GGD Fryslân huurt tekstschrijvers in om artikelen te schrijven over het coronavirus. Huis-aan-huisbladen in Friesland publiceren deze verhalen op redactionele pagina’s, zonder de bron te vermelden. Waarom gebeurt dit? Over hoe de GGD in een gat springt dat de lokale media achterlaten.

Op nieuwsredacties in Friesland is het sinds enkele weken vaste prik: GGD Fryslân stuurt op vrijdag een zelfgeschreven verhaal over het coronavirus rond. Het gaat, schrijft de GGD, om ,,een reeks berichten uit de frontlinie, ook om mensen erop te wijzen zich aan de maatregelen te houden’’.

De GGD noemt het ‘verhalen achter de kille coronacijfers’. Tot dusver kwamen in acht artikelen onder meer een ambulanceverpleegkundige, een telefoniste, een huisarts en een vaccinatiemedewerker aan het woord. Het achtergrondverhaal wordt als persbericht beschikbaar gesteld aan alle media in Friesland.

Alle door GGD ingestoken artikelen verschenen de afgelopen weken in verschillende huis-aan-huisbladen en nieuwsbladen in Friesland. Niet als advertentie of ingezonden mededeling, maar als redactionele kopij – net als de door de redactie zelf geschreven verhalen. Bronvermelding ontbreekt, net als een disclaimer die duidelijk maakt dat het verhaal is geschreven en aangeboden door GGD Fryslân.

Een door de GGD ingehuurde tekstschrijver als auteur in een weekblad, met een artikel dat door de GGD is geïnitieerd. Als de publieke gezondheidsdienst met eigen verhalen doordringt tot op de redactionele pagina’s van een weekblad – zonder dat de lezer dat weet – is er dan sprake van onafhankelijke journalistiek?

GGD zag het verhaal achter de cijfers niet meer terug in de krant

De GGD begon eind februari aan een reeks van twaalf achtergrondverhalen. Een freelance tekstschrijver wordt ingehuurd om aan de GGD en Friese zorginstellingen gelieerde personen te interviewen over hun rol in het bestrijden van het coronavirus. De kosten voor het laten schrijven van de verhalen zijn 200 euro per stuk. De GGD mag dit bedrag declareren bij het ministerie van Volksgezondheid. Die schaart het onder coronacommunicatie.

GGD Fryslân zag dat ,,de aandacht die er in het voorjaar van 2020 was voor de verhalen achter de cijfers naar de achtergrond verdwenen’’. Als niet duidelijk blijft wat de gevolgen zijn, ,,verdwijnt ook voor een deel de urgentie voor de mensen om zich aan de maatregelen te houden’’.

Het zette de GGD aan om samen met Friese zorginstellingen verhalen te gaan delen. ,,Om ynwenners te ynformearjen en te warskôgjen’’, zegt woordvoerder Jan Arendz. Hij spreekt namens Veiligheidsregio Fryslân, waar de GGD onder valt.

Arendz zegt dat het ,,oan de media is om de artikelen wol of net te pleatsen en om te neamen oft it artikel fan ús ôfkomstich is of net’’. Hij noemt alle berichten die de GGD verstuurt persberichten. ,,As it saaklik skreaun is, mar ek as it ferhalend is, sa as dizze rige.’’ De media mogen ermee doen wat ze willen, zegt Arendz.

In de communicatie van de GGD met de media is er wel een verschil. In zakelijke persberichten noemt de GGD geen auteur. De organisatie deelt feitelijke informatie, de media nemen dat over of checken de feiten.

In de achtergrondverhalen deelt de GGD ook de naam van de auteur en de fotograaf, die in alle gevallen ook als auteur worden opgevoerd in de weekbladen. ,,Dat heart eins net’’, erkent Arendz. Media hebben de vrijheid om de naam niet te vermelden, ,,mar wy moatte dat eins ek net dwaan. It is in berjocht fan de GGD, net fan ien per-soan.’’ Bij het vorige week aangeboden verhaal ontbreekt de naam van de auteur.

Dat de GGD de indruk wekt dat het deze verhalen maar wat graag als redactionele, en dus onafhankelijke en betrouwbare kopij geplaatst ziet worden, wil Arendz wegnemen. ,,Dat is echt oan de redaksjes.’’

Geen onafhankelijke, maar betrouwbare journalistiek

Douwe Wijbrands, chef redactie van de weekbladen van uitgever NDC mediagroep, spreekt bij de huis-aan-huisbladen niet van ,,unôfhinklike sjoernalistyk’’, maar van ,,betroubere sjoernalistyk’’. Hij wijst op de ,,ynformative rol’’ van de kranten. ,,Wy hawwe te meitsjen mei in fergees, servicegericht produkt. Dêrfoar jilde oare rigels as by deiblêden, dêr’t abonnees in protte jild betelje foar unôfhinklike sjoernalistyk.’’

Wijbrands zegt dat de redactie vaker berichten overneemt van ,,betroubere organisaasjes. Wy wurkje graach mei organisaasjes dy’t wat te fertellen hawwe.’’ In het geval van de GGD Fryslân spreekt de chef redactie over een ,,wichtige partner’’ die ,,goeie freelancers ynhiert’’ en ,,kwalitatyf goeie stikken oanbiedt’’.

De artikelen worden zonder aanpassingen afgedrukt. De weekbladredacteur weet niet hoe het artikel tot stand is gekomen en of de GGD Fryslân met een rode pen door het verhaal van de schrijver is gegaan. Ook is niet duidelijk welke vraag de schrijver niet had mogen stellen of welk antwoord niet gegeven mocht worden.

Wijbrands stelt dat alle aangeleverde kopij door de redactie beoordeeld wordt. Er was tot dusver geen aanleiding om een aangeboden artikel niet te publiceren of bij de GGD vragen te stellen over de totstandkoming van een aflevering.

De weekbladredactie filtert betrouwbare informatie uit het aanbod dat ze krijgt en stelt daaruit een weekblad samen. Dat de artikelen niet als advertorial worden gepresenteerd, vindt hij niet erg. ,,Wy fine dizze artikelen passen binnen de ynformaasjefunksje dy’t wy hawwe.’’

Twee van de GGD-verhalen verschenen vorige maand in Nieuwsblad Noordoost-Friesland , een betaald nieuwsblad met een oplage van ruim 6000 exemplaren. ,,Dat hie net moatten’’, erkent Wijbrands. Voor een betaalde krant gelden andere regels dan voor een gratis weekblad, zegt de redactiechef. ,,Dat is net goed gien’’, zegt Wijbrands en het gebeurt ook niet meer.

‘Een journalistieke doodzonde’

Mediahistoricus Huub Wijfjes van de Rijksuniversiteit Groningen noemt het ,,zeer onverstandig van de redacties’’ om niet te vermelden wat de bron van een verhaal is. ,,Zeg maar gerust een journalistieke doodzonde. Je moet altijd transparant zijn over artikelen die je afdrukt.’’

Je draait op deze manier het lezerspubliek een loer, stelt Wijfjes. ,,Plat gezegd deel je informatie van een bedrijf dat daar normaal advertentieruimte voor koopt.’’ Bovendien gaat de redactie voorbij aan de kernfunctie van de journalistiek, zegt Wijfjes: ,,Het bedrijven van betrouwbare, onafhankelijke journalistiek. Tegenwicht bieden aan de macht, aan de overheid en daaraan gelieerde organisaties, zoals de GGD.’’

Redactiechef Wijbrands snapt de analyse van Wijfjes en zegt voetnoten te gaan plaatsen bij de artikelen die worden aangeboden. ,,It is in nuttige tafoeging.’’

Dit voorbeeld legt een groter probleem bloot waarmee weekbladen te maken hebben, weet Wijfjes: die van de positie van de lokale journalistiek. Advertentie-inkomsten dalen, redacties krimpen, het aanbod verschraalt. ,,De positie van het weekblad is door de jaren heen ernstig verslechterd. Er is steeds minder geld om een krant te maken – en dan krijg je dit.’’

Wijfjes ziet hoe overheidsorganisaties in het gat springen. ,,Zij zien de tendens ook, maar willen hun boodschap wel graag blijven verspreiden.’’ De hoogleraar ziet hoe bijvoorbeeld gemeenten op een andere manier de media benaderen. Niet langer met persberichten, maar vaker met aangeklede, goedgeschreven verhalen.

,,Via huis-aan-huisbladen bereik je een groot publiek’’, ziet Wijfjes. ,,Online verwatert je boodschap en bereik je niet altijd iedereen die je graag wil bereiken. De weekbladen zijn een betrouwbaar podium om een verhaal te delen.’’

Probleem niet één-twee-drie op te lossen

Dat redacties van weekbladen terugvallen op deze kant-en-klare verhalen, is de GGD niet te verwijten, zegt Wijfjes. De hoogleraar vindt het ,,geen ramp’’ dat de GGD eigen verhalen aanbiedt. ,,Vanuit hun belang gezien is het logisch. Zij hebben een belangrijke boodschap te vertellen, vitale informatie over onze volksgezondheid. Die boodschap willen ze graag delen.’’

Dat de GGD voor persbureau speelt en weekbladen daar gretig gebruik van maken, is een probleem dat de hele samenleving zich moet aantrekken, zegt Wijfjes. Hij wijst op de bezuinigingen op de weekbladen, op de dalende waarde van een weekblad, op het belang van vitale nieuwsvoorziening en de taak van de journalistiek om de macht te controleren. ,,We hebben met z’n allen belang bij een goed functionerende journalistiek’’, zegt Wijfjes.

Wijbrands deelt de analyse. Er is behoefte aan lokale journalistiek, maar niemand wil ervoor betalen. De markt faalt, ziet Wijbrands. De chef wil graag de discussie aangaan met maatschappelijke partners over een toekomstbestendig financieringsmodel voor de weekbladen, waarin de lokale journalistiek is geborgd, zegt Wijbrands.

Wijfjes: ,,Ook de overheid hecht waarde aan onafhankelijke journalistiek, een kritisch tegengeluid op het door hun gevoerde beleid – ook als het hen soms niet uitkomt. De GGD financiert hier met publiek geld artikelen die zij anderen willen laten lezen.’’

Dat kan ook anders, stelt Wijfjes. ,,De GGD kan ook zeggen: wij geven een weekblad een x-bedrag om onafhankelijke en betrouwbare verhalen te schrijven over het coronavirus. Je scheidt dan de machten en informeert de lezer. Maar ja, dan moet de GGD ook voor lief nemen dat niet alle verhalen die dan verschijnen hen even goed uitkomen’’. Wijfjes denkt dat zo’n werkwijze nog een brug te ver is voor overheidsorganisaties. ,,Ze houden graag de regie.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct