20200827528

Er zijn steeds minder Friezen, toch hebben we een tekort aan huizen: hoe kan dat?

20200827528

De Friese bevolking lijkt met de huidige 650.000 inwoners haar maximale omvang te hebben bereikt. Toch zijn er nog tienduizend nieuwe huizen nodig. Dat komt doordat mensen steeds vaker alleen of met z’n tweeën wonen.

Hoe kan het toch dat de vraag naar huizen blijft stijgen, terwijl prognoses al jaren vertellen dat de Friese bevolking zal afnemen? Die vraag houdt veel mensen bezig en wekt al jaren bezorgdheid bij woningcorporaties en gemeenten. Niemand wil huizen bouwen voor de leegstand.

De voorspelde Friese bevolkingskrimp begon de afgelopen jaren in ieder geval nog niet: de bevolking groeide van 646.000 naar 650.000 mensen. Nu is het keerpunt echter wel bereikt, schreef de provincie begin deze zomer in haar nieuwe bevolkingsprognose: ,,De structurele afname van de Friese populatie lijkt nu echt ingezet.’’

Op de woningmarkt merk je daar nog niets van. Het aantal te koop staande huizen daalt immers nog altijd en ook nieuwe huizen worden in rap tempo verkocht. De vraag naar huurwoningen is eveneens groot.

Dat is opmerkelijk, want de Friese woningvoorraad groeide de afgelopen vijf jaren twee keer zo snel als de bevolking. Terwijl Friesland 4000 extra inwoners kreeg, steeg het aantal huizen in de provincie met circa 8000, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Dit kan alleen kloppen als het gemiddelde aantal mensen per woning afneemt. Deze zogeheten ‘gezinsverdunning’ is al heel lang gaande. In het jaar 2000 bestond een gemiddeld Fries huishouden nog uit 2,36 personen. In 2018 was dat gedaald naar 2,19 personen, zegt Wilma de Vries van het Fries Sociaal Planbureau (FSP). Over tien jaar ligt dit op 2,11, blijkt uit nieuwe ramingen van de provincie.

Iedereen kan zich wel iets voorstellen bij deze gezinsverdunning. Veel woningen die vroeger door een familie met kinderen werden bewoond, huisvesten nu slechts een of twee mensen. Het aantal gezinnen daalt namelijk, terwijl het aantal kleine huishoudens groeit.

Als de prognose van de provincie uitkomt, daalt de bevolking van 650.000 naar 645.000 mensen in 2030. Dat zijn dus 5000 Friezen minder, maar ondertussen stijgt het aantal huishoudens met ruim 10.000 door gezinsverdunning. Er moet dus nog fors doorgebouwd worden om iedereen te huisvesten.

In 2030 heeft Friesland echt de top bereikt, met 305.442 huishoudens. Na een stabilisatie zal vanaf 2033 een daling zichtbaar worden, verwacht de provincie. In 2040 telt Friesland nog ruim 302.000 huishoudens en in 2050 zal dit aantal zijn gedaald tot 293.000. Dit betekent dat er 12.000 woningen overbodig worden: er zijn onvoldoende huishoudens om ze te vullen.

De provincie is iets optimischer over de huishoudensontwikkeling dan enkele jaren geleden. Verschillende onderzoekers voorspelden enkele jaren geleden nog dat Friesland er geen 10.000, maar hooguit 8000 huishoudens bij zou krijgen in de komende jaren.

Jongeren of ouderen?

Wie kijkt naar de woningbehoefte voor de komende jaren moet zich afvragen hoe gezinsverdunning precies werkt. Het is verleidelijk om te kijken naar de groepen waar je het meeste over hoort: bijvoorbeeld jonge stellen en alleenstaanden die de woningmarkt afstruinen naar een betaalbare woning.

Jongeren vormen echter een sterk krimpende groep binnen de Friese samenleving, zo blijkt uit cijfers van het FSP. Het aantal huishoudens in de leeftijd tot 25 jaar is in de periode van 2009 tot 2019 met 15 procent afgenomen in Friesland. Ook de huishoudensgroep van 25 tot 45 jaar daalde in die periode met 14 procent, ondanks een stijging van het aantal eenoudergezinnen.

De grote groei zat bij de 65-plussers: die spelen de hoofdrol in de gezinsverdunning. Deze groep huishoudens is in tien jaar tijd met maar liefst 31 procent uitgedijd, rekent het FSP voor. De verklaring hiervoor ligt bij de grote geboortegolf in de eerste tien jaar na de Tweede Wereldoorlog. De baby’s van toen zijn nu pensioengerechtigd.

Veel babyboomers stichtten gezinnen, die inmiddels, na het uitvliegen van de kinderen, tweepersoonshuishoudens zijn geworden. Het aantal alleenstaanden stijgt ook snel onder de 45-plussers en 65-plussers. Samen oud worden lukt lang niet altijd, als gevolg van scheidingen en sterfte.

De nieuwe groep 65-plussers heeft een hoge levensverwachting. Waar hun ouders vaak nog jong in een verzorgingshuis belandden, zit dat er voor de huidige groep jonge ouderen niet meer in. Dat willen ze meestal ook niet. ,,Ze blijven langer zelfstandig’’, zegt De Vries van het FSP.

Vaak wonen ze tot op hoge leeftijd in een eengezinswoning. Dat biedt mede een verklaring voor de hobbels waar jonge gezinnen tegenaan lopen als ze een eengezinswoning zoeken. Hun gewenste huizentype is er wel, maar wordt vaak bewoond door oudere een- of tweepersoonshuishoudens. Daarna moet een woning vaak fiks worden verbouwd om te voldoen aan wensen van jongere Friezen.

Projectontwikkelaars zien dit ook. Enerzijds bouwen zij veel appartementen, die deze oudere groep een kans bieden om door te stromen. Anderzijds blijven zij eengezinswoningen aanbieden, ondanks de daling van het aantal grote gezinnen.

Er wordt wel eens gewaarschuwd dat Friesland straks te veel eengezinswoningen telt. Misschien valt dit mee: als kleine huishoudens ook in de toekomst graag ruim willen wonen, is er misschien niet zoveel aan de hand.

Tweede huizen en thuiswerkers

Er zijn nog andere factoren die de huizenmarkt kunnen beïnvloeden. De laatste tijd klinken er veel verhalen over Randstedelingen en pensionado’s die hun kans grijpen op de goedkope Friese huizenmarkt. Het aantal mensen dat vanuit andere provincies naar Friesland verhuist, neemt inderdaad toe. Er is de laatste jaren een klein plusje in het migratiesaldo.

Er blijven echter ook veel Friezen vertrekken. Verhuisbewegingen vanuit andere provincies richting Friesland zullen de komende decennia te bescheiden zijn om het aantal vertrekkers te compenseren, verwacht de provincie. Ondertussen neemt het sterfteoverschot toe: nu al sterven er meer Friezen dan er geboren worden.

Dat de provinciale bevolking de afgelopen jaren nog groeide, komt vooral door buitenlanders. Dat is een veelzijdige groep, waarvoor moeilijk prognoses zijn te maken. Buitenlandse studenten, Oost-Europese seizoensarbeiders, asielzoekers en vluchtelingen met een status hebben immers heel verschillende perspectieven.

,,Met name de asielgerelateerde migratie is moeilijk te voorspellen’’, schrijft de provincie. Gemeenten zijn verplicht om ieder jaar een aantal vluchtelingen met status onder dak te brengen. Dat betekent echter niet per se dat die op langere termijn ook in Friesland blijven. ,,Op termijn zie je vaak dat zij toch weer uit Friesland vertrekken’’, zegt De Vries van het FSP. ,,Vaak gaan ze naar de Randstad.’’ Daar is meer werk voor hen en bovendien treffen ze daar meer familie en mensen met dezelfde achtergrond.

Ook de arbeidsmigranten uit Oost-Europa zijn in de cijfers moeilijk zichtbaar. Als ze hier slechts tijdelijk werken, staan ze meestal niet ingeschreven bij de gemeenten. ,,Tegelijkertijd wonen ze hier wel en kan het zijn dat ze zich moeten inschrijven’’, schrijft de provincie. Bovendien zijn er huizen voor hen vrijgemaakt. De provincie wil hen beter registreren. Als ze hier blijven en gezinnen vormen, kunnen ze de bevolkingsomvang positief beïnvloeden.

Een andere factor is de toename van het aantal tweede woningen. Ze worden bijvoorbeeld als vakantiehuis gebruikt door mensen uit de Randstad. Soms worden ze ook toeristisch verhuurd via airbnb of als bed&brochje.

Uit verschillende hoeken van de provincie klinken hier klachten over. Dit geldt bijvoorbeeld voor toeristische locaties als Grou en Hindeloopen, maar is ook zichtbaar langs de noordkust. ,,Wij willen dit verder onderzoeken’’, laat Peter van den Meerschaut weten namens de provincie.

Friesland kan economisch voordeel hebben bij tweede huizen: er wordt immers van buiten de provincie geld gepompt in de Friese woningmarkt. Voor de dorpsgemeenschappen zitten er echter veel nadelen aan: de sociale controle, de gezelligheid en het gemeenschapsgevoel gaan onderuit. Lokale winkels en andere voorzieningen lijden eronder.

Woningbouw

Als de verwachtingen van de provincie uitkomen, zal het aantal huishoudens in vrijwel alle hoeken van Friesland na 2030 afnemen. Alleen in Leeuwarden wordt nog groei verwacht, terwijl de Waddeneilanden stabiel blijven, blijkt uit de prognoses.

,,Wij maken op basis van de nieuwe bevolkingsprognose een behoefteraming voor woningbouw’’, laat Van den Meerschaut weten namens de provincie. Dit moet leiden tot nieuwe afspraken over woningbouw met de gemeenten.

Dat kan een spannende discussie opleveren. Dorpen en steden roepen immers massaal om meer nieuwbouw en zien zich gesteund door de vlotte huizenverkoop. Toch zal het provinciebestuur in het oog moeten houden dat de huishoudensgroei ooit ophoudt. Te veel woningen bouwen kan tot rampzalige leegstand leiden, vooral op het platteland.

Critici wijzen erop dat prognoses nooit precies uitkomen. Dat is logisch, want voorspellen is alleen mogelijk op basis van bekende ontwikkelingen. Onverwachte maatschappelijke veranderingen kunnen tot drastisch gewijzigde bevolkingsaantallen leiden.

In 1965 voorspelden demografen dat Friesland in het jaar 2000 op 800.000 inwoners zou uitkomen. In 1973 werd uitgegaan van een veel lager aantal, namelijk 709.000 inwoners. In 1989 wierp deze krant zelfs de vraag op of Friesland ooit nog boven de 600.000 ingezetenen uit zou komen. En zie eens, begin 2020 hadden we 650.000 Friezen. Of we de top nu achter de rug hebben, zullen we pas over een jaar of vijf kunnen beoordelen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct