'Wat voor kabinet ook, een Friese horzel in Den Haag is belangrijk', zei Joop Atsma ooit. Maar vervelend steken, dat doet de Friese politiek momenteel even niet.

Hoe 'typisch Fries' een bestuurlijke zwakte werd

'Wat voor kabinet ook, een Friese horzel in Den Haag is belangrijk', zei Joop Atsma ooit. Maar vervelend steken, dat doet de Friese politiek momenteel even niet. FOTO SHUTTERSTOCK

Friesland staat slecht op de kaart in politiek en bestuurlijk Den Haag. We missen straatvechters met gewiekste streken. Een verhaal over hoe ‘typisch Fries’ een bestuurlijke zwakte werd.

Friezen, zegt oud-staatssecretaris Els Veder in het boek De Friese maffia , zijn niet goed in het behartigen van hun eigen belangen. ,,Ze zijn geen goede lobbyisten. Ze zijn eerlijk en leveren geen streken. Dat moet je dan soms door anderen laten doen.’’

Els Veder, inmiddels 98 jaar oud, kon het weten. Ze was in 1967 het eerste Friese vrouwelijke Tweede Kamerlid en klom in 1978 op tot staatssecretaris in het kabinet-Van Agt. In haar latere jaren maakte ze zich sterk voor wat nu Medisch Centrum Leeuwarden heet.

Friezen gaan door voor eerlijk en recht door zee. Stijfkoppig soms. Maar zijn die eigenschappen voldoende om in het huidige poldermodel te gedijen? Veder omschreef het als volgt, aan het einde van de vorige eeuw: ,,Friezen overvragen niet, terwijl dat bij onderhandelingen handig kan zijn. Ze moeten ook niet zeggen dat ze achterlopen, maar zorgen dat ze hun rechtmatig deel krijgen.’’

Het is de kern waar dit verhaal om draait.

loading

Friese staatsmannen

O, wat een staatsmannen heeft Friesland voortgebracht! Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Pieter Jelles Troelstra, Pieter Sjoerds Gerbrandy, Jelle Zijlstra, Anne Vondeling, Wim Duisenberg.

Ze stonden aan de wieg van het Nederlands socialisme of leidden Nederland in het geval van ARP’er Gerbrandy als premier zonder parlement door de moeilijke jaren van de Tweede Wereldoorlog. Ze verdienden standbeelden en een vaste plek in de vaderlandse geschiedenis.

Het rijtje namen werpt de vraag op of er zoiets bestaat als een Friese manier van politiek bedrijven. Wat hadden deze mannen met elkaar gemeen?

Pieter Sjoerds Gerbrandy is het meest sprekende voorbeeld. De besnorde advocaat trok naar de Randstad en bracht de oorlogsjaren samen met koningin Wilhelmina door in Londen. ,,Gerbrandy heeft zijn hele leven nee gezegd’’, zegt zijn politieke tegenstander Jaap Burger in de biografie Eigen meester, niemands knecht van Cees Fasseur.

Gerbrandy was ondanks zijn on-Friese lengte van 1 meter 61 een man van stavast. ,,Hij zei nee als calvinist tegen het wereldse. Nee tegen zijn partijleider Colijn, de grootkapitalist. Nee tegen zijn partij toen hij voor de oorlog het ministerschap aanvaardde. En op het meest cruciale moment in het bestaan van Nederland heeft hij nee gezegd tegen Hitler en zijn trawanten. En hoe! Daarmee is hij tot historische onsterfelijkheid gekomen.’’

Fasseur geeft in de biografie een omschrijving van het Friese volkskarakter zoals dat volgens hem in elkaar steekt: ,,Een sterk ontwikkeld individualisme, doorzettingsvermogen, vrijheidszin en emotionaliteit. De boerenzoon uit Goënga paste met zijn leergierigheid, vasthoudendheid en eigenzinnigheid in dit profiel, zij het dat hij zijn emoties doorgaans niet uitte.’’

oDe emoties van Gerbrandy bleken later een grote zwakte. In 1948 gingen ze met hem op de loop. Uit onvrede met het beleid rond Nederlands-Indië hintte Gerbrandy in besloten kring naar de mogelijkheid om de regering gewapend af te zetten.

Gerbrandy vertoont hierin een verrassende parallel met Pieter Jelles Troelstra, de voorman van de SDAP. Ook met Troelstra gingen de emoties op de loop. Hij riep in 1918 tevergeefs op tot een revolutie. Ook Troelstra greep mis.

Jelle Zijlstra, de knappe professor die in 1953 minister van Financiën werd, wordt in het promotieboek Jelle zal wel zien van Jonne Harmsma omschreven als een man met ,,stugge Friese harsens’’.

Zijn opvolger Wim Duisenberg was weliswaar iets flamboyanter van geest, maar ook Duisenberg bleef net als al die anderen zijn leven lang verlangend dromen van it heitelân. En over emotie gesproken: als voorzitter van de Europese Centrale Bank probeerde Duisenberg de beeltenis van een kievit te krijgen op een nieuw bankbiljet van 1000 euro. Het mislukte.

Te vaak van binnenuit

Als er zoiets bestaat als de door Cees Fasseur omschreven Friese volksaard, dan moet er ook zoiets als een Friese bestuurscultuur bestaan. Henk Postma uit Grou was meer dan tien jaar lobbyist voor Noord-Nederland in Den Haag. Hij ontwaarde duidelijke verschillen tussen de bestuurscultuur in Friesland en die daarbuiten. ,,Friezen binne bêst ambisjeus, mar se redenearje te faak fan binnenút.’’

Het is een kwestie van houding en gedrag. Friezen zijn degelijk. Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar als je iets voor elkaar wilt krijgen in het huidige politieke krachtenveld is dat volstrekt onvoldoende. ,,Dêr hast strjitfjochters nedich.’’

Friezen komen naar Den Haag met een gedegen plan. Ze omschrijven hun doel, de uitwerking en de risico’s, dienen hun plan netjes in en denken vervolgens ‘Wie kan hiertegen zijn?’ In het Zuiden gaat dat anders. Daar roepen ze eerst iets, met veel bombarie. En komen ze later wel een keer met een inhoudelijke onderbouwing.

Postma noemt de gewenste versnelling van de treinreistijd van Noord-Nederland naar de Randstad een treffend voorbeeld. Daarover wordt al 25 jaar gepraat. ,,Mar per saldo bart der neat.’’ Terwijl de metropool-regio Randstad het kabinet keer op keer en schijnbaar moeiteloos miljoenen uit de zak weet te kloppen voor het ene na het andere dure infrastructurele project.

Of neem die bruggen bij Kornwerderzand. ,,Wát in ellinde! En it is noch hieltyd plak- en knipwurk.’’ Wat Postma betreft past er maar één beschrijving bij de Friese bestuurscultuur. ,,Wy Friezen, wy binne te brááf.’’

Ritselen hoort bij politiek bedrijven. In de periode dat Hans Wiegel commissaris van de koningin van Friesland was zagen we daarvan mooie voorbeelden. Het was de tijd van het kwartetten met rijksdiensten. Met het Herenakkoord in 1989 tussen Wiegel en zijn Groningse collega Henk Vonhoff kreeg Leeuwarden Rijkswaterstaat, de lerarenopleiding op de NHL en Van Hall, Groningen het conservatorium en behield de universiteit, het Frysk Orkest werd opgeheven ten gunste van het Noord-Nederlands orkest.

Wiegel wist wat lobbyen was. Hij bedacht de Friso Bokaal en haalde de captains of industry naar Friesland die onder het genot van beerenburg op skûtsjes kennis maakten met de directies van Friese bedrijven. Het initiatief was een mengeling van lef en jongensachtige bravoure. Maar het werkte wel.

Toen Postma aantrad in Den Haag waren Ed Nijpels, Relus ter Beek en Hans Alders commissaris van de koningin in de drie noordelijke provincies. Ze stonden bekend als de Drie Musketiers. De mannen waren onderling heel verschillend, maar konden stuk voor stuk bogen op een groot netwerk in Den Haag. In 2008 werd na een lange strijd 2,2 miljard euro binnengesleept ter compensatie van de Zuiderzeelijn die niet doorging.

Kijk. Zulke straatvechters heeft een provincie nodig. En minstens even belangrijk is dan hun samenspel met de ambtelijke organisatie op het provinciehuis. Ambtenaren die feilloos snappen hoe het Haagse spelletje werkt.

Als Postma een pot met geld rook, hoefde hij in Groningen maar te bellen of de ambtelijke top ging er direct mee aan de slag. Dat lukte in Friesland nooit. ,,En dan bist krekt dy touringcarsjauffeur dy’t te lang wachtet op de lêste passasjier. Dan is op it ein de benzine op.’’

Een schoolvoorbeeld van hoe het moet is de ontsluiting Assen-Eemshaven. Er was geld in Den Haag en in de buurprovincie werd door de ambtelijke top pijlsnel een lobby opgezet. ,,Dy ferdûbeling is frij hurd regele. Sjoch. Dêr wurdt yn Grinslân folle aktiver oan lutsen.’’

Op een gegeven moment kwam er Haags geld vrij om de krimp te bestrijden. Oost-Groningen, Parkstad Limburg en Zeeland zetten met stoom en kokend water een alliantie op om dat krimpgeld binnen te roeien. Friesland wilde niet meedoen. Friezen vonden krimp maar een negatief woord. ,,Fryslân sei: dat spilet by ús net in dy mate.’’ En vervolgens liep Friesland achter de feiten aan.

loading

‘Dan tink ik: o help!’

Postma mist aan de Tweebaksmarkt een pro-actieve houding. Hij mist vuur. En ja, dan weten de ministeries in Den Haag je snel met een kluitje in het riet te sturen. Precies zoals dat de laatste jaren gebeurde met die Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer; het ministerie van Binnenlandse Zaken gebruikt keer op keer heel vriendelijke woorden over het belang van het Frysk, maar intussen gebeurt er niets.

Iets relatief simpels als het Fries in de rechtspraak is nog altijd niet goed geborgd. Met dank aan die brave, afwachtende bestuurscultuur.

Het cultuurdossier is misschien wel het meest pregnante voorbeeld. Postma vindt dat die portefeuille aan de Tweebaksmarkt ,,dramatysk’’ wordt beheerd. Het Noorden ging een samenwerking aan met het vierjarige cultuurprogramma We the North en vervolgens trok Groningen dat project in de beeldvorming naar zich toe. Terwijl Leeuwarden nota bene Culturele Hoofdstad was van Europa. ,,Dan tink ik: o help!’’

Zwak optreden wordt in de Hofstad genadeloos afgestraft. Temeer daar Den Haag steeds meer opereert vanuit zijn eigen cocon. De Randstad levert de meeste Tweede Kamerleden. In de top van de ministeries worden de baantjes verdeeld binnen de Algemene Bestuursdienst, een Randstedelijke pool van topambtenaren die veelal voor ministeries werken. De Randstad-burgemeesters maken een vuist via de G4.

Dit ons-kent-onscircuit maakt snelle kongsi’s mogelijk tussen bestuurders, politici en topambtenaren. De rest van het land, die we tegenwoordig gemakshalve de periferie noemen, vist dan gauw achter het net.

De laatste minister die Friesland voortbracht was Halbe Zijlstra. De VVD’er uit Oosterwolde maakte furore als ‘de botte Fries’. Dat was beslist geen geuzennaam. Zijlstra ruimde in 2018 roemloos het veld na een uitspraak over een verzonnen aanwezigheid in een Russische datsja.

Friesland heeft momenteel geen ministers in het kabinet. Friesland heeft geen staatssecretarissen. Van alle hoogste ambtenaren zijn alleen Marjolein Sonnema (directeur-generaal Volksgezondheid) en Johan Osinga (directeur-generaal Landbouw, Natuur en Landelijk Gebied) Fries. En ook nog om útens.

Op een totaal van 150 Tweede Kamerleden tellen we met Harry van der Molen (CDA) en Aukje de Vries (VVD) twee Friezen. Dat is ondermaats. Sterker nog: het is een naoorlogs laagtepunt.

Joop Atsma maakte de glorietijden mee. Toen hij aantrad als Tweede Kamerlid in 1998 telde het Binnenhof flink wat bewindslieden en Kamerleden met Friese roots. Ze noemden zichzelf gekscherend ‘de Friese maffia’. In het Paarse kabinet Kok-II zaten Annemarie Jorritsma, Loek Hermans, Gerrit Ybema, Hayo Apotheker en Geke Faber.

Het was een tijd waarin Kamerlid Atsma met journalist Frits Wester en toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid Lutz Jacobi onder het genot van een borrel in Nieuwspoort op de achterkant van een bierviltje een motie schreven om de bemande vuurtorenwachters van Schiermonnikoog en Terschelling veilig te stellen.

Op de dag dat Atsma werd beëdigd als staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, op 14 oktober 2010, lag er een brief van Kamerlid Jacobi op zijn bureau. Hoe stond het met de uitvoering van de motie? Atsma blies de automatisering van de vuurtorenwachters af.

De Friese maffia

Oud-parlementair journalist Marcel de Jong van de Leeuwarder Courant schreef een boek over de Friese vertegenwoordiging in Den Haag. Het heet De Friese maffia. ,,Wat voor kabinet ook, een politieke horzel uit Friesland is belangrijk’’, zegt Atsma daarin.

De CDA’er uit Surhuisterveen is inmiddels senator. Hij ziet met lede ogen dat het met die horzels uit Friesland op dit moment niet overhoudt. En de provincie loopt te vaak achter de feiten aan.

De Friese bestuurscultuur is sterk naar binnen gericht, dat is de aard van de mensen. Dat past bij Friezen. Je zou het met een positieve term ‘bescheidenheid’ kunnen noemen. Maar in de praktijk zorgt deze houding ervoor dat Friesland zich te vaak de kaas van het brood laat eten. ,,Friezen ûnderskatte it belang fan it nei bûten treden.’’

Eigenlijk, filosofeert Atsma, zou je eens een masterclass voor burgemeesters, wethouders, gedeputeerden en ambtenaren moeten organiseren over het fenomeen lobbyen. Hoe werkt dat nou? Op welke knoppen moet je drukken? En vooral: wanneer?

Hij ziet hoe andere regio’s opereren. Die doen dat gewiekster. Die zijn altijd een stap eerder. Andere provincies kijken moeiteloos over hun eigen grenzen en trekken eendrachtig samen op naar Den Haag. ,,Ik sjoch oaren foar master opslaan.’’

En zo komen we terecht bij de Noordelijke samenwerking. Het is Atsma een doorn in het oog dat die maar niet goed van de grond wil komen. Volgens hem is dat dé achilleshiel in Den Haag. Zonder samenwerking worden we tegen elkaar uitgespeeld. En dat is wrang, want regionale samenwerking werd juist in Noord-Nederland uitvonden.

Noord-Nederland was het eerste landsdeel dat de bestuurlijke belangen van Friesland, Drenthe en Groningen bundelde in het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Maar terwijl andere landsdelen dit voorbeeld met verve volgden, wilde de samenwerking in het Noorden maar niet van de grond komen. ,,Dat is in struktureel probleem.’’

In 2006 gooide Atsma samen met toenmalig PvdA-politicus Jacques Tichelaar een steen in de vijver in de Leeuwarder Courant . Onder de kop ‘Hoe het lobbyen beter kan’ hekelden ze de belangenbehartiging van Friesland in Den Haag. Ze misten slimheid, lijn, eensgezindheid en een duidelijke boodschap.

Er is sindsdien niets verbeterd. ,,It bliuwt muoisum. En je hawwe der lêst fan as je de dingen net goed regelje.’’ Een goeie Haagse lobby staat en valt met mensen die het spelletje snappen en met ambtenaren en bestuurders die op ministeries kunnen binnenkomen. Met een heldere agenda die op 1 A4’tje past. En: met samenwerking over de eigen grenzen heen.

Atsma benadrukt dat hij absoluut niet voor één noordelijke provincie is. Maar het roer moet echt om. Tekenend vindt hij de benamingen in Dagblad van het Noorden . ,,As dy krant oer it Noarden skriuwt, dan bedoele se Grinslân en Drinte. Fryslân telt yn harren bylden net mei.’’

Eigen schuld, want in Friesland wordt het belang van de noordelijke kongsi onvoldoende onderkend. En dan is dit wat er gebeurt. Dan zijn het de werkgevers, verenigd in werkgeversorganisatie VNO-NCW, die het enorme lobbyproject van de Lelylijn moeten trekken. Het signaal naar Den Haag is duidelijk. ,,Dan witst dat dit in hiel drege put wurde sil.’’

Geld op de plank

Toen de Zuiderzeespoorlijn in 2008 werd afgeblazen kwam er een enorme bak compensatiegeld vrij voor Noord-Nederland. Het ging om 2,3 miljard euro.

De miljarden werden uitgegeven aan fragmentarische projecten op het gebied van asfalt en openbaar vervoer (De Haak om Leeuwarden, de N31 bij Harlingen, de rotonde bij Joure). Ze moesten uiterlijk in 2020 zijn uitgegeven, maar zowel in Friesland als in Groningen ligt een deel ervan nog altijd op de plank. En dat irriteert Atsma; met deze wetenschap wordt het heel ingewikkeld om in Den Haag uit te leggen waarom er nu ineens wél een dringende noodzaak is voor de aanleg van die Lelylijn.

En als de provincies dan óók nog verdeeld zijn, dan worden pogingen snel vruchteloos. Atsma wil beslist geen doemdenker zijn. ,,Mar ik bin hiel benijd hoe’t dizze lobby útpakt.’’

In Noord-Nederland streeft iedere stad naar zijn eigen schaatsbaan. SNN is niet meer dan een formaliteit. ,,SNN is noait goed fan de grûn kommen. Der hat noait leafde west. Der is altyd sprake fan gestold wantrouwen .’’

Bestuurders in het Noorden die een vuist willen maken moeten elkaar blind willen steunen, óók op thema’s waarbij ze zelf geen direct belang hebben. Daar kun je op termijn namelijk je voordeel mee doen. ,,Ast oer dyn eigen grinzen stapst, krijst dat letter werom.’’ Maar intussen er is geen Friese bestuurder die zich het vuur uit de sloffen wil lopen voor de redding van vliegveld Eelde.

loading

Handen op de rug

Terug naar de Tweede Kamer. Getalsmatig is de Friese afvaardiging ondermaats. Het Noorden zou tien tot twaalf Kamerleden moeten tellen. Postma: ,,De saak leit skeef.’’

Atsma wil niet in aantallen denken. ,,Aukje en Harry dogge it goed.’’ Op het gasdossier heeft Noord-Nederland een stevige inbreng dankzij Henk Nijboer (PvdA), Sandra Beckerman (SP) en Agnes Mulder (CDA).

Maar Noordelijke Kamerleden werken voor een deel met hun handen op de rug. Net als een lobbyist kunnen ze niets uitrichten als er binnen de drie provincies verdeeldheid heerst. Zonder doel, zonder boodschap en zonder gochme rijst het gevaar dat de drie provincies met ambitieuze projecten in Den Haag tegen elkaar worden uitgespeeld.

Atsma refereert nog eens aan die Lelylijn en spreekt van ,,in grut risiko.’’ Hij ziet het zwerk al drijven; de versnelling van het bestaande spoor via Zwolle, waarover al decennia wordt gepraat, wordt stopgezet omdat er eerst onderzoek moet komen naar de Lelylijn. ,,En dan rinst op it ein dus de kâns datst twa kear neat hast. Dêr moatst hieltyd goed om tinke.’’

Els Veder zei het al: Friezen zijn geen goede lobbyisten. In de vorige eeuw kwamen we daar nog goed mee weg. Eerlijkheid en standvastigheid waren voldoende om in Den Haag potten te breken. Je kon er een standbeeld mee verdienen.

Maar tijden veranderen en Friesland veranderde onvoldoende mee. Hoeveel gedeputeerden, burgemeesters en ambtenaren hebben directe persoonlijke lijntjes met de Haagse top op ministeries?

Postma spreekt licht badinerend over al die Friese burgemeesters en wethouders die zich het vuur uit de sloffen lopen voor hun nevenfuncties binnen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Ze denken dat hiermee hun netwerkbemoeienis is afgedekt. Maar de VNG is niet waar het gebeurt. Goede bestuurders zijn gekend binnen de top van de ministeries en binnen de top van hun eigen politieke partij. De sterkste bestuurder is diegene die zijn contacten het beste op orde heeft. ,,Moatst oeral binnenrôlje kinne.’’

Ferd Crone en Hayo Apotheker waren positieve uitzonderingen. Zij wisten een paar weken voor het verschijnen van de Miljoenennota al wat daarin stond en wat Friesland wel of niet had binnengesleept.

In het huidige krachtenveld gelden Arno Brok (commissaris van de koning, VVD) en Sander de Rouwe (gedeputeerde, CDA) als bestuurders met een goede Haagse neus. Maar verder? Postma hoopt van harte dat Sybrand Buma de fakkel van zijn voorganger Crone overneemt. Hij is ongeduldig. ,,Buma moat no wol begjinne.’’

De aanstaande Miljoenennota is de laatste van het kabinet-Rutte III voor de verkiezingen van maart. Als er nog geld valt uit te delen is dít het moment. Op de derde dinsdag van september worden de prijzen verdeeld. Dan zullen we het weten. Een goeie horzel heeft zijn werk gedaan.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct