Hoe gingen we vroeger op vakantie?

Rijs aan zee. FOTO STICHTING HISTOARYSK WURKFERBAN GAASTERLAN

Het is voor velen moeilijk meer anders voor te stellen dan dat we in de warmste maanden van het jaar een tijd vrij zijn van werk en school en ons in een andere omgeving weer kunnen opladen. Toch is de ‘massale vakantie’ nog niet zo oud. Hoe begonnen we met vakantie vieren?

Ineens is het vakantie vieren zoals we daar zo gewend aan zijn geraakt niet zo vanzelfsprekend meer deze zomer. Veel mensen zoeken hun vakantieoord dichter in de buurt van huis. Voor mensen die altijd vrij over de wereld gereisd hebben, doet dit soms wat als een ouderwetse vakantie aan. We zien daardoor ineens ook scherper welke vlucht vakantie vieren in enkele decennia genomen heeft, er komen oude herinneringen boven en we vragen ons hier en daar bij af, hoe ging het vroeger ook alweer? Een terugblik op de opkomst van de vakantie.

Al in de negentiende eeuw verwelkomen de Waddeneilanden badgasten die de zomer spenderen in de luxe hotels, met aparte eet-, rook-, lees- en biljartkamers. Maar de meerdaagse vakantie doet in Nederland z’n intrede echt met de opkomst van kamperen. Dat heeft zijn oorsprong bij de welvarende klasse in Engeland, die er in de negentiende eeuw al op vélocipèdes op uit trekt en met de komst van de fiets met gelijke wielen en een bagagedrager rond 1880 in staat gesteld wordt om bagage te nemen. Dit vormt de opmaat tot een nieuwe vorm van vakantie vieren. De Engelsman Thomas Hiram Holding is de ontwerper van een tent die je op de fiets mee kon nemen en daarnaast de oprichter van de eerste Camping Club ter wereld, die het toeristisch kamperen wil stimuleren.

In Nederland wordt in 1912 met hetzelfde doel de Nederlandsche Toeristen Kampeer Club in het leven geroepen en begin jaren twintig wordt op de Veluwe, in Vierhouten, het eerste officiële kampeerterrein van Nederland geopend. Als er meer zulke terreinen komen, volgen al gauw regels voor wat toelaatbaar is. Zo wordt er op toegezien dat jongens en meisjes op hun eigen velden slapen en dat er geen jongens in meisjesgebouwen achterblijven of omgekeerd. Ook in Friesland worden de eerste kampeerterreinen aangelegd. Eerst kleinschalig, met een paar tentplekken op een terrein, later steeds groter. Sommige terreinen krijgen in deze tijd al aparte toilet- en wasgebouwen.

Bergfeesten bij Appelscha

I n de jaren dertig is er rond Appelscha van massatoerisme nog geen sprake, maar is het hier op mooie dagen al behoorlijk druk. De bosrijke omgeving met zijn zandduinen en -vlakten trok met de beroemde Bergfeesten (1859-1964) al in de negentiende eeuw horden mensen aan. Deze zomerfeesten, aan de voet van de Bosberg, waren voor de arbeiders in het veen bedoeld, maar trokken duizenden belangstellenden, die van heinde en ver per rijtuig arriveren. Rond 1910 maakt een bewoner van de Boerestreek een soort uitspanning. Er komt een terras en hij bouwt eigenhandig speeltoestellen, waaronder een glijbaan: het begin van wat Duinen Zathe wordt. En het in dezelfde periode gebouwde Compagnonshotel biedt overnachtingen aan.

loading

In de loop van de jaren dertig neemt kamperen ook onder minder vermogende burgers toe. Tentdoek is dan in Nederland vrij verkrijgbaar. In 1936 voert de overheid de kampeerkaart in, een verplichte registratie voor wie kampeert. Tientallen afdelingen van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (VVV), de eerste opgericht in 1885, zetten zich dan verspreid door Nederland in om het toerisme verder aan te wakkeren en voorzien de zoekende toerist van informatie over de streek en overnachtingsmogelijkheden. De ANWB, opgericht in 1883, biedt kampeercursussen aan waar men leert koken met een brandertje en hoe en op welke plek men een tent goed vastzet.

D e eerste campings op de eilanden ontstaan na de oorlog, maar in de jaren twintig en dertig komen ook hier al steeds meer kampeerders heen, vooral jonge scholieren. Konden de eerste jongeren aan het begin van de eeuw op Ameland helemaal zelf kiezen waar ze hun tentje wilden opslaan, nu worden er vanwege de toestroom vergunningen met bepalingen opgesteld. Voor 3,00 gulden heeft men een kampeervergunning die een maand geldig is. Eind jaren twintig zijn er ook jaarvergunningen (25,00 gulden). Er verrijzen ook zomerhuisjes op de eilanden, zoals bij Midsland, Lies en in de duinen van Terschelling.

Jeugdherberg en de verzorgde reis

Andere vakantievormen zijn ook in opkomst. In 1927 wordt de eerste jeugdherberg geopend. Als in 1929 de Nederlandse Jeugdherberg Centrale opgericht is, volgen al gauw meer. Ook de verzorgde reis wint aan populariteit. Zo zijn er bij de Nederlandsche Reisvereeniging, opgericht in 1906, meerdaagse vakanties te boeken, zoals een paar dagen naar Maastricht en Valkenburg. Het vervoer gaat per bus en men gaat de Belgische en Duitse grens over.

Vanwege de kosten en het feit dat hij door auto’s getrokken moet worden, is de caravan, waar in Engeland mee wordt geëxperimenteerd, nog buiten bereik voor de man met de kleine beurs. Vakantie blijft in het algemeen in de jaren dertig, ook vanwege de crisis, slechts mogelijk voor een minderheid. De meeste mensen gaan hooguit een dag naar het strand of de dierentuin.

De oorlogsjaren leggen het toerisme, en alle ontwikkeling op dit gebied, stil. Scheidend voorzitter van de ANWB Edo Bergsma houdt tijdens de jaarvergadering van de bond in oktober 1939, in zijn eigen Friesland, nog een beetje hoop dat de activiteiten in eigen land kunnen worden voorgezet: ,, Wij (…) hebben nu voor de tweede maal moeten vaststellen, dat landsgrenzen tot muren verworden zijn, die bijna niet te overkomen zijn en die men ook in velen gevallen maar beter doet nu niet te willen overschrijden ’’. Een paar maanden later vallen de Duitsers Nederland binnen.

Pensiongasten in de stal

N a de oorlog komt het toerisme met horten en stoten weer op gang. Verschillende gebieden, zoals het zuidwesten en -oosten van Friesland, raken steeds meer in trek bij vakantievierders. Plaatselijke boeren spelen daar op in. Als het vee in het voorjaar de wei in gestuurd is, de stallen schoongemaakt zijn ontvangen ze daar zomergasten.

Henk de Kroon (70), die opgroeit in Bakhuizen en in de vakantie altijd een paar weken bij zijn oom en tante in Oudemirdum logeert, herinnert het zich scherp: ,,Sy hienen ein jierren fyftich en begjin jierren sechstich yn de simmer ek gasten. Se hienen yn de stâl plak foar sa’n fjouwer of seis kij. Yn de simmer gienen de kij nei bûten en waard it dêr hielendal himmele en wyt kalke. Dan ferbleau dêr twa wiken in húshâlding út Ljouwert. Se wennen yn in flat oan it Europaplein. Omke en muoike wennen wat efterôf, se hienen noch gjin wetterlieding en elektrysk en seanen it iten op in petroaljestel en hellen it wetter út de pomp. Dat fûnen dy minsken prachtich. Se kamen hjir mei it iepenbier ferfier,de koffers mei. Omke en muoike soargen foar meubels yn it pensjon. Se sliepten earst wol op striematrassen. Jûns gienen we te ielfangen en dan te ielrikjen. It mocht net, mar dat dienen we al.’’

loading   loading

Het toerisme blijft terrein winnen, zo gaat in december 1947 camping Duinoord in Nes op Ameland open. Bij Appelscha verrijzen ook overal tentenkampjes en worden op Hildenberg zelfs vakantiehuisjes gebouwd. Ook in het midden van de provincie wordt gekampeerd: zo komen er in 1947 op hooggelegen gronden al tenten bij de Burgumer Mar.

loading  

Massatoerisme komt op gang vanaf jaren zestig

Het is niet meer te gaan wat de allereerste Friese camping is. Voor de oorlog wordt in Oudemirdum camping De Waps al opgericht, dat is hiermee zeker een van de oudste campings in de provincie. Uit de archieven van de gemeente Gaasterlân-Sleat blijkt dat zij op 5 juli 1926 het besluit nam kamperen binnen de gemeente toe te staan. Het duurt bijna tien jaar voor er ook daadwerkelijk wordt gekampeerd. De gemeente Slenaken diende namelijk op 4 maart 1935 een klacht in over ,,de zedelijkheid van kamperen’’. In een brief uit 1938 wordt onder meer Boskampeerterrein De Waps in Oudemirdum genoemd. De meeste campings in Gaasterland (onder andere Bakhuizen, Mirns en Rijs) zijn van na de oorlog.

Als in de jaren zestig het ‘dubbel vakantiegeld’ wordt ingevoerd, komt vakantie vieren binnen handbereik van vrijwel iedere Nederlander. Dan wordt ook de grootste camping van Appelscha, de Roggeberg, aangelegd: op de fiets uit Dokkum, Leeuwarden of Assen komt men vol bepakt naar Appelscha, om er uit te zwerven over de grote zandvlakte tussen de Bosberg en de Schapedrift en Duinen Zathe, de uitkijktoren of het openluchtzwembad te bezoeken. Er wordt ook van alles op de camping georganiseerd. In het openluchttheater voeren groepjes liedjes en acts op tijdens de wekelijkse Bonte Avond.

loading   loading

In Gaasterland recreëren de mensen aan de kust en zijn de paardenrenwedstrijden en uitkijktoren voor de oorlog al populaire attracties. In 1963 komt het ‘Fûgeltsje-park’ van Rients Sybrandy daar bij, dat geleidelijk steeds meer een speelpark wordt. Mensen vermaken zich ook met spellen op de campings, doen mee aan plaatselijke activiteiten, zoals het ringfietsen en er worden in toeristische kernen ook activiteiten speciaal voor de zomergasten bedacht.

Meer luxe en meer keuze

I n samenhang met veranderende behoeften en verwachtingen, worden vakantieoorden steeds luxer. Campings krijgen meer standplaatsen voor caravans en plek voor de auto. Het is ook mogelijk de krant te ontvangen op vakantie. Veel hotels ondergaan in de jaren zestig verbouwingen, krijgen koud en warm stromend water en kamers met meer bedden.

loading

Het groeiende keuze-aanbod voor vakanties naast kamperen blijkt uit de opkomst van het reisbureau. In augustus 1974 adverteert een warenhuisketen als volgt in deze krant : ,,Vroom & Dreesmann heeft in 29 van haar vestigingen reisbureaus, waarin speciaal opgeleide reisadviseurs/-euses de kliënten helpen om door kundige voorlichting een verantwoorde vakantiekeuze te maken. In oktober a.s. zal in Leeuwarden het 30e reisbureau geopend worden.’’ V&D werft personeel via een twee maanden durende opleiding tot reisbureaumedewerker. Datzelfde jaar stopt de ANWB met het aanbieden van kampeercursussen. Kamperen is gemeengoed geworden.

Volgende week deel 2: hoe werden bepaalde vakantieplekken populair?