Friezen maken zich zorgen over onrust die complottheorieen veroorzaken

De Q van Qanon. Foto: Matt Rourke

Een groot deel van de inwoners van Friesland maakt zich zorgen over de onrust die complottheorieën veroorzaken.

Inwoners van de drie noordelijke provincies voelen zich op z’n minst ongemakkelijk bij de complottheorieën die links en rechts opduiken. Dit blijkt uit een enquête die onderzoeksbureau Enigma Research in opdracht van de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden heeft uitgevoerd in de drie noordelijke provincies.

Op de vraag: in hoeverre maakt u zich zorgen over de onrust die complottheorieën veroorzaken, antwoordt 16 procent van Friese ondervraagden dat ze zich daarover geen zorgen maakt; 31 procent maakt zich enigszins zorgen, 31 procent maakt zich zorgen en 22 procent maakt zich veel zorgen.

Een bekende complottheorie is die van QAnon , die grofweg stelt dat de wereld wordt geregeerd door een geheime elite die kinderen misbruikt. Slechts 3 procent van de Friezen gelooft die beweringen en 20 procent gelooft dat de beweringen van QAnon een kern van waarheid kunnen bevatten. Iets meer dan de helft (53 procent) gelooft er niets van, 24 procent heeft er geen mening over.

Van de ondervraagden kent 8 procent in hun kennissen-, vrienden- en familiekring mensen die de beweringen van QAnon wel geloven.

Verstoorde verhoudingen

Aan Friezen die zelf niets van complottheorieën geloven, is de vraag gesteld: in hoeverre maakt u zich zorgen over de onrust die complottheorieën veroorzaken. Slechts 16 procent zegt dat ze zich daarover geen zorgen maakt; 31 procent maakt zich enigszins zorgen, 31 procent maakt zich zorgen en 22 procent maakt zich veel zorgen.

Dat complottheorieën verhoudingen kunnen verstoren, blijkt uit de antwoorden op de vraag hoe men omgaat met mensen die geloven in die theorieën. Van hen neemt 18 procent de gelovers serieus en gaat met ze in discussie, 59 procent laat hen praten en houdt zich verder afzijdig, 41 procent zoekt minder contact met deze mensen en 29 procent zegt dat ze ruzie hebben gekregen.

Van de ondervraagden neemt slechts 2 procent het coronavirus niet serieus, heeft in Friesland 2 procent het virus zelf gehad en kent 48 procent mensen in hun omgeving die het hebben of hebben gehad. Ouderen nemen het virus vaker serieus dan jongeren.

Dat het coronavirus bewust is ontwikkeld en verspreid, het virus wordt gebruikt om de economie gecontroleerd ineen te laten storten, dat virussen opzettelijk door de farmaceutische industrie worden verspreid zodat die meer medicijnen kan verkopen, dat we bewust bang worden gemaakt zodat de overheid een chip bij mensen kan injecteren of dat de uitbraak van het virus te maken heeft met de aanleg van het 5G-telefoonnetwerk, wordt maar amper geloofd. Globaal zo’n 12 procent van de ondervraagden vindt die beweringen geloofwaardig tot zeer geloofwaardig.

De reguliere media

Iets groter (21 procent) is de groep die gelooft dat de reguliere media alleen verhalen verspreiden die goedgekeurd zijn door de overheid. Ruim de helft (55 procent) gelooft die bewering niet, slechts 25 procent heeft daarover geen mening.

Het vertrouwen in reguliere media is met 61 procent nog wel groot, maar 14 procent vertrouwt de reguliere media niet, terwijl 23 procent er neutraal tegenover staat. Voor 24 procent zijn de zogeheten alternatieve media een noodzakelijke aanvulling op de reguliere media.

In het verlengde daarvan ligt het vertrouwen in de overheid. Op de vraag of de overheid over het coronavirus het eerlijke verhaal vertelt, antwoordt 53 procent met ‘ja’. 36 procent gelooft dat de overheid maar gedeeltelijk eerlijk is en 11 procent denkt dat de werkelijkheid anders is dan wordt voorgespiegeld.

Tweedeling

Van de Friezen die zelf niets van complottheorieën geloven, verwacht bijna de helft (45 procent) een tweedeling in de maatschappij doordat mensen overheid, pers en wetenschap in twijfel trekken. Een kwart is bang voor een terroristische aanslag die voortkomt uit een complottheorie. Een derde deel (34 procent) denkt dat dat niet zal gebeuren en twee op de vijf hebben over deze vraag geen mening.

Ruim 70 procent vindt het verontrustend dat politici openlijk flirten met complotdenkers om stemmen te trekken. Zich ergeren aan complotdenkers doet 76 procent en 72 procent vindt hen een gevaar voor de samenleving.