Filosoof Menno de Bree: ,,We proberen van alles, maar het wordt nooit echt wat je hoopt dat het wordt.’’ FOTO REYER BOXEM

Filosoof Menno de Bree over het gestuntel van de mens

Filosoof Menno de Bree: ,,We proberen van alles, maar het wordt nooit echt wat je hoopt dat het wordt.’’ FOTO REYER BOXEM

Tijdens de Nacht van de Filosofie Fryslân die draait om de stuntelende mens, spreekt de Groninger filosoof Menno de Bree. Hij beschrijft hoe wij, de mens, verbeten proberen het juiste te doen, om authentiek en oprecht te zijn. En hoe wij onszelf daarmee volkomen uitputten. Kant en klare antwoorden heeft De Bree niet, maar hij houdt een pleidooi voor een vrolijk pessimisme.

Denk niet dat het allemaal meevalt in het leven. Dan vergist u zich. Maar er zijn mogelijkheden om het leven dat vaak zo zwaar en moedeloos stemmend lijkt (en is) om te buigen naar iets zinvols. Ja, er zijn zinvolle dingen in het bestaan. Wie op dat spoor komt, vindt misschien, als bijvangst, ook het levensgeluk.

Zo zou het gedachtegoed van filosoof, columnist bij het Financieel Dagblad en docent filosofie en medische ethiek Menno de Bree (1974) samengevat kunnen worden. Als een vrolijk pessimisme. Het stelt allemaal niet veel voor en je hebt geen garanties dat het beter wordt, maar er is enige hoop.

De Bree, van wie vorig jaar een bundel met columns ( Het eeuwig tekort, over liefde, werk, geluk en ander ongemak ) verscheen, spreekt op 13 april in Leeuwarden, tijdens de twaalfde editie van de Nacht van de Filosofie. Eerder deze week, op een zonnige maar stiekem ijskoude maandagochtend, vertelde hij in het Student Hotel in Groningen hoe hij tegen het leven aankijkt en doet hij alvast een voorzichtige poging om iets over het thema van de Nacht van de Filosofie – ‘Ik stuntel, dus ik ben’ – te zeggen.

De filosoof - nog herstellende van een hernia en met een deadline voor een nieuwe column die op zijn schouders drukt, en oh ja, over een paar uur moet hij een college houden over medische ethiek - zoekt zijn woorden met aandacht. Wie hem een vraag stelt, raakt hem een paar seconden kwijt. De Brees ogen gaan op een zoekstand staan, ze tasten de rand van het tafelblad af. Uiteindelijk rollen er mooie volzinnen uit zijn mond.

Ja, knikt hij. Er wordt on-ge-lo-fe-lijk veel gestunteld in het leven. ,,We proberen van alles, maar het wordt nooit echt wat je hoopt dat het wordt.’’ Hij zucht even en mompelt: ,,Ja.... dat is wel een eh, groot probleem.’’

Maar er is nog iets anders aan de hand. Het menselijk gestuntel is niet alleen een beetje tragisch, het heeft volgens De Bree ook iets hilarisch. ,,Vooral als we het stuntelen gaan verbergen. Weet je, we proberen van alles op te houden wat we niet zijn.’’

Uitputtingsslag

Gestuntel is van alle tijden. Iedere generatie stuntelt weer op zijn eigen manier. In Het eeuwig tekort schrijft De Bree daarover: ‘Jonge mensen denken vaak dat hun leven zich in een opwaartse lijn ontvouwt. Ten onrechte, want ieder levensdecennium heeft zijn eigen kenmerkende aandoeningen en de ernst en hevigheid nemen per decennium toe.

De fear of missing out van de spelende twintiger evolueert tot mislukkingsangst van de dertiger. De tol voor deze uitputtingsslag wordt door de veertigers betaald. Relaties sneuvelen bij de vleet; wie nog bij elkaar is, hangt ’s avonds gevloerd op de bank. Teleurstelling en cynisme worden vooral met alcohol bestreden.’

'Veel doelen die mensen zichzelf stellen zijn helemaal niet zo belangrijk'

Het probleem is dat mensen leven met het idee dat hun bestaan een project is dat ze gestalte kunnen geven, dat ze er regisseur van zijn. Dat is maar tot op zekere hoogte zo, doceert de filosoof. Eigenlijk zijn we tegenwoordig weer helemaal in de ban van het klassieke Verlichtingsdenken: als je maar hard werkt, je ratio inzet en de juiste competenties aanwendt, kom je er wel en ligt er voor een ieder ‘een succesvol leven’ in de verte te wachten. Mis! De Bree: ,,We hebben stiekem de verantwoordelijkheid van geluk en succes op het bordje van het individu gelegd.’’

Hij ziet een direct verband met de vele mensen die thuiszitten met een burn-out, kinderen die faalangst hebben, en met de grote groep depressieve Nederlanders. Een nieuwe welzijnsindustrie speelt hier handig op in, stelt de filosoof. ,,Ik geloof dat yogaleraar het snelst groeiende beroep van Amsterdam is!’’

Coaches en therapeuten, cursussen mindfulness en timemanagement: er wordt alles aan gedaan om mensen op de been te houden. Zodat ze hun arbeidsproductiviteit behouden.

De Bree grinnikt, hij ontwaart in deze tragiek, deze zelfuitbuiting zou je kunnen zeggen, weer wat komisch: ,,Neem nou de term ‘in balans zijn’. Dit wordt gepresenteerd als een onmisbaar element in je bestaan, maar waar is dit op gestoeld? Een méns? In baláns? Een mens is bij uitstek een wezen dat uít balans is. Dieren zijn in balans! Heel jonge kinderen en goden, maar mensen niet. De mens valt per definitie niet met zichzelf samen. ‘De mens is het meest zieke dier’, zei Nietzsche. Een dier heeft zijn instincten nog. Wij niet. Wij hebben keuzestress. Ja. De mens is een stuntelaar.’’

Emotionele mishandeling

Het heeft iets troostends om naar De Bree te luisteren. We stuntelen ons door het leven – wie die gedachte toelaat, voelt zich eigenlijk meteen een beetje opgelucht. ,,Kijk, een deel van het stuntelen kan worden voorkomen. Dat wel.’’ Geloof niet in de goeroes die authenticiteit prediken bijvoorbeeld, of in opvoeders die tegen hun piekerende tienerkinderen zeggen dat ze ‘moeten doen wat goed voelt’. Zware emotionele mishandeling vindt De Bree dat. Want het is juist het krampachtige zoeken naar ‘het goede’ dat ons blokkeert.

Uit Het eeuwig tekort : ‘Wees authentiek! Ontwikkel jezelf! Dit zijn de lijfspreuken van onze tijd – en waar we al dat moois voor elkaar proberen te krijgen is vooral ons werk. Maar de lat ligt nogal hoog, dus het is niet zo gek dat hele volksstammen voortijdig stranden. De kans is groot dat je, als dolende dertiger, uiteindelijk bij een coach belandt. De coach is, meer nog dan de therapeut, de hogepriester van onze laat-moderne tijd.’

In plaats van je blind staren op hun diepste zieleroerselen zouden mensen er goed aan doen om eens op een andere manier naar zichzelf te kijken: minder als uniek individu, maar echt als mens, als deel van een gemeenschap. ,,Geluk, in de zin van je lekker voelen, vind ik overschat. Een gelukt leven is een prettig leven, maar niet alle prettige levens zijn gelukte levens. Kijk, ik doe de dingen die ik doe niet omdat ze LEUK zijn. Ik doe de dingen omdat ze interessant zijn. Piano leren spelen is niet leuk, maar het effect wel – het is fantastisch wanneer je het kunt.’’

Een handleiding voor een geslaagd leven heeft De Bree niet. ,,Antwoorden zijn ook helemaal niet zo spannend. Bovendien kloppen ze meestal niet. Je kunt je niet ontwikkelen van wel een stuntelaar zijn naar geen stuntelaar meer zijn. Wat de filosofie te bieden heeft, zijn inzichten waardoor je beter gaat stuntelen. Het gaat om het elimineren van onzin, in plaats van het bieden van oplossingen.’’

Legoblokjes

,,In ieder mens zit een groot verlangen naar ‘verlossing’. Dat is een christelijk thema. Een kinderlijk idee: dat er altijd iemand is die je zegt hoe het moet en dat het wel goed komt. Volwassen worden betekent dat je zelf die taak op je neemt.’’ De Bree vergelijkt ons leven met een verzameling legoblokjes. We moeten iets van onszelf maken, zonder bouwaanwijzing. Daar worstelen we volgens de filosoof mee. Hij haalt de Franse existentialist Sartre aan, die stelde dat de mens zijn eigen vrijheid niet wil. Want we vinden het doodeng, om onszelf op te bouwen. ,,Die verantwoordelijkheid is een worsteling.’’

Humor doet wonderen, stelt De Bree. Wie om zichzelf kan lachen, ontspant een beetje. ,,Als mensen zichzelf een doel stellen, komt er vaak een grote ernst in. Een ernst die totaal humorloos is. Een verbetenheid. We moeten lukken, in ons werk, in onze relaties. En als we niet lukken, mislukken we als mens. Dat heeft van een afstandje bekeken ook iets lachwekkends. Ik pleit daarom voor een humoristisch pessimisme. Tegen de verbetenheid! We stuntelen allemaal – laten we het zo gracieus mogelijk doen.’’

Titel: Het eeuwig tekort. Auteur: Menno de Bree. Uitgever: Water. Prijs: 15 euro (121 blz.).

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct