Friese strijders tegen de slavernij gaven rond 1847 ruime bekendheid aan de misstanden in de koloniën. Friezen die daarna nog profijt trokken uit plantages, sloten dus welbewust de ogen voor dit leed.

Dit is een van de nieuwe inzichten die Barbara Henkes biedt in haar boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân, dat vandaag in de winkels ligt. Het bevat wandel- en fietsroutes langs gebouwen en plekken die een relatie hebben met de grootschalige slavernij in de Nederlandse koloniën.

Friesland vervulde geen centrumfunctie in dit koloniale systeem, maar de Friese bevolking profiteerde er wel breed van mee, schetst Henkes met hulp van andere onderzoekers. Vrijwel alle aangevoerde koffie, thee, tabak, cacao en suiker was immers afkomstig van slavernijplantages. Duizenden Friezen moeten deze dwangarbeid ook zelf hebben gezien toen ze er als soldaat, ambtenaar of schipper naar toe reisden.

Tot slaaf gemaakten

Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 werden de eigenaren - en dus niet de slachtoffers - financieel gecompenseerd door de staat. Heel wat rijke Friese families hadden aandelen in beruchte plantages. Van de beroemde Japan-reizigster Titia Bergsma tot de grietman in Lemmer en de deftigste families in Franeker en Workum: ieder van hen bezat ‘tot slaaf gemaakten’.

Het boek besteedt ook ruim aandacht aan de Friese activisten (abolitionisten), die in de jaren veertig van de negentiende eeuw ten strijde trokken tegen de slavernij. Vanuit christelijke en liberale hoek stelden zij het onrecht vooral in de de Provinciale Friesche Courant aan de kaak. De fanatieke Harlinger predikant Hermanus Voorhoeve zamelde geregeld geld in om mensen vrij te kopen uit de slavernij.

,,Halverwege de negentiende eeuw kon iedereen in Friesland dus weten hoe het er daar aan toe ging’’, stelt Henkes. Toch kregen de abolitionisten nog tot 1863 fel verweer van conservatievere Friezen: vaak aandeelhouders in plantages.

Het boek biedt een inkijkje in het leven van rijke families, wrede zeekapiteins en wonderlijke avonturiers die over de ruggen van dwangarbeiders fortuin probeerden te maken. Het merkwaardigste figuur is oplichter Philip Hendrik Nering, die met zijn Leeuwarder vrouw Georgina Lycklama à Nijeholt in 1793 naar Amerika vluchtte.

Slavernij

Hij had in de Friese hoofdstad een groot bedrag verduisterd en vestigde zich in de Verenigde Staten onder het pseudoniem baron Van Bastrop. Als slavenhouder in Texas bouwde hij later een mooi leven op. Er zijn zelfs verschillende plaatsnamen naar deze misdadiger vernoemd.

De fietsroutes tonen een breed spectrum aan verbanden met het slavernijverleden. De achtergronden van de Molukkers en andere nieuwkomers uit de oude koloniale gebieden komen ook aan bod.

Zaterdag meer hierover.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Geschiedenis
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct