Het was raak. Meteen. In juni 1973 klom biologieleraar Johan de Jong 12 meter hoog in een boerenschuur in Beetsterzwaag naar een nest met vijf jonge kerkuilen. Verbaasd, met geknepen ogen in hartvormige gezichtjes, pluizige haren op de kop, keken ze hem aan. Het was een blikseminslag, een coup de foudre.

Dé kerkuilen-autoriteit van Nederland zet filterkoffie en presenteert zelfgebakken appeltaart. Op tafel in zijn werkkamer ligt het boek De Zeearend , van Nienke Beintema. Johan de Jong (80) heeft het bijna uit.

Begeesterd vertelt hij over de passage waarin Beintema beschrijft hoe ze op een rots lag uit te rusten toen er een zeearend naast haar landde. Het dier dacht even dat ze een kadaver was.

,,In geweldich boek’’, vindt De Jong. Vooral het laatste hoofdstuk laat hem niet los. ‘Ik droom van uitgestrekte moerassen vol bevers, zwarte ooievaars en zeearenden’, schrijft Beintema. ‘Ik droom van gebieden waar natuur écht natuur mag zijn, ook zonder verplichte economische nevenfunctie. Gaan we dat ooit beleven in Nederland?’

Of Johan de Jong zich zorgen maakt over de stand van de natuur? Korte stilte. Hij kan niet meer naar films over het Amazonegebied kijken, bekent hij. De gedachte aan de illegale houtkap doet bijna fysiek pijn.

‘Ik bijt’

En praat hem niet van de handel in roofvogels en roofvogelshows. In 2006 stapte hij op verzoek van de politie een dierenwinkel in Leeuwarden binnen. Middenin de zaak, onder een felle lamp, zat een kerkuil op een paaltje. Er stond een bordje bij met de tekst: ‘Pas op ik bijt’.

,,Freeslik. Sa ûnnatuerlik as wat.’’ Wat hij zag? ,,Och.’’ Helderblauwe blik vanachter zijn brillenglazen. Het waarschuwingsbordje alleen al zei genoeg.

In het wild zijn kerkuilen niet agressief. Veel liever kruipen ze weg en bovenal zijn ze schuw. Als ze boven in een boerenschuur wonen en de boer des huizes de stal betreedt, kijken ze even naar beneden, de ogen op spleetjes. ,,Mar kom ik binnen, of in oar, dan ferdwine se onmiddellijk .’’ Ze gaan hun nestkast in of verstoppen zich achter de balken.

En hier zat eentje vastgebonden aan een paal onder een felle lamp terwijl uilen het duister verkiezen. Foute boel. ,,Ik seach it daliks.’’

Is de kerkuilen-expert meteen daarna vertrokken omdat hij er beroerd van werd, net als van die films over het vernielde Amazonegebied?

,,Och’’, zegt hij weer. Dit keer berustend bijna. Er zijn zoveel ongelukkige roofvogels in gevangenschap. Maar tijdens de rechtszaak tegen de dierenhandelaar werd hij opgeroepen als getuige en kon hij de rechter vertellen dat kerkuilen een kooi van minstens 10 meter lang en 4 meter hoog nodig hebben, zodat ze kunnen vliegen.

Het werd een basisvereiste. En niet lang daarna werkte hij mee aan de lancering van een campagne van roofvogel- en uilenwerkgroepen met de titel Uilen zijn niet voor de show.

Oehoe in box

,,Sjoch.’’ De Jong bladert door zijn standaardwerk De Kerkuil . Op bladzijde 126 staat een foto van een oehoe in een kinderbox op de markt in Schagen, tijdens een roofvogel- en uilenshow.

Voor 25 euro ,,of sa’’ mochten mensen daar ook een kerkuil vasthouden ,,en dan kamen se op de foto’’. Puur misbruik van dieren, zegt de uilenkenner. ,,Stressfol en abnormaal. Te gek om los te rinnen.’’

De vogels zitten het grootste deel van de tijd in een kleine kooi, of zijn vastgebonden aan een blok, en als ze het hun tijd is moeten ze kunstjes doen in een onnatuurlijke omgeving, midden tussen de mensen.

Het is big business , nog steeds. ‘Laat uw trouwring aanvliegen door een oehoe of woestijnbuizerd’, adverteert een roofvogel-showbedrijf wervend op internet. En voor werknemers en bazen: ‘Leer samenwerken, communiceren en leidinggeven met onze vogels.’

Korte stilte aan de keukentafel in Beetsterzwaag. ,,It ferfelende is dat minsken dy shows en de fûgels hiel moai fine.’’ Maar ze staan er niet bij stil wat de optredens voor de dieren betekenen.

Hij herinnert zich een grote tentoonstelling, jaren geleden al, van It Fryske Gea. Er deden allerlei natuurorganisaties mee en hijzelf stond er ook met een standje van de Nederlandse Kerkuilenwerkgroep.

Droog: ,,Der kamen net safolle minsken.’’ Maar ineens stommelde een dichte massa langs de kraampjes. De mensen liepen zonder te kijken voorbij, ze koersten af op een aangekondigde roofvogel- en uilenshow. ,,En dêrnei streamde eltsenien it gebou wer út.’’ Niemand wierp een blik op de informatie die klaarlag.

Mild: ,,Dat is it, hè?’’ Na afloop nam De Jong daarom contact op met toenmalig Fryske Gea-directeur Ultsje Hosper die beloofde dat er nooit meer roofvogelshows bij zijn organisatie zouden worden gehouden. ,,It wie gewoan ûnkunde.’’ En nee, op zo’n moment wordt hij niet boos. ,,No net mear. Mar froeger wol. Froeger wie ik feller.’’

Boos

Is het de leeftijd? ,,Miskien.’’ Maar boos worden levert niks op, denkt hij. ,,It iennichste dat helpt is publisearje en fertelle hoe’t it echt yn elkoar sit.’’

Hij deed niet anders, als kerkuilenonderzoeker en biologieleraar. Johan de Jong begon vlak na de kweekschool en het behalen van een akte biologie met lesgeven op het Voortgezet Gewoon Lager Onderwijs (VGLO), daarna werd hij leraar op het Drachtster Lyceum.

Of hij allemaal zaadjes in hoofden heeft geplant? Zacht lachje: ,,Ja net allinnich oer de biology, benammen oer de natoer.’’ Meestal vertelde hij twee lesuren lang. Je hoort vaak dat kinderen niet langer dan zes tot acht minuten kunnen luisteren maar bij hem was het stil ,,fan it begjin oant de ein’’.

En als het even kon ging hij met zijn klassen naar buiten. Soms trokken ze om vijf uur ‘s ochtends al het land in. Ook hing hij lijsten met vogelwaarnemingen in het lokaal waarop de namen werden genoteerd van de kinderen die de vogels hadden gezien. Hij leerde zijn pupillen kijken, luisteren, observeren.

En andersom werd hij ook geïnspireerd. De blikseminslag in zijn hoofd, toen hij voor het eerst vijf jonge kerkuilen zag, werd in gang gezet door een van zijn scholieren. Twee kerkuilen nestelden achter het ûleboerd in de stal van de familie Poppinga in Beetsterzwaag. Wilde Johan (,,se neamden my noait menear’’) de kuikens misschien ringen?

Pluizige koppen

Kerkuilen waren zeldzaam in die tijd. Friesland telde hooguit zes tot acht broedparen. Dus daar ging Johan de Jong, na schooltijd, zonder ladder, over de hanenbalken 12 meter de lucht in. Over de rand van het nest keek hij in vijf pluizige, hartvormige koppen.

De rest is geschiedenis. Hij had het afstudeeronderwerp voor zijn studie biologie aan de universiteit in Groningen gevonden.

Beetje bij beetje schoof hij een ladder met daarop een schuiltent in de stal van boer Poppinga naar het nest. Omdat hij de dieren beslist niet wilde verstoren, duurde het twee weken voordat de tent goed stond.

Het eerste jaar bracht hij er veertig nachten in door, het tweede jaar vijftig. Roerloos wachtte hij, voor alle zekerheid vastgebonden zodat hij niet naar beneden kon vallen, op de ouders die prooien brachten. Als ze weer weg waren klom hij met een koplamp op zijn hoofd naar de kuikens om te kijken wat er op het menu stond.

Hij pakte de muizen kort van de jongen af, om te bekijken wat voor soort het was, legde de buit langs een meetlint en op een weegschaaltje en gaf het lekkers daarna weer terug aan de blazende kuikens. Zo deed hij het alleen in het begin, legt hij uit. Later had hij genoeg aan de braakballen, ieder kuiken spuugde er ‘s nachts een uit.

En met zijn kennis over de kerkuilen groeide de bewondering. Vijf jaar lang probeerde hij bijvoorbeeld samen met zijn vriend Jan Koopmans hectometerpaaltjes in de berm langs de snelwegen uil-onvriendelijk te maken.

Hij kwam op het idee omdat in vijf, zes jaar tijd langs de snelweg bij Beetsterzwaag meer dan dertig kerkuilen waren gesneuveld. Ze werden doodgereden omdat ze op de paaltjes neerstreken en vanaf daar op muizen joegen. Maar het duurde tot 2014 voor ze de uilen te slim af waren. Pas het 22ste paalmodel voldeed.

Slimme dieren

De kerkuilen in vogelopvang De Fûgelhelling waarmee ze de modellen uitprobeerden, pakten bijvoorbeeld het draaipunt van een rollend buisje op de paaltjes klemvast. En een knutselwerk met een draad, van een duivenbestrijder in Den Haag die het klusje wel even zou klaren? ,,Dêr maalden se net om.’’ Of hij bewondering had voor de slimme dieren? ,,Jaaaa. Mar eltse kear tochten we ek: ferhip, no is it nóch net goed.’’

Nu staan er langs veel Nederlandse snelwegen uilwerende hectometerpaaltjes. En ter compensatie zijn op 5 meter afstand van de rijbaan speciale uilenpalen neergezet zodat de nachtvogels toch nog in de bermen kunnen jagen.

Want als er in het veld weinig voedsel te vinden is, foerageren de dieren langs de weg. Dat doen ze fladderend, zwevend in de vlucht of hippend van de ene naar de andere paal. Ondertussen luisteren ze waar de muizen zitten. Kerkuilen zien net als mensen heel weinig in het donker, maar ze kunnen muizen onder de grond horen kruipen en ook als er eentje aan een grasspriet knaagt, vangen ze dat op.

De kerkuilexpert met een genietend lachje: ,,Myn gehoar is hartstikke slecht . Echt hiel slecht.’’ Maar de trilhaartjes in de oren van kerkuilen gaan nooit kapot. Als ze slijten groeien ze terug. ,,Ik woe dat ik sokke earen hie.’’

,,O ja.’’ Er valt nog heel veel over uilen te leren. Hij zou heel graag nog eens de territoriumgrootte willen vaststellen. Maar ja. Hij is 80... Als hij nu 12 was, of 16. Zou hij dan precies hetzelfde leven weer kiezen? Pertinent: ,,Ja. Ja.’’ Waarschijnlijk zou hij dan meteen biologie in Groningen gaan studeren. Of nee. Hij weifelt. Hij had het contact met zijn leerlingen op de middelbare school nooit willen missen.

Pensioen-droom

Na zijn pensioen droomde hij langer dan een jaar iedere nacht over lesgeven. ,,Allinnich mar positive dingen.’’ Steeds weer. ,,En dat haw ik noch wol.’’ Dan droomt hij dat hij zijn leerlingen meeneemt op excursie. Of dat ze werkstukken voor hun examen moeten maken.

Op veel andere scholen maakten eindexamenkandidaten allemaal een werkstuk over het leven in slootjes. Maar de pupillen van Johan de Jong verdiepten zich in hun eigen kippen, in de hond des huizes die jonkies kreeg of in de haardossen van familieleden.

En ineens herinnert hij zich dat hij een paar jaar achter elkaar in Havo 4 ook het boek Silent Spring van Rachel Carson behandelde. Het stond niet in het examenprogramma maar hij vond de boodschap belangrijk. ,,Wat Carson sei, komt no hielendal út.’’

Het wordt stiller in het land, merkt hij, en nu hoort hij geregeld dat boeren aan perceel-randen-beheer willen gaan doen, om insecten, vogels en andere dieren meer kansen te bieden. Maar in 1976, 1977 en 1978 pleitte hij al voor zulke ruige kruidenrijke randen. Hij deed er nota bene, met behulp van boeren, studenten en zijn leerlingen van het Drachtster Lyceum nauwlettend onderzoek naar.

Als er in het achterland meer te vangen valt, en ze langs boomwallen, ruige perceelranden en heggen kunnen jagen, zijn de kerkuilen niet meer aangewezen op de wegbermen waar ze sneuvelen in het verkeer. ,,Mar ja’’, zegt De Jong. Toen hij jaren geleden al ijverde voor een betere muizenstand in het achterland zuchtten de boeren net onder een muizenplaag. Niemand zat op zijn boodschap te wachten.

Te veel

De natuur wordt in veel opzichten als een probleem gezien, merkt hij. Er zijn te veel muizen, te veel ganzen, te veel predatoren en nu weer moet er een wolvenhek komen. Voor het eerst echt fel: ,,Dat stek tsjin de wolf is sa absurd as mar kin. Dat is grutte kolder. It is ûnmooglik om de wolf achter in hikke te hâlden.’’ Overal moeten immers openingen zijn en als ze geen opening vinden graven ze er wel onderdoor.

Denkt de mens dat hij alles beheersen moet? De uilenkenner en oud-biologieleraar knikt. ,,Mar dat kinne we net. En ûndertusken binne wy de haadoorsaak dat alles sa misgiet.’’

Johan de Jong probeerde daarom in zijn lessen, met zijn kerkuilen-onderzoek, en met zijn natuurrubriek op Omrop Fryslân die hij 36 jaar vulde, kennis van de natuur te verspreiden.

Twee weken geleden nam hij afscheid van de radio, maar thuis gaat nog geregeld de telefoon. Dan willen mensen vertellen dat ze een nachtegaal hoorden zingen. Of ze sturen hem een foto van een vogel waarvan ze de naam niet weten en dan ziet Johan de Jong dat het een spreeuw in winterjas is met allemaal spikkels erop. ,,Is dit een notenkraker?’’, vraagt de afzender dan. Pret in zijn stem: ,,Dan sis ik: ‘Nee dat is een protter yn winterkleed’.’’

Zijn blik dwaalt af, naar het boek van Nienke Beintema op tafel. Echt een goed boek, zegt hij opnieuw. Vooral de laatste hoofdstukken over het belang van biodiversiteit. Toen hij die las dacht hij: ja zij is jong en ze slaat de spijker op zijn kop. ,,Ik tocht: dit moat elkenien lêze, dit kin ik moai foar de radio... O nee, ik ha gjin radio mear.’’

Nog steeds heeft hij heel sterk de behoefte om dingen die hij leest, of als nieuw beschouwt, te delen.

Hij loopt naar de boekenkast en pakt Een handleiding voor beschermers . Hij is het boek aan het herzien. Er is nog zoveel te doen. En hij heeft al zoveel gedaan. De Kerkuilen Werkgroep Nederland, waarvan hij tot vorig jaar voorzitter was, telt nu 23 werkgebieden en overal in het land hangen nestkasten. Hij zal het zelf nooit zeggen, maar hij was een van de eersten die de kasten propageerde.

Toen De Jong door de kerkuilen gegrepen werd waren de dieren in Nederland bijna uitgestorven. Nu zijn er weer 3000 broedparen. Voor het overgrote deel dankzij zijn inspanningen. Hij corrigeert: ,,En de ynspannings fan oaren.’‘

Dan komt het gesprek weer op het veldwerk waarbij hij niet alleen biologiestudenten maar ook zijn leerlingen van het Drachtster Lyceum inschakelde. Met vallen vingen ze levende muizen, om de groeiende muizenstand in een nieuwe corridor tussen een boomwal en een bosje in Noardburgum te monitoren.

Dwergmuizen zijn zo tam als wat, zegt hij. Op een gegeven moment verdween er een in zijn mouw. ,,Dy kaam der oan de oare kant wer út.’’ Toen hij het diertje vastpakte vouwde het sierlijk zijn staart om zijn vinger. ,,Prachtbisten.’’

Maar bosmuizen? ,,Dy binne sa wyld as wat.’’ Op een dag rende er een in de mouw van een leerling waarna hij in de nek van de scholier begon om te bijten. De puber stond in het veld te dansen. O ja, de lessen van Johan de Jong gingen veel verder dan theorielessen alleen. De biologieleraar tevreden: ,,Soks ferjitte se noait wer.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Natuur en milieu
Dieren
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct