FOTO NIELS DE VRIES

Grimeur Arjen van der Grijn: man van duizend gezichten

FOTO NIELS DE VRIES

De topgrimeur, de Grote Grijn

maakt dingen anders dan ze zijn

verhult, verwart en transformeert

typeert of karakteriseert

maakt oud tot jong antiek tot hip

plakt knevels op een bovenlip

en pruiken op een kale bol

versterkt de speler in zijn rol.

(Uit het gedicht De Grote Grijn dat Rients Gratama schreef voor het boek Grijngrime - 50 jaar grimeur Arjen van der Grijn .)

Hij schonk honderden artiesten een nieuwe kop en kneedde en passant hun zelfvertrouwen. Grouster grimeur Arjen van der Grijn treedt even buiten de coulissen.

Pas op, waarschuwt Arjen van der Grijn, het is een beetje een rommeltje in zijn atelier. ,,Mijn vrouw zal wel weer zeggen: heb je ze er tóch binnengelaten?’’

Maar goed, het moet. Wie hem een beetje beter wil leren kennen, móet hier even een blik naar binnen hebben geworpen. Dat snapt hij zelf ook.

Een blik op deze ruimte, waarin hij zich soms uren achterelkaar kan opsluiten, om er pas weer uit te komen als zijn handen een volgend meesterwerkje hebben voltooid.

Geluidloos is zijn tred als Van der Grijn, 67 jaar, zijn domein binnenstapt. Blauwe sneakers van New Balance, een zacht-oranje trui boven een gemakkelijke jeans.

Invallend zonlicht ontmaskert zilveren toetsen in zijn ooit nog hoger blonde, maar nog altijd rijke haardos. Nogmaals, zegt de Grouster verontschuldigend, het kan hier een beetje volgestouwd overkomen.

Dit lijkt helemaal geen atelier. Het is een garage, zoals er verderop in het dorp - of waar dan ook - zoveel van zijn. Een fijne, droge opslagplek voor tuinstoelkussens. De parasol. Oude boeken. Een leeg kratje Jupiler-pils.

Tegen een wand staan stapels kunststof opbergbakken met stickers van het Grouster dorpswapen erop. Een toren van handzame dozen waarin ooit perssinaasappels waren verpakt, leunt tegen een andere muur. Gewoon.

Maar deze garage is allerminst gewoon, als je de inhoud van al die bakken en fruitdozen kent. Pruiken. Snorren. Baarden. Honderden in getal, meest van echt mensenhaar of buffellokken – bruin, blond of grijs, sluik of golvend, bescheiden of weelderig. Divers in uiterlijk, maar eender in hun herkomst: Van der Grijns geduldige vingers.

Liften

Er zitten haarwerken van oude Grieken tussen, van Victoriaanse edelvrouwen, baarden van hippies, van asocialen en van sullige kantoorklerken.

En, met zorg over een handdoekje op tafel uitgelegd: de reservesnor van Sinterklaas. Van De Echte.

Morgen verschijnt Grijngrime - 50 jaar grimeur Arjen van der Grijn , een rijk geïllustreerd boekwerk van Grouster uitgeverij Louise. De presentatie ervan, in Theater Sneek, markeert het vijftigjarig arbeidsjubileum van ’s lands meest geroemde representant uit het hedendaagse grimeursvak.

Een ambacht dat paradoxaal genoeg zó dicht op de schijnwerpers en camera’s van theaters, televisiestudio’s en filmsets wordt beoefend, dat het welhaast volledig door de schaduw van diezelfde spotlichten wordt opgeslokt.

En een vak waarvan de hoofdpersoon zelf eigenlijk nog nooit had gehoord, toen iemand hem er halverwege de jaren zestig als ulo-scholier terloops op wees. ,,Jongen, misschien is grimeur iets voor je.’’

Arie van der Grijn (zo luidt zijn officiële naam) werd op 30 september 1950 geboren in Stolwijk, in de Krimpenerwaard, als oudste telg van een sociaal-democratisch georiënteerd en cultureel breed geïnteresseerd gezin.

Vader Arie senior en moeder Martha stonden in de wijde omtrek te boek als gepassioneerde en uiterst bekwame toneelspelers. Kleine blonde Arie zag zijn ouders geregeld optreden en wist: dat wil ik ook. Het podium op. Acteur worden.

,,Maar ik wist ook: als ik hier blijf, dan wordt het niks. We woonden destijds in Ameide, een streng gereformeerd dorp. Het benauwde me. Ik wilde de wereld in. En Amsterdam was het summum.’’

Soms gaf de jonge Van der Grijn als kind al toe aan de verlokkingen van de stad. ,,Dan liftte ik als 14-jarig jochie naar Amsterdam. Bewonderde ik de Stadsschouwburg. En het ‘Rijks’. Ik vond alles prachtig.’’

Voor hij écht naar de hoofdstad kon, wachtte een tussenstation: de ulo in Schoonhoven. Gretig als hij was, wierp hij hier zich op als toneelvoorzitter in het schoolbestuur.

Bikkelhard

Alleen: met louter ambitie schop je het niet ver, zo maakte de praktijk Van der Grijn in die periode bikkelhard duidelijk. Arjen bleek op de planken, tijdens zijn eerste uitvoering van Shakespeare’s Midzomernachtsdroom , niet het wonderkind dat hij hoopte te zijn. Een herkansing in Het Vulpotlood van Simon Carmiggelt bevestigde dat beeld.

,,Ik was niet zo sterk in teksten. En het kwam er ook niet zo overtuigend uit’’, bespiegelt hij nu. ,,Mensen lachten wel om mij, maar helaas op de momenten dat het niet moest.’’

Zo snel als zijn ene droom uiteenspatte, zo rap kwam er een nieuwe voor in de plaats. Iemand uit het toneelgezelschap van zijn vader, Arto Post Labora in Schoonhoven, zette hem op het spoor van de grime.

Als hij zelf dan geen acteur kon worden, dan leek het coifferen, modelleren en schminken van spelers tot hun film-, toneel-, of tv-personages hem een even verrassend als aantrekkelijk alternatief. ,,Als ik maar zo dicht mogelijk op het toneel kon zitten.’’

Voor grimeurs-in-de-dop was er in Nederland maar een adres om in de leer te gaan: het vermaarde atelier van de firma Michels in de Amsterdamse Huidekoperstraat. Maar toen vader en zoon Van der Grijn zich daar op een dag in 1966 kwamen introduceren, werd hen vriendelijk de deur gewezen. Geen gedegen kappersdiploma? Dan ook geen opleidingstraject.

De blauwogige plattelandsjongen was echter niet van plan zich nog eens een droom te laten ontnemen. Moeder Van der Grijn ontdekte het bestaan van een private kappersschool in Rotterdam.

loading

Als Arjen in staat bleek een jaar lang alles, maar dan ook werkelijk álles opzij te zetten voor zijn toekomst, dan kon hij in die tijdspanne hetzelfde certificaat halen als waar studenten van een doorsnee kappersopleiding drie jaar voor moesten zwoegen.

,,Mijn ouders hebben daar best krom voor gelegen. Maar ze hadden het er voor over. Ze dachten: anders gaat die jongen mislukken.’’

De opleiding was loodzwaar. Studenten waren er alleen met kerst twee dagen vrij. Maar hij beet zich in de studie vast en liet niet meer los. ,,Het was toch mijn poort naar Amsterdam? Naar de creatieve wereld?’’

Arjen slaagde.

Bij Michels kiemde de grimeur Arjen van der Grijn in de luwte. Hij draaide veel atelierdiensten, droeg koffers van meer geroutineerde collega’s en gaf zijn oren en ogen goed de kost.

'Mensen lachten wel om mij, maar niet op de momenten dat het moest'

Hij begon met voorzichtige klussen als schminkwerk van operakoorleden op de achterste rij. ,,Die zie je niet. Ik mocht fouten maken.’’

Maar de nieuwe jongen bleek een ruwe diamant, die zich opvallend snel liet polijsten. Mensen als cabaretier Wim Sonneveld, voor wie hij de toupets klaarmaakte, liepen met hem weg.

Hoe goed hij werkelijk was, dat drong bij de van huis uit bescheiden Van der Grijn zelf niet zo door. Tot hij in 1971 zijn eigen oom Wim, acteur bij Toneelgroep Centrum, in de stoel kreeg, om hem voor het stuk Verschuivingen om te toveren tot Marilyn Monroe.

Het moment dat Van der Grijn de door hemzelf vervaardigde en opgemaakte blonde pruik bij zijn familielid opzette, schrok hij van het verbluffende resultaat. Voor hem zat niet zijn oom uit Ameide, maar een Amerikaanse diva.

Voor de spiegel iemand kammend, stilerend, boetserend en schminkend tevoorschijn laten komen die er eigenlijk niet is; in dat magische proces onderscheidt zich de ware grimeur. En daarin had Van der Grijn definitief zijn roeping gevonden.

Familiefeestjes

Een grimeur, vertelt Van der Grijn, observeert. Constant. Hij bekijkt mensen op het terras. Op familiefeestjes. In de supermarkt. Op televisie. En zelfs op schilderijen of krantenfoto’s. Het houdt nooit op. ,,Noem het beroepsdeformatie.’’

De grimeur registreert hoe ze zich gedragen. Waarin ze gekleed gaan. Hoe het licht met hun gezichten speelt. Hun kleinste beweginkjes, uiterlijke eigenaardigheden en trekken slaat hij automatisch op.

Handig. Voor ooit.

Ooit, dat is het moment waarop een artiest, regisseur of producent bij hem aanklopt en in grote lijnen aangeeft wat voor personage Van der Grijn voor een sketch of scène moet creëren.

Een norse politicus. Een steenrijke studente. Een hyperactieve groenteboer.

Alles.

'In mijn kop zitten honderden typetjes opgeslagen'

,,In mijn kop zitten honderden typetjes opgeslagen’’, zegt Van der Grijn. Echte mensen, van wie hij zich toen hij ze waarnam afvroeg: ,,Hoe zou ik hem of haar maken? Hoe zouden mijn handen dat vertalen naar een hoofd?’’

De combinatie van een sterk ontwikkeld observatievermogen een creatieve geest en een breed arsenaal aan onberispelijke grimeursvaardigheden stuwde Van der Grijns carrière in de voorbije halve eeuw tot grote hoogten.

Eenmaal in dienst bij Michels kwam de jonge gezichtentovenaar in contact met Kees van Kooten en Wim de Bie, destijds al grootmeesters van de satire en typetjespioniers. Tussen 1973 en 1998 brachten ze gedrieën tientallen bekende personages als De Vieze Man, Doctor Clavan, Jet en Koosje Veenendaal of Wethouder Hekking tot leven.

Spiegel

,,Kees en Wim gaven me een paar steekwoorden’’, zegt Van der Grijn. Dan experimenteerde hij thuis, in zijn atelier, met bestaande of nieuwe haarstukken op een levensecht schuimen afgietsel van het hoofd van een van hen en finetunede hij de boel zodra hij de acteur in kwestie in levende lijve voor de spiegel trof. ,,En dan ontstond er iets.’’

In Grijngrime schrijven ‘Koot en Bie’ er zelf het volgende over: ‘ …wij gingen blanco zitten als onszelf en stonden een half uur later op als een ander. Een groter geluk bestond er niet. Terwijl Arjen spiedend in de weer ging met ‘haartjes’, mascara, spelden en sponsjes testten wij de stemmen en blikken die het treffendst overeenkwamen met de koppen die wij zagen ontstaan.’

Dat maakt duidelijk dat er tijdens de grime parallel aan de fysieke metamorfose een diepere, meer mentale gedaanteverwisseling plaatsvindt. Met het boetseren van een onderkin of pukkelneus kneedt de grimeur eigenlijk ook het artiestengemoed. Met het trimmen van een snorretje schaaft hij tegelijkertijd aan het zelfvertrouwen van de acteur voor de spiegel.

,,Door ze een kop te bieden krijgen acteurs net even dat laatste zetje om dat type te durven spelen. Ik heb het gehad bij Kees en Wim, maar later ook bij Jiskefet, dat ze ineens zien: ‘Ja, nú snap ik het!’ Het is geweldig om dat kleine radertje in het geheel te kunnen zijn.’’

Water

Het kleine radertje dat Arjen van der Grijn heet, verhuisde in 2000 met echtgenote Marianne de Rijke van Muiderberg naar Friesland. Eerst naar Tijnje, maar via Heerenveen al snel naar Grou.

,,We wilden de Randstad uit. Al die wegen daar, de vliegtuigen die overkomen, de treinen. We waren er klaar mee.’’

Bovendien: Van der Grijn koesterde een diepgewortelde liefde voor het skûtsjesilen. ,,Ik ben langs de rivier opgegroeid. Ik ben gek op het water.’’

Zijn huis biedt uitstekend zicht op de Pikmar. ,,En ik heb hier ook een bootje liggen. Zo’n sloepje. Kan ik alle slootjes meepakken. Prachtig, jongen.’’

Soms, als hij in zijn atelier helemaal klaar is met het monnikenwerk dat het knopen van een haarstuk doorgaans is, of als hij de inspiratie mist voor een nieuw type-tje, dan steekt hij van wal voor een tochtje door de Âlde Feanen. Even de Kromme Knilles rond.

Het brengt zijn gedachten op orde. ,,Water is mijn lucht.’’

Kwam Van der Grijn voor de rust naar het noorden, de door hem onvermoede levendigheid van het regionale cultuurleven slokte hem steeds meer op. ,,Het is niet normaal hoeveel er in Friesland gebeurt. Hoeveel er wordt gezongen, gespeeld. Al die iepenloftspullen.’’

Regisseur Steven de Jong wees de nieuwe Grouster aan als zijn vaste grimeur, Van der Grijn werd kind aan huis bij theatergezelschap Tryater en dompelde zich onder in het kroegtheater in Café De Bûnte Bok in Lioessens.

Een speciale band koesterde hij met wijlen Rients Gratama, die hij voor menig kerstmusical omtoverde. ,,Rients, jongen, wat was dat een fantastische man. Iemand die zich absoluut kon meten met de Pierre Bokma’s van deze wereld. We hadden een zeer waardevol contact.’’

Coulissen

Hoe geliefd en gelouterd Van der Grijn in de wereld van toneel, film, tv en kleinkunst ook is – zijn jubileumboek staat vol met loftuitingen van mensen uit het vak – de plek van de grimeur is er eentje in de coulissen.

Terwijl de acteurs voor een groot publiek shinen op podium of set, moeten de mannen en vrouwen van de grime zich meestal tevreden stellen met een rap voorbij glijdende naamsvermelding op de aftiteling, of de kleine lettertjes achter in het programmaboekje.

De kunstenaar achter de meest verbluffende metamorfoses is dienstbaar, bescheiden en goeddeels anoniem. Dat is zijn lot.

,,Het werk van de grimeur is een beetje het ondergeschoven kindje’’, stelt Van der Grijn. ,,Kijk maar naar de meeste filmfestivals. Overal zijn prijzen voor. Beste camera, beste kostuum, maar bijna nooit voor de beste grimeur.’’

Van der Grijn is de enige Nederlandse grimeur die ooit wél een prijs ten deel viel: in 1998, de Prix d’Excellence , een oeuvreprijs voor mensen die achter de schermen van uitzonderlijke waarde zijn.

Toen hij de brief van zijn nominatie ontving, ging die prompt bij het oud papier. Van der Grijn meende te worden beetgenomen door Bananasplit .

Tastbaar

Met zijn jubileumboek heeft Arjen van der Grijn een tastbaar overzicht van decennia werk in handen. Maar de publicatie vormt stilletjes ook een pleidooi voor meer waardering voor zijn vakbroeders en -zusters.

,,Je kunt als acteur de sterren van de hemel spelen, maar als je een klotesnor hebt, dan helpt dat niet.’’

Het boek over Van der Grijn is een ode aan alle boetseerders van flaporen. Aan de makers van smerige schaafwonden. En aan de knopers van golvende baarden.

Grijngrime is boven alles een lofzang op de grimeur.

Paspoort

Naam Arie (Arjen) van der Grijn

Geboren 30 september 1950, Stolwijk

Opleiding ULO (Schoonhoven), Kappersacademie (Rotterdam)

Loopbaan Vanaf 1967 diverse werkzaamheden voor grimeurspecialist Firma D.H. Michels (Amsterdam). Nu zelfstandig grimeur. Werkte onder meer voor Kees van Kooten en Wim de Bie, Jiskefet , Het Klokhuis , Het Sinterklaasjournaal , Welkom in de IJzeren Eeuw , diverse films als De Scheepsjongens van Bontekoe en De Hel van ’63 en theatergezelschappen als Tryater en Theaterstifting Achmea Culpa

Privé Getrouwd met Marianne de Rijke

Grijngrime - 50 jaar grimeur Arjen van der Grijn. Uitgeverij Louise. Prijs: 24,50 euro (232 pag.) Te bestellen via www.uitgeverijlouise.nl en vanaf maandag in de boekhandel.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct