Hij weet niet beter. Al decennialang loost Johan van Oostveen zijn toiletwater netjes waar het hoort. In tegenstelling tot veel andere pleziervaarders.

Het wordt waarschijnlijk het laatste jaar dat Johan van Oostveen en zijn vrouw er met de boot op uitgaan. Ruim dertig jaar hebben ze al plezier van de Deense kruiser ‘Sjama’. Maar de jaren gaan tellen bij de 81-jarige Leeuwarder en zijn twee jaar jongere echtgenote. De 10 meter lange kruiser ligt nog in de schip-loods in de Leeuwarder Jachthaven. ,,We moeten ’m binnenkort maar eens gereedmaken’’, constateert Van Oostveen.

De Leeuwarder kocht het jacht als casco. Hij tekende zelf voor de opbouw. Vooral aan de houtbewerking, zijn specialiteit, besteedde de geboren Amsterdammer veel aandacht ,,Als ik iets zie, kan ik het vaak ook maken. Of iets soortgelijks’’, verontschuldigt hij zich met pretoogjes.

Urinoirs

Met het schip hebben ze vele fraaie tochten gemaakt. De Friese meren, maar ook richting Biesbosch en het zuidoosten van het land. ,,En altijd gingen de racefietsen mee aan boord.’’ Er staan nu ook twee op het achterdek, voorzien van een elektromotor. Zelf in elkaar gezet, nog voordat de elektrische fiets gemeengoed was.

In een hoek van de boot staan enkele jerrycans. Wit, in verschillende maten. Op de kleinste twee zit een trechter. Hij zijn de urinoirs voor de mannelijke varensgasten. ,,Die moeten even piemelen in de trechter. Als de kleine tank vol is, leeg ik hem in een grotere en die ledig ik bij een inleverpunt.’’

Want waar veel pleziervaarders zich schuldig maken aan het ongeoorloofd lozen van vervuild toiletwater, is dit voor Van Oostveen uit den boze. ,,We voeren vroeger, toen onze kinderen nog klein waren, eens bij het Diepe Gat in de buurt van Earnewâld. Daar zwommen andere kinderen letterlijk tussen de drollen. Ik wilde niet dat mijn kinderen daar zo zouden moeten zwemmen.’’

Gedoe

En dus zorgde Van Oostveen altijd dat er een chemisch toilet aan boord was en installeerde hij een tweede tank voor afvalwater. In havens zocht hij de inleverpunten op. Soms legde hij de tanks op een karretje dat hij achter zijn fiets hing.

,,In Meppel heb ik wel eens een kolk in de straat gebruikt, nadat ik had gevraagd of de put op het riool was aangesloten. Of ik maakte in het land een gat in de grond en dekte die na lediging weer toe.’’

Het zeulen met de tanks leverde hem jarenlang meewarige blikken op, maar Van Oostveen deerde dit niets. ,,Het is gemakzucht van de mensen. Ze vinden het te veel gedoe. Ik begrijp dat niet. Bij kampeerders of mensen met een camper zie je dit gedrag helemaal niet.’’

De Leeuwarder zag het in zijn eigen zaak, waar hij kampeer- en watersportartikelen verkocht. ,,Daar wilden mensen liever een onderwatertank, die ze gemakkelijk illegaal konden lozen, dan een chemisch toilet.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct