Friese flexwerker belandt vaak op straat

FOTO ANP

Flexwerkers die hun baan kwijt raken met recht op een uitkering vind je het meest in Friesland en Zeeland, zo blijkt uit de recentste CBS-cijfers.

Zelfs nu werkgevers hun vacatures bijna niet vervuld krijgen, telt de flexibele arbeidsmarkt nog altijd 3 miljoen werkers. Dat zijn zzp’ers (1,1 miljoen) en tijdelijke inhuurkrachten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) volgde 771.000 werknemers die in 2016 aan een flexibele baan begonnen. Meer dan de helft van deze instromers (54 procent) zat een jaar later nog steeds in de flexibele schil.

Een veel kleiner deel (14 procent, 107.940 mensen) verwierf een vaste aanstelling. Nog eens 5 procent ging als zelfstandige verder en 28 procent kwam zonder werk te zitten. Jongeren onder de 27 jaar kunnen in een penibele situatie belanden: ze hebben tegenwoordig niet automatisch recht op een uitkering.

Flexwerkers in het onderwijs, de delfstofwinning en de energiebranche kregen in 2017 gemiddeld het vaakst een vaste baan. In de verhuur en de zakelijke dienstverlening waren de vooruitzichten het minst. De werkgevers boden het liefst personeelsleden van middelbare leeftijd met een hoger opleidingsniveau aan hen. In Utrecht bleken de kansen op een vast arbeidscontract het hoogst (17 procent), in Limburg (12 procent) het laagst.

Limburg en Overijssel tellen relatief de meeste flexwerkers van Nederland. In Friesland en Zeeland stromen de meeste flexwerkers (18 prcoent) uit naar een uitkering. Dat komt doordat in deze beide provincies minder hoogopgeleiden werken. De Friese en Zeeuwse landbouwsectoren leunen bovendien veel op flexwerkers, terwijl de zorg dat veel minder doet dan in andere provincies.