Studenten en toehoorders van de minor Fries gaan tijdens de lunch gewoon door. Voor de groep staat hoogleraar Arjen Versloot. FOTO MARCO KEYZER

Fries leren in Amsterdam: 'Jo meie dat wol efkes yn it Ingelsk útlizze'

Studenten en toehoorders van de minor Fries gaan tijdens de lunch gewoon door. Voor de groep staat hoogleraar Arjen Versloot. FOTO MARCO KEYZER

Een handvol studenten duikt elk jaar op een onverwachte plek in de collegebanken om Fries te leren. Ze volgen een jaar lang de minor Fries aan de Universiteit van Amsterdam.

Het felle licht van tl-lampen schijnt op de vierkante tafelopstelling van het lokaal. De ruim twintig tafels en stoelen zijn grotendeels leeg, slechts aan de rechterkant van de lesruimte zitten drie studenten naast elkaar. Ze hebben hun handen onder hun kin, de waterflessen voor zich op tafel uitgestald. Het is vrijdagochtend, 11 uur.

Terwijl hordes toeristen in de stralende lentezon buiten voorbij banjeren, heeft dit drietal zich in dit studielokaal van het P.C. Hoofthuis verschanst. Het pand werd midden jaren tachtig in opdracht van de Universiteit van Amsterdam gebouwd in het centrum, net achter de Dam.

Slechts een van de drie studenten heeft een laptop opengeklapt, de andere twee staren onderuitgezakt naar de powerpointpresentatie van de docent. ,,Witte jimme wol wat dat is?’’, vraagt Arjen Versloot. De docent draait zich om en kijkt de enige mannelijke student in het lokaal vragend aan. ,,Jo meie dat wol efkes yn it Ingelsk útlizze.’’

Terwijl medestudenten hun roes uitslapen van de stapavond ervoor stapten deze drie vrijdagochtend op hun fiets naar de UvA met een specifiek doel voor ogen: Fries leren. Ze volgen de minor Friese taal- en letterkunde, een studieprogramma van gemiddeld vier college-uren per week, verdeeld over een jaar, met vakken als Language Acquisition Frisian 1 (and 2) en Multilingualism in a European Perspective .

Unieke positie

De minor aan de Universiteit van Amsterdam is de enige mogelijkheid om in de Randstad op universitair niveau de Friese taal en Friesland te bestuderen, en heeft daarmee een unieke positie. Tot 2002 was de minor een voltijdsstudie.

Elk jaar melden zo’n vijf tot tien studenten zich, zegt Versloot. ,,Dat oantal is aardich konstant. It wurdt net minder, it wurdt ek net grutter.’’ Met de minor verdienen studenten 24 EC, Europees erkende studiepunten. Een studiepunt staat voor 28 uren.

Studenten van de minor leren het eerste semester de Friese taal van Fryske Akademy-docent Pieter Duijff. Na dit semester wordt het Fries besproken uit historisch perspectief en als Europese minderheidstaal. Zo leren de studenten bijvoorbeeld over het Friese keninkryk, dat in 650 ontstond en meer dan tachtig jaar standhield. Of over het Duitse Ostfries, dat over de grens bij Groningen nog altijd wordt gesproken.

Af en toe maken de studenten een uitstapje naar Friesland. De groep stapte eerder al eens op de trein voor een bezoek aan Leeuwarden. Fjildwurk, noemt Versloot dat. ,,Jo kinne der wol út boekjes oer leare, mar it is noch altyd wat oars as jo der mei minsken sels oer prate.’’ Hij voegt er grappend aan toe: ,,Want se besteane echt, dy Friezen.’’

Opvallend genoeg komen de meeste studenten van de minor niet uit Friesland. De enige mannelijke student, Francesco Ciavolino (23), komt zelfs niet uit Nederland. Hij is geboren en opgegroeid in de Italiaanse stad Napels, waar hij Napolitaans leerde. Hij volgt de minor als onderdeel van zijn studie taalwetenschap. ,,Fries is een officiële taal, het Napolitaans is dat verre van’’, zegt Ciavolino in het Engels. ,,Ik wil erachter komen wat nu het verschil is tussen deze twee. Waarom wordt het Fries als taal erkend en het Napolitaans niet?’’

'Ze belt nu geregeld met beppe om een gesprekje te oefene'

Hoewel zijn Fries nog niet vloeiend is, gaat een aardig woordje – met Italiaanse tongval - al vrij goed. Soms schakelt Ciavolino tijdens het college op het Engels over, een andere keer antwoordt hij langzaam in het Fries. Docent Duijff maakte wekelijks een uurtje vrij om hem via Skype bijles te geven.

Omdat Ciavolino geen Nederlands spreekt, vindt hij het lastig een Fries woord dat hij nog niet eerder gehoord heeft te begrijpen. ,,Ik moet elk woord leren. Nederlanders kunnen het woord nog met het Nederlands vergelijken, dat kan ik niet.’’ En het helpt ook niet dat hij in Amsterdam niet zomaar even naar buiten kan, de straat op, om daar met anderen in het Fries te spreken.

Zijn grootste wens en doel is om de Napolitaanse grammatica vast te leggen. Want het Napolitaans is nu nog een dialect en wordt alleen als spreektaal gebruikt. Er staat niets over op papier. Ciavolino: ,,Ik wil de Friese mindset omzetten in Napolitaanse kennis.’’

Voor die mindset en kennis over een minderheidstaal hoef je dus helemaal niet naar afgelegen oorden in Afrika of Zuid-Amerika te reizen. Het is het exotische dat hier gewoon om de hoek ligt, legt Versloot in zijn werkkamer op de zesde verdieping van het universiteitsgebouw uit.

Professor Arjen Versloot komt niet uit het Noorden, maar vertrok naar Groningen en later Friesland voor de Friese taal. De hoogleraar leerde pas rond zijn twintigste Fries. ,,Jo kinne nei de oare ein fan ’e wrâld om taalferskynsels te sjen, mar hjir kinne jo it om ’e hoeke fine. Boppedat: as jo in taal fan eksoatyske plakken nimme, dan is dy faak net hiel goed beskreaun.’’ Van het Fries is wel veel bewaard gebleven en vastgelegd.

Die ochtend krijgen de studenten eerst nog wat taaie kost voor de kiezen. Versloot legt met hulp van geografische kaarten het ontstaan en de ontwikkeling van de Friese taal uit. Het college duurt op vrijdag normaal gesproken vier uren, een dubbel blok, maar deze dag vindt er een uitstapje naar een ander lokaal plaats, waar het gezelschap wordt uitgebreid.

Noord-Hollands Fries

Versloot deed een bijzondere vondst. De hoogleraar taalkunde ontdekte een liedtekst uit de zeventiende eeuw in het Noord-Hollandse Fries (zie kader rechts), een specifiek soort dialect waarvan nog geen teksten bekend waren. In het tweede lokaal van die dag lezen vijftien aanwezigen de tekst op het bord achter Versloot aandachtig mee.

Ook hier zijn er amper meer dan drie mensen die een laptop of schrift voor zich hebben opengeklapt, anderen kauwen op een salade of een wortel; het is tijd voor de lunch. Ze zitten binnen, terwijl zonnestralen achter hen het water van de Singel oplichten. Het zijn vooral docenten en collega’s van andere taalopleidingen die hier in hun vrije tijd naar de vondst en betekenis van het Noord-Hollandse Friese gedicht luisteren.

Niet alleen hebben de studenten Fries nog nooit in Friesland gewoond, ook hebben ze lang niet altijd een directe binding met de provincie. Zo groeide Renske Pelsma (19) in de buurt van Alkmaar op, hoewel haar vader van oorsprong een Fries is en ze nog veel familie in Friesland heeft wonen.

,,Op familiedagen in Friesland, of bij beppe thuis, hoor ik altijd Fries om me heen. Ik heb het wel leren verstaan, maar ik wil het zelf ook graag kunnen spreken. Ik heb nooit de grammatica geleerd of hoe je een werkwoord vervoegt. Dat leer je niet van gehoor’’, zegt Pelsma.

De Noord-Hollandse ging op zoek naar manieren om Fries te leren. Nogal een uitdaging in de Randstad, vond ze. Veel verder dan avondcursussen in Sneek of Leeuwarden kwam ze niet. Ze herinnerde zich in een gesprek met haar beppe haar docent geschiedenis van de middelbare school, die het eens over de minor had gehad. Pelsma mailde de opleiding en een week later kon ze aanschuiven. Het semester was toen al een week begonnen.

Ze belt nu geregeld met beppe om een gesprekje in het Fries te oefenen. Maar met haar ouders waagt ze die stap nog niet. Pelsma: ,,Het zou hetzelfde zijn als je met je vrienden ineens Engels gaat spreken.’’ Ze pauzeert even en gaat verder: ,,Ik vind het vooral heel erg zonde dat mijn vader, die wel Fries spreekt, nooit van jongs af aan dat met mij heeft gedaan. Hij hoefde er niets voor te doen.’’

Nu, negentien jaar later, maakt de minor gelukkig veel goed. De colleges zijn ‘superleuke middagen’. En haar ouders zijn stiekem enorm trots op haar.

Hopeloze onderneming?

Fries leren in de Randstad, is dat niet een hopeloze onderneming? Docent Versloot denkt van niet. ,,Ik tink dat it foar it Frysk wol belangryk is dat it noch sichtber is. As it giet om de oantallen studenten, dan is dúdlik dat it in marzjinaal ferskynsel is. Mar wat jo der foar weromkrije, is dat learlingen dy’t oars net fan it Frysk hearre sille, der no mei yn kontakt komme.’’

Dat studenten als Ciavolino en Pelsma over Fries en Friesland leren, wekt in hun omgeving ook vaak verbazing. ,,Als ik aan iemand vertel dat ik deze minor volg, is de eerste reactie altijd: waarom in hemelsnaam?’’, zegt Lisan de Wit, student Engelse taal en cultuur die ook de minor Fries volgt. ,,Ze denken dat zoiets echt geen nut heeft.’’

Hoewel ze zelf ook het idee heeft dat ze het Fries later niet veel zal gebruiken – ze komt uit Lisse en woont in Oegstgeest – vindt ze de minor vooral nuttig voor zichzelf. ,,Een andere taal bestuderen terwijl ik al een taal studeer, maakt dat je ze met elkaar kunt vergelijken. En ik vind het vooral interessant om te ontdekken waar de grens tussen een dialect en een taal ligt. Ik doe dit dus eigenlijk gewoon voor de leuk.’’

Schunnig liefdeslied

Arjen Versloot, hoogleraar Germaanse taalkunde, in het bijzonder de Duitse, Scandinavische en Friese talen aan de Universiteit van Amsterdam, ontdekte in een zangbundel uit 1643 een Fries ogende tekst. Het nogal schunnige liefdeslied blijkt het ‘Fries van Holland’ te bevatten, een dialect van het Nederlands en niet van het Fries, aldus Versloot. In de vroege middeleeuwen was Nederland tot zeker heel Noord- en Zuid- Holland Friestalig. Het dialect dat daaruit voortvloeide, bevat nog verschillende Friese woorden. Tot nu toe ontbrak een tekst uit deze tijd.

Het liefdeslied begint met: ‘Myn liaf is een soo swieten dier, soo molle, bolle femke’. De vrijer spreekt zijn teleurstelling uit over het feit dat hij niet bij zijn geliefde in huis mag komen, terwijl hij overloopt van lichamelijk verlangen naar haar.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct