Een vleugje Engeland

Hoewel bescheiden van aard kent ook Nederland kliffen. Ze liggen aan de IJsselmeerkust van Gaasterland. Het is een lust om er te fietsen.

Hoe moeilijk kan het zijn? Vandaag houden we het simpel. We gaan naar het prachtige, mysterieuze Gaasterland, zetten de auto bij het eerste het beste fietsknooppuntenbord dat we treffen, laden de fiets uit, bedenken ter plekke een route – een voorlopige die we altijd nog kunnen aanpassen – en gaan van start. De route maakt vandaag niet uit, als het doel maar duidelijk is – en dat is het: de kliffen van Gaasterland. Altijd al eens willen doen, ze alle drie bij langs fietsen – die van Oudemirdum, die van Mirns en het Rode Klif bij Warns – want altijd leuk, zeker in tijden van Olympische Spelen, je eigen wedstrijdje bedenken, brons, zilver en goud verdelen.

Een vage herinnering, dat is alles waarmee we op pad gaan: een oude schoolplaat die kennelijk indruk maakte en bleef hangen aan een verroeste spijker in het geheugen. Daags voor de route via internet snel nog even gecheckt (kliffen, Gaasterland, schoolplaat: enter) of het geheugen me geen loer draait. Nee, het is waar, Nederland heeft ze werkelijk: kliffen! Oké, ze halen het niet bij Coba da Roca in Portugal, die woeste stomp in zee, noch bij de grillige vormen van Étretat aan de Normandische kust, of de door Vera Lynn zo zoet bezongen White cliffs of Dover, maar het zijn en blijven kliffen. Leeuwarder Eelke Jelles Eelkema (1788-1839) schilderde ze, ergens in de negentiende eeuw.

FOTO NIELS WESTRA

We gaan op pad, de groene vlakte tegemoet, de wind trotseren. Taai Engels raaigras all over the place met her en der een stel koeien en achter de dijk de zeilen van de boten op het IJsselmeer die voorbijglijden. Van dat laatste willen we meer zien en dat kan bij het Seedyk Kiekje, de eerste plek waar we stoppen: een bruggetje dat geen bruggetje is en halverwege de dijk in het luchtledige blijft hangen. Het uitkijkpunt is gemaakt in opdracht van de boerderij even verderop, en werd medegefinancierd ten behoeve van de ontwikkeling van het platteland, met dank aan Brussel dus.

De eerste hoogteverschillen in het landschap doemen op, we zien het en voelen het prompt ook aan de fiets, we moeten er iets meer voor werken en krijgen als beloning een paar snelle meters gratis. De Hege Gerzen, een ietwat bevreemdend plekje voor dagrecreatie, laten we voor wat het is, de toegangsprijs – hoewel slechts 1 euro – weerhoudt toch om voorbij de kassa te stappen. Op midgetgolf zitten we vandaag niet te wachten.

Daar is de Oudemirdumer Klif, of beter gezegd: ergens verderop bij het water moet-ie zijn. We parkeren de fiets bij het Minneminnespaad, het pad naar de Zuiderzee, zoals het IJsselmeer nog heette in de tijd van Minne Minnes de Vries. De laatste visser van de Oudemirdumer Klif woonde in het voorste deel van het huisje even verderop – wie wil kan het huren – en maakte dagelijks zijn gang naar het water, de fuiken voor de paling op de rug. De foto op het infobord toont zijn fiere postuur. Een ander bord vertelt over de tuinwallen (zie ook reportage in deze bijlage).

FOTO NIELS WESTRA

Prachtig, dat klif, een geweldig plekje. Het mooie zit ’m niet alleen in die paar meter hoogteverschil, maar ook in de rust, de wind die je voelt ruisen, een vleugje Engeland. We lopen naar beneden, een paar meter, meer is het niet, voor zover het überhaupt kan, want eigenaar Natuurmonumenten is oh zo voorzichtig met haar pareltje. Helaas, geen witte steile rand, zoals op de schoolplaat. Kan ook niet anders, want hoogwater en zware stormen die de kust afbrokkelen zijn met de Zuiderzee verdwenen.

Het moge inmiddels duidelijk zijn. Dit is de middag van de kijkjes, de fiets ergens tegenaan zetten om vervolgens een eindje te lopen. Dat doen we opnieuw bij het Mirnser Klif, nadat we uiteraard een stop hebben gemaakt bij bezoekerscentrum Mar en Klif in Oudemirdum (zie kader). Ook prachtig, dat Mirnser Klif, de plek wordt van verre al aangekondigd door de bont gekleurde ‘kites’ die achter de dijk door de lucht scheren. Helaas leidt de drukte op het strand en in het water de aandacht voor het landschap af. Dus we stappen weer op de fiets. Wie wil kan trouwens vanaf deze plek prachtig wandelen door het Rijsterbos.

De verrassing van de tocht zit ’m in Laaksum, het gewezen mini-vissersplaatsje met een heus haventje en visserswoningen aan de dijk. We trappen verder, hoewel het visrestaurant uitnodigt voor een langere stop.

We hebben nog een klif te gaan en zo waarlijk, daarvoor moeten we even een tandje bijschakelen – of is het de tegenwind die het ’m doet… Reaklif, het Rode Klif, de plek waar de Friezen de slag bij Warns herdenken en hun identiteit koesteren – Leaver dea as slaef – een pukkel in het landschap. Juist ook vanwege die hoogteverschillen is het een lust om langs de kust van Gaasterland te fietsen. Tijd om de medailles te verdelen, maar we wagen ons niet aan brons, zilver en goud, u mag het zelf bepalen.

Mar en Klif

Wie meer wil weten over de geschiedenis van Gaasterland kan terecht in Mar en Klif, het bezoekerscentrum van het Nationaal Landschap Zuidwest Fryslân in Oudemirdum. In het bezoekerscentrum wordt het verhaal verteld van het stuwwallenlandschap en de ijstijd die het reliëf met de kliffen in Gaasterland achterliet. Ook is er aandacht voor de karakteristieke bossen in het gebied. Adres: Brink 4, Oudemirdum

Route

Lengte fietstocht: 42 km

De tocht maakt gebruik van het fietsknooppuntennetwetwerk.

Start: Nijemirdum, fietsknooppunt 24.

Fiets achtereenvolgens via 23, 16, 15, 6, 5, 4, 3, 2, 8, 7, 13, 14, 17, 18, 20, 21, 27, 26, 25, 24.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement