hij als een levensbehoefte, net als ademhalen. In het nieuwe kerkelijk Liedboek (2013) heeft hij als dichter met 107 titels de meeste liederen. Volgend jaar hoopt uitgever Skandalon driekwart eeuw Sytze de Vries alsnog te vieren. Dan zal ook een nieuwe verzamelbundel ( Op vleugels ) verschijnen.

Vlak na de oorlog is hij geboren in Huizum, Leeuwarden-Zuid, aan de rand van de stad, dicht bij het vrije veld. Vanuit huis aan de Eysingastraat liep hij dagelijks naar de Jan van Nassauschool in de Borniastraat. Pake en beppe woonden in de Hobbemastraat. Orthodox-hervormd opgevoed zong hij jarenlang als hoge sopraan in Pniëls Knapenkoor. Ze gingen op tournee om geld in te zamelen voor de nieuw te bouwen kinderafdeling van het Diaconessenziekenhuis.

Wat betekende die jeugd in Leeuwarden voor u?

,,Heel veel. Mijn vroegste herinnering is dat ik als tweejarige al door pake werd opgehaald. Hij was jong afgekeurd vanwege astma en liep met een wandelstok met een rubberen dop. Tijdens onze wandelingen leerde hij mij lezen met reclames onderweg. ‘Rizla vloei, rolt beter, plakt beter, brandt beter’ weet ik nog, maar ook de winkeletalages van de Schrans. Op mijn derde, vierde las ik al moeiteloos, een heel vroege taalontwikkeling. Bij beppe leerde ik de psalmen te zingen. Ik ben niks opgeschoten in mijn leven, ik knutsel nog altijd met letters en liedjes.’’

Had jonge Sytze een droomberoep?

,,Nee, mijn vader was een keurige boekhouder, maar cijfers stonden en staan verre van mij. Op het strenge Gereformeerd Gymnasium kregen wij geen beroepenvoorlichting en gingen we ook niet naar de schouwburg, zoals op het Stedelijk Gymnasium. Leren moesten we, niemand zakte op die drilmachine. Je werd advocaat of dominee.’’

De keuze voor theologie in Groningen was dus een logische?

,,Mijn voorliefde voor taal, muziek, religie en het sociale aspect zitten in de brede theologiestudie. Al voor ik afstudeerde, kreeg ik een beroep uit Augustinusga. Ik las dat nota bene in de Leeuwarder Courant, waar ik in Groningen op was geabonneerd. De brief kreeg ik daarna pas. Het was te vroeg. Ik preekte als kandidaat veel in dorpskerken. In Goaingaryp twee keer op een zondag en tussendoor veel te veel warm eten bij een boer en om halftwee die slaperige mensen weer in de kerk wakker zien te houden. Mijn afstudeerbegeleider waarschuwde mij: ‘Je hebt het charisma van de taal, wees er in godsnaam voorzichtig mee’. Veel later begreep ik wat hij bedoelde: ga er niet mee schmieren, maak er geen sentimenteel maniertje van.’’

loading

Hervormd Peize werd zijn leerschool in de praktijk. Hij doopte zich suf in het Drentse satellietdorp van de uitdijende stad Groningen en leefde zich muzikaal uit in musicals. In een Citroën 2CV (eend) reed hij door de gemeente met achterop ‘Tot zondag!’. De Vries kon er uit de voeten als ‘opbouwpastoor’, wat hij liever doet dan onderhoudsman zijn. Voor een eerste gemeente zat hij er met negen jaar lang. In tranen vertrok hij naar Purmerend. Later volgden Purmerend en Amsterdam, waar De Vries in de Oude Kerk intensief samenwerkte met componist en cantor/organist Willem Vogel. Veel liederen uit die periode staan nu in het Liedboek voor de Kerken. Ondertussen werkte hij ook jaren voor de NCRV.

Hoe is het om als predikant te werken voor de omroep?

,,Afgelopen maanden heb ik intensief digitale en tv-diensten gevolgd. Voorgangers doen net alsof zij het kerkvolk voor zich hebben. Gek, want je komt binnen in de intimiteit van de huiskamer. Waarom gaan ze niet zitten? Ook in woordkeuze en benadering moet je je aanpassen. Praat alsof je tegenover iemand aan tafel zit. Ik vond radio heel relaxed. Met televisie bemoeit iedereen zich: regisseur, floormanager, cameramensen. Ik projecteerde mijn moeder achter de camera in die tijd.’’

Hoe hebt u zich als theoloog uit de hervormde school ontwikkeld?

,,Ik werd een kind van de Amsterdamse School van Karel Deurloo, met wie ik tien jaar samenwerkte aan onder andere psalmbewerkingen. De Schrift zelf, de verhalen, zijn de inspiratiebron, niet de dogmatiek. De Bijbel is poëzie, beeldtaal.’’

Willem Barnard (tekst) en Willem Vogel (muziek) zijn inspirators van het schrijverschap van Sytze de Vries. Barnard was op de dag af 25 jaar ouder dan hij. Gisteren liet hij daarom als herinnering aan hem diens lied Gij hebt met uw brede gebaren zingen in de Utrechtse Domkerk.

,,Mijn liederen gaan hun eigen wegen. Ga maar gerust schreef ik als lied voor de levenden bij de zegen in de kerkdienst. Maar het wordt veel bij dood en begrafenissen gezongen. Ongestraft mag liefde bloeien maakte ik ooit voor een bijeenkomst over geweld tegen homo’s. Het is vele jaren later in veel kerken als slotlied gezongen als protest tegen de omstreden Nashville-verklaring.’’

Onder de titel Het liefste lied van overzee ver- en hertaalde De Vries 125 bekende Anglicaanse hymns. Die worden veel gezongen bij de jaarlijkse lieddagen van zijn stichting De Vertaalslag.

,,Mijn eigen liederen zijn ook vertaald en raken dan vaak een andere laag. Vlak voor het uitkomen van de Friestalige versie van het Liedboek kreeg ik drukproeven. Die avond had ik een lezing in de Fenixkerk in Leeuwarden. Ik nam kopieën mee en liet wat zingen. Dat raakte me meer dan ik verwacht. Ik was danig ontroerd mijn liederen terug te horen in de taal van pake en beppe.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct