Marrum: Zeegemaal De Heining met zoet-zout uitwateringskanaal.

Hoe een impuls voor de Waddennatuur een grabbelfonds werd

Marrum: Zeegemaal De Heining met zoet-zout uitwateringskanaal.

Het Waddenfonds moest de ideale uitruil worden: gas voor natuur. Inmiddels is bijna 600 miljoen euro in het Waddengebied verjubeld. De natuur is er amper beter van geworden.

H et fonds werd in 2006 opgericht om met 800 miljoen euro de natuur in het Waddengebied te versterken. Het compromis tussen het bedrijfsleven en natuurbeschermingsorganisaties was ogenschijnlijk zo gunstig dat het concept wordt herhaald. Zo moet het kabinet nu besluiten over een Noordzeeakkoord, waarmee met de opbrengsten van gaswinning op de Noordzee onder meer de natuur kan worden beschermd. Als voor de Noordzee dezelfde weg wordt bewandeld als voor de Wadden, wordt dat geld vrijwel zeker verspeeld.

Met onderzoeksjournalistiek platform Investico , Dagblad van het Noorden , De Groene Amsterdammer en EenVandaag maakte deze krant de balans op van bijna vijftien jaar Waddenfonds. Uit ons onderzoek blijkt dat het fonds een grabbelton is geworden in handen van de provincies. Ze gebruikten het fonds om er zelf beter van te worden en waren gul voor hobbyistische projecten. Het oorspronkelijke doel – bescherming van het Waddengebied – raakte steeds verder uit zicht.

,,Het fonds heeft niet echt willen onderzoeken hoe het met het wad gesteld is. Het gebied had er veel beter uit kunnen zien dan nu’’, concludeert waddenbioloog Theunis Piersma.

loading

Vijftien jaar geleden werd over de kwaliteit van de waddennatuur aan de bel getrokken. ,,De ecologische kwaliteit van de Waddenzee is in één generatie tijd dramatisch verslechterd’’, waarschuwde Roel Cazemier van de Raad voor de Wadden destijds.

Kokkelvissers schraapten al jarenlang met hun kokkeloogst het leven van de zeebodem. Steeds minder trekvogels waren op het wad te zien en haaien en roggen waren al enige tijd verdwenen.

En dat was zorgelijk. Het Waddengebied is niet alleen een van de mooiste natuurgebieden van Nederland, maar ook van essentieel belang voor vogels uit het arctisch gebied. Op de trek tussen Afrika en Groenland zijn ze afhankelijk van het Wad voor voedsel.

Protesten laaiden op

De Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) wilde onder de Waddenzee aardgas gaan winnen. Dat zou desastreus zijn, waarschuwde onder meer de Waddenvereniging. Vervuiling, bodemdaling en ongelukken zouden verstrekkende gevolgen hebben voor dit unieke natuurgebied, luidde de vrees. De protesten laaiden op.

B esluitvorming raakte door de zwaar gepolariseerde discussie in een impasse. Oud-staatssecretaris Wim Meijer kreeg, als voorzitter van de Adviesgroep Waddenzeebeleid, van het kabinet de lastige taak om met een oplossing te komen. Dat leverde een volbloed Nederlands-bestuurlijke oplossing op die de tegenstelling tussen gas en natuur wegmasseerde: onder strikte voorwaarden zou naar gas geboord mogen worden.

Ter compensatie kreeg het Waddengebied een ‘omvangrijk investeringsplan’ à 800 miljoen euro. Geestelijk vader Wim Meijer blijkt er inmiddels met gemengde gevoelens op terug te kijken. De natuur moest voorop staan, zegt hij. Een centrale aanpak in het gebied – bestuurd door drie provincies en tientallen gemeenten, beheerd door dertien natuurorganisaties – was essentieel. ,,De politiek moest verantwoordelijkheid nemen.’’ Niet naar één aspect kijken, maar het geheel in ogenschouw nemen.

Meijer: ,,In het Waddengebied hangt alles samen, zoals het verblijf van trekvogels samenhangt met de visstand, die weer samenhangt met de mossels.’’ Het geld was nadrukkelijk bedoeld voor extra investeringen in het gebied.

Een onafhankelijke monitoringscommissie moest toezien op de voortgang. Economische activiteiten in het gebied moesten vooraf strikte grenswaarden opgelegd krijgen. In 2026 – als de 800 miljoen euro zou zijn uitgegeven – moesten de projecten ,,op een zichtbare manier het Waddengebied vooruit hebben geholpen’’, schreef VROM-minister Sybilla Dekker aan de Kamer. Een historisch besluit, noemde Cazemier van de Raad voor de Wadden de oprichting van het fonds in 2005. ,,De tijd van discussiëren is voorbij. Er moet nu worden gehandeld.’’

Maar op de valreep greep de Tweede Kamer in. Het was een draai die Theunis Piersma achteraf bestempelt als ,,kaping van het fonds’’. CDA-kamerlid Joop Atsma vond dat ook de economie moest profiteren van de pot geld. Hij kreeg voldoende steun voor een motie waarmee het fonds gelijk verdeeld zou worden tussen natuur en economie. Dit was een scheiding die de commissie-Meijer nadrukkelijk niet had gemaakt.

Economisch kortetermijndenken

,,Het moest juist een integrale aanpak zijn’’, legt de oud-voorzitter achteraf uit. Het was deze ingreep die de kiem legde voor het verdere verloop van het fonds, waarmee de helft van het geld aan economische projecten werd besteed. ,,De motie is nog schadelijker dan je denkt’’, evalueert Piersma. ,,Het betekent niet alleen dat er de helft minder aan geld voor ecologie is. Het betekent ook dat het geld voor ecologie slechter wordt besteed. Het economisch kortetermijndenken raakte ook daar dominant. In plaats van een integrale aanpak voor de natuur, werd geïnvesteerd in een reeks kortademige herstelprojecten.’’

V oordat het fonds goed en wel van start kan gaan, besluit de minister met ruim 120 miljoen euro de kokkelvissers uit te kopen. Dan is nog bijna 700 miljoen euro over. De eerste barsten worden zichtbaar tijdens de eerste subsidieronde. Experts die betrokken waren bij het advies van Meijer vertellen dat ze met verbazing keken naar wat er met ‘hun’ fonds gebeurde. ,,Ik viel van mijn stoel’’, blikt emeritus hoogleraar Han Lindeboom terug. Als marien ecoloog voorzag hij Meijer van advies. ,,Ze verhoogden de bruggetjes in Friesland zodat boten met een hogere mast daar ook onderdoor konden varen.’’ Nu konden ook boten de Elfstedenroute varen. Kosten: ruim 11 miljoen euro.

Het zou een voorbode blijken voor de daaropvolgende jaren. Tussen 2006 en 2011 krijgen 54 projecten in totaal zo’n 110 miljoen euro subsidie. Slechts een klein deel hiervan komt ‘direct ten goede aan de natuur’, oordeelde de Algemene Rekenkamer in 2013.

‘Kabinet snoept aan alle kanten’

PvdA-Kamerlid Lutz Jacobi, zeer begaan met het Waddengebied, wordt boos. ,,Het kabinet snoept aan alle kanten uit dit fonds, terwijl het is ingesteld voor het compenseren van schade en ongemak van de grootschalige visserij en de gaswinning in het Waddengebied’’, schreef ze in februari 2011. ,,Het Waddenfonds mag geen grabbelton zijn!’’ Jacobi vraagt een spoeddebat aan en pleit voor harde criteria voor de toekenning van geld.

Maar dan trekken de provincies het fonds naar zich toe. Niet langer het rijk, maar drie gedeputeerden uit Noord-Holland, Groningen en Friesland besluiten voortaan over het half miljard euro dat dan nog te verdelen is. Bij deze overdracht haalt het kabinet meteen 75 miljoen euro uit de pot als bezuiniging.

Jacobi is er niet gerust op. Ze zorgt voor een commissie met externe deskundigen die ervoor moet zorgen dat het fonds werkt aan het oorspronkelijke doel: ‘de verbetering van de kwaliteit van het Waddengebied’.

V anaf 2016 vragen de provincies steeds vaker geld bij hun eigen fonds. Het bestuur heeft namelijk besloten met twee derde van het overgebleven budget (180 miljoen euro) aan de hand van een ‘investeringskader’ vooral grotere projecten te financieren, zoals het 30 miljoen euro vergende Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog waarvoor het Waddenfonds 9,6 miljoen euro toekent.

Met het kader komt het fonds tegemoet aan de jarenlange kritiek dat een langetermijnvisie ontbreekt, maar is het risico op belangenverstrengeling urgenter geworden. Het fonds heeft op dit punt geen maatregelen genomen en is dat ook niet van plan.

Dubbele petten

Voor het Groninger VVD-statenlid Nico Bakker is het een reden om uit het bestuur van het Waddenfonds te stappen. ,,Alles werd maar gehonoreerd. Zonder dat er een echt doel voor ogen was’’, blikt hij terug. De dubbele petten gaven hem een ongemakkelijk gevoel. ,,De slager keurt zo zijn eigen vlees. Dat wil je toch niet als gedeputeerde? Je komt in een onmogelijke positie.’’

Waddenfondsvoorzitter en gedeputeerde Henk Staghouwer vindt dat hij zijn rollen altijd goed scheidt. ,,We gaan uit van het Waddengebied als één, ongedeeld geheel. Ik zit er niet voor Groningen. Ik heb wel een Groninger pet op, maar ik ben er voor het hele Waddengebied’’, zegt hij in een reactie. Bovendien krijgt hij voor alle geld vragende projecten ,,altijd het advies van de directeur en een ambtelijk advies’’.

De betwiste onafhankelijkheid van het bestuur is niet het enige probleem dat steeds opnieuw opduikt. In de adviezen van de eigen kwaliteitscommissie, de rekenkamers en externe adviseurs is het refrein: ontwikkel een visie, sluit aan bij de Waddenfondsdoelen, monitor de effecten van wat je doet, zorg voor samenhang in plaats van versnippering. Of, in de woorden van Jacobi: laat het Waddenfonds geen grabbelton zijn.

Toch is het zo’n ton gebleven, blijkt uit een overzicht dat Investico maakte van alle toegekende subsidies tussen 2012 en 2018. Het is een ratjetoe van projecten, van de bouw van een nieuw dorpshuis in Bierum tot de aanleg van een zonnepanelenveld op het vliegveld van Ballum. Een ton subsidie voor bezinningstoerisme met een ‘sacrale duisternis- en stiltebeleving’ in Schettens. Een ton voor de foodtruck met streekproducten van een enthousiaste vader en zoon. Een ton voor een ‘blacklight glowgolfbaan’ op Terschelling.

Spaarpuntensysteem

D e Stichting Heidense Kapel krijgt 40.000 euro om een pelgrimsroute te ontwikkelen en een kapel te herbouwen op Wieringen. Texelse ondernemers krijgen 89.000 euro toegewezen voor ‘Texelpoints’, een digitaal spaarpuntensysteem waarmee ze willen concurreren met ‘goedkope zonbestemmingen als Griekenland en Turkije’. En dan is er nog ‘de Rechte Weg’ – het kunstprojectplan van zes kilometer wandelpad dat, als eerste weg ter wereld, niet de bolling van de aarde volgt, ‘als een plank op een voetbal’ waarbij je aan de uiteinden een kleine meter naar beneden springt. De kunstenaar kreeg ruim 400.000 euro subsidie toegewezen uit het Waddenfonds.

Het geld is doorgaans welkom in een gebied dat kampt met vergrijzing en leegloop. Zo houdt Gerda van Dijk in Ee 42 paarden op haar Sandy Road Ranch. Vroeger had elk dorp nog een café, vertelt ze vanuit de huiskamerkantine naast de rijbak waar vier grote leunstoelen rond een houtkachel staan. ,,Nu kunnen mensen voor koffie en een praatje hier terecht.’’ In een hoek staat een minibibliotheek en langs de wanden staan bordspelletjes. Buurtbewoners lopen in en uit. In de winter organiseert ze bingo- en klaverjasmiddagen.

loading

In 2014 kreeg Van Dijk 100.000 euro van het Waddenfonds waarmee ze de hal kon aankleden. Ze legde een vloer, bouwde paardenboxen en schafte een stap- en trainingsmolen aan. Ook kon ze betere faciliteiten bouwen bij de toeristencamping op het erf.

Maar het zijn vooral buurtbewoners die langskomen. ‘Toeristen willen graag op het strand paardrijden’, vertelt ze. ,,Maar strand heb je hier niet. Daarvoor moet je echt naar de eilanden.’’

Voor de Noord-Hollandse marinestad Den Helder brengt het Waddenfonds grote beloften. De krimpgemeente worstelt met werkloosheid en verloedering, maar miljoeneninvesteringen uit het Waddenfonds moeten de stad weer bruisend maken, te beginnen bij de oude marinehaven Willemsoord: die wordt omgetoverd tot ,,een voor toeristen aantrekkelijke leisure-waddenhotspot’’, compleet met kanovaarroutes en verse vismarkten. Het Waddenfonds subsidieert het plan met 4,7 miljoen euro.

Den Helder heeft de smaak te pakken. In 2016 en 2018 krijgt de stad in totaal bijna 3,5 miljoen euro, onder meer om van het aanwezige oorlogserfgoed een toeristische trekpleister te maken. Zo worden voormalige Duitse bunkers van de Atlantikwall gerestaureerd en komt er een fiets- en wandelroute langs militair erfgoed. Met tot dusver ruim 8 miljoen euro subsidie is Den Helder een van de grootste ontvangers van Waddenfondsgeld. De aanvragen werden gedaan door Zeestad, een bedrijf dat de stedelijke vernieuwing in Den Helder ontwikkelt en uitvoert. ‘Op afstand’ van de gemeente, om ervoor te zorgen dat plannen niet langer verzanden in het door conflicten geplaagde gemeentebestuur.

O ok hier vervult een provincie een dubbelrol. Zeestad is in handen van de gemeente en de provincie Noord-Holland. De provincie is hier dus naast toekenner ook ontvanger van het Waddenfondsgeld. Bovendien zit de Noord-Hollandse gedeputeerde Cees Loggen (VVD), die als bestuurslid van het Waddenfonds over subsidieaanvragen beslist, sinds 2019 zélf namens de provincie in de aandeelhoudersvergadering van Zeestad.

Loggen weigerde met Investico in gesprek te gaan en heeft geen antwoord gegeven op de hierover gestelde schriftelijke vragen.

loading

De Helderse wethouder Michiel Wouters (Beter voor Den Helder) – die stadsvernieuwing in zijn portefeuille heeft – wil ,,het beeld van Zeestad als grote ontvanger nuanceren’’. Volgens hem heeft Zeestad ook subsidies aangevraagd voor projecten waarbij de organisatie slechts zijdelings betrokken is. ,,Zeestad is nou eenmaal een vehikel met ervaring op het gebied van subsidieaanvragen bij het Waddenfonds.’’

Maar is het fonds wel bedoeld voor stadsvernieuwing? Volgens wethouder Wouters is het logisch dat Zeestad voor dit soort projecten geld krijgt uit het Waddenfonds. ,,De financiering van de gemeente staat altijd onder druk. Als we geld van elders kunnen aantrekken, willen we dat graag. Het gaat hier niet om stadsvernieuwing; voor subsidie uit het Waddenfonds kijken we altijd nadrukkelijk naar de historisch-nautische waarde van Den Helder voor het Waddengebied.’’ Als haven is Willemsoord letterlijk de poort naar de Wadden, is het idee.

In een tussentijdse evaluatie in 2016 – het fonds was toen halverwege – beoordeelde adviesbureau Royal Haskoning het project Willemsoord niettemin als ,,minder succesvol’’.

16 van de 31 projecten geslaagd

Het project was ,,niet-waddenspecifiek’’ en ,,een grotere visie’’ ontbrak. Van de 31 beoordeelde projecten kwamen slechts 16 als geslaagd uit de bus. Onder de minder succesvolle projecten vielen naast Willemsoord onder meer de restauratie van een orgel in Parrega (,,samenhang ontbreekt’’), indoorklimpark Waddenfun (,,willekeurige waddenachtige elementen zijn samengevoegd op een waddenplek’’) en de industriewaterleiding voor Chemiecluster Delfzijl, waarvan het ,,ecologisch effect op het Waddengebied onduidelijk’’ is. Voor Zeegrasprojecten Fase I en Fase II (samen bijna 5 ton) bestaat zelfs ,,risico op achteruitgang in plaats van vooruitgang’’, oordeelde Royal Haskoning.

