Staand v.l.n.r.: onbekend, Benno Freimann, onbekend, onbekend, Horst Meijer, onbekend, onbekend, Sara Dinner en Hijman Chaim Bekker. Zittend v.l.n.r.: onbekend, Malvine Rachel Brandweiner, Eleazer Asscher, onbekend.

Het leven op de Joodse kibboets in Franeker

Staand v.l.n.r.: onbekend, Benno Freimann, onbekend, onbekend, Horst Meijer, onbekend, onbekend, Sara Dinner en Hijman Chaim Bekker. Zittend v.l.n.r.: onbekend, Malvine Rachel Brandweiner, Eleazer Asscher, onbekend.

Van 1934 tot 1941 is er in Franeker een Joodse landbouwschool voor jonge zionisten die een nieuw bestaan willen opbouwen in Palestina. Onderzoek rondom teruggevonden filmbeelden van de kibboets werpt nieuw licht op dit onderbelichte onderdeel van de vooroorlogse Franeker geschiedenis.

Zeker tweemaal bezoeken Jacob Bramson (1898-1991) en zijn vrouw Carolina in de jaren dertig Palestina waar ze zien dat een aantal voormalige pupillen van de Franeker kibboets inmiddels een aardig bestaan heeft opgebouwd. Bramson is onder de indruk, zegt hij in een interview in het Nieuw Israëlietisch Weekblad in 1937, al verbaast die voortgang hem niet voor ‘jongelui (…) die in een provincie zijn opgeleid die zich door haar agrarisch karakter voor de chaloetsopleiding bij uitstek leent ’. Hij trekt zelfs de conclusie ‘dat de opleiding van chaloetsim in Friesland een hooger peil heeft bereikt dan waar ter wereld ook’.

In 1933 wordt de mizrachistische vereniging Dath Waärets opgericht, die jongeren voor emigratie naar Palestina probeert te interesseren. De vereniging opent daartoe twee landbouwscholen voor Palestina-pioniers, ofwel chaloetsim . De ene school staat in Beverwijk en de andere in Ommen. Die laatste verhuist evenwel al in 1934 naar Franeker. Dit is mede te danken aan Jacob Bramson. Bramson is tweede geneesheer in het Psychiatrisch Ziekenhuis in Franeker en religieus zionist. Hij krijgt op een dag een brief uit Oost-Europa waarin een vader hem vraagt voor zijn dochter een agrarische opleiding met koosjer eten in Franeker te vinden. Door zijn werk kent hij verschillende boeren in de omgeving. Bramson heeft ook goede contacten met Dath Waärets en legt de vraag binnen de vereniging voor. Die bespeurt voldoende voordelen om de prille landbouwschool in Ommen voort te zetten in Franeker. Eerst wordt er een pand aan het Noorderbolwerk gehuurd. Daar gaat de opleiding op 1 augustus 1934 van start, maar het gebouw is al gauw te klein. In 1935 trekt de school in voormalige stationsgebouw van de lokaalspoorlijn aan de Harlingerweg 45, dat Dath Waärets huurt van de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij.

Hachshara voor tachtig jongens en meisjes

I n de kibboets in Franeker zullen ruim tachtig jongens en meisjes een hachshara krijgen; een agrarische opleiding van één tot twee jaar die hen voorbereidt op het leven in een landbouwkolonie in Palestina. Om ervaring op te doen met boerenwerk werken de jongens bij boeren in de omgeving en op de tuinderijen van het Psychiatrisch Ziekenhuis Groot Lankum. De meisjes werken vooral in huis maar soms ook als land- en tuinbouwer. In de avond hebben ze nog godsdienstonderwijs en leren ze modern Hebreeuws.

loading

Hoe hun leven op de kibboets eruitziet, daar kunnen we ons een beeld van vormen dankzij twee korte filmpjes van bij elkaar zo’n acht minuten, waar nieuw onderzoek naar gedaan is. Er is een levendige gemeenschap op zichtbaar. We zien studenten op het land werken en op de grond van de tuinderijen, appels plukken, paardrijden en plezier maken. De filmopnames zijn gemaakt door Bramson. De studenten lijken opgewekt. Er wordt gelachen en af en toe glimmen de jongelui van trots of schroom, terwijl het cameraoog verschillende aspecten van het leven hier en de opleiding vastlegt.

Wennen aan omgeving en stugge houding van boeren

loading

Die beelden vertellen niet het hele verhaal van hoe kibboetsbewoners hun verblijf op de Friese kleigrond beleven. Ze zijn het toch harde leven waaraan ze onderworpen worden eerst helemaal niet gewend. Een van de jongste studenten, Morris Schnitzer, tekent in zijn memoires op: ,,Plots werd ik bloodgesteld aan zware fysieke arbeid met mensen die zelden met mij spraken’’. De jonge Schnitzer moet ook wennen aan de omgeving, en de stugge houding van de boeren en andere arbeiders. ,,Als ze tegen mij spraken noemden ze me altijd Jood, nooit bij naam. Ze wisten niet wat ze van ons moesten denken. Het was moeilijk om het vertrouwen van de Friezen te winnen. Toen we dat eenmaal deden, werden ze wat vriendelijker’’, schrijft hij. Schnitzer komt door een opeenvolging van nare gebeurtenissen in december 1939 op de kibboets terecht. Hij heeft in Berlijn de Kristallnacht meegemaakt. Hij gaat terug naar zijn huis Bochum, waar hij al gauw wordt opgepakt. Als hij vrijkomt, sturen zijn ouders hem naar Nederland. Via zijn moeder kan hij mee met een kindertransport. Het draait uit op een lange tocht langs troosteloze opvangplekken. Via Dath Waärets hoort hij over de kibboets. In de aanmelding voor de opleiding ziet hij een manier om aan het heen-en-weer-gesleep te ontglippen.

Lees ook | Bekijk de sporen die herinneren aan de Joodse gemeenschap van Franeker

I n Friesland werken de jongens hele dagen bij de boeren. Ze verdienen maar een schijntje, want hun aanwezigheid mag niet ten koste gaat van de plaatselijke arbeiders. ,, Het was een hard leven, maar in elk geval een vredig leven’’ , schrijft Schnitzer. Met zijn derde boer is zijn contact wel beter, al speelt zijn eigen ontwikkeling als arbeider ook mee.

loading

Romances

Er ontstaan ook romances tussen bewoners. Zoals tussen Rika Nordheim en Jo Dünner. Rika woont nog even in het eerste kibboetshuis. Jo arriveert later. Hij is te zien op de film van Bramson, waarin hij op een ongezadeld paard langs de kibboets galoppeert.

loading

In het begin wonen er vooral Nederlandse Joden in Franeker. Als de omstandigheden voor Joden verslechteren, wonen er ook steeds meer vluchtelingen die naar Palestina toe willen. De Britten laten in de loop van de jaren dertig steeds minder immigranten binnen. Vanaf 1934 komt een illegale emigratiestroom op gang. Zo vertrekt op zondag 16 juli 1939 het schip de Dora met ruim 300 Joodse vluchtelingen aan boord uit Amsterdam. In Vlissingen en Antwerpen worden nog 200 vluchtelingen opgepikt. Op 12 augustus bereikt het schip Palestina. Meer dan tien mensen op de passagierslijst komen van de Franeker kibboets of hebben er gewoond. Ook staan er drie vluchtelingen op de lijst die Franeker als laatste verblijfplaats hebben, zo blijkt uit onderzoek door het Fries Film Archief en Historisch Centrum Franeker.

Voor de laatste groep bewoners is emigratie na het uitbreken van de oorlog bijna niet meer mogelijk. Op 21 november 1941 overvallen de Duitsers de kibboets en arresteren de aanwezige bewoners. ,, Ze wachtten tot iedereen terugkwam van het werk ’’, blikt Schnitzer terug op de inval. ,, De Nederlandse politie was er ook bij. Ze hielpen de Duitsers door de streek voor ze te beschrijven en informeerden ze over waar onze leden werkten. Ik werd getroffen door hun nauwe samenwerking. Iets om in gedachten te houden. ’’

loading

Tien bewoners aangehouden

T ien bewoners worden die dag aangehouden. Ze worden naar Westerbork gestuurd. Een aantal bewoners is die dag toevallig elders, twee mannen weten te ontsnappen. Schnitzer, die op de dag van de aanhouding bij zijn boer een ongeluk heeft gehad– zijn paarden slaan op hol en hij belandt met een wagen in de sloot – staat te rillen en vraagt of hij binnen droge kleding mag aantrekken. Hij krijgt toestemming. Door een achterdeur en via weilanden weet hij te vluchten. In Amsterdam zoekt hij Erich Israel Levy op, ook een kibboetsbewoner die hier herstelt van een ziekte. Ze verblijven kort in Brussel en reizen met valse identiteitsbewijzen naar Frankrijk. Via de rivier de Doubs bereiken ze het neutrale Zwitserland, waar ze door de politie worden teruggestuurd. Terug in Frankrijk worden ze onder vuur genomen door de Duitsers. Levy wordt meegenomen en zal in Auschwitz omkomen. Schnitzer zal dit en nog meer hachelijke avonturen overleven. Na de oorlog wil hij naar Israël. In 1946 is hij kort terug in Franeker, waar zijn identiteitsbewijs nog moet liggen. Als hij zich op het gemeentehuis meldt, wil de ambtenaar hem het niet geven. Hij ziet dat hij de man is op de foto, maar in het paspoort, staat dat hij in 1942 is overleden. Schnitzer is woedend. De burgemeester wordt erbij gehaald, die zegt dat als hij een getuige kan vinden die zijn identiteit kan bevestigen, hij de papieren terugkrijgt. Schnitzer zoekt boer Petrus van den Berg op. Die moet huilen als hij Schnitzer ziet. Hij getuigt voor hem en Schnitzer krijgt zijn papieren. Zijn broer haalt hem over om naar Canada te komen. Daar begint op 7 mei 1947 aan een nieuw leven. Hij woont er, 98 jaar intussen, nog steeds.

loading

Met de geschiedenis van de landbouwschool zullen Franekers en Friezen weinig bekend zijn. Daar hebben de gevoelige oorlogsjaren in het algemeen in Franeker en tragische ondergang van de kibboets veel mee te maken. Gerard van der Heide, van het Franeker stadsarchief, heeft in het verleden veel uitgezocht en een bewonerslijst samengesteld van de bewoners van de kibboets. De filmpjes van Bramson zijn later via diens zoon Joseph aan Yad Vashem geschonken. Twee digitale kopieën zijn via een familielid weer bij Tresoar terechtgekomen en daarna bij het Fries Film Archief. ,,Alle nammen, alle gegevens dy’t al bekend wienen oer de oankomst op en it ferlitten fan de kibboets. Dat wienen moaie gegevens om mear ûndersyk dwaan te kinnen, sa binne wy begûn, doe fûnen we in protte foto’s, ferhalen en memoires’’, zegt Syds Wiersma, projectleider van het Fries Film Archief.

loading

G eholpen door de tijd die hem er door de coronacrisis ook voor gegund werd, deed hij, met collega Kelly Bauer en het Historisch Centrum Franeker, de afgelopen maanden grondig onderzoek naar de kibboets. Zo lukte het hen veel van de mensen op de films te identificeren. Daaruit bleek dat de beelden hoogstwaarschijnlijk gemaakt zijn in 1937 en 1939. De onderzoekers vatten hun werk op als een goed begin, want door de publicatie van het onderzoek en beelden komt er geheid veel meer informatie over de historie boven, denken ze. In families van de boeren bij wie de kibboetsbewoners gewerkt hebben, worden misschien spullen bewaard. ,,Sa as notysjes, of miskien binne der deiboeken byhâlden. En we ha sels foto’s krigen’’, aldus Wiersma. ,,Fan de ûngefear tachtich bewenners binne fjirtich foar of nei de oarloch nei Israël emigrearre. Dêr wennet noch in protte neiteam. It kin net oars as dat dy ek noch in protte materiaal ha. Dat is ek wêr’t we op hoopje.’’

loading

Het onderzoek van het Fries Film Archief heeft geleid tot een lang artikel. Dat is hier te vinden.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct