Dwergvinvis aangespoeld op Rottumerplaat: kadaver blijft liggen voor onderzoek

FOTO WADDENUNIT

Op waddeneiland Rottumerplaat is woensdagavond een dode dwergvinvis van 4,70 meter lang aangespoeld. Rijkswaterstaat heeft besloten het kadaver op een veilige plek op het onbewoonde eiland te laten liggen om de impact van het kadaver op de natuur te monitoren.

De Waddenunit van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ontdekte de walvis tijdens haar werkzaamheden. Er is nog gekeken of er vanuit musea en onderzoeksinstellingen animo was voor het kalfje, maar dat was niet het geval. Toen was er de keuze: opruimen of ‘gecontroleerd laten liggen’. Er werd gekozen voor het laatste.

Met het schip De Harder van de Waddenunit is het dier verplaatst en iets meer het eiland opgebracht. Zo kan het niet meer het water in verdwijnen, waardoor het geen gevaar oplevert voor de scheepvaart. Omdat de Rottums verboden gebied zijn en de wadplaat onbewoond is, kunnen onderzoekers het proces van ontbinding relatief ongestoord in de gaten houden.

Wageningen Marine Research voert de monitoring uit. Zo zijn er camera’s geïnstalleerd om het biologische proces van de ontbinding vast te leggen. Rijkswaterstaat verwacht binnen een jaar de eerste resultaten in beeld te hebben.

Kadavers bleven vroeger liggen op stranden, maar tegenwoordig worden ze op (recreatie)stranden gezien als (chemisch) afval en afgevoerd op een vrachtwagen. „De vraag is of dat vanuit biodiversiteit ook wenselijk is. De monitoringsresultaten kunnen bijdragen aan het ‘omdenken’ over natuurbeheer voor Werelderfgoed Waddenzee”, stelt Rijkswaterstaat.