Falend NVWA liet slachthuizen lopen

O, o Den Haag. ILLUSTRATIE LC

Een wekelijkse kijk op politiek Den Haag. In deze aflevering: hoe een falende Voedsel- en Warenautoriteit foute slachthuizen liet lopen.

Ministeries zijn er een kei in om in de week rond Prinsjesdag onaardige publicaties, althans voor henzelf, door de koker te duwen richting Tweede Kamer. Uiteraard in de hoop dat lelijke krantenkoppen tot een minimum worden beperkt. Zo kwam het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid op 18 september met een vernietigend stuk over slachthuizen.

Op drie locaties in Noord-Nederland was het niet in de haak. Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, kortweg de NVWA, zagen dat hier slechte melkkoeien werden aangevoerd. Officieel heetten ze niet-slachtwaardig, in gewonemensentaal spreken we van kreupel of ziek.

Zulks geldt als een ernstige misstand. Het ministerie veranderde de V van Visserij niet voor niets in de V van Voedselveiligheid.

In de marge van alles kwam er meer ongerief aan het licht. Toezichthoudende dierenartsen bleken verschillend om te gaan met de vastgestelde slachtnormen. Dat leidde tot gemor onderling en tot gemor op de slachtvloer. Bij Slachthuis Abattoir in Drachten, dat deze zomer op de fles is gegaan, liepen de gemoederen over een slachtkoe zelfs zo hoog op dat de eigenaar een harde mep verkocht aan de bezoekende NVWA-dierenarts.

Aan minister Carola Schouten de eer om het gezicht van de NVWA te redden

Foute boel dus. Dat vereist streng optreden van een krachtdadige overheid. Het Openbaar Ministerie gelastte begin 2018 een onderzoek. Er kwam een plan van aanpak. Maar wat er ook gebeurde, verder dan een plan van aanpak kwam het niet. Ruim twee jaar later, op 29 juni 2020, besloot het Openbaar Ministerie de strafrechtelijke onderzoeken naar de foute slachthuizen te beëindigen. De reden: de processen-verbaal waren te lang op de plank blijven liggen.

Aan minister Carola Schouten de eer om het gezicht van de NVWA te redden. Die lat ligt nogal hoog. Een keuringsinstantie die anderen de maat neemt, moet zelf ook van wanten weten. De stapels onderzoeken kregen een vervolg in de vorm van een onderzoek naar het opereren van de eigen NVWA.

Blijkens de conclusies uit het rapport van september, dat drie dagen na Prinsjesdag werd gepubliceerd, valt de officier van justitie niets te verwijten. Hij rept van een ,,moeizaam totstandkomingsproces dat leidde tot het niet tijdig bij het OM aanleveren van de processen-verbaal, en de constatering dat de processen-verbaal kwalitatief onvoldoende bleken te zijn’’.

De NVWA leverde broddelwerk. Inspecteurs waren niet bij machte om informatie op een rijtje te zetten. Er was geen sturing, er was geen monitoring, er was een slechte communicatie tussen de directies van de NVWA en diezelfde directies wisselden geen informatie met elkaar uit. Het was chaos.

De door Schouten aangestelde interim-inspecteur-generaal constateert zuinigjes dat er bij de rijksinstantie ,,onverminderd aandacht nodig is voor de verbetering van de samenwerking, onderlinge communicatie en vertrouwen’’. De minister doet haar oordeel in zeven woorden af; ‘Ik onderschrijf de conclusies van de interim-IG’.

En nu?

De NVWA betreurt de gang van zaken. Er komen verbeteracties. Werknemers krijgen een opleiding in het schrijven van deugdelijke processen-verbaal. Personeel van hoog tot laag, van boa’s tot directeuren, belooft niet meer langs elkaar heen te praten.

De betrokken slachthuizen knijpen intussen hun handjes dicht. Dankzij het gepruts bij de NVWA heeft het Openbaar Ministerie geen bewijsbare zaak aan de strafrechter kunnen voorleggen. ,,Onbevredigend’’, concludeert de minister. ,,Deze gang van zaken had niet mogen plaatsvinden.’’

saskia.van.westhreenen@lc.nl