Nederland, Ballum, 07-03-'16; Het Zonnepark op het Waddeneiland Ameland is het grootste van Nederland.

Foto: Kees van de Veen energienet Duurzaam Ameland - Harold Veldkamp

Friese energiestrategie tot 2030: kat uit de boom kijken

Nederland, Ballum, 07-03-'16; Het Zonnepark op het Waddeneiland Ameland is het grootste van Nederland. Foto: Kees van de Veen energienet Duurzaam Ameland - Harold Veldkamp Foto: Kees van de Veen Foto Energienet Duurzaam Ameland - Harold Veldkamp

Hooguit 0,015 procent van de wereldwijde uitstoot van kooldioxide komt uit Friesland. Het aandeel is net zo klein als dat van pakweg Albanië. Maar die uitstoot moet in dertig jaar wel naar nul. De provincie wil wel in de pas lopen, maar niet voor de klimaatmuziek uit.

E venredigheid, doelmatigheid en draagvlak zijn de eisen die de coalitie van CDA, PvdA, VVD en FNP aan de Friese energiestrategie tot 2030 stelt. Een Regionale Energiestrategie (RES) wordt in dertig Nederlandse regio’s voorbereid als uitvloeisel van het Klimaatakkoord. Het heeft voeten in de aarde gehad, maar vorig jaar werd duidelijk dat zo’n RES twee hapklare brokken moet bevatten.

De dertig energieregio’s moeten ten eerste samen garant staan voor de opwekking (in 2030) van tenminste 38 terawattuur (38 miljard kilowattuur) elektriciteit met windturbines en zonnepanelen op hun grondgebied. De molens die al draaien tellen mee, net als de al geplaatste panelen voor zover ze niet op huizen liggen.

Daarnaast moet elke regio nagaan of er voor een fossielarme en op termijn fossielvrije warmtevoorziening voor gebouwen een bovenregionale aanpak dienstig is. Die oefening is nodig omdat elke gemeente volgend jaar een eigen warmteplan moet hebben.

Wat is een redelijke bijdrage?

De hamvraag van de RES-operatie was voor de stroomopwekking direct duidelijk: welke regio doet wat? En vooral: wat is een redelijke bijdrage? De enige zekerheid was dat voor de industriële stroombehoefte wordt gerekend op 49 terawattuur windstroom van turbines buitengaats. Die kan dus buiten beschouwing blijven. De verdere beantwoording van de billijkheidsvraag is door het Interprovinciaal Overleg verdaagd tot elke regio een bod heeft gedaan. De inleverdatum voor concept-biedingen is door de coronacrisis verschoven naar 1 oktober.

Doordat het bestuursakkoord op het Provinsjehûs evenredigheid hoog in het vaandel voert, is het Friese concept-bod aan de behoudende kant. Kijkend naar het Friese aandeel in de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen (3,5 procent) en het energieverbruik in huizen, gebouwen, verkeer en landbouw (nog geen 3 procent) hoeft de bijdrage in de verlangde 38 miljard kilowattuur niet heel veel groter te zijn.

Dat de provincie in samenspraak met de gemeenten en het waterschap opteert voor 2,3 miljard kWh (6,5 procent van de nationale RES-opgave) kun je zelfs royaal noemen. Het is ook een dikke verviervoudiging van wat er vorig jaar aan Friese wind- en zonnestroom op het openbare net ging. Friesland leunt expliciet op het draagvlak, dat zich aftekent door tientallen lokale energiecoöperaties.

Maar de provincie is wel terughoudender dan andere grote plattelandsregio’s. Zeeland biedt 3 miljard kWh, Drenthe (3,5), Flevoland (4,8) en Groningen (5,7) zelfs nog meer. Deze provincies willen zich dus meer uitsloven, want windturbines en zonneparken zijn daar even grote indringers in het landschap als hier.

Het enthousiasme in drie buurprovincies en Zeeland biedt nu al quasi-zekerheid dat de dertig RES-regio’s samen de 38 terawatt-uur wel gaan halen. Een moeilijk debat over verdeling van een onverhoopte restopgave kan eind dit jaar dus achterwege blijven. En daarom hoeft er ook geen verdeelsleutel te worden gemaakt, die garant zou hebben gestaan voor onderling geruzie.

Panelen in Friesland voor stroom in Amsterdam?

Want de zorg voor het landschap, die in Friesland statenbreed wordt beleden, is bestuurders van dichtbevolkte Randstad-regio’s klimaatpolitiek gezien een gruwel. Zij lobbyden in de aanloop naar het Klimaatakkoord al met modellen waarin de theoretische potentiële ruimte voor windturbines en zonnepanelen in kaart werd gebracht.

Flevoland zou volgens die studies wel 100 keer z’n eigen stroomverbruik in gebouwen met weersafhankelijke schone stroom kunnen dekken, Friesland 57 keer en Groningen 35 keer. In de regio’s van Rotterdam, Amsterdam en Utrecht daarentegen zou het al gauw passen en meten worden. Dit komt door een veel hoger verbruikstotaal en doordat de groene ruimte er al verregaand is opgeslokt door stadsuitbreidingen, klaverbladen en bedrijfsgebouwen.

Of er in Noord-Nederland zonneparken moeten komen om het Westen van stroom te voorzien is een heet politiek hangijzer. Dat kun je tot 2030 willen parkeren, maar het gaat daarmee niet weg. Tussen 2030 en 2050 moet er nog veel meer hernieuwbare energie in elektriciteit worden omgezet, omdat de broeikasgassen van centrales naar nul moeten. Nederland slaat Europees gezien een pover figuur met zijn aandeel hernieuwbare energie. Het zelfgekozen doel voor schone stroom in 2030 is in dat licht bescheiden.

Dat Friesland tot 2030 de kat uit de boom kijkt, legt dan ook een hypotheek op de toekomst. De eerste decennia van deze eeuw is de energievraag vrij constant gebleven en in sommige sectoren nog gegroeid. Het provinciebestuur ambieert 25 procent energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2010. Dat moet allemaal nog.

Voor Friesland zelf verwachten de RES-rekenmeesters een verdere groei van het stroomverbruik van 3,6 TWh in 2030 naar 4,4 TWh in 2050. Propperige regio’s met relatief weinig onbebouwde ruimte zullen dan zeker harder op de deur bonzen dan nu. Voor wie dat een schrikbeeld is, kan het geruststellend zijn dat het stroomtransportnet lang niet klaar is voor grootscheepse elektrificatie van verwarming en snelverkeer.

Gunstige kaarten voor geothermie

Voor klimaatvriendelijke warmte zal Friesland op zichzelf zijn aangewezen. De kaarten liggen hier relatief gunstig voor geothermie en warmtewinning uit oppervlaktewater. Beide lijken veelbelovend, maar grootschalige toepassing staat nog in de kinderschoenen en de productie moet dichtbij de gebruikers gebeuren. Daarom zijn op het platteland waarschijnlijk veel elektrische warmtepompen nodig.

Netbeheerder Liander, die niet alleen in Friesland maar ook in Amsterdam stroom en gas transporteert, trekt stevig aan de bel. In een analyse van de Friese concept-RES stelt de netbeheerder dat de markt voor zonneparken een veel grotere groei dicteert dan de strategie veronderstelt. Daarvoor is het Friese stroomnet veel te krap.

Het netwerk loopt op veel plaatsen vol en na 2025 ontstaat extra vraag naar elektriciteit voor auto’s en warmtepompen, aldus Liander. De nuts-nv vindt de opwek in Friesland bovendien te versnipperd en de onbalans tussen wind- en zonnestroom te groot. De concept-RES gaat volgens Liander daarmee mank aan doelmatigheid. Zulke knelpunten zijn wel op te lossen. Maar dit kost veel tijd en geld, terwijl vakbekwaam personeel en koperdraad schaars zijn.

Als er geen maatschappelijk draagvlak blijkt te zijn voor nieuwe windparken en een hausse aan zonneparken op het vasteland, is elke vermeden molen en elk verijdeld zonnepark winst - als daar althans beperking van de stroomvraag tegenover staat. Een eigenwijze praktijk van fietsen, een royaal ov-aanbod, wollen truien en een laag-technologisch leefpatroon kan bovendien het afwimpelen van de stroomvraag uit andere regio’s geloofwaardiger maken.

Je kunt schone was in een elektrische droger stoppen in de veronderstelling dat die dankzij een windturbine draait. Je kunt het alleen doen op momenten dat die daadwerkelijk draait. En je kunt de was buiten aan de lijn hangen als het waait. Het betere heet de vijand van het goede te zijn. In de toegezegde brede maatschappelijke discussie over de regionale energiestrategie zal blijken wat goed genoeg wordt gevonden.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct