Sytse Jouta.

In memoriam: Achter de draaibank werd de wereld van Sytse Jouta groot

Sytse Jouta.

Over welke Sytse Jouta zullen we het hebben? De metaaldraaier? De schrijver? De denker? De uitvinder? De botenbouwer? De leraar? De avonturier?

Een Friese plattelandsjeugd uit het boekje had de kleine Sytse, die middenin de Tweede Wereldoorlog geboren werd, in Holwerd. Hij had ,,in leave heit en in geweldige mem’’, schreef hij later eens. Mem kon prachtig zingen en voorlezen, heit nam hem mee op avontuur in en om het dorp.

Dat Sytse wordt getroffen door polio, is een flinke tegenslag. Hij wordt naar een ziekenhuis in Leiden gestuurd en wel vijf keer geopereerd. Toch kunnen de doktoren niet voorkomen dat zijn linkerbeen een beetje korter blijft. Zijn kaatsdroom ligt ineens in duigen, maar Sytse geeft niet op. De ziekte ontsteekt een ongekende geldingsdrang in het kleine ventje, dat iedereen wil laten zien dat hij niks minder is dan ieder ander. ,,Tanksij dy polio bin ik net in bedoarn jonkje wurden’’, schreef hij later.

Hij werd verliefd op Anna, uit hetzelfde dorp, die prachtige bruine ogen had. Anna, met haar ijzeren regelmaat en Sytse de chaoot. Een onwaarschijnlijke combinatie die wonderwel goed werkte. Het paar kreeg drie kinderen: Hans, Wytse en Hanneke.

Al jong in zijn leven besloot Sytse eigen baas te willen zijn, voor zichzelf werken. Dat vond hij een machtige prestatie. In zijn werkplaats aan huis maakte hij de mooiste dingen van metaal. De werkplaats rook naar ijzer en boorolie, herinnert zoon Hans zich.

Een werkplaats die eigenlijk veel meer was dan dat. ,,As ús heit achter de draaibank stie, dan wied er faak yn gedachten, dreamde en fantasearde hy oer hynderriden, mei Egbert te silen of oerlibje op in ûnbewenne eilân. It aventoer siet by ús heit yn ’e holle. Achter de draaibank waard de wrâld grut.’’

In de werkplaats achter zijn huis bedacht Jouta van alles: roterende tuinschoffels, een loopkruk, een rolstoel die omhoog gekrikt kon worden zodat je mensen recht in de ogen kon kijken. Ook maakte hij samen met Hans een tijdje ligfietsen. Dat avontuur begon met het in tweeën slijpen van Hans’ oude schoolfiets en voerde de vader en zoon zelfs naar de Tweewieler-RAI, beiden strak in het pak.

Sytse stimuleerde zijn kinderen en leerde ze groot te dromen. Na FNP-vergaderingen wacht hij op dochter Hanneke, die raadslid voor de partij is. Hij bedenkt complete campagnestrategieën met haar. Zoon Hans, die werkt met brons en twijfelde tussen commercie en kunst, helpt hij door het stellen van de juiste vragen een keuze te maken. En samen met Wytse zorgt hij voor de beste schaatsen om een marathon te kunnen rijden.

Er zat wel iets van een leraar in hem: hij gaf ook nog een tijdje les in de jeugdgevangenis. Hij hield ervan om hen die het pad dreigden kwijt te raken er weer op te helpen.

Avontuur gaf hij ook zijn kleinkinderen mee: bij een van hen zette hij ooit tijdens een flinke storm een zeil op de skelter, ondanks hevig protest van beppe Anna. De onderneming eindigde op de kop in de sloot, maar machtig mooi was het wel.

Jan Drost, een van Sytses oudste vrienden, omschrijft hem: ,,Sytse stie iepen foar in oar, sûnder fuort in oardiel te jaan.’’ Jouta schrijft een ontroerend boekje als eerbetoon aan zijn vriend, die hij ,,een bijzondere man’’ noemt.

Tegen het einde van zijn leven luwt zijn eigen geldingsdrang. Hij schrijft: ,,Ik hoech mysels en in oar net mear te oertsjûgjen wat ik allegear wol kin. Dat hoecht net mear, ik sil besykje lokkich te wêzen, as in stille taskôger.”

home
net-binnen
menu