Trijntje en Dolf Dijkstra in een van de stijlkamers van hun museum. FOTO NIELS WESTRA

Eind aan 't Ald Slot in Wergea, met pijn in 't hart

Trijntje en Dolf Dijkstra in een van de stijlkamers van hun museum. FOTO NIELS WESTRA

Dolf en Trijntje Dijkstra veranderden 't Ald Slot in Wergea van een bouwval in een charmant museum met drie stijlkamers. Na ruim drie decennia is het mooi geweest.

‘Kijk, en hier liepen schapen rond. Kun je je het voorstellen?’’ We staan in het lagere, rechter gedeelte van ‘t Ald Slot, een kleine kamer met balkenplafond en oude tegelvloer. Nu is het een van de drie stijlkamers, ingericht als arbeidershuisje met ronde tafel in het midden, twee bedsteden en daartussenin een kast vol servies.

In de jaren tachtig, toen de Dijkstra’s het pand - ook bekend als Roorda State - kochten, zag het er hier totaal anders uit. Het was een puinhoop. ,,Er woonden ratten en konijnen’’, herinnert Dolf Dijkstra zich. Sinds de laatste echte bewoners waren vertrokken, werd de voormalige state uit 1774 gekraakt door mensen uit het dorp.

,,In het arbeidershuisje woonde onder andere een gezin met negen kinderen, dat er op een gegeven moment weer uit ging omdat het niet warm te krijgen was’’, weet Trijntje. Daarop zei de man die het middelste gedeelte bewoonde: dan doe ik mijn schapen daar wel in.

'Het was één grote hokjesboel'

Begin jaren tachtig viel het oog van het Leeuwarder stel op de bouwval. Ze hadden een restauratiebedrijf in Leeuwarden en zochten een praktijkruimte. Trijntje: ,,Een pand waar mijn man leerlingen het vak kon leren: houtkleurtechnieken, glas-in-lood, vergulden, marmeren.’’

De eerste jaren stonden in het teken van opruimen, restaureren en bouwen. ,,Het was hier een grote hokjesboel, dichtgetimmerde ramen, tegelvloeren waar verrotte planken op lagen. We hebben alles eruit gehaald wat er niet in hoorde. We wilden het huis redden.’’

Veel dorpsbewoners verklaarden hen voor gek. ,,’Wat moet je met die rommel? Gooi het maar plat en zet er wat nieuws neer’, was het sentiment in het begin’’, vertelt Trijntje. Maar tijdens een open huis in 1987, waarbij tal van verhalen over het slot naar boven kwamen, ontstond het idee om er een museum van te maken.

Dat was het begin van het grote verzamelen. ,,Dat zit in ons bloed. Eerst hadden we bijna niks, maar we hebben veel veilingen afgelopen en ook heel veel spullen gekregen van mensen.’’

In de jaren negentig bouwden de Dijkstra’s zelf een aanbouw aan de achterkant, waar ze tien jaar hebben gewoond. Het stijlkamermuseum was jaarlijks van april tot oktober vijf dagen in de week geopend.

Ziel en zaligheid

Al die jaren ontvingen ze - samen met vrijwilligers - honderden mensen, die zich vergaapten aan de oude serviezen, meubels, kinderwagens, petroleumlampen en al die andere voorwerpen van vroeger. ,,En als er buiten de openingstijden eens toeristen aanklopten met de vraag of ze even mochten kijken, deden we dat altijd.’’

De rondleidingen, de ontvangsten, het koffie zetten en schoonmaken: nu ze beiden 83 zijn, wordt het vele werk ze teveel. Opvolging is er niet; hun vier kinderen hebben allemaal een baan. Dus gaat het monument in de verkoop, met pijn in het hart. Trijntje: ,,We hebben onze ziel en zaligheid hier in gelegd.’’

Eerst wordt de inboedel verkocht, daarna volgt het huis. ,,Mensen zeiden wel eens tegen mij: jij bent de slotvrouw. Ja, met vieze handen, want wie poetst er tegenwoordig nog kachels?’’, schatert Trijntje.

Morgen, zaterdag 15 december, is het museum voor het laatst open (10.30 - 15 uur). De eerste verkoopdag is op Tweede Kerstdag (13 - 16 uur).

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct