Volgens nieuwe berekeningen van het Mesdag Zuivelfonds draagt de industrie 12 procent bij aan de stikstofneerslag en niet één procent. FOTO ROBIN UTRECHT

Eigen berekening boerenbelangenclub: ‘Boeren dragen véél minder bij aan stikstof’

Volgens nieuwe berekeningen van het Mesdag Zuivelfonds draagt de industrie 12 procent bij aan de stikstofneerslag en niet één procent. FOTO ROBIN UTRECHT

Boeren zijn verantwoordelijk voor zo’n 23 procent van de neerslag van stikstof in Nederland en niet voor 46 procent. Dat zegt het Mesdag Zuivelfonds, een boerenbelangenorganisatie. Volgens de organisatie kloppen de stikstofberekeningen van het RIVM niet.

De bevindingen van het Mesdag Zuivelfonds worden morgenmiddag gepresenteerd in Den Haag, maar zijn nu al in handen van deze krant. De industrie en het verkeer spelen volgens het fonds een veel grotere rol bij de uitstoot en neerslag van stikstof dan uit het door het RIVM gehanteerde rekenmodel blijkt.

Kort geding over emissiedata

Het Mesdag Zuivelfonds, een belangenorganisatie voor de veehouderij, en de Stichting Stikstofclaim eisten in december in een kort geding dat de Nederlandse staat alle brondata zou overhandigen waarop de RIVM-berekeningen zijn gebaseerd. De rechter in Leeuwarden oordeelde dat de Staat dat zelf mocht bepalen. Uiteindelijk zijn de meeste gegevens in januari aangeleverd.

Het Mesdag Zuivelfonds heeft de cijfers opnieuw doorgerekend, gebruikmakend van data uit nieuw lopend onderzoek van onder meer de Universiteit van Amsterdam. Het complete rapport van de UvA, met lokale metingen die worden gedaan bij boerenbedrijven, verschijnt pas komende zomer. Gezien de urgentie van het onderwerp heeft het Mesdag Zuivelfonds onderzoeksresultaten gebruikt die nu al beschikbaar zijn.

Industrie draagt voor 12 procent bij

In het morgen te presenteren rapport staat dat de industrie voor 12 procent verantwoordelijk is voor stikstofuitstoot en het verkeer voor 17 procent. In het RIVM-rapport wordt de industrie voor slechts 1 procent verantwoordelijk gehouden voor de stikstofuitstoot en het verkeer voor 12 procent. Er is volgens de onderzoekers van het Mesdag Zuivelfonds door het RIVM bijvoorbeeld geen rekening gehouden met ammoniakuitstoot bij het opwarmen van de auto-katalysator.

In de RIVM-berekeningen is de werkelijke uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden door relatief kleine industriële bedrijven niet meegenomen, zo stellen de onderzoekers verder. Voor de industrie geldt namelijk een ondergrens van 10.000 kilo per jaar. Dit is een hoeveelheid die ongeveer gelijk staat aan de uitstoot van gemiddeld 30 veehouderijen. Bovendien zijn er nogal wat industriële bedrijven die wel stikstof uitstoten maar daarvoor geen natuurvergunning hebben, zo bleek uit recent onderzoek in Brabant, Gelderland en Drenthe.

Uitstoot boerenbedrijven meest gedetailleerd

De emissie van deze duizenden industriële bedrijven die jaarlijks minder dan 10.000 kilo uitstoten is met een rekenmodel vastgesteld. Het Mesdag Zuivelfonds vindt dat de werkelijke uitstoot door kleine industriële bedrijven periodiek moet worden gemeten om tot een eerlijke berekening te komen. Alleen van de veehouderijen zijn gedetailleerde uitstootgegevens bekend: van elke koe, varken en kip weet de overheid precies op welk bedrijf ze staan.

Derde van de stikstof komt aangewaaid

De scheepvaart op de Noordzee zou volgens de nieuwe berekeningen voor 8 procent bijdragen aan de stikstofuitstoot, volgens het RIVM is dat 3 procent. De ‘bebouwde omgeving’ – waartoe huishoudens behoren – draagt volgens de nieuwe berekeningen voor 8 procent bij, het RIVM kwam uit op 6 procent. Mesdag Zuivelfonds en het RIVM zijn het er beiden over eens dat 32 procent van de stikstof uit omringende landen komt aanwaaien.

Bovendien stelt het Mesdag Zuivelfonds dat de RIVM-berekeningen zijn gebaseerd op oudere data; op gegevens waarin geen rekening is gehouden met het feit dat veel boeren inmiddels zijn overgestapt op andere voeding voor hun dieren en het verdunnen van drijfmest met water, waardoor de ammoniakuitstoot wordt teruggebracht.

Meer geld nodig voor metingen

De gemiddelde onzekerheidsmarge in de uitstoot door de landbouw wordt door het RIVM en TNO geschat op zo’n 25 tot 30 procent. Per boerderij kan dat oplopen tot 70 procent. Daarom moet de politiek middelen beschikbaar stellen om veel nauwkeuriger te meten voordat tot ingrijpende maatregelen wordt besloten, stellen de onderzoekers van het Mesdag Zuivelfonds.

Het RIVM komt nog met een reactie op de bevindingen van het Mesdag Zuivelfonds. Een woordvoerder liet eerder vandaag al weten dat het ‘heel normaal is om met modellen te werken’. ,,Dat is een gebruikelijke, wetenschappelijke manier van werken’’, zegt een RIVM-woordvoerder. ,,De weersvoorspelling is ook gebaseerd op modellen. Verder zijn wij continu bezig om onze metingen te verfijnen.’’ Het RIVM heeft meerdere keren aan het Mesdag Zuivelfonds gevraagd om de bevindingen vooraf te mogen bekijken - zodat het RIVM meteen met een reactie kon komen - maar dat is niet gebeurd.

Boeren die woensdag protesteren in Den Haag morren over het feit dat de Tweede Kamer donderdagochtend over de stikstofkwestie debatteert, terwijl het rapport van het Mesdag Zuivelfonds pas donderdagmiddag wordt gepresenteerd.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct