Afbeelding uit boek Het Friese Water. De plek waar de Tsjonger en de Lend in zee kwamen was kwetsbaar bij hoog water en westerstormen. In februari 1825 vond in dt gebied een grote overstroming plaats waarbij op tal van plaatsen de dijken doorbraken. De Zuiderzee kon via de Tsjonger ver het land in dringen. Dit schilderij van D.P. Sjollema (1760-1840) geeft een beeld van de overstroming van de Kleine Meente ten noorden van Wolvega.

'Groninger ziekte' waarde rond in Friesland: 'Akerlige toestand!'

Afbeelding uit boek Het Friese Water. De plek waar de Tsjonger en de Lend in zee kwamen was kwetsbaar bij hoog water en westerstormen. In februari 1825 vond in dt gebied een grote overstroming plaats waarbij op tal van plaatsen de dijken doorbraken. De Zuiderzee kon via de Tsjonger ver het land in dringen. Dit schilderij van D.P. Sjollema (1760-1840) geeft een beeld van de overstroming van de Kleine Meente ten noorden van Wolvega.

Een recent opgedoken brief uit 1826 beschrijft hoe de ‘Groninger ziekte’, een malaria-epidemie, in Friesland rondwaarde. Bij Tresoar zien ze parallellen met de actualiteit.

,,Huis aan huis’’ zijn er zieken, in Sintjohannesga, Rottum en andere plaatsen, ,,in de meesten 2 à 3 en zoo tot 5 toe, hier is alles noodig, wijl er al niet veel was’’.

Een brief met onrustbarende inhoud bereikte onlangs historisch centrum Tresoar in Leeuwarden.

Gelukkig: het alarmerende schrijven is niet actueel. Het gaat om een brief van 17 oktober 1826, van de hand van Lambertus van Giffen, dan negentien jaar oud, later predikant in Wijckel.

Malariamug

Van Giffen schrijft zijn broer en zus over de gezondheidstoestand van hun vader en over de ziekte waaraan hij lijdt, een ziekte die op dat moment in delen van de provincie rondwaart en velen treft. ,,Akerlige toestand!’’

Het betreft hier, zo stelt Tresoar, de zogeheten ‘Groninger ziekte’, een malaria-uitbraak, vermoedelijk het gevolg van dijkdoorbraken in 1825, die grote delen van Noord-Nederland en de Zuiderzeekusten overspoelden. Door rotting van plant en dier in het ondergelopen gebied kreeg de malariamug in de hete zomer van 1826 vrij spel, met alle gevolgen van dien.

Het historisch centrum ontving het waardevolle document deze zomer van geschiedliefhebber Wiebe Nijlunsing uit Mildam.

Nijlunsing stuitte bij toeval op Van Giffens epistel, toen hij op veilingsite Ebay aan het grasduinen was, op zoek naar historische schatten.

De brief maakte deel uit van een grotere collectie documenten, aangeboden door een Amerikaan met Nederlandse wortels. Die bezat de brieven niet vanwege de inhoud, hij was de taal niet eens machtig. ,,Het was hem om de stempels te doen.’’

Nijlunsing besloot tot aankoop, nieuwsgierig geraakt door de Friese plaatsnamen in de brief (Van Giffen woonde in Heerenveen toen hij het schreef). Toen hij thuis het broze, door de tijd aangedane papier bestudeerde, zag hij al snel de waarde ervan. ,,Ook vanwege de actualiteit.’’

De geschiedliefhebber uit Mildam nam contact op met Tresoar en vroeg of het documentatiecentrum belangstelling had voor Van Giffens brief. ,,Ik vond dat het niet bij mij thuis moest blijven liggen.’’

Parallelen met coronavirus

Nou, interesse had Tresoar zeker, vertelt collectievormer Martha Kist.

Ze noemt het ,,frij útsûnderlik’’ dat een ooggetuigenverslag van de impact van de ‘Groninger ziekte’ opduikt.

In zijn brief haalt Van Giffen de situatie in Groningen aan - hij studeert hier theologie aan de universiteit - waar ,,het getal der zieken (bijna 14000) niet vermindert, echter de sterfte zoo groot niet was daar in de laatst verlopen week er 156 gestorven waren, terwijl in die vorige week 165 en in de week daarvoor gaande 199 (…).’’

Het doet denken aan de cijfers waarmee wij nu de ontwikkeling van het coronavirus in kaart brengen, stelt Kist. ,,Sjochst yn it begjin fan de njoggentjinde iuw de opkomst fan statistyk as wittenskip.’’

En de brief geeft blijk van nóg een parallel. De rampspoed zorgde destijds ook al voor saamhorigheid, bespeurt Kist. Zo zet Van Giffen uiteen over het werk van een ,,commissie’’, die vooral ,,de geringe klasse’’ uit het getroffen gebied hulp biedt.

,,Deze commissie heeft veel, ja zeer veel te doen en uit te deelen, ook begint hunne kas weer wat te bloeyen (…).’’

Colleges volgen

Er lijkt een benefietactie op touw gezet te zijn. Uit Leeuwarden komt 1000 gulden, Amsterdam schenkt 500 gulden en stuurt ook ,,80 mans- en 80 vrouwenhemden en verscheidene wollen dekens’’ mee, om in Sintjohannesga uit te delen. Kist: ,,It hiele lân woe wol helpe.’’

Vader Van Giffen klautert langzaam weer uit het dal, schrijft Lambertus aan zijn familie. De afgelopen nacht was ,,zeer rustig’’, ,,de trek tot eeten wordt allengs meer, ook beginnen de krachten een weinig te winnen (…).’’

Zelf hoopt de briefschrijver in november weer colleges te kunnen volgen, schrijft hij. Dat was, zo bleek later, iets te zonnig gedacht. De universiteit zou de deuren in december weer openen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct