Friesland heeft een beverpopulatie van precies twee stuks. Die leven ver van elkaar een teruggetrokken bestaan bij Oldeouwer en Makkum. Op zoek naar sporen met kenner Harrie Bosma.

De bronsttijd voor bevers is aangebroken. Maar niets wijst erop dat er een paring - te water, buik tegen buik - aanstaande is voor de bevers van Friesland. De provincie telt maar twee exemplaren. De kans dat die elkaar ooit treffen is klein en het is bovendien maar de vraag of ze wel van verschillend geslacht zijn.

Als iemand daar iets over kan zeggen, is het Harrie Bosma (64) uit De Knipe. Hij is flora- en faunamedewerker bij Wetterskip Fryslân en de Friese voorman van bever- en otterwerkgroep CaLutra. Ook hij kan slechts gissen naar het geslacht van de beide dieren waarover hij al jaren trouw waakt.

Bosma: ,,Of it mantsjes of froutsjes binne is eins net te sjen, sels net as se dea binne. Se ha ynwendige geslachtsorganen. De wyfkes hearre in justjes smellere sturt te hawwen, mar do moatst der al in pear byinoar ha om dat ferskil te sjen.’’

Voor een keer neemt Bosma bezoekers mee naar het leefgebied van de beide bevers, te beginnen bij de Ulesprong tussen Sint-Nicolaasga en Oldeouwer. Het is een winterse woensdagochtend, de zon komt net op en Bosma tempert meteen de verwachtingen. De kans op een ontmoeting met een bever is vrijwel nul.

,,Ik ha it bist dat hjir sit, jierren lyn ien kear troffen, doe’t ik mei de kano syn kant op kaam. Hy swom mei in wide bocht om my hinne en dûkte fuort. Ik ha him ek net wer sjoen.’’

Sindsdien moet Bosma het doen met indirecte waarnemingen. Hij is veel in de weer met wildcamera’s. Die hangt hij aan de oever op plekken waar actie te verwachten is. Geregeld levert dat fraaie beelden op. Bosma weet nu in ieder geval waaraan hij Frieslands eerste bever kan herkennen: er zit een knip in het uiteinde van zijn platte staart. Dat kenmerkende lichaamsdeel gebruikt de bever als zwemroer, bouwgereedschap en om alarm te slaan door op het water te kletsen.

loading

Winterresidentie

Dit ontoegankelijke natuurgebied van Staatsbosbeheer nabij de A6 is al sinds 2014 de winterresidentie van bever-1. In de warmere maanden maakt het dier zwerftochten door het merengebied, richting Kûfurd en Wite en Swarte Brekken tot aan IJlst, waar hij zijn aanwezigheid verraadt met vraatsporen aan bomen, waarvan hij takken afknaagt.

Het zachte hout van wilg en populier is favoriet bij de bever. Vooral wilgen zijn volop voorhanden in de rietlanden en moerasbosjes onder Oldeouwer. Harrie Bosma kent alle plekken waar de bever zijn oranje voortanden in het geboomte zet. Aan de wilgen zitten strakke takkenstompen, alsof de takken netjes zijn afgezaagd in een hoek van 45 graden. Van dichtbij zijn de tandafdrukken te onderscheiden.

Een flinke wilg met een stamdiameter van pakweg 35 centimeter is in het water geklapt. ,,Hy hie him earder al heal trochfretten. Fan’t simmer is er hielendal ôfbrutsen, op in dei mei hurde wyn.’’ Aan de drijvende stam is af te lezen dat de bever nog geregeld langskomt. Hij stript de bast van de geweekte wilg.

De thuisbasis van bever-1 ligt in een moerasbosje dat voor de boezemkade van het waterschap ligt. De bodem is er blubberig door opwellend grondwater met een vleugje plantenolie, dat een iriserend laagje op het oppervlak vormt. Tussen de wilgen en braamtakken heeft het dier een imposante burcht opgetrokken van vooral takken en modder. Ook ander bouwmateriaal is welkom. Uit de wand steekt een bruin bierflesje en ergens moet ook nog een stootkussen van een boot zitten, weet Bosma.

Op camerabeelden is te zien hoe de bever met kledders blubber in zijn voorpoten naar boven klautert om de boel te verstevigen. Elk jaar komt er een laag bovenop. Het bouwwerk heeft ondertussen en doorsnee van een meter of 6 en is anderhalve meter hoog. ,,Hjir past mei gemak in hiele famylje yn’’, constateert Bosma.

De ingang zit onder water, om eventuele vijanden buiten te houden. Goede kans dat de bever in het bouwwerk zit. Aan een winterslaap wagen de dieren zich niet, maar ze houden zich in Nederland overdag in de regel gedeisd.

,,Ssst… Sjoch dêr dan.’’ Bosma wijst naar de waterkant, een stuk voorbij de burcht. Het water rimpelt en er beweegt duidelijk iets. Zou de bever toch buiten zijn? Zwijgend tuurt Bosma naar de oever, tot er een vogel tevoorschijn zwemt. ,,In reidhintsje. Loos alarm.’’

Grootste knaagdier

De Europese bever, ons grootste knaagdier, heeft 160 jaar ontbroken in de Nederlandse natuur. Volgens de Zoogdiervereniging gold hij sinds 1826 als uitgestorven, nadat hij intensief werd bejaagd om zijn pels, zijn vlees en de schade die hij aanrichtte aan boerenland.

In 1988 is hij vanuit Oost-Duitsland opnieuw geïntroduceerd, te beginnen in de Biesbosch en oostelijk Gelderland. In Flevoland begonnen bevers die ontsnapten uit een dierenpark een eigen populatie. De jongste uitzettingen waren in 2008 rond het Zuidlaardermeer in Groningen en Drenthe. Ondertussen moeten er in het hele land een paar duizend exemplaren leven. Met het oprukken van de dieren in Groningen en de kop van Overijssel, neemt de kans toe dat de Friese bevers gezelschap krijgen, zegt Harrie Bosma.

Wat maakt dat de bever zich thuisvoelt in Friesland? ,,It hat yn elts gefal te krijen mei de feroaring fan ús lânskip trochdat we it wetter sa goed yn de macht ha. Troch djiopûntwettering en ferdrûging krijst op mear plakken beamopskot. Op âlde skilderijen sjochst hast gjin beammen oan de wetterkant, mar dat ha we wol no op in protte plakken. Dêr komme bevers op ôf, mar ek fûgels lykas buizerd en see-earn. It helpt fansels ek dat de beskerming fan de bever no better regele is en dat er hjir eins gjin natuerlike fijannen hat. Yn oare lannen is dat de wolf. Hjir is it ferkear it grutste gefaar.’’

loading

Honkvast

In Makkum pakt bever-2, present sinds 2017, de zaken totaal anders aan. Hij is het hele jaar honkvast, blijft buitendijks en komt niet verder dan de Súd- en Noardwaard van It Fryske Gea. Van menselijke actie in de buurt lijkt hij zich weinig aan te trekken. Zijn vaste stekken liggen zelfs tegenover de vakantiehuizen van De Holle Poarte.

Daar stapelt hij geen takken, maar verschanst hij zich in holen in de oever. De ingang zit steeds zo’n 60 centimeter onder de waterspiegel. Hij sleept takken tot voor de deur voor de eigen bevoorrading. Bosma kent deze bever ook alleen van camerabeelden. ,,It is in folwoeksen bist, 80, 90 sintimeter lang en in kilo as 15 swier. Mear kin ik der net fan sizze.’’

Hoe deze bever hier is gekomen, is Bosma een raadsel. Makkum ligt relatief ver van andere Nederlandse bevergebieden. De herkomst van dieren is hoe dan ook niet te achterhalen, omdat er bij de herintroductie van de bever geen DNA-bank is aangelegd. Bij de otter is dat wel gebeurd. Die laat zich ook makkelijker volgen aan de hand van zijn spraints, de keutels die hij op de oever achterlaat om zijn territorium te markeren.

Bevers poepen in het water. Zij bakenen hun territorium af met bevergeil, een sterke geurstof die ze aanmaken in een klier bij hun achterste. Bosma omschrijft de geur als ,,anys-eftich’’. Bevergeil of castoreum wordt gebruikt in parfums en werd vroeger aangeprezen als middel tegen hoofdpijn. Dat komt van de hoge dosis salicylzuur, afkomstig van de wilgenschors waar bevers zo gek op zijn.

Harrie Bosma vist een wilgenstammetje van bijna 2 meter uit het water. ,,Dit weecht sa 3 kilo. Eins net te leauwen dat er in stik swommen hat mei sa ’n ein hout yn ’e bek.’’ Het hout is vers afgeknaagd aan beide kanten en de bast is er voor een deel afgekloven. De tandgroeven zijn duidelijk te zien. ,,In goed teken. Dit is koartlyn skyld. Dat betsjut dat er wer wat aktiver is, wylst we ferline jier net folle fan him fernommen ha.’’

Een paar honderd meter verderop vindt Bosma in een rietveld de stronk waaraan het stammetje tot voor kort moet hebben vastgezeten. De twijgen en zijtakken die er aan zaten heeft de bever ter plaatse geschild. ,,Dat betsjut dat er him hjir wol fertroud fielt. Oars hier er it wol nei syn bou sleept.’’

Burchten

Als vrijwillig zoogdieronderzoeker én waterschapsmedewerker vertegenwoordigt Bosma een gevoelige mix van belangen. Hij geniet als natuurman van de noeste arbeid van de bevers. Zijn werkgever Wetterskip Fryslân is echter minder enthousiast en ziet de dieren liever gaan dan komen. Dat zit hem niet in de vrees voor dammen, waarmee bevers elders de loop van beken en rivieren blokkeren en veranderen, reden waarom in Limburg al op de dieren wordt gejaagd. De zorg richt zich op boezemkaden en het risico dat de dieren daarin burchten uitgraven. ,,Dat se dat graach dwaan meie, is op oare plakken wol oantoand. Der bart wol wat as sa’n grut bist in gong makket.’’

Kadegravers kunnen op weinig sympathie van het Wetterskip rekenen, zeker als het ongewenste exoten zijn. De muskusrat is jarenlang fanatiek bestreden en de beverrat is evenmin welkom. Daarvan zijn in 2019 jaar bij Earnewâld nog twee exemplaren afgemaakt, zegt Bosma.

Voor de bever bestaat nog geen protocol, maar Bosma twijfelt er niet aan dat het Wetterskip opteert voor de nuloptie. ,,De burchten dy’t se no ha foarmje gjin risiko, mar ik kin my yntinke dat we se wol fersteure en ferjeie as se echt yn kaden krûpe. Dat dogge we ek mei foksen en dassen.’’

Bosma loopt liever niet vooruit op maatregelen. ,,We moatte de bevers earst mar gewoan goed yn de gaten hâlde en net tefolle enerzy stekke yn mooglike problemen. Je kinne ek gewoan genietsje fan sa’n bysûnder bist.’’

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Natuur en milieu
Instagram
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct