Drents Museum in het teken van Nubië, het land van de zwarte farao's

In het noorden van Soedan ontstond 4500 jaar geleden een van de oudste Afrikaanse koninkrijken. Op zeker moment overheerste het zelfs het Egyptische Rijk. Het Drents Museum staat vanaf zondag in het teken van Nubië.

Trots en zelfverzekerd kijkt de Nubische koning Senkamanisken de bezoekers aan, in de grote tentoonstellingszaal van het Drents Museum in Assen. Kaarsrecht, armen strak langs het lichaam, een dubbele cobra op het hoofd. ,,Met dat symbool maakte hij aanspraak op de troon van Egypte”, zegt Bastiaan Steffens, conservator van de expositie Nubië – Land van de zwarte farao’s. ,,Senkamanisken deed zich voor als koning van Nubië én Egypte. Dat zal de woede van de Egyptenaren hebben opgeroepen.”

Preview Nubië - Land van de zwarte farao's

Het standbeeld is gehavend: de linkerschouder ontbreekt, de handen, een voet en zijn kleed zijn beschadigd. Het beeld is samengesteld uit brokstukken die een eeuw geleden werden opgegraven bij het tempelcomplex Gebel Barkal, in het noorden van Soedan. De Amerikaanse archeoloog George Reisner (1867-1942) trof in verschillende grote kuilen de resten aan van kapotgeslagen standbeelden. De beroemde Egyptoloog dacht dat de stortplaatsen het resultaat waren van een onderlinge machtsstrijd tussen Nubische rivalen.

,,Zijn interpretatie klopt niet”, zegt Steffens. ,,Waarschijnlijk heeft de Egyptische farao Psamtik II de beelden kapotgeslagen tijdens een strafexpeditie.” Psamtik II, die aan de macht was tussen 595 en 589 voor Christus, maakte met zijn veldtocht naar Nubië voorgoed een einde aan de heerschappij van de zwarte farao’s over Egypte. Senkamanisken, die regeerde van 640 tot 620 v.C., was alleen in naam nog machthebber over Egypte. Zijn Nubische voorgangers heersten tussen 714 en 665 v.C. daadwerkelijk over het wereldrijk aan de Nijl.

Preview Nubië - Land van de zwarte farao's

Misinterpretatie

Het beschadigde standbeeld is het beeldmerk van de Nubië-expositie in Assen. ,,Het draagt meer uit dan alleen het beeld van een koning”, zegt Steffens. Het staat ook symbool voor een lang verkeerd geïnterpreteerde periode uit de geschiedenis. ,,Nubië werd vroeger gezien als een aanhangsel bij Egypte. Het onderzoek werd gedaan door Egyptologen zoals Reisner. Zij bekeken alle vondsten door dezelfde lens: hoe Egyptisch zijn ze al? En wat betekende Nubië voor Egypte?”

In het boek dat bij de tentoonstelling verschijnt, citeert Steffens een opgravingsrapport van Reisner. Daarin laat de Amerikaanse wetenschapper zich laatdunkend uit over de Nubische bevolking uit de Oudheid en zijn eigen tijd. ,,De archeologie werd gebruikt om racistische vooroordelen te bevestigen en koloniale verhoudingen goed te praten”, constateert Steffens. ,,Alsof Nubië ook in de Oudheid niet meer dan een kolonie van Egypte was en Nubiërs in de geschiedenis altijd een ondergeschikte rol hebben gespeeld. Daarmee werden de koloniale machtsverhoudingen gelegitimeerd.”

Steffens (30), die in februari begon als nieuwe conservator archeologie bij het Drents Museum, heeft er bewust voor gekozen om in zijn eerste expositie ook aandacht te besteden aan de politieke doeleinden waarvoor zijn vak, de archeologie, lange tijd gebruikt is. ,,Ik wil een nieuwe blik, een nieuw verhaal bieden”, zegt hij. ,,Daarom presenteren we op de tentoonstelling Nubië als Afrikaanse grootmacht. Want dat was het.”

Conservator Bastiaan Steffens.

Soedan

De focus ligt in Assen om die reden op het Soedanese deel van Nubië, waar doorgaans het Nubische erfgoed uit het zuiden van Egypte werd benadrukt. ,,Nubië stond lange tijd onder invloed van Egypte, maar had ook een sterk ontwikkelde eigen culturele identiteit”, zegt Steffens. Op de tentoonstelling worden de culturele invloeden van buitenaf naast de typisch Nubische cultuur gezet.

Er is geen enkele reden om neerbuigend naar het Afrikaanse erfgoed te kijken. ,,Wij associëren Soedan tegenwoordig met een gruwelijke burgeroorlog, hongersnoden en corrupte regeringen. Maar die zijn het gevolg van een geschiedenis van kolonisatie en uitbuiting. En niet omdat Soedanezen niks kunnen, zoals mensen als Reisner wilden doen geloven.”

De Nubiërs konden ook heel goed hun wil opleggen aan anderen. ,,En op dezelfde foute manieren als andere grootmachten”, zegt Steffens. In het eerste deel van de tentoonstellingsruimte, gewijd aan het koninkrijk van Kerma, dat tussen 2500 tot 1550 voor Christus op een strategische plek langs de Nijl was gevestigd, is een grafveld van een koning te zien met talloze mensenoffers. Tussen de schedels en botten rijst een onmiskenbaar Egyptisch standbeeld op.

Vroeger, toen Kerma nog werd beschouwd als een Egyptische handelspost, dacht men dat het beeld een statussymbool was, dat verwees naar de machtige buurman uit het Noorden. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen uit nieuwe opgravingen duidelijk werd dat Kerma de hoofdstad van een van de oudste, onafhankelijke Afrikaanse koninkrijken was, kantelde die interpretatie. ,,Nu denken we dat het een symbolische manier was om te laten zien dat deze koning van Kerma zelfs de Egyptenaren aankon”, zegt Steffens. ,,Het beeld is waarschijnlijk tijdens een rooftocht meegenomen uit Egypte.”

De gevolgen van de archeologische praktijk uit de tijd van Reisner werken nog steeds door. ,,Kijk om je heen: je ziet hier niemand uit Soedan rondlopen. Het zijn allemaal Amerikanen die meehelpen bij de inrichting.’’ Alle 303 objecten in Assen zijn afkomstig uit het Museum of Fine Arts in Boston. Dankzij Reisners opgravingen van een eeuw geleden heeft dat museum de grootste Nubië-collectie buiten Soedan. ,,Ik had graag iemand van het museum of de universiteit uit Khartoem mee laten doen, maar daarvoor ontbrak de tijd.”

Egyptische cultuur

In het tweede deel van de expositie staat de zogeheten Napata-periode centraal, genoemd naar de stad die toen het centrum van het Nubische koninkrijk Koesj vormde. Nubische koningen als Piye en Sjabatka veroverden vanaf 750 v.C. het Egyptische Rijk, waarna tussen 714 en 665 v.C. vier zwarte farao’s over zowel Egypte als Nubië heersten. Zij afficheerden zichzelf als ‘Egyptischer dan de Egyptenaren’ en zorgden voor een heuse renaissance van de oude Egyptische cultuur.

Nadat de Assyriërs Egypte binnenvielen, werden de Nubiërs teruggedrongen naar hun eigen gebied. Het Drents Museum toont enkele topstukken uit de glorietijd. Zoals de spectaculaire sieraden uit de graven van echtgenotes van koning Piye, gemaakt van bergkristal en goud uit Nubië. ,,Heel fijn en delicaat spul’’, zegt Steffens, die geboren en getogen is in Emmen.

In het derde en laatste deel van de expositie staat Meroë centraal. Die Nubische stad aan de Nijl, iets ten noorden van Khartoem, was tot 350 na Christus de hoofdstad van Koesj. Gedurende enkele honderden jaren was het een van de belangrijkste steden langs de Nijl, die zich in de buurt van Meroë vertakt in de Blauwe, Witte en Zwarte Nijl (de Atbara). Er werd gehandeld in goud, ijzer, ivoor, ebbenhout, olifanten en slaven.

,,Egypte werd in die tijd onder de voet gelopen door andere volken, zoals de Romeinen”, vertelt Steffens. ,,Maar de Nubiërs handhaafden zich als een Afrikaanse grootmacht.” Bij Meroë zijn 200 piramides teruggevonden, waarin de Koesjitische koningen zich net als de Egyptenaren lieten begraven. De stad stond bekend om zijn uiterst kundige goudsmeden. Enkele fraaie voorbeelden van hun vaardigheden zijn in Assen te zien.

De rode draad van Nubië – Land van de zwarte farao’s is volgens Steffens het vermogen van de Nubiërs om zichzelf te vernieuwen. ,,Nubië is een regio die gigantische veranderingen heeft meegemaakt, met grote invloeden vanuit Egypte en later het Byzantijnse Rijk. De Nubiërs hebben zichzelf, steeds op een fundamentele manier opnieuw moeten uitvinden. Daarbij zie je een aantal kernideeën en gebruiken steeds weer terugkomen. Bijvoorbeeld in hun omgang met de doden, die altijd weer opgebaard worden op bedden. Of ze nu in grafheuvels werden bijgezet, zoals in de Kerma-periode, of in piramides.”

De Nubische cultuur kent meer van die constanten die tot op de dag van vandaag aangetroffen worden. Of het nu de aardewerktypes, de haardracht, het schoeisel, of het gebruik van amuletten betreft.

Zoals Steffens het boek bij de expositie besluit: ‘Mensen hebben een enorm aanpassingsvermogen, maar moeten om zich aan te kunnen passen soms juist vast kunnen houden aan wat er nog over is van vroeger.’

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement