De Wielenpôlle doet het groenonderhoud al vele jaren zelf. FOTO ARCHIEF LC/CATRINUS VAN DER VEEN

Gelukkiger door zelf onderhouden wijk in Leeuwarden

De Wielenpôlle doet het groenonderhoud al vele jaren zelf. FOTO ARCHIEF LC/CATRINUS VAN DER VEEN

De proef met Leeuwarder dorps- en wijkbewoners die zelf plantsoenen en tuinen bijhouden blijkt succesvol en krijgt een vervolg tot eind 2018.

Ruim tachtig mensen waren in de afgelopen jaren via dit project actief als vrijwilliger in het groenonderhoud of bij schoonmaak- en opruimwerk. Dit gebeurde in de wijken Bilgaard, Heechterp/Schieringen, De Wielenpôlle, de Schepenbuurt en de dorpen Wytgaard en Snakkerburen. Deze vrijwilligers ruimden zwerfafval op, schoffelden onkruid en maakten parkeervakken schoon. Het ging soms ook om kinderactiviteiten of klusjes als grasmaaien, heggen knippen en afvalbakken legen.

De gemeente begon het proefproject met het idee dat buurtbewoners gelukkiger worden wanneer zij zelf betrokken raken bij het onderhoud van hun omgeving. Vrijwilligers werden geworven en ingezet met behulp van wijkorganisaties en de gemeentelijke Buitendienst. Het gaat om een gevarieerd gezelschap, ,,de meest onwaarschijnlijke types”, volgens betrokkenen. Zij werken enkele uren of dagdelen per week.

,,In totaal wordt op jaarbasis bijna 80.000 euro vanuit bestaande budgetten aan de bewonersorganisaties overgemaakt’’, schrijven b. en w. Dit is een vergoeding voor het werk. De organisaties betalen vaak een deel van dit bedrag uit aan de vrijwilligers. ,,De vergoeding varieert van niets in de Doarpstún Snakkerburen tot 4,50 euro per uur met een max van 150 euro per maand of 1500 euro per jaar bij een UWV-uitkering. Met een bijstandsuitkering bedraagt de vergoeding 764 euro per jaar of 63,50 euro per maand.’’ De uitkeringen komen hiermee niet in gevaar. De vergoeding mag worden gehouden als een extraatje.

In sommige wijken hebben vrijwilligers moeite om aan de gemeentelijke doelen te voldoen. Op andere plekken blijken zij juist beter werk te verrichten dan de gemeentelijke medewerkers. Hoe dan ook blijkt het plezier groot, terwijl het zelfvertrouwen van de vrijwilligers groeit. Bij 90 procent van hen gaat het om ,,mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt’’.

Een deel van hen vindt vermoedelijk nooit betaald werk. Zij maken zich nu echter wel nuttig en voelen zich dankzij het werk meer gewaardeerd door andere wijkbewoners, die op hun beurt minder rommel veroorzaken. Zij zien immers dat hun buurman het moet opruimen.

menu