Hoe een burgerinfiltrant uit Leeuwarden de Hells Angels erbij lapte

ILLUSTRATIE MARK REIJNTJES

De criminele burgerinfiltrant, die in Friesland motorbendeleden van Red Devils en Hells Angels erbij lapte, is een Leeuwarder met een lang crimineel cv.

Dankzij de Leeuwarder kon de politie doordringen tot het gesloten bastion van de motorclubs. De man was overgelopen, omdat hij niets meer te verliezen had, zei hij tegen een naaste.

A-4110, zoals hij door de politie werd genoemd, heeft een lange criminele carrière. Zo werkte hij voor de hoofdverdachte in de Arvillezaak, die vorig jaar tot 12 jaar celstraf is veroordeeld wegens betrokkenheid bij een groot coketransport. Ook was hij jarenlang actief in de internationale drugshandel.

Lees ook | Wie is Kees? Oplichter, sjacheraar en criminele burgerinfiltrant die zich mengde in de plannen van twee Friese motorbendes

De Leeuwarder, een zestiger, laveerde ruim twee jaar tussen de politie en de motorbendes. Het onderzoek leidde in maart van dit jaar tot 22 arrestaties. In Leeuwarden, Franeker, Zurich, Noardburgum en Harlingen namen agenten drugs, wapens en cash geld in beslag. Vijf infiltranten maakten deel uit van de operatie, onder wie drie undercoveragenten uit Engeland, Duitsland en Australië.

Voor zijn geleverde diensten ontving de Leeuwarder een nieuwe identiteit, 15.000 euro tipgeld en een werkvergoeding van ruim 77.000 euro. Ook zijn advocaatkosten worden door het Openbaar Ministerie vergoed.

Het onderzoek, ‘Vidar’ genaamd, is gestart om te bekijken of leden van Hells Angels North Coast uit Harlingen zich bezighielden met ernstige misdrijven, al dan niet in georganiseerd verband.

Drugshandel

De Leeuwarder stond al ingeschreven in het register Team Burger in Opsporing van de politie toen hij in januari 2018 een lid van de Red Devils in Leeuwarden tegen het lijf liep. Met toestemming van de politie zette hij met deze Justin S. een drugshandel op. Later deed hij ook zaken met Hells Angels uit Harlingen.

In maart 2019 verleende justitieminister Ferd Grapperhaus hem de status van criminele burgerinfiltrant, een omstreden opsporingsmiddel dat na de uit de hand gelopen IRT-affaire uit de jaren negentig werd verboden. Het middel werd in 2014 onder strenge voorwaarden weer toegelaten.

Carte blanche

Advocaten vinden dat de politie buiten zijn boekje is gegaan met de operatie. Volgens verdachte Justin S. was het de burgerinfiltrant die initiatief nam tot drugshandel, en niet hij. Die gesprekken zijn niet opgenomen. ,,Uit het dossier blijkt dat de politie A-4110 carte blanche heeft gegeven om Justin te benaderen, zonder dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond”, zegt zijn advocaat Jan Hein Kuijpers. ,,A-4110 is als burger losgelaten op een andere burger, zonder strafblad.”

Een geslaagd uitlokkingsverweer door de verdediging, is in principe ‘dodelijk’ voor de zaak, aldus hoogleraar strafrecht Sven Brinkhoff. ,,Het kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM of ten minste bewijsuitsluiting.” Brinkhoff wijst op het belang om in dit soort undercoveroperaties ,,van minuut tot minuut” te weten hoe gesprekken zijn verlopen.

De zaak wordt volgend jaar in de herfst inhoudelijk behandeld.