Nu en dan duikt ie weer op. Hij, want volgens Wikipedia en deskundigen zijn pyromanen vrijwel altijd jonge mannen. Een terugblik op een halve eeuw brandstichtingen in Friesland bevestigt dit. Al was een Heerenveense vrouw een uitzondering op deze ‘regel’.

Eind 1996 was Heerenveen al minstens vijftig keer opgeschrikt door containerbrandjes. De politie dacht te weten wie daarachter zaten, maar kreeg de man en de vrouw die ze ervoor verantwoordelijk hield – ondanks verscherpte surveillance en een speciaal samengesteld team – niet te pakken.

Het vuurminnende koppel uit Heerenveen leek met zijn bliksemacties ongrijpbaar. Tot de vrouwelijke helft (24) op 30 december 1996 een beginnersfout beging. Voetsporen in de sneeuw leidden agenten van een uitgebrande container aan de Jol naar haar woning aan het Vliet, waar ze werd aangehouden.

Haar 22-jarige vriend kreeg de politie niet levend in handen. Hij stierf enkele weken na haar inrekening de vuurdood. Hij had op zaterdagavond zijn 22ste verjaardag gevierd, op zondagochtend werd zijn verkoolde lichaam boven de uitgebrande witgoedzaak Expert aan de Sieversstraat aangetroffen.

Twee jaar later pakte de vrouw de draad weer op. Op nieuwjaarsdag 1999 stichtte ze brand in de voormalige Harense Smid aan de Dracht. Het pand brandde totaal uit, belendende gebouwen liepen veel schade op. Ze ontkende alle betrokkenheid, maar gaf toe daar te hebben ingebroken. Ze kreeg 15 maanden cel en voorwaardelijk tbs opgelegd. Ook moest de inmiddels 27-jarige vrouw nog zes maanden uitzitten voor de containerbranden.

Lustgevoelens bij brandstichting

Pyromanie, oftewel vuurzucht is een stoornis in de impulsbeheersing, waarbij iemand meerdere keren opzettelijk en doelgericht brand sticht, zo staat beschreven op de website psychologen.nl. Mensen met deze stoornis ervaren lustgevoelens, voldoening en opluchting tijdens het brandstichten. ,,Het gebeurt niet uit financiële overwegingen of als uiting van boosheid of wraak.’’

Brandstichting geeft – met name sommige jonge jongens – een kick, vertelde criminoloog Jasper van der Kemp van de Vrije Universiteit Amsterdam eens aan deze krant. ,,Er zit een soort van kracht in vuur, het is heel wild, zorgt voor spektakel. Sommigen vinden dat heel aantrekkelijk.’’

Toch hoeven jonge pyromanen niet uit te groeien tot grootschalige brandstichters, zegt hij. ,,Meestal gaat het over als ze ouder worden. Het is een vorm van jeugdcriminaliteit.’’

Sneker ‘draaideurpyromaan’

In het geval van de Sneker ‘draaideurpyromaan’ ging deze theorie niet op. Hij begon wel op jeugdige leeftijd, want op zijn 21ste, in 2001 stichtte hij zestien keer brand in caravans in containers. Tijdens een weekendverlof in 2003 viel hij in herhaling. Vervolgens zat hij jarenlang in een kliniek.

Maar op zijn 35ste, tussen februari en november 2015, zette hij zijn oude gewoonte voort. Hij sloeg negen keer toe in Sneek en Scharnegoutum en kwam opnieuw vast te zitten.

,,Voor de derde keer kan de Sneker gemeenschap weer rustig gaan slapen’’, stelde officier van justitie Roelof de Graaf tijdens de behandeling van de zaak in mei 2016. ,,Eerlijk gezegd hoop ik dat het nu definitief is.’’

Voor de zeventien branden die Joure in 1993 en 1994 teisterden, bleken jongens, afkomstig uit Joure tussen 17 en 22 jaar verantwoordelijk. Vier zaken zijn er uiteindelijk opgelost.

Bij een 21-jarige Jouster, verantwoordelijk voor de brand aan een kerk, zag de rechter af van vervolging. Een 17-jarige, die vlammen had veroorzaakt in de openbare mavo en jongerencentrum Miks, kreeg 150 dagen tuchtschool en 100 uur dienstverlening. Twee Jousters (20 en 22 jaar), die brand stichtten in sporthal De Stuit, moesten twee jaar de cel in.

Steeds grotere branden in Gaasterland

Voor een reeks branden in Gaasterland zat een 21-jarige man uit Sondel in 2007 twee keer vast. Toch seponeerde het openbaar ministerie in mei 2008 de zaken tegen deze vermeende pyromaan wegens gebrek aan bewijs.

Het vuur had de regio Sondel en Wijckel enkele jaren in zijn greep. Vanaf eind 2004 tot september 2007 werden er twaalf grote en kleine branden gesticht. Ze varieerden in grootte. Volgens de politie zat er een oploop in, het ging van klein naar groot. De climax was de dubbele boerderijbrand in Wijckel en Sondel in de nacht van 16 op 17 december 2006.

De monumentale boerderij van Bouwe Dooper in Sondel brandde toen tot de grond af, vijftien kalfjes kwamen in de vlammen om. Enkele honderden meters verderop raakte de boerderij van Germ Bruinsma in Wijckel zwaar beschadigd. De 21-jarige vermeende brandstichter kon vanaf het erf van zijn ouderlijk huis alle branden zien.

Containers en coniferen

En dan was er een reeks jongelingen die het voorzien had op groen. In 2006 bekende een 18-jarige Heerenvener dat hij ‘goed’ was geweest voor 25 brandjes. Hij had een voorkeur voor heggen en kerstbomen, maar leefde zich eveneens uit op containers, een bankstel, fietsen en auto’s. De knaap gaf aan geobsedeerd te zijn door vuur. Met name als hij had gedronken. Een groep Jousters (18, 20 en 23 jaar) stak in 2007 twintig heggen in brand ,,voor de kick.’’

In 2010 liep een 25-jarige Drachtster tegen de lamp vanwege het stichten van conifeerbranden. Soms wel vijf per nacht. Een jaar later bleken vier Drachtsters (16, 18, 20 en 21 jaar) verantwoordelijk voor vijftig conifeerbranden, aangestoken tussen februari en juli 2011. Menig Drachtster sliep slecht door de vuurliefhebbers. ,,Guon hienen de túnslange yn ’e hage lizzen’’, aldus politiechef Cor Reijenga destijds.

Begin 2020 was het weer raak in Drachten. Veertien branden woedden er in drie weken tijd. De politie wist twee daders op heterdaad te betrappen door zich te verstoppen in een heg. ,,Kijk eens, dit is een hele mooie’’, hoorde een agent twee knapen (13 en 14 jaar) tegen elkaar zeggen. En daarna hield een van hen een aansteker bij een heg aan de Fabriekslaan. Vervolgens stapte de agent uit zijn groene schuilplaats om het argeloze duo aan te houden.

Brandstichters steeds vaker gepakt

Het oplossingspercentage bij brandstichtingen is de laatste jaren toegenomen, blijkt uit het onderzoek ‘Het vuur aan de schenen’ van de Politieacademie Apeldoorn. Werden er in 1996 1.570 zaken opgelost, in 2007 waren dat er 2.759. Dat betekent een stijging van 75 procent. Daarmee neemt dit percentage sneller toe dan gemiddeld ten opzichte van de totale criminaliteit. Dat oplossingspercentage steeg met 45 procent.

De brandstichter die in 1973 in Heerenveen toesloeg, wist onder de radar te blijven. Op enkele zaterdag- en zondagavonden gingen de houtzaagmolen aan de Badweg, een reeks voor slaap bestemde huisjes aan de Kerkstraat, slooppanden aan de Kolfbaan en de Verlengde Molenwijk in vlammen op. ,,Er komen steeds meer aanwijzingen dat de mysterieuze branden het werk zijn van een pyromaan’’, schreef deze krant op 2 juli 1973.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct