In een week van winter naar lente

Schaatsplezier bij de Waterpoort in Sneek. FOTO NIELS DE VRIES

Februari was een maand van contrasten. Na de eerste strenge vorst in acht jaar volgden de vroegste lentedagen ooit. Van de schaats op de racefiets binnen een week.

Na een vijftal wisselvallige dagen, viel de met veel tamtam aangekondigde vorst op 6 februari in. Dat ging gepaard met sneeuwval, begeleid door een harde oostenwind, waardoor sneeuwduinen ontstonden en het verkeer veel hinder ondervond. Toch viel er in onze provincie minder sneeuw dan verwacht. Schattingen varieerden van maximaal 10 centimeter in het zuiden tot nauwelijks 1 centimeter in het uiterste noorden. De Waddeneilanden kregen pas enkele dagen later door stevige kustsneeuwbuien hun deel.

Er volgde een week lang onvervalst winterweer, waarbij het op veel plaatsen voor het eerst sinds januari 2013 weer eens meer dan 10 graden vroor. Dat leidde ondanks het meestal matige ijs tot veel schaatsplezier. De vorst hield het echter maar acht dagen vol en met een koudegetal van ruim 30 (de som van alle etmaalgemiddelden onder nul zonder minteken) was het uiteindelijk maar een heel modale vorstperiode, die een halve eeuw geleden totaal niet zou zijn opgevallen.

Op 15 februari dooide het en daarna ging het hard. Een dag later was vrijwel alle sneeuw verdwenen en een week later zaten we met maxima rond 15 graden buiten in de zon. Het hogedrukgebied dat aanvankelijk boven Scandinavië lag en een koude (noord)oostelijke stroming had veroorzaakt, was naar Midden-Europa en de Balkan afgezakt met een zeer zachte zuidelijke stroming als gevolg. Bewijs voor de herkomst van die luchtsoort was het Saharastof dat rond 22 februari de zon vertroebelde.

Voor het eerst sinds januari 2013 vroor het meer dan 10 graden

In de Zuidoosthoek kwam de temperatuur zes dagen op rij (20 t/m 25 februari) boven de 15 graden en op de vliegbasis werden vijf datumrecords verbeterd. Zo vroeg in het jaar was het nog nooit zo warm geweest. Alleen de Waddeneilanden en de zuidelijke Friese IJsselmeerkust bleven door het koude water flink achter. Terschelling kwam net aan 10 graden toe en Laaksum noteerde hoogstens 12 graden.

Oude normaalwaarde

Het Friese temperatuurgemiddelde kwam uit op 2,7 graden. Dat is gelijk aan de oude normaalwaarde, maar ruim een halve graad lager dan de nieuwe normaal van 3,3 graden. Het februari-gemiddelde over de 20ste eeuw bedraagt 2,1 graden. Het koudst was het op Terschelling: gemiddeld 1,9 graden. Drie jaar geleden was februari voor het laatst kouder (0,3). Op de meeste plaatsen werden zes ijsdagen geteld tegen twee normaal en het aantal vorstdagen lag met 11 tot 13 op de normaalwaarde.

Gemiddeld over de provincie viel 40 millimeter neerslag tegen 58 normaal. Het zuidoosten was het natst, maar de verschillen waren niet groot. Het aantal uren zon lag op de vliegbasis met 106 wat hoger dan normaal (94).

De winter (dec/jan/feb) was aan de zachte kant met een gemiddelde van 3,6 graden tegen 3,4 normaal. De vorige twee winters waren veel zachter, die van 2018 was iets kouder. Het provinciale neerslaggemiddelde kwam op 253 mm uit tegen 215 normaal. Sint Annaparochie was met 302 mm de natste plaats, Akmarijp met 219 de droogste. Het totaal van 224 uren winterzon in Leeuwarden is precies gelijk aan de huidige normaalwaarde.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Weer