Jan Boeijenga is gefascineerd door het doen en laten van de mens. FOTO SIMON BLEEKER

Het persoonlijke verhaal van Jan Boeijenga: berooid, maar rijp van geest

Jan Boeijenga is gefascineerd door het doen en laten van de mens. FOTO SIMON BLEEKER

Het verlangen van de mens om werkelijk gekend te worden is groot. Maar om dit persoonlijk te kunnen ervaren is soms een heel leven nodig, weet psycholoog Jan Boeijenga.

Opeens waren ze daar, eind vorig jaar, de gele hesjes. Eerst in Frankrijk, daarna in België en later ook in Nederland. Groepen mensen die gehuld in gele hesjes hun onvrede uiten. Gewone mensen, die aandacht vragen voor hun belangen en die gezien en gehoord willen worden.

Persoonlijk verhaal

Onlangs voltooide de 77-jarige Jan Boeijenga uit Witmarsum zijn nieuwste boek: Jan . Het is een persoonlijk verhaal over de zoektocht naar zijn eigen bestaan. ,,Ik heb er zo nu en dan toch wel een potje van gemaakt’’, bekent hij eerlijk. Het is niet het eerste boek dat hij in de afgelopen tien jaar heeft geschreven. Ook in zijn vijf voorgaande boeken draait het om het belang van ieder mens.

,,Ik ben een ‘ontwarrer’ van menselijke zaken in een wereld die altijd al verwarrend was, maar nu steeds verwarrender wordt. De opdracht van de mens is zichzelf te vinden. We zijn allemaal kapitein op eigen schip. Een kenmerk van een kapitein is dat hij of zij durft te geloven in de mogelijkheden van het eigen schip. Maar dat moet je eerst wel leren.’’

Onverschilligheid in onze samenleving groeit door het huidige teveel, schrijft Boeijenga in het voorwoord. ,,Te veel mensen, geld, migratie, technologie, mobiliteit, keuzes, nepnieuws en geweld. En dit alles in een veel te hoog tempo. Alle zeven miljard bewoners van onze planeet zijn stuk voor stuk uniek, maar hebben ook de aandacht van anderen nodig.’’

Burgerlijk

Boeijenga, geboren in 1941 in Drogeham, groeide op als ‘tussenkind’ in een gezin met zeven kinderen. Vader was onderwijzer van de dorpsschool. Het gereformeerde echtpaar leefde zoals dat van hen werd verwacht. Burgerlijk en gericht op ‘wat hoort’. Door de afstand in leeftijd tussen zijn drie oudere zussen en jongere broertjes en zusje, leefde Jan in zijn eigen, geïsoleerde wereld. Hij bemoeide zich niet met zijn ouders, zussen en broertjes. Andersom verdiepte niemand zich in hem.

Als psycholoog leerde Boeijenga over de gevolgen van storingen in de relatie tussen moeder en kind in het eerste levensjaar. Het overkwam de schrijver zelf. Eerst door de ziekte van zijn moeder, daarna door de spanningen van de oorlog. Ook als zich in de kinderjaren ingrijpende gebeurtenissen voordoen, zoals een verhuizing, kan dit grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling.

Gevoel van eenzaamheid

Zelfs op het oog nietszeggende gebeurtenissen kunnen van invloed zijn. Als Boeijenga als kleuter zijn vinger prikt aan een heg, overvalt hem een gevoel van eenzaamheid. Hij schrijft: ,,Niemand wil hem. Hij is niet goed genoeg. Dat is de code die op dat moment in zijn zenuwstelsel wordt gegraveerd en lang, te lang, in zijn ziel blijft hangen.’’ De verhuizing van het dorp naar ‘de grote stad’ Leeuwarden in 1946 doet daar nog een schepje bovenop. Van de ene op de andere dag raakt hij zijn veilige, vertrouwde wereld kwijt.

Op school is hij een middelmatige leerling. Pas als de meester in klas vijf hem het gevoel geeft dat hij er mag zijn, bloeit hij op. Maar Boeijenga kruipt weer in zijn schulp als de volgende leraar hem negeert. Hierdoor ontstaan diepe krassen in zijn sociale ontwikkeling. Decennialang behoudt Boeijenga zijn verdedigende levenshouding.

Studie psychologie

Boeijenga lijkt in de voetsporen van zijn vader te treden door zijn onderwijsbevoegdheid te halen. Plezier geeft het werk hem niet; ook zijn latere met succes afgeronde studie psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam geeft hem geen voldoening. Steeds weer begint Boeijenga iets anders, maar vaak slaan angst en onzekerheid toe en vlucht hij in zijn vroeg aangeleerde verdwijningskunst door zich nergens daadwerkelijk mee te bemoeien. Huwelijken stranden en Boeijenga sluit zich jarenlang op in een Frans boerderijtje.

Berooid, maar geestelijk rijp keert hij begin 2000 terug naar Nederland. ,,Ik was terug bij af, maar had eindelijk het geloof in mijzelf gevonden.’’ In een oud, bescheiden huisje in Witmarsum vindt Boeijenga zijn draai. Vluchten doet hij niet meer. Hij weet dat hij er mag zijn. Zijn zoektocht is klaar, leert Jan .

En de gele hesjes? ,,Ondanks de toenemende welvaart lopen we allemaal met een gemis rond. Ik zie in toenemende mate dat er honger is naar verbinding, contact of compassie. Het zijn een beetje onderaardse gevoelens. Mensen zijn niet bij machte dit uit te spreken. Daarom trekken ze een hesje aan.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct