FOTO ARCHIEF LC

Ferdinand Domela Nieuwenhuis was zowel geliefd als gehaat

FOTO ARCHIEF LC

Ferdinand Domela Nieuwenhuis was de grondlegger van het socialisme in Nederland. In kringen van landarbeiders in het noorden van Friesland en onder de veenarbeiders in Schoterland en Opsterland werd hij op handen gedragen. Het is dit jaar 100 jaar geleden dat hij stierf.

Messias én Satan. Zo werd hij eens getypeerd door een tijdgenoot. In de laatste twee decennia van de negentiende eeuw was hij zowel de meest geliefde als meest gehate man van Nederland: Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919), voortrekker van de vroege socialistische beweging in Nederland, redacteur van haar lijfblad Recht voor Allen en medeoprichter, en weldra leider, van de in 1881 opgerichte Sociaal-Democratische Bond (SDB). Zonder hem valt opkomst en verspreiding van dit vroege socialisme niet te begrijpen.

In de jaren 1880 ontwikkelde deze ex-predikant zich voor een groeiende schare van volgelingen tot een als profeet geëerd leider. In zijn verschijning herkende dit publiek voorbeeldige opoffering, martelaarschap, rechtvaardigheid én moed en zelfbeheersing. De revolutionaire verwachtingen die hij hen voorhield stuwden zijn populariteit naar ongekende hoogten. Groot was zijn aanhang in deze jaren, vooral in de provincies Friesland en Groningen maar ook in Amsterdam, de Zaanstreek en Twente.

Lees ook : Domela Nieuwenhuis herleeft in postzegels, boeken en opera in drie aktes

Het is dit jaar op 18 november honderd jaren geleden dat Domela Nieuwenhuis stierf. De socialistische beweging was op dat moment ingrijpend van karakter veranderd, niet in de laatste plaats omdat het Nederland van 1919 zich in de decennia daarvoor tot een heel ander, meer industrieel land had ontwikkeld. Sinds kort was het algemeen kiesrecht ingevoerd. Iets waarvoor Domela reeds veertig jaar eerder had geijverd. Maar ook was de partijpolitiek op verzuilde basis inmiddels dominant geworden.

Populariteit

Domela Nieuwenhuis was al lang niet meer de spilfiguur in de rode familie. Toch was zijn populariteit groot gebleven, zo bleek op de dag van zijn uitvaart. Urenlang trok een enorme rouwstoet door de straten van Amsterdam. Langs de route stonden, in dichte rijen, tienduizenden mensen. Niet alleen het werkvolk van Amsterdam. Van heinde en verre waren ze gekomen om de ‘apostel der arbeiders’ de laatste eer te bewijzen – van wie velen uit Drenthe, Groningen en Friesland.

Zijn stoffelijk overschot was de dag ervoor van Hilversum, de plaats van overlijden, naar de Kleine Diamantbeurs aan het Weesperplein overgebracht. Van hier trok de immense stoet naar het Centraal Station; per trein ging zijn allerlaatste reis naar crematorium Westerveld bij Haarlem. Een zee van vaandels, vlaggen en banieren: rood, wijnrood, purperrood en gladiolenrood, stak boven de rouwstoet uit. Deze zou uit meer dan 10.000 personen hebben bestaan, onder wie opvallend veel vrouwen.

Al tijdens zijn leven werd er geschreven over de aantrekkingskracht die Domela uitoefende op zijn medestanders en volgelingen. Waarop stoelde die? Deze vraag is daarna steeds opnieuw gesteld door zijn biografen. Het toverwoord dat in dit verband vaak opduikt is charisma . Domela had charisma – vriend en vijand waren het daar in zijn tijd over eens.

Sterker nog, de geleerde die als eerste het begrip muntte voor vakgenoten, de Duitse socioloog Max Weber (1858-1920), had persoonlijk interesse opgevat voor de markante verschijning van Domela Nieuwenhuis. In hem herkende Weber de ideaaltypische charismaticus, zo kenmerkend voor de leiders van de (internationale) socialistische beweging in het Europa van rond 1900. Zulke charismatici kondigden radicaal andere tijden aan, hadden de gave van het woord en mobiliseerden daarmee massa’s. Het was hun kracht en zwakte.

Hoe immers het aanvankelijke vuur van ‘het moet anders’ om te zetten in blijvende organisatievormen, die onrecht ophieven en welvaart voor een ieder brachten? Het ging in Nederland daarbij veel langzamer dan in België, waar al in Domela’s hoogtijjaren rond 1890 de socialisten veel kracht putten uit vakvereniging en coöperatie. Minstens zo belangrijk om het charisma en de weerklank van Domela Nieuwenhuis in juist die tijd te begrijpen is om niet alleen naar zijn levensloop en persoonlijkheid te kijken maar naar nog twee aspecten van zijn charismatisch leiderschap: de verwachtingen van zijn getrouwe aanhang én de algehele maatschappelijke context waarin hij optrad.

Weerklank

Laten we ons voor het vervolg bepalen tot Friesland. Wie waren in dit gewest de Domelagetrouwen van het eerste uur geweest die hem hier een podium hadden verschaft? Welke specifieke omstandigheden leidden er uiteindelijk toe dat hij in deze provincie het imago van Us Ferlosser had kregen? Wat maakte juist Friesland tot Domelaland? De regio waar zijn roep om algemeen kiesrecht, antimilitarisme, sociale strijd door stakingen en het vrije socialisme veel weerklank vond.

Al in 1870 was er een band ontstaan tussen Friesland en Domela. In dat jaar was hij beroepen als luthers predikant in Harlingen. Evenals zijn gefortuneerde vader, die hoogleraar in de theologie was te Amsterdam, had Ferdinand die studie gekozen. Zijn eerste echtgenote, Johanna Lulofs, de liefde van zijn leven, was ook luthers opgevoed in een groot Amsterdams grachtenhuis. Nadat Ferdinand het beroep had aangenomen, trouwde het reeds verloofde paar. Ze bleven maar een jaar in Harlingen wonen.

'Ferdinand Domela Nieuwenhuis had charisma, daarover waren vriend en vijand het eens'

In deze kleine, evangelisch-lutherse gemeente van nog geen honderd zielen werd de basis gelegd voor Domela’s latere breuk met de kerk. Met afschuw zag hij naar de mensonterende arbeid die kinderen en hun vaders uitvoerden in de plaatselijke steen- en panbakkerijen. Groot was zijn verontwaardiging over de uitgebroken Frans-Duitse oorlog; daarom richtte hij terstond een lokale afdeling van de Vredebond op. Binnen no time had de afdeling 250 leden, na Amsterdam en Groningen de grootste van het land.

Veel omgang had de jonge, modernistische predikant hier met een hoofdonderwijzer, die hoofdredacteur was van de links-liberale Friesche Courant , en een kleermaker, die ook zijn organist was. Een niet onbelangrijk gegeven, want vanaf de vroege jaren 1880 waren het in eerste instantie geschoolde handwerkslieden, middenstanders, onderwijzers, kleine bazen, drukkers, enzovoort die in Friesland in Domela Nieuwenhuis hun held ontdekten en het pad voor hem effenden. Al was hij in hun ogen een heer uit Holland, hij streed voor hun rechten.

Bij Domela’s eerste optredens in Friesland – de kerk had hij in 1879 definitief verlaten en vanaf datzelfde jaar verscheen het tijdschrift Recht voor Allen – waren de reacties op de ‘sociale dominee’ nog aarzelend, zo niet kritisch geweest. Na Domela’s lezing in 1882 in De Koornbeurs te Gorredijk had de jonge varkensslachter Geert Lourens van der Zwaag hem in het debat ‘utopist’ genoemd. En algemeen kiesrecht? Daar waren de arbeiders in Friesland nog niet aan toe, had Geert de spreker voorgehouden.

Liberale notabelen in de zaal onderstreepten Van der Zwaags woorden met applaus. Enkele jaren later was Geert een Domelaman geworden – en hoe. In 1888 richtte hij het arbeidersblad De Klok op, dat tot 1913 bleef bestaan; vanaf 1897 zou Van der Zwaag twaalf jaar lang in de Tweede Kamer de socialistische stem van de Friese Zuidoosthoek vertolken.

Trots

Alom klonk in Nederland de naam van Domela Nieuwenhuis. Het kiesdistrict Schoterland, met als hoofdplaatsen Heerenveen en Gorredijk, had Domela in maart tot Tweede Kamerlid gekozen. Schamper waren de reacties uit de gezeten burgerij, van trots vervuld reageerde de aanhang van Domela. Nog altijd heerste in Friesland economische malaise vanwege de grote agrarische crisis. Weldra zouden roemruchte stakingen uitbreken onder land- en veenarbeiders in het noorden en zuidoosten van de provincie.

Het jaar daarvoor had Domela een gevangenisstraf van zeven maanden uitgezeten voor majesteitsschennis in Recht voor Allen . Eind februari 1888 hield Domela in het stampvolle Het Posthuis te Heerenveen een verkiezingsrede voor de Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht. De voorzitter van die avond, de molenaar IJ. Kuiper uit Het Meer, had hem ingeleid als ‘de man die goed en bloed voor zijne overtuiging veil heeft, die om zijn beginselen zelfs in den donkeren kerker heeft moeten lijden.’

In zijn rede gebruikte Domela een formulering die later veelvuldig door zijn biografen is geciteerd. ‘Mijn ideaal is dan dat er geen hutten zullen zijn, maar ook geen paleizen, geen armen maar ook geen rijken, geen edellieden maar ook geen bedellieden die de straten onveilig maken.’ In 1891 gaf Domela er de voorkeur aan niet herkozen te worden tot Kamerlid. Voortaan zette hij de strijd voort buiten het parlement. En de rest is geschiedenis? Nee, hoor.

Held

Nog lang na zijn overlijden in november 1919 bleef in Friesland, van Sint Annaparochie tot Appelscha, onder arbeiders en anarchisten, de herinnering aan Domela levend door de verhalen die over hem verteld werden. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog hing bij hoogbejaarde vrije socialisten een fotoportret van hun legendarische held aan de muur, juist in die streken waar al vroeg veel onkerkelijkheid voorkwam.

Achteraf bezien is vermoedelijk dít de grootste verdienste van Domela voor vele kansarme Friezen geweest: de versterking van hun zelfrespect. Weg van de kroeg en de drankfles, zich gezamenlijk inspannen voor meer kennis en onderwijs. Op welk gebied zou Domela in onze tijd tot waakzaamheid hebben opgeroepen? Op dat van al maar stijgende sociale ongelijkheid? Ongetwijfeld. Maar evenzeer op dat van klimaat en landschap. Zo bezien is de beeltenis van Domela op het Tripgemaal profetisch: hij waakt over de Deelen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct