Bloedrode smalboktor - Bloedreade smelbok. FOTO THEODOOR HEIJERMAN

Fryske natoergids haalt 175 keversoorten uit de anonimiteit

Bloedrode smalboktor - Bloedreade smelbok. FOTO THEODOOR HEIJERMAN

Akkrumer Sake Roodbergen haalt 175 keversoorten uit de anonimiteit met zijn Fryske natoergids Kevers. In veel gevallen deed hij dat zelfs letterlijk, door ze een Friese naam te gunnen.

Het is een begin, 175 kevers. Maar als Sake Roodbergen (74) alle varianten die hier voorkomen zou hebben beschreven, dan was zijn gids tien keer zo dik geweest. In Friesland zijn 1892 soorten geboekstaafd. Dat lijken er best veel, maar eigenlijk is de spoeling hier nogal dunnetjes. Roodbergen: ,,Hoe noardliker as je komme, hoe lytser it ferskaat.’’

Om het in perspectief te zien: Nederland telt 4395 keversoorten, Europa komt tot een slordige 20.000 en wereldwijd zijn 360.000 soorten beschreven. En dat is waarschijnlijk nog maar een beperkt deel van de totale keverstand. In tropische streken trippelt waarschijnlijk nog een veelvoud van dat aantal soorten rond. ,,It kinne der ek maklik in miljoen wêze’’, weet Roodbergen. ,,Sjoch allinnich mar nei it Amazone-gebiet. We witte net heal wat dêr allegear noch te finen is.’’

In het licht van het op 6 mei gepresenteerde internationale IPBES-rapport over de teruglopende biodiversiteit is het onwaarschijnlijk dat die kevers nog eens allemaal ontdekt zullen worden. De kans is groter dat een groot deel voordien al ongezien uitsterft. De onderzoekers stellen dat van de 8 miljoen soorten planten en dieren op aarde er 1 miljoen dreigen te verdwijnen. Het aandeel van de insecten in de wereldwijde soortenrijkdom wordt geschat op 5,5 miljoen soorten.

,,Doe’t ik twaënheal jier lyn oan dit boekje begûn, koe ik fansels net betinke dat biodiversiteit no sa ‘hot’ wêze soe. Ik ha de tiid mei… Mar al dizze soarten dus net’’, zegt Roodbergen. ,,It is goed dat we hieltyd better ynsjogge wat it belang is fan de lytse dingen yn de natuer foar it hiele ekosysteem.’’

(Niet) aaibaar

L os van de soortenrijkdom staat het er ook slecht voor met de hoeveelheid insecten en kevers. In een vaak aangehaald Duits onderzoek lieten wetenschappers in 2017 zien dat de totale biomassa aan insecten in dertig jaar tijd met meer dan driekwart is teruggelopen. Dichter bij huis kwam Natuurmonumenten vorig jaar met cijfers over loopkevers in Drenthe. Hiervan is in 22 jaar 72 procent verdwenen.

Voor de kevers is nog wel wat zendingswerk te doen. De gepantserde krobben leggen het in aantrekkingskracht af tegen de arbeidzame bijen, aaibare hommels, spectaculaire libellen en sierlijke vlinders.

Torren waren ook niet Roodbergens eerste keus. Hij schreef eerder vooral over vogels - de kievit in het bijzonder - en leverde al Friese veldgidsen af over veldbloemen, dagvlinders en libellen, nachtvlinders en paddenstoelen,.

Toch staat zijn eerste keverervaring, als fjildmantsje fan zes jaar, hem nog scherp in het geheugen. ,,Ús buorman - pake Sixma neamden we him - dolde in seadde om by de parrebeam yn de tún en liet my doe in dikke maaiekever sjen. Dat stiet my noch goed by.’’ In Friesland zijn deze kevers nu amper nog te zien. ,,Mar ast yn Limburch op de camping stiest, dan sjochst en hearst se jûns wol lûd brommend om strjitlampen sirkeljen.’’

Angst

Hoewel kevers zich meestal kruipend en gravend manifesteren, kunnen de meeste soorten ook prima vliegen, zelfs zij die in zoet water leven (in zee komen geen kevers voor). Allemaal hebben ze twee vleugelparen, waarvan de voorste zijn verhard tot een deelbaar schild. Daaronder zitten, vernuftig opgevouwen, de kwetsbare achtervleugels.

Angst voor kevers is volgens Roodbergen nergens voor nodig. ,,Se dogge gjin minske kwea. Hiel oars as bygelyks wespen dy’t knap ferfelend wêze kinne.’’ De enige Friese kever die misschien ook mensen zou bijten is volgens Roodbergen de geelgerande watterroofkever ( Grutte gielrâne ).

'We witte net heal wat dêr allegear noch te finen is'

Gewassen en houtwerk kunnen wel flink schade oplopen door knagende keverlarven. Die van de rozenkever hebben het bijvoorbeeld voorzien op graswortels in voetbalvelden en golfbanen. Larven van boktorren en de bonte knaagkever kunnen ,,raar wurk’’ leveren in houtwerk.

Vooral die bonte knaagkever was een jaar of twintig geleden berucht vanwege zijn destructieve knaagwerk in de eikenhouten balken in oude gebouwen en kerken, vooral wanneer die wat vochtig of schimmelig waren. Daarvoor werden destijds hele gebouwen behandeld met chemicaliën of ingepakt en loeiwarm gestookt. Dat zou de kevers leren. ,,Ik ha der de lêste jierren net folle wer oer heard. Miskien wie it ek wol wat in hype’’, zegt Roodbergen nu.

Klopkevers

I n zijn veldgids heeft hij de bonte knaagkever niet de Friese naam gegeven die destijds vaak klonk op Omrop Fryslân: bûnte kjiftkrobbe . De Akkrumer houdt het bij bûnte kloptuorre . Daarmee blijft hij in de buurt van de familienaam: de klopkevers.

Het samenstellen van de gids was ook een interessante taalexercitie, bekent Roodbergen. Nadat hij met de hulp van Peter Komen, conservator van het Fries Natuurmuseum en voorzitter van de Nederlandse Entomologische Vereniging, een selectie had gemaakt, bleek dat voor veel soorten nog helemaal geen Friese naam was vastgelegd. Alleen in het in 1981 verschenen It wylde wrimelt fan Johannes Boersma hadden 160 soorten een naam gekregen.

,,Ik ha besocht rekken te hâlden mei âlde nammen, mar bin yn oare gefallen dochs fral ek ticht by de Nederlânske of eventueel de Latynske namme bleaun.’’ Hier en daar levert dat mooie namen op. De lissnuitkever heet nu in het Fries barchjeblomsnútkever . De gewone zwartschild werd dominystuorre . Fraaie schijnbok werd griene adeltuorre .

De familie van de lieveheersbeestjes behield de lieflijke Friese naamuitgang ingeltsje . 12 stuks haalden het boekje, waar er in Nederland 62 soorten voorkomen en wereldwijd zelfs 5000. ,,Net te leauwen, dochs? Ik miende hiel froeger ek dat je oan it tal stippen de leeftyd ôflêze koenen. Ik fûn it in hiele eye-iepener doe’t ik learde dat dat just allegear ferskillende soarten wienen.’’

Opruimers

L ieveheersbeestjes zijn nuttige schepseltjes in tuin en kas. De larven werken op een dag vlot 120 bladluizen naar binnen. Volwassen dieren houden het bij 80 stuks. Het enthousiasme van tuinders over deze eigenschap deed hen in 2004 besluiten het Aziatisch lieveheersbeestje naar ons land te halen. Dat bleek een lelijke vergissing.

Dit Aziatysk ingeltsje vreet weliswaar bladluizen op, maar doet dat ook met larven van andere lieveheersbeestjes, eitjes en rupsen van vlinders én de bladeren van tuingewassen. ,,No mei men hast net mear sprekke fan in oplossing foar in probleem, mar fan in nije pleach.’’ , zo beschrijft Roodbergen. De beestjes zijn bovendien lastig te determineren, omdat ze opduiken met allerlei kleuren en patronen, met 0 tot 21 stippen…

Zo’n miskleun moet mensen er niet van weerhouden om kevers te waarderen, vindt Roodbergen. Ze leveren hun aandeel in de bestuiving van planten en de verspreiding van zaden en dienen als voedsel voor allerlei andere dieren. Bovenal maken ze zich nuttig als opruimers. Ze helpen mee om bijvoorbeeld mest, dode beesten en omgevallen bomen weer om te zetten in minerale bouwstenen voor planten.

Roodbergen citeert de Britse bioloog en hommelspecialist Dave Goulson. ,,Moai of net moai. It binne de lytse skepseltsjes dy’t de wrâld oan de gong hâlde. Wy soenen har fiere moatte en wurdearje yn al harren bjusterbaarlik ferskaat.’’

Titel: Kevers - Fryske Natoergids. Auteur: Sake P. Roodbergen. Uitgever: Wijdemeer. Prijs: 12,50 euro (224 blz.) .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct