Hartbewakers

Tienduizenden doodgewone mensen leiden een slapend bestaan als levensredder. Tot zij op hun mobiel een oproep krijgen om direct iemand in de straat of buurt te reanimeren. Gebeurt dat vaak? Is het zwaar? En wat als het mislukt? Verslaggever Rutger van der Meij werd 'burgerhulpverlener'.

Ruurd hoort hem naar adem snakken. Zijn vriendin ook. ‘Gaat het daar?' vraagt ze. De badkamerdeur is niet op slot. Karin loopt naar binnen. Het is haar vader tenslotte.

Ze treft hem op de toiletpot. Blijkbaar is hij even gaan zitten toen hij een dextrootje wilde nemen. Maar nu leunt hij vreemd tegen de muur. Zijn gezicht is blauw. Ruurd kijkt zijn schoonvader in de ogen. Geen geknipper, geen reactie, niks.

Naar de telefoon in de woonkamer. Dit is goed mis, weet Ruurd instinctief. 112 bellen. Een vrouw antwoordt. Aan een paar woorden heeft hij genoeg.

Samen met Karin legt hij zijn schoonvader op de koude badkamervloer. De telefoon stond gelukkig al op de speaker. De stem van de hulpverleenster dringt duidelijk door. ,,Je moet nu beginnen met reanimeren.''

29 januari, donderdagavond. Op weg naar het dorpshuis van Goutum begint het zachtjes te sneeuwen. Bij de kerk roept een uil.

De andere deelnemers zijn er al. De man en de vrouw aan de ene kant van het zaaltje horen niet bij elkaar zo te zien. Aan de andere kant zitten een echtpaar en twee twintigers. Op tafel staan gele bloemen en thermoskannen met koffie en thee. Op de grond ligt een reanimatiepop.

Cursusleider Klaas Bergsma, een fitte man met grijs haar, wil dat we onze namen en adressen opschrijven. ,,Met pen en papier, zodat ik kan aantonen dat jullie hier echt zijn geweest.'' Achterop zijn witte polo staat Reanimeren leer je zo.

Het begon met een vraag voor de krant over AED (automatische externe defibrillator), een draagbaar kastje dat door middel van een elektrische schok het hart weer op gang kan brengen. In het Noorden moeten er honderden zijn. Maar waar precies, en hoe vaak zijn ze nodig? De Hartstichting had geen antwoord. Ook via de Noordelijke Meldkamer en de ambulancezorg kon niemand precies aangeven hoeveel van deze AED's bij hartfalen werden ingezet.

Wel werd mij duidelijk dat dit niet de enige zorg van de hulpinstanties was. Elke ambulance en poltitiewagen heeft een AED aan boord en na een 112-melding van hartfalen komen er standaard twee ambulances in actie. Maar voordat die hulp na de oproep bij het slachtoffer is, zijn er bijvoorbeeld in Friesland gemiddeld 9 minuten verstreken. Terwijl bij een hartstilstand de overlevingskans elke minuut met 10 procent afneemt.

De eerste 6 minuten zijn cruciaal. Het is dus letterlijk van levensbelang dat iemand dat hart snel weer aan de praat brengt. Het liefst met een AED, of met blote handen als die niet in de buurt is. Daarom wordt al een paar jaar veel moeite gedaan om Nederlanders, ook zonder EHBO-ervaring, een reanimatiecursus te laten doen. Zorgverzekeraar De Friesland betaalde zelfs de leskosten voor vierduizend cursisten.

Wie geleerd heeft om te reanimeren, kan wachten tot hij op straat of op het werk iemand met hartproblemen treft. Maar dat gebeurt zelden. Intussen overlijden er per dag 35 mensen aan een hartstilstand. Hulporganisaties willen dat gat dichten. Daarom kan iedereen met een reanimatiediploma zich sinds een paar jaar aanmelden bij een burgernetwerk.

Krijgt iemand in jouw straat of wijk een hartstilstand en wordt 112 gebeld? Dan stuurt de Meldkamer in Drachten niet alleen twee ambulances, maar ook een sms'je naar jouw mobiel met het adres van het slachtoffer. Omdat jij misschien nog eerder ter plekke kan zijn.

Er komen steeds meer van deze ‘burgerhulpverleners' bij. Vaak gewone mensen zonder hulpachtergrond. Zo zijn in Friesland sinds november al ruim 4400 reanimeerders aangesloten, 1000 meer dan een jaar eerder.

Hoe werkt dat burgernetwerk precies? Hoe vaak moet je te hulp schieten? Wat voor ervaring is het om binnen een paar minuten iemands leven te moeten redden? Vragen waarop ik geen antwoord kreeg. Het netwerk is onzichtbaar. De meeste burgerhulpverleners kennen elkaar niet eens. Er kan een reanimeerder twee huizen verderop wonen, zonder dat je het weet.

Misschien moest ik het zelf eens proberen, burgerhulpverlener worden. In de eerste plaats natuurlijk om mensen te helpen. Ik dacht aan familieleden met hartproblemen. Maar bovendien kon ik als hulpverlener pas echt zien hoe het systeem eigenlijk werkt.

,,Let op mijn tempo'', klinkt het uit Ruurds telefoon. De 112-telefoniste zegt dat hij zijn handen tussen de tepels van zijn schoonvader moet plaatsen. De handhouding. Het enige wat hij onthouden heeft. De ene palm op de rug van de andere. Vingers in elkaar.

Twee jaar geleden heeft hij een reanimatiecursus gevolgd, tijdens zijn studie Social Work aan de NHL. Kon je studiepunten mee halen. Hij dacht: ik wil maatschappelijk werk doen, ik krijg met mensen te maken. Laat ik dan een cursus volgen waaraan ik misschien nog iets heb.

Het komt meteen terug wanneer hij zijn handen op elkaar legt. Het reanimatiegevoel. Hij volgt de vrouwenstem uit de telefoon. ,,Laat je handen echt helemaal terugkomen.''

In het dagelijks leven zit Klaas vaak op de ambulance. Reanimeren, zegt hij tegen zijn cursisten, is gewoon hard werken. Vijf minuten hartmassage voel je al in je armen en schouders. Het borstbeen moet immers elke keer 5 centimeter worden ingedrukt. ,,Het kan gebeuren dat er een rib breekt als je niet op de juiste plek drukt. Dat hoor je duidelijk. In dat geval de handen verzetten en gewoon doorgaan.''

Klaas laat een instructiefilmpje zien, legt uit hoe je controleert of het slachtoffer nog ademhaling heeft. Dat je omstanders om hulp moet vragen. ,,Waarom wijs ik je aan als ik dat vraag? Zo maak ik jou verantwoordelijk. Anders doet niemand iets.''

De man en de vrouw naast mij hebben de cursus vorig jaar al een keer gevolgd. Nu zijn ze op herhaling. Reanimeerders moeten hun kennis een keer per jaar opfrissen, anders lopen ze het risico dat hun diploma zijn geldigheid verliest.

Ik vraag me nu al af of ik alles kan onthouden. Stel dat ik de techniek niet onder de knie krijg? Klaas: ,,Als iemand reanimatiebehoeftig is, weet je één ding zeker: zolang ik niks doe, gaat hij dood.''

De andere vier cursisten, het echtpaar en de twintigers, blijken een gezin. In de pauze vertelt de vader dat met kerst zijn vrouw in de schaatshal van het ene op het andere moment in elkaar zakte. Dankzij het ingrijpen van een schaatsende huisarts leeft ze nog. Zij reanimeerde het slachtofffer op de ijsvloer.

De dochter vond dat ze de techniek van het reanimeren als familie moesten beheersen: ,,We gaan met zijn allen op cursus.'' Daarom zijn ze vanavond hier.

Lees: Klaas op de achterbank

Lacherig beginnen we te oefenen met de pop. Hartmassage afgewisseld met mond-op-mond. De sfeer wordt al snel serieus. Het tempo van de hartmassage doen we wel allemaal goed, dankzij de onvergetelijke tip van Klaas: ,,Denk aan Stayin' Alive van de Bee Gees. Ah, ha, ha, ha … dat is het ritme.''

Dan droogoefenen met de AED. De plakkers met elektroden plaatsen. Eén onder het rechtersleutelbeen, één onder de linkeroksel. Niet op de tepels. Daarna de ‘schok'. Ik twijfel: deze pop is wel erg licht. Hoe moet dat straks bij een echt mens van 80 kilo?

Drie uur later krijgen we allemaal een diploma. Nu ben ik officieel reanimeerder. En dus mag ik me aanmelden als burgerhulpverlener.

Ruurd voelt zich verdoofd. Het lijkt eindeloos te duren, hij krijgt spierpijn in zijn schouders. Of hij de goede beweging maakt, weet hij niet. Zijn schoonvader is nog steeds buiten bewustzijn. Geen ademhaling.

Had hij het niet eerder moeten zien? Toen de man hangend aan de keukentafel zat en zei dat hij zich niet lekker voelde? Uitgerekend op zijn eerste pake-dag. Hij had juist zoveel zin om op te passen vandaag. Eigenhandig had hij net nog de kinderwagen in de auto gezet, zonder problemen.

Karin maakt de gang naar de voordeur vrij. Ze schuift de stoelen in de kamer aan de kant. Waar blijven ze nou?

Vrijdag 6 februari. Op de redactie krijg ik een mailtje van HartslagNu, een landelijk alarmeringssysteem voor burgerhulpverleners. ,,U bent goedgekeurd'', staat erin. Dat betekent, weet ik, dat de Friese ambulanceregio mijn deelname heeft beoordeeld. ,,U kunt nu door HartslagNu opgeroepen worden voor reanimatie.''

Poeh. Nu kan het dus elk moment gebeuren. Een sms'je met het verzoek om iemand te helpen die in een straal van een kilometer rond mij een hartstilstand krijgt. Ik kijk door het raam: buiten ligt een pak sneeuw. Wat als ik te laat kom?

Natuurlijk zal ik reageren als ik een oproep krijg. Eerlijk gezegd kijk ik er niet naar uit. Toch kan ik vanaf nu niet meer wegkijken als iemand voor mijn ogen in elkaar zakt. Niet meer verwachten dat de ander het wel oplost. Ik ben toch hulpverlener? Dat is niet iets wat je ‘ontleert'. Ik weet nu hoe belangrijk die eerste minuten zijn: het verschil tussen leven en dood. Het voelt als een zware verantwoordelijkheid.

Het systeem weet waar ik ben. In mijn account op HartslagNu.nl controleer ik de locaties die ik heb opgegeven. Op weekdagen op de redactie, in het weekeinde thuis in Goutum. Ik ben niet meer op mijn gemak. Wat had Klaas ook alweer gezegd? In de regio Leeuwarden alleen al krijgen ze op de ambulances drie oproepen voor hartfalen per week.

Ik had hem pas na afloop van de cursus verteld dat ik van de krant was. Ik zat daar toch in de eerste plaats als iemand die wilde reanimeren, niet als journalist. Hij begreep het. Ik mocht langskomen als ik meer wilde weten.

Klaas kwam in 1995 op de ambulance, vertelt hij thuis aan de keukentafel. Tientallen reanimaties heeft hij gedaan.

,,Ik weet mijn eerste nog heel goed.'' Het was een man van middelbare leeftijd uit Grou. Hij redde het niet. Je weet soms al snel of iemand nog kans maakt. En als het wel lukt, hoe komt die persoon er dan uiteindelijk uit? Hij hoeft het niet te weten.

Kinderen, dat is altijd moeilijk. Daar lig je 's nachts weleens wakker van. Maar als burgerhulpverlener krijg ik niet met zulke gevallen te maken, volgens Klaas. Meldingen van kinderen, ongevallen en gehangenen worden niet aan vrijwilligers doorgegeven.

Het was ze al een paar keer overkomen. Reden ze met de ambulance op een reanimatiemelding af, stonden er allemaal mensen omheen. Maar helaas niemand die iets deed. Klaas en zijn collega begonnen in 2009 met de cursussen.

,,Niet iedereen die leert reanimeren wordt ook burgerhulpverlener. Let wel, het is een hele stap.'' Je kan van alles aantreffen. De kans is reëel dat het slachtoffer het ondanks alle inspanning niet redt. Niet voor niets biedt HartslagNu na elke oproep een luisterend oor voor vrijwilligers die nazorg willen.

Juridisch gezien lopen burgerhulpverleners geen risico. Nooit is iemand aangeklaagd omdat hij de reanimatie niet goed uitvoerde. En als het slachtoffer niet wil worden gereanimeerd en daarvoor een speciale ‘reanimeer mij niet'-penning draagt, mag de vrijwilliger het besluit om te stoppen overdragen aan de professionele hulpverlener.

Vanuit het niets staan ze om hem heen. Hulpverleners in gele pakken. Ruurd heeft de sirenes niet eens gehoord.

Hij wil stoppen, hij is moe. Maar de ambulancemannen zeggen dat hij moet doorgaan. Dan kunnen zij alles klaarzetten. Karin ziet dat er ook een agent bij is.

De mannen zien dat hij nu echt vermoeid begint te raken. Een verpleegkundige lost hem af. Even weg hier, een sigaret. Ze hebben de AED erbij gepakt, zijn schoonvader gaat schokken krijgen. Laat maar, denkt Ruurd, dat hoef ik even niet te zien.

19 maart. Ruim een maand verder en ik heb geen enkele oproep gehad. Het zenuwachtige gevoel is weggeëbd. Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan reanimeren denk. De techniek kan ik me niet meer goed herinneren. Alleen het ritme van de hartmassage, dankzij de Bee Gees.

Had ik, statistisch gezien, niet al een oproep moeten krijgen? In mijn regio kwamen hartmeldingen toch drie keer per week voor? Ik meld me aan op Hartslagnu.nl en verruim in het account mijn beschikbaarheid. Nu ben ik niet alleen op kantoortijden, maar 24 uur per dag beschikbaar, zeven dagen per week.

Ook al kan ik er dan vaker niet bij zijn, misschien krijg ik wel meer meldingen. Ik weet dat ze in de straal rond het slachtoffer maximaal dertig burgerhulpverleners oproepen. Als ik niet kan, is er vast wel een andere vrijwilliger in de buurt.

Maanden gaan voorbij. Geen sms, geen oproep. Mijn winterjas gaat in de kast, in de binnenzak het mondmaskertje dat ik op de cursus kocht.

Na de zomervakantie log ik maar weer eens in op mijn online account. Ik ben stomverbaasd. Het blijkt dat ik weken geleden een oproep heb gehad.

Het adres van het slachtoffer staat erbij: een straatje in de wijk Achter de Hoven, pal naast de redactie in Leeuwarden.

Hoe kan dit? Ik heb nooit een sms'je ontvangen!

Ik kijk in mijn agenda bij 11 juni. Een werkdag. Ik was er, ik had er kunnen zijn. Waarom wist ik dan van niks?

Er zit een plattegrondje bij. In het midden een rood poppetje met rood hart: het slachtoffer. En binnen een straal van 1 kilometer daaromheen een geel poppetje: dat ben ik. Waar zijn de andere hulpverleners?

Ik bel naar HartslagNu voor uitleg. De dame aan de lijn zoekt het uit. ,,KPN heeft het bericht niet kunnen versturen. Als het na tien minuten niet lukt, proberen we het niet langer. Dan heeft het geen zin meer. Misschien stond uw telefoon uit of had u slecht bereik.''

De melding is 's ochtends gedaan, om twaalf minuten over elf. Volgens mijn agenda had ik toen een interview. Het kan best dat mijn telefoon uitstond. ,,Ik kan wel zien hoeveel mensen opgeroepen zijn'', zegt de telefoniste. U ziet alleen uzelf, maar er zijn inderdaad naar dertig hulpverleners meldingen verstuurd.''

Hoe is het afgelopen? Het adres is hier vlakbij. Ik kan het huis bijna zien vanaf de redactie.

1 september, zes weken na de melding. Als ik aanbel komt achter het raam een man van de bank. Hij is niet verrast of boos als ik vertel over het sms-systeem. De melding was voor zijn 61-jarige vrouw. Ze was al overleden voor de ambulances er waren.

Een hulpverlener loopt op hem af. Twee schokken hebben ze toegediend, begrijpt Ruurd. ,,Hij moest van ver komen, maar hij heeft weer hartritme.''

Nu gaat alles snel. Zijn schoonvader achterin de ambulance, Karin en haar moeder volgen in de politiewagen. Zelf moet hij oppas voor hun dochtertje regelen. Hij kan haar met de auto wegbrengen naar een vriendin, daarna zal hij de rest ontmoeten bij de Spoedeisende Hulp.

Het is 37 minuten na zijn telefoontje naar 112. Probeer niet te hard te rijden, zegt de agent.

,,Zo gaat het soms.'' Klaas vindt het niet vreemd dat ik na zeven maanden nog maar een oproep heb gehad. ,,Op de ambulance hebben we zelf soms ook tijden niets. Het kan opeens omslaan. En drie keer per week is natuurlijk wel voor heel Leeuwarden en omstreken.''

In de mail zit een nieuwsbrief van Fryslân Hartveilig, de stichting die in Friesland het aantal AED's en burgerhulpverleners probeert te verhogen. Er staat een verhaal in over een andere burgerhulpverlener, een jongen van 19 nog. Hij heeft al wel veel reanimaties gedaan. Daarbij, zegt hij, komt hij weinig andere hulpverleners tegen.

Lees: 'Sneller dan de ambulance'

Op de site van de Hartstichting zie ik een interactieve kaart. Per postcodegebied is te zien of er voldoende burgerhulpverleners zijn. De Hartstichting streeft naar een ‘dekking' van één hulpverlener op elke honderd inwoners. Dan hebben slachtoffers een reële kans op hulp binnen 6 minuten. Dat niveau wordt op dit moment in Noord-Nederland nog maar op een paar plekken gehaald.

Zeker in de steden is een schreeuwend tekort aan burgerhulpverleners.

Bekijk de interactieve versie van de kaart op: www.hartstichting.nl/reanimatie/aanmelden-burgerhulpverlener

Dinsdagochtend 8 september. Ik ben laat, wil net opstaan uit bed als ik een alarmtoon hoor uit mijn telefoon. ‘HartslagNu OPROEP!' staat op het scherm, en een adres waar ik heen moet. Er zit zelf een kaartje bij met een routebeschrijving.

Het is weer vlakbij de redactie. Het systeem denkt dat ik op mijn werk ben, in plaats van thuis. Ik had immers mijn beschikbaarheid verruimd, zodat ik geen melding zou missen.

Het lukt me niet. Ik ben nog niet aangekleed, de kinderen moeten naar school. En geen schijn van kans dat ik binnen een kwartier bij het slachtoffer ben, laat staan zes minuten. Mijn maag krimpt ineen. Nee, hier kan ik niets betekenen.

Zou het bij andere burgerhulpverleners ook zo gaan?

Een maand later bel ik aan. Ik schrik als ik door het raam een box zie staan. Zijn dit jonge mensen? Met een baby?

Een man van eind twintig doet open. Het slachtoffer woont hier niet, zegt hij. Het was zijn eigen schoonvader die kwam oppassen. Ze troffen hem aan in de badkamer. Hij heeft hem zelf gereanimeerd. ,,Ik zal me even voorstellen: Ruurd.''

De spoedafdeling. Ruurd wordt opgehaald door een geestelijk verzorger van het ziekenhuis. Hij heeft al gesproken met Karin en haar moeder. De man zal de hele dag bij hen blijven.

Zijn schoonvader wordt gekoeld en in slaap gehouden. De lichaamstemperatuur is teruggebracht naar 33 graden. Zo raken de hersenen niet beschadigd zodra de bloedsomloop weer op gang komt.

Hoe hij wakker wordt, óf hij wakker wordt, is nog niet te zeggen. De dokter zegt dat ze rekening moeten houden met mogelijke permanente hersenschade.

Ruurd en Karin gaan 's avonds naar huis. Ze moeten op hun dochtertje passen. In zijn hoofd maalt het door. Steeds die vraag: heb ik het wel goed gedaan?

Ruurd heeft wél van burgerhulpverleners gehoord. Dat komt door de gebeurtenis met zijn schoonvader. Sindsdien weet hij dat zijn eigen buurvrouw er eentje is. ,,We kenden elkaar eigenlijk niet. Maar een dag later kwam ze aan de deur om te vragen hoe het was afgelopen.''

Femke Bakker is de eerste burgerhulpverlener die ik na al die maanden ontmoet. Omgekeerd geldt voor haar hetzelfde.

Ze heeft een zus met een hartafwijking. Zij was al een keer gereanimeerd. Thuis, door haar ouders. Eerder ging haar moeder al op cursus, Femke dit jaar. ,,Ik wilde weten hoe het moest, zodat ook ik haar zou kunnen helpen.''

Femke was te laat voor de oproep, net als ik. Ze zag de sms een kwartier nadat hij was verstuurd. ,,Toen ik het adres van mijn buren las schrok ik me helemaal te pletter. Ik wist dat er een jong stel met een baby woonde.'' Op dat moment hoorde ze de sirenes al.

Ze is 24 uur per dag beschikbaar voor reanimaties. Evenals ik heeft ze nog geen noodgeval meegemaakt, ook zij hoopt op zo weinig mogelijk oproepen.

,,Een dag later heb ik toch maar aangebeld. Het bleef maar door mijn hoofd rondspoken. Het klinkt misschien raar, maar ik was best opgelucht dat het niet om de baby of de buren ging. Een hartaanval hoort gewoon niet bij jonge mensen.''

Ik heb de afgelopen weken vaak getwijfeld over het burgerhulpverlener zijn. Zou ik de techniek nog wel beheersen? Ben ik wel een geschikte hulp, nu ik mijn eerste twee oproepen niet eens kon beantwoorden? En áls het dan zover is, durf ik dan eigenlijk wel?

Door het gesprek met Femke Bakker realiseer ik me dat ik het anders kan bekijken. Zij staat er nuchter in. Femke werd burgerhulpverlener omdat ze vond dat haar nieuwe kennis over reanimeren eenvoudig te belangrijk was om niet te gebruiken.

Kun je vervolgens niet komen opdagen bij een oproep, dan kun je niet. Niemand is Superman, je bent nergens toe verplicht.

,,En weet je, burgerhulpverleners kunnen uiteindelijk geen fouten maken. We zijn vrijwilligers. Alles wat je doet is meegenomen.''

Alsof er een last van mijn schouders valt. Ze heeft gelijk. Zie maar wat erop je afkomt en doe gewoon je best. Dat alleen kan het verschil maken.

Eind december. Nog maar een paar weken en ik moet alweer bij Klaas opkomen voor de herhalingscursus. Een avondje de kennis opfrissen en zo misschien een leven redden, ooit.

Het is toch het minste wat je kan doen.

Ruurds schoonmoeder zegt: ik ben blij dat het bij jullie gebeurd is. Jij kon reanimeren. Misschien heeft het zo moeten zijn.

Sinds een paar weken werkt zijn schoonvader hard aan zijn revalidatie. Meer dan 24 uur na zijn hartstilstand werd de arme man wakker op de intensive care. Hij kon zich er helemaal niets van herinneren.

Dat hij er zo goed is uitgekomen, heeft de arts uitgelegd, komt door de snelle reanimatie van Ruurd. Die hulp heeft hem gered. Zo simpel is het.

'Sneller dan de ambulance'

De 19-jarige Marc Stijger voerde al zestien reanimaties uit. FOTO JILMER POSTMA

De 19-jarige Marc Stijger voerde al zestien reanimaties uit. FOTO JILMER POSTMA

Zestien reanimaties, zestien keer een flinterdunne grens tussen leven en dood. ,,Dit was de uitdaging die ik zocht.''

Waarschijnlijk is hij de jongste burgerhulpverlener in Noord-Nederland, maar Marc Stijger (19) uit Drachten doet nauwelijks onder voor de professionals. Niet veel jongens van zijn leeftijd maakten al zoveel lief en leed mee.

Van jongs af aan droomt Marc al van een baan op de ambulance, EHBO'er is hij al sinds zijn twaalfde. Met reanimeren kwam hij eerst nog niet in aanraking. Drie jaar geleden beleefde Marc zijn primeur tijdens de Elfstedenfietstocht.

,,Ik weet nog wat een adrenalineboost ik kreeg toen we op die melding afgingen, met AED en alles. Die man is met hartslag naar het ziekenhuis gebracht. Dit was de uitdaging die ik zocht. Niet de hele dag als EHBO'er meekijken bij een danswedstrijd.''

Vanzelfsprekend gaf hij zich twee jaar geleden op als burgerhulpverlener. ,,Niet elke EHBO'er doet dat. Misschien omdat je dan ook in je vrije tijd opgeroepen wordt. Maar voor mij was het een logische stap. Als ik toch al geregeld eerste hulp deed, zou het raar zijn om op dat moment niet iemand in mijn buurt met hartproblemen te helpen.''

De vuurdoop kwam snel. De oproep was voor een vrouw van 65 jaar. ,,Ik kwam dat huis binnen en zag vijf mensen in de kamer staan. Ze is boven, zeiden ze. Ik hoopte dat er al iemand met haar bezig was, maar ze lag daar in haar eentje op de overloop. Ik heb hartmassage gedaan. De beademing lukte niet, dat frustreerde me. Haar luchtweg bleek vernauwd.''

Na zeven minuten hoorde hij een sirene. Het was een hulpverlener op motor, geen ambulance. Ook de professionals kregen het hartritme niet terug. ,,Dan wordt er rond gekeken en netjes aan iedereen, ook aan mij, gevraagd of iemand nog kansen ziet. De reanimatie werd gestopt.'' 17 jaar was Marc. Hij wist dat het kon gebeuren, maar ging na die eerste heftige ervaring toch twijfelen. ,,Pas later besefte ik dat we met z'n allen gewoon al het mogelijke hadden gedaan.''

Marc heeft de kans dat hij via Hartslagnu een oproep krijgt tot het maximum verhoogd. Het systeem laat toe dat je je op wel vijf locaties als burgerhulpverlener kan inschrijven. ,,Op veel plaatsen in Drachten kan ik sneller ter plaatse zijn dan de ambulance.'' Op deze manier heeft hij in twee jaar tijd zestien reanimaties uitgevoerd.

Op zo'n moment concentreert Marc zich puur op de hulp. Gedachten over hoe het met het slachtoffer kan aflopen blokkeert hij.

,,Kort geleden ging het om een jongen van 16 jaar. Ik schrok me wild toen ik daar kwam: je verwacht geen leeftijdsgenoot. Tijdens de reanimatie begon hij al te ademen. Nu kom ik hem wel eens tegen in de supermarkt.''

Terug naar het hoofdverhaal

'Klaas op de achterbank'

Aukje zakte in elkaar op de ijsbaan. Een schaatsende huisarts reanimeerde haar. FOTO NIELS WESTRA

Aukje zakte in elkaar op de ijsbaan. Een schaatsende huisarts reanimeerde haar. FOTO NIELS WESTRA

Aukje: ,,Ruim twintig jaar terug ben ik gaan schaatsen. Freek is zes jaar geleden aangehaakt. Iedere week trainen we een keertje in Leeuwarden.''

Freek: ,,Maar op die dinsdagavond was het kerstvakantie, er was geen les. Dus gingen we ‘vrij' schaatsen.''

A: ,,Jij ging alvast los. In twee streken over de lange kant, het hoofd rood van het zweet. Zelf deed ik lekker rustig aan, af en toe een praatje maken.''

F: ,,Ik dacht: aan het eind rij ik nog drie rondjes met Aukje. Ik wachtte haar op in de bocht. Maar ze kwam niet. Ik zag nergens haar witte muts. Toen zag ik aan de andere kant allemaal mensen staan. Er was iets gebeurd. Ik deed een paar slagen en toen zag ik het. O God.''

A: ,,Heel rustig reed ik. Keek wat om me heen, zag een jong stelletje schaatsen. Wat een leuk stel. Dan: o, ik moet even naar de kant. En toen ging het licht uit.''

F: ,,Een ploegmaat zag dat ze als een plumpudding in elkaar zakte. Daar lag ze, anderhalve meter van de rand af. Op haar rug, schaatsen half in het ijs, mond open. Maar geen teken van leven.''

,,Omstanders hielden me weg, maar ik begon te schreeuwen. O Aukje, kom terug! Ik wist meteen dat het haar hart was.''

A: ,,Ik heb hartritmestoornissen, dat hebben ze in 2012 bij toeval geconstateerd.''

F: ,,Die minuten op de ijsbaan waren de ergste die ik ooit heb meegemaakt. Nu is het over en uit, zei ik tegen mezelf. Hoe moet ik het straks de kinderen vertellen? Je eigen leven eindigt op dat moment ook een beetje. Zo voelt het echt.''

,,Stomtoevallig was er een huisarts aan het schaatsen. ‘Nu beademen', riep zij, en ik zag al een vrouw door de knieën gaan. Stop, zei ik, dat doe ik. Eigenlijk was het een ideale situatie, omdat Aukje gekoeld werd door het ijs.''

,,De dokter deed hartmassage, ik heb twee keer beademd. Daarna hoorde ik zacht gehoest. We legden haar in de stabiele zijligging. Er kwam weer wat leven in. Maar Aukje had geen idee wat er was gebeurd. Dat besef kwam pas anderhalf uur later, in haar ziekenhuisbed.''

A: ,,Die nacht hebben ze me elk uur wakker gemaakt, om een hersenbloeding uit te sluiten.''

F: ,,Op oudejaarsdag werd je ontslagen. De eerste week ben ik thuisgebleven van het werk. Ik wilde niet van je weg.''

A: ,,Ik zei: je moet me uiteindelijk toch een keer alleen laten. Ik stuur je af en toe wel een berichtje.''

F: ,,Al snel achterhaalde ik het nummer van de arts op de ijsbaan. We kochten een grote bos bloemen en hebben die langs gebracht. We wilden ons niet opdringen, maar het bleek dat de dokter zelf ook de behoefte had haar verhaal te doen.''

A: ,,Zonder haar hulp was het te laat geweest. Daar komt het wel op neer.''

F: ,,Van onze dochter had ik een reanimatiecursus cadeau gekregen, voor mijn verjaardag. We zouden samen gaan. Maar het was er niet van gekomen. Nu zei ze: 'We gaan met zijn allen. Heit, mem, mijn broer en ik'.''

A: ,,Het is niet duidelijk wat ik nu precies gehad heb. Geen hartinfarct in elk geval. In augustus kreeg ik in Leiden een ablatie. Dan beschadigen ze opzettelijk wat hartweefsel om de ritmestoornissen op te heffen. Helaas is het niet gelukt. In het nieuwe jaar ga ik nog een keer.''

F: ,,Wat Aukje heeft gehad kan nog eens gebeuren. Daarvan zijn we ons bewust. Afgelopen zomer zijn we naar Noorwegen op vakantie gegaan. Omdat we dat al zo lang wilden.''

A: ,,Na de reanimatiecursus bij Klaas kochten we een eigen AED. Die hebben we ook maar meteen Klaas gedoopt, dat klinkt beter. Opeens neem je zoiets overal mee naar toe. We zijn heel Noorwegen doorgereden met Klaas op de achterbank.''

De namen van Aukje en Freek zijn om privacyredenen gefingeerd

Terug naar het hoofdverhaal

Nieuwe app

Burgerhulpverleners kegen tot voor kort alleen oproepen op basis van de huis- en werkadressen die ze hadden opgegeven bij HartslagNu. Als ze ergens anders in Nederland waren, en dáár kreeg iemand een hartstilstand, kwam er dus geen melding. Dat is nu verbeterd. Sinds oktober kan HartslagNu via gps traceren waar een burgerhulpverlener zich daadwerkelijk bevindt. Diegene moet dan wel een smartphone hebben (met ‘locatievoorzieningen' ingeschakeld). Voor die hulpverlener is er nu ook een nieuwe, gratis HartslagNu App beschikbaar. Bij een oproep volgt dan, naast een sms, een push-bericht via de app. Daarin is ook de snelste route naar het slachtoffer te zien. De app is te vinden in de App Store of de Google Play Store.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement