Gemerkte brasems van De Leien zijn nog onder water, onderzoeksleider verbaasd: 'Ik heb juist begrepen dat er veel meer mensen vissen'

Ryszard Cieslak met de gemerkte brasem #00126, opgevist uit de Opeindervaart. FOTO KOEN SCHAANK

De 402 gelabelde brasems van De Leien laten zich moeilijk terugvangen. Er is nog maar een vis met een geel rugmerk boven water gehaald.

Ryszard Cieslak sloeg brasem #00126 op 27 april aan de haak in de Opeindervaart, op een paar honderd meter van de plek waar de vis in november was voorzien van een label met een mailadres (brasemmelding@hvhl.nl). Onderzoeksleider Joop van Eerbeek van Hogeschool Van Hall Larenstein is verbaasd dat er niet al meer zijn teruggemeld. ,,Ik heb uit het nieuws juist begrepen dat er door corona veel meer mensen vissen.’’

De gele labels moeten inzicht geven in de bewegingen van de vissen binnen de Friese boezem. In Engeland bleken brasems in zes weken een actieradius van 80 kilometer te kunnen halen. In theorie zouden die van De Leien dus in de hele provincie kunnen zitten. Van Eerbeek vraagt hengelaars die er eentje vangen om de vangplek en als het even kan ook lengte, gewicht en een foto van de vis door te geven.

Techno-experiment met brasems

Van de 402 gelabelde brasems zijn er 125 ook nog voorzien van minitransponders, die door antennes in de uitvalswateren van De Leien worden opgemerkt. Student Floris Oomens leest de komende dagen de data uit. Hij verwacht dat er de afgelopen weken veel zwemverkeer is geweest in de doorgangen naar de ondiepe, warmere poelen aan de noordkant van het meer waar de vissen paaiplaatsen vinden. Hij zou dit voorjaar ook volop viswedstrijden bezoeken om de leefnetten van hengelaars te scannen. Dat komt er nu niet van omdat deze evenementen vanwege de coronacrisis zijn geschrapt.

Een ander techno-experiment met brasems draait wel op volle toeren. 25 vissen zwemmen rond met een akoestische zender die iedere 3 minuten een radiosignaal verzendt naar 30 ontvangers in het meer. Als minstens drie ontvangers dit oppikken, kan de exacte locatie van een vis worden vastgesteld. Oomens: ,,Al die punten kun je aan elkaar linken, zodat we exact de route van een vis kunnen uitstippelen.’’

‘Vooral de grotere vissen lijken meer honkvast’

De eerste uitkomsten leveren een wisselend beeld op. Oomens: ,,Vooral de grotere vissen lijken meer honkvast. Een aantal blijft redelijk op dezelfde plek, terwijl andere heel rustig het hele meer af cruisen. Maar er zijn er ook die meteen het meer uit zwommen en pas later terugkwamen.’’

Conclusies wil Oomens nog niet trekken. Daarvoor is het onderzoek nog te kort onderweg. Het is vorig jaar in gang gezet en heeft een looptijd van drie jaar, maar daar hoopt Van Eerbeek nog een jaar aan te kunnen vastplakken. Door de coronaperikelen kunnen niet alle onderzoeken doorgaan en is ook het voornemen om nog 600 vissen van labels en/of zenders te voorzien opgeschort.

De specialistische apparatuur die nu in en rond De Leien wordt ingezet, zou in dezelfde periode ook kunnen worden gebruikt voor meer onderzoeken. ,,Mocht iemand anders ook met gezenderde vissen willen werken, dan kan-ie zo aanhaken’’, zegt Van Eerbeek. Dat past ook bij de ambitie van Van Hall Larenstein om ,,dé vismigratieautoriteit van Noord-Nederland’’ te worden.

Het onderzoek naar de brasems, waarvan bekend is dat ze de bodem omwoelen en het water vertroebelen, is onderdeel van een brede EU-studie (Interreg-CANAPE) naar het herstel van de ecosystemen in laagveengebieden. Van Eerbeek: ,,Moerassen slaan ontzettend veel CO2 op. Bijna nog meer dan tropische regenwouden. Een gezond moerasecosysteem kan Nederland dus helpen om klimaatdoelstellingen te bereiken Maar dan moeten we al die systemen wel beter begrijpen. Daar is de brasem een klein onderdeel van.’’

loading