Vandaag (zondag) is hij 100 jaar geleden geboren: Abe Gerlsma (1919-2012), schilder en graficus, maar ook werktuigbouwkundige en uitvinder. Museum Martena in Franeker eert zijn oeuvre met een overzichtstentoonstelling en viert zijn verjaardag met gratis taart.

De expositie 100 jier Abe Gerlsma is georganiseerd in samenwerking met de Stichting Abe Gerlsma, die de nalatenschap van de kunstenaar beheert. Er zijn tientallen schilderijen en etsen te zien, maar wat het eerst opvalt bij het betreden van de zaal, is een grote zwart-wit foto van een stier voor een slagerij. Gerlsma was een slagerszoon en de foto is genomen voor het familiebedrijf aan ’t Noord. Grenzend aan de gracht, dichtbij de Koornbeurs, in de historische binnenstad van Franeker. Voor het slagersvak was de jonge Abe niet in de wieg gelegd. Liever bezocht hij met zijn moeder – die van kunst hield – de plaatselijke boekhandel, waar regelmatig werken werden getoond van bijvoorbeeld Tjeerd Bottema of Ids Wiersma.

Zwak voor Friese platteland

Gerlsma zou zijn hele leven in Franeker blijven wonen. Hij hield van het stadje, maar had ook een zwak voor het Friese platteland. Beide thema’s zijn veelvuldig in zijn werk te vinden. Hoewel hij altijd getekend en geschilderd heeft, was de kunst niet vanaf zijn jeugd een heilige roeping. Als bezig baasje had hij vele interesses. School kon hem niet veel schelen, hij hield meer van ‘donderjagen’ en sporten. Bovendien was hij graag bezig met techniek. Zijn kunstzinnige belangstelling werd pas echt gewekt toen hij de grafiek ontdekte. Gerlsma wilde etsen maken, maar had geen drukpers. Met zijn inventieve geest probeerde hij zelf een druktechniek te ontwikkelen. Experimenten met zink uit de dakgoot, schoen-smeer, vaseline en een wollen deken leidden in 1939 tot een eerste ets. Deze Wilg is in twee verschillende drukgangen op de tentoonstelling te zien. De voorstelling is wat onbeholpen, de tonen zijn niet helemaal in contrast, maar het is een ontroerende manifestatie van vroege vastberadenheid. In dit werk komen de uitvinder en de kunstenaar moeiteloos samen.

Om zijn uitvinding te verbeteren, wendde Gerlsma zich tot niemand minder dan de schilder en graficus Jan Poortenaar, tevens de auteur van het standaardwerk Etskunst . Al snel bleek dat voor Gerlsma’s ambities een ‘echte’ etspers onontbeerlijk was. Die kwam er dan ook, nota bene tijdens de oorlogsjaren, toen geld en middelen schaars waren. Hij kon als werktuigbouwkundige geen baan vinden en was een lijstenmakerij begonnen, waar hij ook eigen etsen en tekeningen verkocht. Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want na de oorlog kreeg Gerlsma enkele bijzondere opdrachten, zoals het maken van grote diorama’s voor de Friese Landbouwtentoonstelling en het schilderen van decors voor de revue It kin raer beteare van Jarich en Tetman de Vries.

In dezelfde periode nam hij deel aan een prijsvraag die het Landbouwschap in Den Haag had uitgeschreven voor het ontwikkelen van een aardappellooftrekker. Zijn ontwerp werd onderscheiden met enkele duizenden guldens en de machine werd later in productie genomen. Dit succes leverde hem in 1948 een baan op bij de Rijkslandbouw Voorlichtingsdienst als specialist landbouwwerktuigen. Tot zijn (vervroegde) pensionering in 1982 zou Gerlsma voorrang geven aan deze betrekking. Hij bleef meerdere machines ontwikkelen – zoals de zeer succesvolle snarenbedpootmachine – maar in de laatste dertig jaar van zijn leven kon hij zich volledig aan de kunst wijden. Zijn onderzoekende aard leidde ook toen weer tot experimenten, maar dan op kunstzinnig gebied. In zijn grafiek werkte hij met tweeplatendruk of hij voegde iriserende pigmenten toe voor een parelmoer-effect. Verder werkte hij soms met korrelige lijnen, zoals bij Perenbloesem is te zien.

Opvallend genoeg toont Gerlsma zich in zijn grafische werk avontuurlijker dan in zijn schilderijen. Het is aannemelijk om te denken dat hij als techneut beter presteerde met de tussenkomst van gereedschap. Schilderen is directer en fysieker en verlangt andere vaardigheden. Hij was geen virtuoze schilder, maar had wel een eigen stijl. Hoogtepunt van de expositie is het lijvige doek Tuinen Noorderbolwerk uit 1990, waar een doorsnee stadsgezicht naar hogere regionen wordt getild door het raadselachtige licht en de dromerige sfeer. Ook Koolzaad , Jouswier en Aalsum zijn fraai, evenals het drieluik Sandfirden , waarin het veranderende licht op verschillende dagdelen is vastgelegd. Op andere momenten blijft het schilderwerk wat braaf en behoudend, wat mede te wijten is aan de onderwerpkeuze die soms naar het sentimentele neigt.

loading

Gerlsma gaf zijn favoriete onderwerp – het Friese landschap – namelijk wat geïdealiseerd en geromantiseerd weer. Paradoxaal genoeg speelde hij op indirecte wijze een rol bij het verdwijnen van dat landelijke Friesland, vanwege zijn ontwerpen voor de mechanisatie van de landbouw. Het is tekenend voor het dualistische in zijn leven en werk, hoewel hij bovenal het belang van de verbeelding heeft bewezen. Zijn fantasie, inventiviteit, veelzijdigheid, doorzettingsvermogen en experimenteerdrang heeft hij zowel artistiek ingezet (voor de kunst) als technisch toegepast (in de landwerktuigbouw). In beide gevallen leverde dat unieke resultaten op.

Wie op zondag 3 februari de tentoonstelling bezoekt, krijgt gratis taart bij een kop koffie of thee in het museumcafé.

Franeker - Museum Martena:

Voorstraat 35, di t/m zo 11-17 u,

3 februari t/m 10 juni,

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct