Leo Westenbroek laat de drone opstijgen, aanschouwd door BFVW-vogelwachten tijdens de neisoarchdei.

Debuut voor vogelwachtdrone: speuren naar nestwarmte

Leo Westenbroek laat de drone opstijgen, aanschouwd door BFVW-vogelwachten tijdens de neisoarchdei.

De BFVW schiet weidevogels te hulp vanuit hun eigen element: het luchtruim. De eerste vogelwachtersdrone beleefde zaterdagochtend bij Hartwerd zijn officiële debuut. Er moeten er meer volgen.

Met zijn vinger trekt grondpiloot Leo Westenbroek uit Oldeholtpade lijnen over de luchtfoto van een weiland op zijn iPadscherm. Dit zijn de banen van 30 meter breed waarlangs de zoemende drone straks dit stuk land zal uitkammen. De geschatte tijd: 7 minuten en 45 seconden.

Klassieke nazorgers zouden uren zoet zijn met het zoeken naar nesten in het hoge gras. En dan nog is er een gerede kans dat ze de goed verscholen legsels van grutto’s en tureluurs over het hoofd zien.

De drone klaart dit klusje met twee camera’s: een gewone voor foto’s en filmpjes en een thermische voor het echte speurwerk. Die spot op 35 meter hoogte temperatuurverschillen op de grond. Een broedende vogels is al gauw 14 graden warmer dan zijn omgeving. Op het beeldscherm van piloten Westenbroek en Richard Zimnik (Drachtstercompagnie) lichten ze op als witte vlekken in een zee van donkergrijs. Met de andere camera is een nestje met twee kievitseieren scherp te onderscheiden.

Vroeg uit de veren

Om optimaal te kunnen inzoomen op die warme nestjes moeten de vliegers vroeg uit de veren. Rond zonsopkomst – eerder mag er niet worden opgestegen – is het temperatuurverschil het grootst. Dat is ook de reden dat de eerste vlucht zaterdag was gepland om kwart voor zes ’s ochtends, op het land van de maatschap Hilhorst bij Hartwerd, als ouverture van de jaarlijkse neisoarchdei van de BFVW.

De piloten houden hun drone in het oog, maar turen ook vooral naar drie beeldschermen tegelijk: dat van de warmtebeeldcamera, de iPad met de route en een telefoonapp waarop de coördinaten van alle warme plekjes worden bijgehouden. Per vlekje moeten ze vaststellen of dit een nestelende vogel is, of toch een haas.

‘It waarme kontakt sil bliuwe’

Zo levert elke vlucht een lijstje met nesten op. Bij spoed, als er een maaibeurt of ander landwerk op komst is, kan een nazorger de plekken langslopen, om markeringsstokken in de grond te steken en te zien welke soort er nestelt. ,,De drone makket it minskewurk seker net oerstallich. It waarme kontakt tusken boer, leanwurker en neisoarger sil der altyd bliuwe. In kamera sjocht ommers net wannear’t in aai lein is of útkomt’’, zegt BFVW-dronecoördinator Teade de Boer uit Wommels.

Er gloren meer innovaties als de dronegegevens kunnen worden toegevoegd aan de BFVW-database waarin nazorgers nu alle nesten registreren. Als de coördinaten vervolgens ook zichtbaar zijn op gps-schermen in de trekkercabine, is het eenvoudiger met een bocht om nesten heen te maaien. Teade de Boer: ,,Ik hoopje dat we oer net te lange tiid mei de earste leanbedriuwen oan de gong kinne. Mar ast in maisperseel hast mei 30 nêsten, dan is it noch in hiele puzel. Dan bist de stokken echt noch wol nedich.’’

Vijf vliegende brigades

Met de drone kan een nieuwe generatie vogelzorgers worden aangeboord, hoopt de BFVW. Voor de eerste opleidingsronde meldden zich zestien kandidaten, van wie er nu acht in de lucht zijn. Er is op termijn behoeft aan nog tientallen piloten, zegt coördinator De Boer. Idealiter zouden volgens hem de vijf agrarische collectieven die de kansrijke vogelgebieden beheren, ieder over een eigen vliegende brigade moeten beschikken.

Het in de lucht brengen van dit eerste exemplaar kostte een slordige 50.000 euro. Dat geld zit niet alleen in de apparatuur, maar ook in de opleiding en begeleiding van de vliegers door leverancier DronExpert in Bentelo. De drone is met financiële steun van de provincie aangekocht door boerenorganisatie LTO Noord. Bestuurder Peet Sterkenburgh schonk deze zaterdagochtend officieel aan BFVW-hoofdbestuurder Doede Kooistra.

‘Hartstikke kloaten’

Teade de Boer hoopt dat de drone kan helpen bij het opsporen van de laatste broedvogels en kuikens in vogelgebieden. Hij assisteert jaarlijks in juni bij het maaien op het land van ‘skriezeboer’ Murk Nijdam bij Wommels en ziet dat het zelfs daar nog wel eens misgaat. ,,Wat my driuwt is dat der ús alle jierren noch fûgels ûntkomme, ek al ride we mar 5 of 6 kilometer yn it oere en sit der in wyldroaster foar de meaner. Dan fielt it echt hartstikke kloaten ast dochs in slobein fynst mei de kop der ôf.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct