Friese verlanglijst ontmoet lege beurs

O, o Den Haag. ILLUSTRATIE LC

Een wekelijkse kijk op Den Haag. In deze aflevering: regionale verlangens en het belang van de MIRT-lijst voor grote projecten.

Maandag 7 december is een dag die veel provinciaal bestuurders met een uitroepteken in hun agenda hebben staan. Dan vergadert de Tweede Kamer over het MIRT, het Meerjarenprogramma Infrastuur Ruimte en Transport.

Het MIRT is de bijbel voor liefhebbers van infrastructuur. Op het MIRT staan rijkswegen, -bruggen en -spoortrajecten die met voorrang geld krijgen van de nationale overheid. Voor een majeur project is het zaak om op deze lijst genoemd te worden; wie niet wordt genoemd, moet een heel jaar wachten.

Op 25 en 26 november vergaderde de top van de ministeries van Infrastructuur en Binnenlandse Zaken over de stand van zaken met de afgevaardigden per landsdeel; Noordwest, Zuidwest, Zuid, Oost en Noord. Kort daarna volgde een brief over de voortgang. Maandag debatteert de Tweede Kamer over de projectenlijst voor 2021 – een pakket van 417 pagina’s – en de regionale wensenlijst voor de jaren daarna.

loading

De grootste wens van landsdeel Noord is uiteraard de Lelylijn. Maar die is voor de lange termijn. Daarom loopt het Noorden zich nu het vuur uit de sloffen om de Lelylijn in de diverse verkiezingsprogramma’s te krijgen. Via verkiezingsprogramma’s kan de spoorlijn in een regeerakkoord belanden. Dan kan een nieuw kabinet komende zomer besluiten om met vaart een gedegen financieel plaatje te maken, waarna de Lelylijn ooit rijp wordt voor opname op die MIRT-lijst. (De kortste weg is de gemakkelijkste; de Lelylijn bekostigen door een miljardengreep uit het Groeifonds).

Op nummer 2 staat versnelling van het spoortraject over Zwolle. Daarvoor zijn al vele lobby’s gevoerd. Maar ook dat project, dat de treinreistijd voor 2030 met een half uur moet bekorten, blijkt nog lang niet rijp voor het MIRT. Bestuurders en ministeries hebben afgesproken dat er in 2021 een ‘verdiepend vervolgonderzoek’ komt naar die snellere treinverbinding. Ook Prorail en de NS doen vervolgonderzoek. Pas in het najaar van 2021 horen we moglijk meer.

Inframinister Cora van Nieuwenhuizen dempt alvast hooggespannen verwachtingen. Haar beurs is leeg. ‘Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn.’

Is er dan wél iets dat sneller kan? Opening van station Werpsterhoek bij Leeuwarden bijvoorbeeld? Een treinstop bij Thialf? Vervanging van de spoorbrug over het Van Harinxmakanaal door een aquaduct? Het zijn Friese wensen die al jaren op de plank liggen in Den Haag, maar ook dit keer het juiste verlanglijstje niet hebben gehaald. Rijk en provincie, zo lezen we, werken aan ‘een samenhangend pakket van maatregelen voor de verbetering van het openbaar vervoer in Fryslân, voornamelijk gericht op de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle’. In het voorjaar van 2021 volgen ‘benodigde stappen’.

Voor het komende MIRT-jaar wordt er in Friesland gewerkt aan de opwaardering van de vaarweg Lemmer-Delfzijl, aan sprinters die doorrijden tot Zwolle in plaats van Meppel, en aan de projectstart van de verruiming van de sluis bij Kornwerderzand.

Molens draaien langzaam in Den Haag. En ook daarom is maandag een voorname dag; alleen de Tweede Kamer kan de minister middels moties tot meer actie manen. Zodat die snellere trein naar Zwolle, dat station bij Werpsterhoek of dat aquaduct onder het Van Harinxmakanaal eindelijk een plekje krijgt op die belangrijke MIRT-lijst van het kabinet.


saskia.van.westhreenen@lc.nl