Denker des Vaderlands: Waardeer de onbeweeglijkheid

In een wereld van mobiliteit is het gebonden zijn aan één plaats meer en meer gelijk komen te staan aan een minderwaardige manier van bestaan. Ten onrechte, vindt Marli Huijer, die donderdagavond in de Dorpskerk van Huizum de Slauerhoff Lezing verzorgde.

Is beweeglijkheid beter dan onbeweeglijkheid? Nu steeds meer Europeanen goedkoop over de wereld kunnen reizen en voor langere tijd elders kunnen blijven, dreigt de positie van de achterblijvers ondergewaardeerd te worden.

Nu Europa is geconfronteerd met een groot aantal vluchtelingen zou je bijna vergeten dat het een continent van achterblijvers is. Vanaf 1500 lieten tientallen miljoenen Europeanen gedurende meer dan vier eeuwen het continent achter om elders in de wereld een beter bestaan op te bouwen.

Als gevolg daarvan leefde aan het begin van de Eerste Wereldoorlog ruim een kwart van de mensen van Europese afkomst buiten Europa. De overige driekwart, die in Europa bleef, had moeten toezien hoe familieleden, vrienden of kennissen de zee opgingen en uit het zicht verdwenen.

Ook Friesland heeft een lange traditie van overzeese emigratie. Vanaf het midden van de negentiende eeuw kwam de migratie naar Amerika op gang. Landbouwcrises en hoge werkloosheid leidden rond 1880 tot een golf van landverhuizers. Ook in de eerste helft van de twintigste eeuw trokken Friezen naar De Nieuwe Wereld, maar de echte, tweede golf van overzeese migratie vond pas na de Tweede Wereldoorlog plaats. De bestemming was dit keer niet alleen Amerika, maar ook Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika.

Hoeveel mensen van Friese afkomst buiten Europa wonen, heb ik niet kunnen achterhalen, maar vele Friezen zullen familieleden, buren of bekenden overzee hebben.

Achterblijvers

Een flink aantal Friezen in Friesland zijn daarmee achterblijvers. Ze zijn hier gebleven, terwijl anderen op avontuur gingen en de wereld introkken. Over hoe het die emigranten is vergaan, zijn boeken vol verschenen. Maar over de achterblijvers wordt vrijwel niets verteld. Voor zover zij in beeld zijn, worden ze neergezet als antihelden die in alles de mindere zijn van de emigrant. Een leven zonder reizen kan niet anders dan een benauwd leven zijn, een leven vol sleur, herhaling, wachten, stilstand en tijdloosheid. Zo hoog als er wordt opgegeven van vertrekkers, van Odysseus tot Slauerhoff, zo laag in aanzien staan de achterblijvers.

Die negatieve benadering van achterblijvers is onterecht. Stel dat er niemand was achtergebleven in Friesland, dan zou er weinig meer over zijn van de vele boerderijen, kerken, kunstwerken en andere door mensen gemaakte voorwerpen. Ook de Friese taal zou ernstig bedreigd zijn. Want hoezeer de Fries overzee ook houdt van de Friese taal, er is een levende gemeenschap nodig die de taal spreekt om deze in stand te houden.

Achterblijvers zijn bovendien van belang voor het behoud van de immateriële cultuur: van muziekverenigingen, kunstenaarskringen, dorpsverenigingen tot politieke gemeenschappen. Zonder achterblijvers zouden vertrekkers weinig hebben om naar terug te keren. Bovendien zou het zonder achterblijvers onmogelijk zijn om nieuwkomers te verwelkomen.

Beweeglijkheid boven onbeweeglijkheid

Wat meespeelt in de negatieve karakterisering van achterblijvers is dat we beweeglijkheid hoger schatten dan onbeweeglijkheid. Wetenschap, kunst, politiek en zakenleven worden beheerst door de gedachte dat thuisblijven een mens kortzichtig maakt. Men weet zich in dit verlangen geschraagd door de duizenden jaren oude traditie van verhalen over helden die met een open blik de wereld intrekken, nieuwsgierig zijn naar andere culturen, avonturen beleven en met de mooiste verhalen thuiskomen.

Wat opvalt in dit bejubelen van beweeglijkheid is dat het steeds minder een oproep tot emigratie is en steeds meer tot een voortdurend in beweging zijn, vanuit Europa naar de rest van de wereld en weer terug. Welgestelde en getalenteerde Europeanen pendelen steeds vaker heen en weer tussen het thuis in Europa en plaatsen op andere continenten. Het onderhoud van de lokale omgeving en de lokale gemeenschap laten zij daarmee aan anderen over. Ze zijn te weinig thuis om zich daar druk over te maken.

Die riante positie heeft een keerzijde, want deze is niet is weggelegd voor de minder bedeelde Europeanen. Die zijn meer dan voorheen veroordeeld tot immobiliteit. Vakanties zijn voor hen te duur geworden en de mogelijkheden van een tijdelijk verblijf voor werk of studie op een ander continent zijn grotendeels geblokkeerd.

In een wereld die is ingericht op mobiliteit is die onbeweeglijkheid dubbel vernederend. Het gebonden zijn aan een plaats is meer en meer gelijk komen te staan aan een minderwaardige manier van bestaan. Dat maakt de blijver of achterblijver in onze maatschappij tot verliezer: iemand die ook psychologisch en sociaal achterblijft.

Wanneer zich dan tussen de welgestelde beweeglijke laag en de armere onbeweeglijke laag een derde laag van vluchtelingen nestelt, is de kans groot dat de blijvers zich nog meer gefrustreerd en achtergesteld voelen. De vluchteling heeft wel zijn continent kunnen verlaten, terwijl zij dat niet kunnen.

Streven naar rechtvaardige verhouding

Hoe die situatie te doorbreken? Je zou kunnen zeggen: laat alle Europeanen beweeglijk worden. Laat iedereen van land tot land hoppen. Voor het milieu zou dat desastreus zijn. Het is bovendien de vraag of dan ook niet de beweeglijkheid van niet-Europeanen enorm zal toenemen. Waarom zouden zij accepteren dat Europeanen vrijelijk over de wereld reizen en zij dat niet kunnen?

Een betere optie is om te streven naar een wereldwijde aanpak waarin een leefbare en rechtvaardige verhouding wordt gerealiseerd tussen beweeglijkheid en onbeweeglijkheid, of tussen mobiliteit en gehechtheid.

Binnen Europa is al langer een tegenbeweging gaande die zich richt op lokaliteit: op de lokale economie, het gebruik van lokale producten en de kracht van lokale gemeenschappen. Ook de beweeglijke Europeanen zouden zich moeten committeren aan het behoud en de vernieuwing van de lokale cultuur van waaruit zij steeds weer vertrekken en terugkeren.

Spiegelbeeldig aan de toeristenbelasting zou je kunnen denken aan een tijdelijk-afwezig-belasting: wie drie maanden of langer afwezig is, betaalt een extra bedrag voor het behoud en de vernieuwing van de achtergebleven lokale omgeving. Ook voor de toerist, die even ruikt aan het Friese landschap of de Friese dorpen, zou het vanzelfsprekend moeten zijn om te investeren in de kwaliteit van de lokale cultuur. Dat vereist dat ook zij zich bewust zijn van de kracht en het belang van de Friese cultuur en de Friese gemeenschappen.

Het belangrijkste is dat er meer waardering komt voor onbeweeglijkheid, of in ieder geval het gebonden zijn aan een lokaliteit, een lokale cultuur en taal en een lokale gemeenschap. Want een wereld waarin iedereen in beweging is en niemand zich meer gebonden voelt aan de lokale omgeving, is een eentonige wereld waarin er geen reden meer is om op pad te gaan.

Marli Huijer, Denker des Vaderlands, bijzonder hoogleraar Publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Achterblijven - Een nieuwe filosofie voor een grenzeloze wereld .

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct