FOTO'S LC/ARODI BUITENWERF

Het gebroken hart van Barrahûs

FOTO'S LC/ARODI BUITENWERF

Oprukkend Leeuwarden dreigt het schilderachtige buurtschapje Barrahûs op te slokken. De opheffing van de spoorwegovergang breekt de kern van de oude gemeenschap in tweeën.

Grommend rijten reusachtige machines het landschap open langs de spoorlijn tussen Leeuwarden en Grou. Borend en gravend leggen ze de basis voor het nieuwe NS-station Leeuwarden-Werpsterhoeke. Niemand weet wanneer hier de eerste trein zal stoppen. Heel snel al, als het aan gemeente en provincie ligt, maar de NS heeft geen haast: eerst moeten er voldoende mensen in nieuwbouwwijk De Zuidlanden wonen.

Een paar honderd meter verderop ligt Barrahûs, een pittoreske verzameling huizen en boerderijen. In de lome nazomerhitte lijkt de tijd hier stil te staan: een tractor maait het weiland, Wytgaardster schoolkinderen fietsen langzaam langs en bij de spoorwegovergang hangt een vrouw de was op in de voortuin.

Daarachter staat de boerderij Ald Barrahûs met het kleurige soldaatje, een beeld dat al sinds mensenheugenis aan deze buurt verbonden is. ,,Meist wol even sjen’’, zegt boer Folkert Jongbloed, wenkend op het erf. Hij grinnikt: ,,Wat in smûk stâl-tsje, sizze oare boeren wolris as sy hjir komme.’’

Nee, achter zijn boerderij vinden ze geen hypermoderne runderloods, maar een verbouwde ligboxstal uit de jaren zeventig. Jongbloed maakte er een lichte open ruimte van, waar koeien vrij in en uit kunnen lopen.

Als je echt iets bijzonders wil zien, moet je in de monumentale boerderij zelf kijken. Jongbloed: ,,Rin mar mei’’. Gevolgd door zijn nieuwsgierige kat stiefelt hij naar het jongvee en de stier. Ze staan onder het 150 jaar oude boerderijdak in een moderne ‘potstal’. Dat is uniek: vrijwel nergens in Friesland wordt het rundvee nog binnen gehouden in historische boerderijgebouwen.

Het is dan ook niet voor niets dat gedeputeerde Anita Andriesen in 2005 de status van voorbeeldboerderij ‘Frysk Boerespul’ aan deze oude pleats verleende. Folkert en zijn vrouw Betty maakten er een soort museumboerderij van. Ze verzamelen overal in huis historische gebruiksvoorwerpen en geven bezoekers graag een rondleiding.

Omsingeld

Maar hoe de Jongbloeds de boerenhistorie hier ook proberen te behouden, toch komt de stad onmiskenbaar dichterbij. Al vijftien jaar presenteren ambtenaren schetsplannen met sportvelden, woonwijken en bedrijfsterreinen voor dit gebied. Van het nieuwe Cambuurstadion tot de hypermarkt Familia: van alles is hier al gepland. Weliswaar kwam van de meeste projecten nog weinig terecht, maar Barrahûs raakt snel omsingeld.

Het meest ingrijpende komt nog: de aanstaande sluiting van de spoorwegovergang, die ingaat wanneer de fiets- en autotunnels bij het station gereed zijn. Het spoor wordt dan een keiharde grens, die het hart van deze gemeenschap in tweeën breekt. Ald Barrahûs en de Keimpenaarsreed liggen straks aan een doodlopend eind en hetzelfde geldt voor de huizen Barrahuis en Nij Barrahûs aan de overzijde van het spoor.

Even een praatje maken met de buren en andere bewoners verderop, dat is er straks dus niet meer bij, verzucht Folkert. Dat noopt voortaan tot een flink eind fietsen, ,,en as wy mei de auto nei de buorlju wolle, moatte wy oer Goutum, by hotel Campanile lâns. Dat is in rûte fan 4 kilometer.’’

Het is een ironische wending van het lot, want Ald Barrahûs dankt zijn bestaan juist aan het spoor. Honderdvijftig jaar geleden werd de treinroute Heerenveen-Leeuwarden dwars door de schuur van de naastgelegen boerderij Barrahuis gepland. Hiervan bleef het monumentale voorhuis met zijn oude voorgevel gespaard, maar de rest moest plat. De boer kreeg als compensatie iets westelijker een nieuwe boerderij, die Ald Barrahûs ging heten en waar de familie Jongbloed nu woont.

,,Wy hienen hjir altyd in buert-feriening mei de Marwersterdyk en De Werp: de BMW’’, zegt Betty. Maar ja, van De Werp is door de aanleg van de Heak al weinig meer over. Minstens zo wreed was het lot van de ‘kip- en kinderbuurt’ aan de Brédyk, nabij het station in aanbouw: de huisjes werden twee jaar geleden afgebroken voor aanleg van de Heak. Boerderijen rond de nieuwe autoweg verloren hun functie.

Ook buurvrouw Ferrina Bijman van Barrahuis denkt met weemoed terug aan de grote plattelandsgemeenschap van vroeger: ,,Meiinoar hienen wy hjir yn it ferline wol sa’n fyftich bern, no binne it der miskien noch tsien.’’ De grootschalige afbraak van huisjes sloopt dus ook de ‘mienskip’. Bij de gemeente wordt daar veel te eenvoudig over gedacht, vindt ze: ,,Der wenje hjir minsken. At wy dat sizze, liket it der wolris op dat de gemeente dêr ferbaasd oer is.’’

Betty Jongbloed: ,,De bern van de kip- en kinderbuert gongen mei ús bern nei skoalle. Der wie in soad kontakt’’ Na de afbraak raakten de bewoners verspreid. Ook de nabijgelegen boerderij van Techum en de pleatsen van het Sint-Anthonygasthuis aan de Overijsselseweg hebben in korte tijd hun agrarische functie verloren. Palsma Zathe aan de Piskhoarnedyk werd een zorgboerderij.

Sloper

Barrahûs telt nu veertien ‘huishoudens’. Vanaf het noordelijke Palsma Zathe volgt een gevarieerde verzameling huizen, twee in werking zijnde boerderijen en Muppet, ofwel Diemer van der Veen, de sloper met zijn wonderlijke onderkomen tussen de hoge bomen. Ooit stond daar een prachtige kop-hals-rompboerderij, maar die ging verloren, net als vele andere pleatsen in het gebied.

De Jongbloeds komen nog veel in Wirdum: dat blijft voor hun gevoel het centrumdorp waar Barrahûs bij hoort. Formeel klopt dat ook, kijk maar in de telefoongids. ,,Je moatte betinke dat Wurdum hjir altyd it grutte doarp wie’’, zegt Folkert. Het nabijgelegen Goutum stelde tot de jaren zeventig weinig voor en ook Wytgaard is ontstaan als een Wirdumer buurtschap.

In de toekomst wonen de Barrahústers officieel in Leeuwarden, zo heeft het gemeentebestuur besloten. De gemeente wil hen echter wel tegemoetkomen met de erkenning van Barrahûs als buurtschap, met de witte bordjes die hier bij horen. Betty bezocht al meermaals de adviescommissie straatnaamgeving om dit voor elkaar te krijgen.

,,Achterôf besjoen hienen wy dat folle earder dwaan moatten’’, zegt ze, want een erkende status biedt een betere onderhandelingspositie. ,,Us lân heart der fansels ek by’’, vindt Betty. En dat geldt ook voor de boerderij aan de oostzijde van de oude Overijsselseweg. De grensbepaling bezorgt de ambtenaren op het stadskantoor nog een ingewikkelde puzzel. Barrahûs is straks de tweede erkende buurtschap van Leeuwarden, naast Snakkerburen. Het zal niet de laatste zijn, want dankzij de herindeling met Littenseradiel krijgt Leeuwarden er in 2018 een hele verzameling officiële minidorpen bij.

Soldaatjes

Betty strijdt ook voor andere vormen van herkenbaarheid. Het nieuwe station moet Barrahûs heten, vindt ze. En de nieuwe, met hoog onkruid begroeide rotonde hiernaast mag in haar ogen ook wel een Barrahúster aankleding krijgen. ,,Wy woenen dêr graach in soldaatsje op in hynder.’’ Dat berust niet op eigen fantasie, want vroeger stonden bij de woning Nij Barrahûs twee soldaatjes.

Het staande stenen exemplaar is verplaatst naar het Historisch Centrum Leeuwarden, terwijl er een replica kwam te staan in de voortuin van Ald Barrahûs. Het andere soldaatje was van hout en zat te paard, maar ging verloren door houtrot. Mogelijk verwezen de beelden naar een oude sage over een soldaat die hier een roversbende versloeg.

De Overijsselselaan is zo’n beetje de oostgrens van de buurtschap, de westgrens is vanouds de Swette, de historische waterscheiding tussen Oostergo en Westergo. Het is zo’n brede lijn in het landschap dat de Barrahúster boeren en de Jellumers van de overkant elkaar zelden spreken. ,,Wy wuive allinnich nei elkoar. Wy witte wol hoe’t se hjitte, mar kenne net de gesichten dy’t der by hearre’’, zegt Folkert. De monumentale spinnekopmolentjes die vroeger bij Ald Barrahûs hoorden, hebben de oversteek overigens wel gemaakt. Ze zijn naar de Jellumer zijde van de Swette verhuisd.

Het jaar van de waarheid nadert met rasse schreden voor Barrahûs. Plannen voor nieuwe sportvelden passeren binnenkort de gemeenteraad. Tekeningen voor een nieuwe woonwijk ten noorden van de Boksumerdyk laten ook niet lang meer op zich wachten.

Vertraging

Met enige vertraging wordt de fietsdoorgang bij het station in maart opgeleverd, verwacht Jan Arendz, de woordvoerder van de provincie. De voltooiing van de autotunnel staat in juni 2017 gepland. Wanneer de spoorwegovergang dan wordt afgesloten? Arendz: ,,Hierover gaan wij nog in gesprek met de bewoners van Barrahûs. Voor hen is een kortsluitend voet- en fietspad meegenomen in de plannen, zodat de afstand oost-west zo kort mogelijk is.’’

Hierbij doelt Arendz op heropening van het historische pad richting Swichum: de Ald Swichumerdyk, waarover de hier geboren Viglius van Aytta vijfhonderd jaar geleden zeker zal hebben gewandeld. Het liep sinds de jaren zestig dood op de oude autoweg, maar kan nu weer worden gebruikt als ingekorte route om de contacten tussen de buren te vergemakkelijken.

Deze geste doet de historie eer aan, maar is voor de bewoners slechts een pleister op de wonde. Barrahûs moet verder met een gebroken hart.

Drogevoetenweg, een wonder uit 1828

Friesland kreeg in 1828 zijn eerste bestrate rijksverkeersweg voor ruiters, wagens en koetsen: de Overijsselsestraatweg tussen Leeuwarden en Zwolle. Dit was een revolutionaire ingreep in een tijd dat bijna al het transport en personenvervoer nog per schip plaatsvond.

Tot die die tijd was de oude ‘hooge dijk’ buiten de zomer nauwelijks te bewandelen geweest ‘wegens de drift van vee als anderszins. Het was althoos een moeras’, schreef de dagboekschrijver Doeke Wijgers Hellema, die de boerderij naast het huidige Ald Barrahûs bewoonde. ‘Toen men van dezen aan te leggen straatweg begon te spreeken zagen de Vriezen dit werk genoegzaam voor een harsenschim, en geloofden dat het onuitvoerbaar ware.’

Terwijl vreselijke malaria-uitbraken dood en verderf zaaiden in de omgeving, rukten de straatwerkers in 1827 op van Grou richting Leeuwarden. Hellema ging geregeld een kijkje nemen bij Reduzum: ‘Het is een verbazend werk, de arbeiders en werklieden zijn over het algemeen vreemden, men noemt ze Brabanders.’

De grootste klus bestond uit de aanleg van een opmerkelijk hoge aardebaan, waarbij in grote lijnen het tracé van de oude zeedijk (Brédyk) werd gevolgd. Daar bovenop kwamen gebakken klinkers. Vanaf het einde van de zomer ging ook in Barrahûs alles over de kop. De weg liep dwars door de buurtschap, die nu overspoeld raakte met wegwerkers.

Toen de weg langs Wirdum in november eindelijk gereedkwam, was Hellema vol bewondering: ‘Het is te dezer tijd een lust de straatweg te wandelen, overal is het vuil en modderig, doch zoo dra men de straatweg bereikt, is het even als of men in een droog jaarsaisoen verplaatst is, zoo effen en droog, zonder zich in het minste te bevuilen kan men op zijn gemak dezelve bewandelen.’

De plattelandsbewoners vonden het ongelooflijk: ‘Dit geeft gedurende de herfst en het wintersaisoen, een gemak waar van der Vriezen voorvaderen en het tegenwoordig geslagt, zich geen denkbeeld konde vormen.’ Bovendien vergde de weg amper onderhoud: ‘Men merkt door het menigvuldig gebruik der rijtuigen, hoegenaamd geene inspooring of oneffenheden. De aannemers moeten zeer kundig zijn.’

In de volgende jaren beplantte de rijksoverheid de bermen met allerlei bomen, onder andere esdoorns, iepen en elzen. Dit groen was vooral bedoeld als landschapsschoon: ‘Men laat geen kosten en moeite onbeproefd om deze weg een heerlijk aanleg te geven, en bij het groeijen van het geboomte, een Konings weg te doen uitkomen.’ Op veel plekken is dit groenlint tegenwoordig nog herkenbaar. Het vormt de noord-zuidelijke ruggengraat van Heerenveen.

Ondanks fikse tolheffing groeide de straatweg snel uit tot een drukke route, die de omwonenden veel vertier bracht. Zelfs de koning passeerde er soms, maar ook inbrekers wisten Barrahûs nu te vinden. Hellema beschrijft een golf inbraken, waarbij vooral etenswaren werden buitgemaakt. Een oude ‘Barrahuister schipper’ werd zelfs ‘groen en blaauw geslagen door de schurken’ en zijn meid tot bloedens toe mishandeld.

Historici beschouwen de dagboeken van Hellema tegenwoordig als een belangrijk tijdsdocument van negentiende-eeuws Midden-Friesland. Ze zijn te lezen op de website van het Historisch Centrum Leeuwarden: historischcentrumleeuwarden.nl.

Huis van het Bergklooster

Historici braken zich vroeger het hoofd over die vreemde naam, Barrahûs. Inmiddels is het raadsel opgelost: het woord verwijst naar het middeleeuwse Bergklooster in Tytsjerksteradiel, waar in de dertiende eeuw voor het eerst sprake was van de dorpsnaam Berchem (nu Burgum), schrijft Karel Gildemacher in zijn Friese plaatsnamenboek.

De Burgumer monniken hadden her en der uithoven: kloosterboerderijen die voor inkomsten en eten zorgden. Zo ook rond de oude Middelzeedijk bij Wirdum, waar de reguliere kannuniken volgens historicus Hans Mol rond 1220 zijn neergestreken. ‘In 1360 wordt gesproken van Bergher huse en in 1348 Bergher Stenhuse’, schrijft Gildemacher over deze vestiging.

De kloosteruithof was ‘gunstig gelegen bij de zijl (sluis) in de Oude Wartenastervaart’, schrijft historicus Paul Noomen. Inwoners van Techum en Barrahûs kennen dit water nu als Alddjip. De monniken bezaten hier land en er stond een kasteeltje (stins) bij de boerderij. De plek lag centraal. Noomen: ‘De stins fungeerde als vergaderplaats voor de landgemeenten van Oostergo. Er was ook een kapel.’

Helaas voor de monniken lag de uithof ook uiterst strategisch op het strijdtoneel van de Schieringers en Vetkopers, die elkaar rond 1500 veelvuldig te lijf gingen. In 1492 vond er een gruwelijke veldslag plaats bij Barrahûs. In 1498 herhaalde dit zich, waarna troepen van de Saksische hertog Albrecht van Saksen de stins, de kloosterboerderij en de omliggende boerenplaatsen plunderden. In 1515 richtte de Franeker edelman Jancko Douwama hier nieuwe verwoestingen aan.

Juist in die roerige tijd werd in de stins van Barrahûs de invloedrijkste bestuurder uit de Friese historie geboren, namelijk Viglius van Aytta. Hij zou later in Brussel assistent worden van de machtigste man ter wereld, koning Karel V. De Aytta’s waren actief in Barrahûs, maar voelden zich historisch vooral verbonden met Swichum.

Verder is van de middeleeuwse historie helaas weinig terug te vinden. De hier eveneens geboren schrijver Sjoerd Cuperus probeerde voor zijn boek over De Zuidlanden nog te achterhalen of er bij opgravingen iets boven water was gekomen. Dat viel tegen. Rond 1900 is de terpkern van Barrahûs te grondig verwoest, constateert hij.

De omgeving zit overigens nog wel vol met veel oudere bewoningsrestanten, vooral uit de ijzertijd en vroege middeleeuwen. Onder de huidige Overijsselselaan lag vroeger de terp Barrahûs-Oost, waar opzienbarende vondsten zijn gedaan.

Het hectometerpaaltje

De meeste voorbijgangers zien hem niet eens, maar hij is bijzonder: langs de Brédyk bij Barrahûs staat een historisch betonnen hectometerpaaltje. Het heeft een rode kop en meldt een getal, namelijk 3,9. Zoveel kilometer ligt de buurtschap namelijk van hartje Leeuwarden. Het is een van de laatste overblijfselen van de vooroorlogse rijksweg Leeuwarden-Heerenveen. Die werd begin jaren zestig opgeheven, omdat verderop de nieuwe Overijsselseweg was voltooid.

Waarschijnlijk vond niemand het de moeite waard om de hectometerpaaltjes langs de Brédyk begin jaren zestig te verwijderen. De zelfde achteloosheid waarmee ze destijds werden gespaard, leidt nu echter alsnog tot hun ondergang. Er stonden enkele jaren geleden nog verschillende exemplaren, maar die zijn gesneuveld bij de gemeentelijke herinrichtingswerkzaamheden.

Het gekke is: de paaltjes zijn lange tijd keurig onderhouden. Zo nu en dan kwam een oude man uit de stad langs om ze te verven, herinneren omwonenden zich. Wie dat precies was en waarom hij zo ijverig schilderde? Niemand die het weet.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct