Hoofd intensive care UMCG zit in een heel nare droom die iedere dag weer echt blijkt te zijn

Peter van der Voort op het gedeelte van de intensive care (met oefenpop Annie) waar toekomstige patiënten met het coronavirus komen te liggen. FOTO CORNE SPARIDAENS

Peter van der Voort uit Boksum is een kopstuk in ziekenhuisland. Hij lag wakker tijdens het begin van de corona-uitbraak. Nu zit hij er iets geruster bij: ,,Ik denk dat wij helemaal voorbereid zijn.’’

Begin februari had Peter van der Voort uit Boksum een paar woelige nachten. Normaal slaapt hij als een marmot, maar nu even niet. Het leek alsof er een vrachtwagen met donderend geraas op hem afkwam.

Vanaf eind december volgde hij het nieuws over de corona-uitbraak in China nauwgezet. Het virus leek op het SARS1-virus, en vooral op het broertje daarvan, het MERS-virus, een heftige virale infectie die in 2012 in Saudi-Arabië was opgedoken. ,,Mijn eerste gedachte was: dit valt nog wel in te dammen, zoals dat met SARS en MERS ook is gelukt.’’

Van der Voort (55) is geen kleine jongen in ziekenhuisland. Hij is professor, doctor, klinisch epidemioloog, hoofd van de afdeling intensive care van het Universitair Medisch Centrum Groningen, hoogleraar health care en hoogleraar intensieve zorg aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Je zou denken: zo’n coronavirus is een kolfje naar zijn hand. Maar Van der Voort voelde niks van vaktechnische opwinding. In februari rolden uit Noord-Italië alarmerende berichten binnen. ,,Ik dacht: o jee, nu wordt het serieus. Ik zei dat tegen mijn vrouw en ze zei: ‘Je ziet het een beetje somber. Zo ken ik je niet’. Maar dit voelde anders.’’

Wakker

Het kan zo gek niet gaan of hij kan de slaap goed vatten. Hier lag hij echt even wakker van. ,,Ik zit helemaal niet te wachten op dit soort zaken. Vakinhoudelijk is dit natuurlijk een inhoudelijke uitdaging, maar mijn devies is altijd: zo min mogelijk ziek en zo gauw mogelijk beter.’’

Hij begon scenario’s door te rekenen en vroeg zich af wat het zou betekenen voor de intensive care mocht dit virus in Nederland doorbreken. Onderzoek doen, waarschijnlijkheden berekenen, Van der Voort is ervoor opgeleid.

Hij kreeg zijn informatie van vakgenoten via sociale media en nieuwsbrieven. De berichten uit China wezen op een virale infectie die ernstige longproblemen kon geven. ,,Het ziektebeeld dat Covid-19 geeft kennen we op zich heel goed. We weten hoe we moeten beademen. Maar het gaat om de massaliteit. Die heeft ons verrast.’’

,,Het virus kan zich betrekkelijk makkelijk verspreiden en veel patiënten worden beademingsbehoeftig. De uitdaging is voornamelijk organisatorisch, om die piek te kunnen verwerken. Zelfs als je zou kúnnen spreiden in de tijd, dan nog heb je een heel grote groep te gaan voordat je de groepsimmuniteit hebt bereikt.’’

Alarmbellen

Niet iedereen had meteen in de gaten dat zo ernstig zou worden. Bij een flink aantal dokters, ook in zijn eigen ziekenhuis, moest ,,het urgentiegevoel zich nog ontwikkelen’’. In de ic-wereld gingen de alarmbellen evenwel af. Onder aanvoering van Van der Voort werd in het UMCG de mobiliteit verminderd, afspraken werden verzet of uitgesteld.

Van der Voort rekent op zijn vingers terug naar die woelige nachten van begin februari. ,,Dat is maar vijf weken geleden! Het lijkt een eeuwigheid.’’

Het UMCG beschikt over 36 intensive care-bedden. In de tweede week van februari had hij een gedetailleerd plan klaar om de capaciteit op te schroeven naar tachtig, negentig, misschien wel honderd bedden. Als we elkaar spreken, op woensdag 18 maart, liggen er op zijn ic nog nul corona-patiënten. Eén ligt elders in het ziekenhuis.

Noord-Nederland is ,,uitzonderlijk’’ ten opzichte van de rest van Nederland. Dat komt deels doordat we hier een week eerder krokusvakantie hadden en er minder besmettingen werden meegenomen uit Noord-Italië waar de opmars toen nog moest beginnen, en deels omdat Noord-Nederland minder carnavalsvierders telt.

,,We kunnen hier nog een ander beleid voeren. We sporen actief besmette mensen op, isoleren hen en doen contactonderzoek. Dat kunnen we voortzetten zolang het behapbaar is. En dat willen we zo lang mogelijk volhouden.’’

Vertragen

Het coronavirus zal Noord-Nederland beslist niet voorbij gaan. ,,Het enige dat we kunnen doen is proberen te vertragen. Die vertraging geeft ons de gelegenheid om iedereen in een soort van normale situatie zorg te bieden.’’

Aanvankelijk dacht Van der Voort dat de piek hier in de laatste week van maart zou komen. Nu denkt hij dat het ergens in april zal zijn. ,,Ja, dat willen we heel graag. Zodat we iedere patiënt een reële kans kunnen geven.’’

‘s Ochtends krijgt hij een update en een grafiek van de ic-vereniging over de ontwikkeling van het aantal ic-patiënten. Landelijk komen er iedere drie dagen ongeveer twintig of dertig ic-patiënten bij.

De afgesproken Haagse maatregelen om de verspreiding te voorkomen lijken hem adequaat. ,,Ik denk dat ze heel verdedigbaar zijn, maar we weten pas over een week of twee of ze ook daadwerkelijk voor vertraging zorgen. Niemand weet het zeker, want we hebben dit nooit eerder meegemaakt.’’

Geld

Nederland heeft weinig ic-bedden in vergelijking met landen om ons heen. Dat wreekt zich nu. Het is deels een kwestie van geld; een ic-bed kost een ziekenhuis tussen de 800.000 en 900.000 euro per jaar, inclusief personeel, gebouw en medicijnen.

Zo’n laag aantal hoeft niet per se verkeerd te zijn, legt Van der Voort uit. ,,De Nederlandse zorg is buitengewoon efficiënt georganiseerd. Van oudsher kijken we hier heel goed wie welke zorg nodig heeft. We gaan in gesprek over wat nog zin heeft in het leven om te doen. Patiënten en medici zijn daar open in. Dat is niet in alle landen zo.’’

De beroepsgroep heeft meermaals gevraagd om meer bedden. ,,Maar iedereen beseft tegelijkertijd dat zorgverleners ook een maatschappelijke verantwoordelijk hebben. Alles wat je aan de zorg uitgeeft kun je niet aan onderwijs uitgeven. Of aan nieuwe wegen. We realiseren ons dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Je moet keuzes maken. Nou goed, daar is deze balans uitgekomen.’’

In normale tijden is er op de intensive care-afdelingen precies voldoende plek. Covid-19 gooit roet in het eten. ,,Als deze periode voorbij is moeten we eens goed met elkaar om tafel zitten. We moeten een model vinden om bij nood makkelijker ic-bedden te kunnen bijplaatsen. Dat zou mogelijk moeten zijn.’’

De apparatuur is niet het grootste probleem, de beperking zit in het aantal ic-verpleegkundigen. In ziekenhuisland wordt dat nu tijdelijk opgelost door oud-collega’s op te roepen of verpleegkundigen van andere afdelingen te halen. Zij kunnen de basale zorg uitvoeren, zoals patiënten wassen of infusen aansluiten.

Crisisdienst

Op 30 maart gaat de crisisdienstregeling in op de intensive care-afdeling in het UMCG. Alle verloven zijn ingetrokken en iedereen gaat gemiddeld voor 96 procent werken. ,,Ik denk dat wij helemaal voorbereid zijn. Maar als het nóg groter wordt, en als die honderd bedden tekortschieten, dan krijg ik weer pijn in mijn buik.’’

Van der Voort ziet in Italië de hartverscheurende taferelen. ‘Zijn’ afdeling in Groningen telt bijna driehonderd mensen. Hij maakt zich zorgen over zijn personeel en is al bezig met nadenken over nazorg voor dokters en verpleegkundigen als de ergste uitwassen eenmaal voorbij zijn.

,,Beroepsgenoten in Italië barsten in huilen uit. De sector wordt overvallen door het enorme aantal oudere en jongere patiënten. Dat is een traumatische situatie, dat is het ergste wat je als zorgprofessional kan overkomen: dat je mensen niet beter kunt maken in een setting die je overvalt. Dat er mensen sterven terwijl er geen familie bij kan zijn. Als we hier in Italiaanse toestanden geraken, dan gaan er posttraumatische stress disorders uit ontstaan. Dat gaat mensen heel diep raken.’’

Bovendien zijn er ,,best wel veel’’ zorgverleners die ook zelf worden geïnfecteerd. Dinsdagavond opende Van der Voort voor zijn werknemers een livestream. Ze konden vragen stellen. Afgelopen weekeinde deed hij dat ook, samen met de hoofdverpleegkundige.

Malariamiddel

Wetenschappers zijn gewend om vanuit feiten te werken. Het Covid-19-virus waart zo razendsnel rond dat er geen tijd is te verliezen. Nederlandse patiënten krijgen medicijnen ,,waarvan we dénken dat ze mogelijk werken’’. Zoals chloroquine, een anti-malariamiddel dat breed wordt ingezet. ,,We weten dat de bijwerkingen hiervan gering zijn.’’

Er worden antivirale middelen toegediend uit de aidsbestrijding. ,,Maar het is de vraag of we met de toediening op tijd zijn als patiënten heel ziek binnenkomen.’’

Het is volstrekt bevreemdend om zo te moeten werken. ,,Geen idéé of het werkt, of het zinvol is of dat het zelfs schadelijk is. Géén idee. We kijken heel goed wat er landelijk gebeurt. En we doen het met elkaar, in goed overleg, ook regionaal.’’

Op zijn vroegst in de zomer van 2021 kan er een vaccin tegen Covid-19 beschikbaar zijn. ,,Dat wordt de uitdaging, om dat snel grootschalig te kunnen produceren zodat je binnen een aantal maanden een groot deel van de Nederlandse bevolking kunt vaccineren. Daaraan wordt heel hard gewerkt.’’

,,Weet je, we weten gewoon zó weinig. Het enige referentiekader dat we hebben zijn de getallen uit China en Italië. Daar zijn de sterftecijfers veel hoger dan bij influenza. De klinische beelden zijn heftig. Dus: dat er in Nederland door corona meer sterfte komt dan door influenza, dat lijkt mij zeker. Maar of de getallen ook werkelijk zo hoog zullen zijn als sommigen schatten, dat weet ik niet.’’

Nare droom

De ochtenden van Van der Voort voltrekken zich in dezelfde volgorde. ,,Het eerste wat ik denk als ik wakker word is: was dit nou een heel nare droom?’’ Het blijkt iedere dag weer echt te zijn.

Om kwart voor acht stelt hij zich in het UMCG op de hoogte van het nieuwste nieuws. Om half negen is er overleg met de collega-intensivisten in Noord-Nederland. Om half tien is er overleg over de capaciteit in het ziekenhuis. Om één uur overlegt het Covid-19-kernteam. Tussendoor loopt hij langs de ic-bedden en rijgen allerhande actuele ontwikkelingen zich aaneen. Pas om elf uur ’s avonds kan het licht weer uit.

Van der Voort zit er vandaag iets geruster bij dan eerdere dagen. Het aantal ic-opnames van de afgelopen nacht viel hem niet tegen. ,,Ik vind dat de opgaande lijn iets vlakker was. Het loopt minder steil op dan ik had verwacht en ook minder steil dan in Italië.’’ Het zegt weinig, benadrukt hij. ,,Dit is gewoon een heel spannende tijd. Voor iedereen.’’

Thuis, in Boksum, heeft hij een vrouw en drie kinderen. Vanaf het prilste begin drukte hij hen op het hart om alert te zijn en zo min mogelijk sociale contacten te hebben. ,,Ik wil liever niet dat ze dit virus oplopen. Al ben ik in het gezin misschien zelf wel de grootste risicofactor.’’

Kwetsbare familieleden adviseerde hij zich te onthouden van sociale contacten, nog ver voordat Den Haag met soortgelijke oproepen kwam. ,,Ze dachten: het zal allemaal wel. Maar ze wisten ook dat ik dat niet zo maar zeg.’’

Even niet

School, werk, supermarkt en verder even niet. Het beleid van sociale onthouding en dichte scholen noemt hij ,,verdedigbaar’’. Uiteindelijk zal naar schatting 60 procent van de Nederlandse bevolking het coronavirus krijgen en dit najaar keert het onverbiddelijk terug. ,,Dus moeten we goed zijn voorbereid voor de komende winter.’’ Mogelijk krijgt Covid-19 een vaste plek in onze jaarlijkse griepgolven.

Zondagochtend, na talloze hectische dagen, hoorde hij van zes besmette collega’s van het UMCG. Van der Voort trok zijn hardloopschoenen aan en ging rennen. Hij moest het hoofd leegmaken.

,,Het kan zijn dat al onze maatregelen niet voldoende zijn. Met die onzekerheid moeten we even leven. We hebben betrekkelijk weinig grip op de zaak en dat zijn we niet gewend. Dat is wel een dingetje. Het is heel spannend, voor heel veel mensen. En ik ben heel benieuwd wat dit doet met de samenleving.’’

Eerste Kamer

Op 4 februari werd Peter van der Voort beëdigd als lid van de D66-fractie de Eerste Kamer. Hij volgde Alexandra van Huffelen op die staatssecretaris werd op het ministerie van Financiën.

Zijn installatie was in dezelfde week als die slapeloze nachten door dat oprukkende virus. Van der Voort heeft amper van zijn senatorschap kunnen genieten. De Eerste Kamer schrapte alle zittingen tot 6 april en is alleen beschikbaar voor noodwetgeving.

Hij kijkt uit naar hervatting, al is het maar om met een andere blik naar de wereld te kunnen kijken. ,,Als politicus bekijk je de zaken vanaf een hoger abstractieniveau. Ik vind het belangrijk dat ik niet alleen de C van corona op mijn bureautje heb staan.’’

Zijn gezin zit deze week noodgedwongen thuis. Rondom hoort hij verhalen over mensen die zich stierlijk beginnen te vervelen. Lachend: ,,Had ik maar een ander vak gekozen. Dan zat ik nou naast mijn boekenkast en trok ik er boeken uit die ik al die tijd niet heb kunnen lezen. Of ik ging lekker in de tuin werken.’’

Dat komt later. Eerst is het wachten op de storm. Rustig blijven, je niet gek laten maken. Hij zag films over pandemieën en had nooit gedacht zelf in iets soortgelijks verzeild te raken. ,,Het is echt overwhelming . Goh ja.’’

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Coronavirus