,,Het Waddengebied is ecologisch redelijk uitgewoond’’, verzucht Theunis Piersma. De mosselbanken zijn deels teruggekeerd en met de kanoeten, die ten tijde van de oprichting van het Waddenfonds snel achteruit gingen, gaat het aardig. ,,Maar de zeegrasvelden, de haaien en roggen en gepen van vroeger zijn nog steeds niet terug. En waar is al die kleine platvis waar lepelaars het van moeten hebben? Bij hun terugkeer zouden er tien tot misschien wel honderd keer zoveel lepelaars kunnen zijn. Het had er veel beter uit kunnen zien.’’

A ls je het Waddengebied beter wilt maken, moet je natuurlijk wel weten hoe het werkt, zegt Piersma. En daar zit precies het probleem: ,,Het Waddenfonds heeft enorme steken laten vallen in het opbouwen van de noodzakelijke kennis.’’ Zelf klopte hij de afgelopen jaren herhaaldelijk bij het fonds aan voor financiering van onderzoek, maar ving hij tot voor kort bot. ,,Het Waddenfonds heeft voortdurend op de rem getrapt en zo een van haar doelstellingen, het bouwen aan een relevante kennisagenda, laten sloeren. Gaswinning levert nu geld op. Maar wat de invloed ervan op het Waddengebied precies is, weten we niet. Zolang we het niet weten, hoeft er ook niks te worden gedaan.’’

Kortetermijnwerk

Piersma vergelijkt het met de huidige aanpak van de stikstofproblematiek. ,,We duwen ecologische problemen voortdurend weg, proberen wat te fiksen, omdat het op korte termijn economisch niet goed uitkomt.’’ De belofte van wat het Waddenfonds had kunnen brengen, is volgens Piersma volledig verzand in kortetermijnwerk. ,,Ik woon in Gaast, aan het IJsselmeer. Hier in de buurt is recent weer een dorpshuis opgeknapt met geld uit het Waddenfonds. Heel leuk hoor, maar wat heeft dat met de Wadden te maken?’’

De bestuurders hebben volgens hem een provinciale blik, wat mist is gezamenlijkheid. ,,Er is niets provincie-overstijgends aan het Waddenfonds.’’

Ook Lutz Jacobi, inmiddels directeur van de Waddenvereniging, is nog steeds kritisch. Het eigenlijke doel raakte uit zicht, ondanks financiering van broedeilanden en vismigratierivieren. ,,Er werd tot nu toe niet gekeken wat de Wadden als ecosysteem echt nodig hebben. Hierdoor heeft het waddengebied in het geheel niets gehad aan al deze kleine projecten’’, zegt ze.

loading

Het begon in 2006 met de uitkoop van de kokkelvissers voor ruim 120 miljoen euro. Wim Meijer: ,,Het Waddenfonds is geen saneringsfonds, en die kokkelvissers hadden gewoon uit de begroting van het departement van Landbouw moeten worden betaald’’.

H oogleraar Maarten Allers (economie van decentrale overheden, Rijksuniversiteit Groningen) verbaast de besteding van het Waddenfondsgeld niks. Zo gaat dat wanneer lokale overheden een gratis pot met geld krijgen: geld zoekt projecten, in plaats van andersom, legt hij uit. ,,Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Wat is er nodig om de natuur te versterken? Hoe ga je dit doen? Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie.’’

De ideeën om de natuur te versterken, waren er wel. De commissie gaf het Waddenfonds een reeks voorzetten: ontpolderen, de aankoop en bescherming van bijzondere gebieden, natuurvriendelijk kustbeheer. Meijer, teleurgesteld: ,,We wilden het Waddengebied groter, sterker en robuuster maken. Dat is niet gebeurd’’.

Geen meetbaar effect

Van de oorspronkelijke 800 miljoen euro is inmiddels ruim 400 miljoen besteed, zonder meetbaar effect. Zelfs het bestuur kan niet zeggen wat het fonds voor het Waddengebied heeft betekend. De projecten zijn nooit gemonitord of geëvalueerd, ondanks herhaaldelijke oproepen van de interne kwaliteitscommissie. Halverwege de looptijd van het fonds deed Royal Haskoning een poging, maar een definitief oordeel bleek moeilijk. De hoofddoelen van het fonds zijn nogal ‘open’ geformuleerd, schreef het adviesbureau. Na jaren aandringen zal de eerste evaluatie in 2021 worden gehouden, vijf jaar voordat de pot leeg is.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct