IJsclubs zetten zich schrap: ‘Dochs noch winter’

Eindelijk schaatspret op natuurijsbaantjes ANP

Op de valreep laat Koning Winter toch nog van zich horen. Een paar serieuze vorstdagen zorgen eind deze week waarschijnlijk voor een mooi ijsvloertje in ondergelopen polders en op ijsbanen. Het lijkt erop dat de ijzers toch nog uit het vet kunnen. IJsclubs zetten zich schrap. Een rondje langs de nu nog klotsende velden waar maagdelijke veegmachines klaarstaan om uit te rukken en vierkante rode katers voor zekerheid zorgen: ,,Ik sei tsjin de frou: set mar op de kalinder: 1 maart, iisbaan iepen.’’

Het had niks gescheeld of de baan van ijsclub Winterwille in Wommels had erbij gelegen als een sneu grasveld waar een schaatser niks te zoeken heeft. ,,Wy hienen in probleem’’, zegt Luuk van Ruiten, voorzitter van de club. De Wommelser ijsmeesters besloten net vorige week het water van de baan te laten lopen. Er zat een serieus lek bij de uitloop. ,,It wetter rint dêrtroch ûnder it iis wei’’, legt Van Ruiten uit. En dat is linke soep.

It komt klear

Winterwille besloot, met maart al in zicht op de kalender, om de baan droog te leggen ,,om te sjen wat it euvel is.’’ En net nu piept Koning Winter toch nog om het hoekje. Toen Van Ruiten en zijn medebestuursleden de ‘waarberjochten’ zagen, werd hen al gauw duidelijk dat de kans groot is dat de ijzers toch nog onder kunnen. ,,Doe ha we alles op alles set om it foar elkoar te krijen.’’ IJsmeester Pieter Kamstra groef de uitloop vrij, stortte extra aarde en dichtte zo vakkundig het lek. ,,En no rint er wer fol’’, zegt Van Ruiten uiterst tevreden over het puike werk van zijn ijsmaat. Net op tijd. Langzaam sijpelt het water van de trekvaart naar Bolsward de baan op. ,,Mei in dei as twa, is er wer op peil. Dan moat it efkes ta rêst komme. Mar it komt klear.’’ En als de beloofde Siberische kou de provincie bevriest, dan is de kans groot dat de vierhonderd leden de schaatsen kunnen aantrekken en Winterwille zijn naam toch nog eer aan doet.

'1 maart, iisbaan iepen'

Nee, dan in Wijnaldum . Daar laten ze zich niet verrassen door serieuze vorst. Klaas van der Zee, voorzitter van ijsvereniging Ysmahorn , voelde het dit weekend al. Vanuit zijn huis heeft hij zicht op de ijsbaan. ,,Ik sei tsjin de frou: set mar op de kalinder: 1 maart, iisbaan iepen. Let mar op. Foar in flesse berenburg. It wurdt winter.’’

Hij roept het al een tijdje. ,,Ik bin in soad bûten, dan fielst dat.’’ Bovendien had hij nog een ijzersterke aanwijzing. De rode huiskater. ,,Dy is grau de lêtste tiid. Like breed as heech.’’ Nou, dan weet van der Zee genoeg. ,,Dan wurdt it winter.’’ Geen speld tussen te krijgen. Bij Ysmahorn zijn ze er helemaal klaar voor. Alle materiaal is vorige week getest, net als de verlichting. ,,Alles docht it.’’ Dus als de vorst nou echt even doorbijt en het ijs tot 8 centimeter doorgroeit dan loopt Van der Zee naar het hek van de baan en gooit het zo blij als een kind van het slot. Wijnaldum zou na zeven schaatsloze jaren weer eens in eigen dorp kunnen onderbinden.

'Hjir sitte wy op te wachtsjen'

In Menaam staan ze al net zo te popelen. Wieger Postma, voorzitter van ijsclub De Oanhâlder Wint (DOW), zit naar eigen zeggen: ,,Startklear. Hjir sitte wy op te wachtsjen.’’ Het is vier jaar geleden dat Postma en zijn club in actie konden op de baan midden in het dorp. Van de centen die het korte wintertje opleverde, besloot DOW een nieuwe veegmachine aan te schaffen. ,,Yntyd is de garânsje der ôf, mar dat ding hat noch noait op it iis stien.’’ Postma bedoelt maar: het wordt wel weer eens tijd voor een paar mooie schaatsdagen. Hij heeft al even twee weken vooruitgekeken in de weersverwachtingen. Dat ziet er veelbelovend uit. Bovendien: ,,Piet hat it der ek mar wakker oer. Mar ja 14 dagen is in ein fuort.’’ Postma fietst nu met regelmaat even naar de nog klotsende baan. Zodra het serieus begint te lijken, gooit hij er ‘in belrûnde tsjinoan’ en trommelt al zijn bestuursmaten op om de zaak in orde te maken. Net nog hebben ze alle materiaal, inclusief de maagdelijke veegmachine, tot in de puntjes nagekeken. Die scheert als een zonnetje over de ijsvloer als het zover is.

Postma moet vooral in slappe winters zijn poot stijfhouden. Jeu de boulers uit het dorp doen dan nog wel eens pogingen om de ijsmannen van DOW vroegtijdig de lente in te lokken. Onder het ijskoude water liggen zestien jeu de boulesbanen. ,,Menaam boult simmers om it leven.’’ Postma krijgt nog wel eens de vraag of de boel niet eerder drooggelegd kan worden. Bij De Oanhâlder Wint zijn ze daar niet zo gevoelig voor. Postma: ,,Sokken kinne fan alles roppe, mar dêr geane wy oer. Je sille mar te betiid begjinne, dan ha wy de leden by de doar.’’