Hulpverlener Alef Sies en studente Anniek.

Hulpverlening op school: 'Heel anders dan die zware gesprekken met psychologen'

Hulpverlener Alef Sies en studente Anniek. FOTO NIELS WESTRA

Je studietijd de mooiste periode van je leven? Niet als je depressief raakt, stevig coke, speed en pillen gebruikt en na een overdosis wakker wordt in een poel van ellende.

Het was heftig, knikt Anniek (23). Toch zit ze nu lachend aan tafel. Vrolijk, heldere blik, duidelijke taal. Met haar mbo-diploma op zak is ze in september begonnen aan de opleiding social work op het hbo. Straks zelf mensen helpen, dat is haar missie. Ze heeft aan den lijve ondervonden hoe ongelooflijk belangrijk dat is.

,,Het gaat hartstikke goed. Mijn laatste terugval was een week voor de lockdown . Ik ben sinds februari helemaal clean, goed hè?’’ Inderdaad, knikt Alef Sies. Hij heeft de val, maar vooral ook de wederopstanding van Anniek meegemaakt. Op het Friesland College, waar Sies deel uitmaakt van een imposant team hulpverleners met allemaal hun eigen expertise.

,,Ik heb veel aan je gehad’’, zegt Anniek. ,,Juist omdat je hier op school was. Even een praatje maken, vragen hoe het met me gaat. Veel makkelijker dan ergens naar een kantoor gaan en met een psycholoog in gesprek gaan.’’

School als Werkplaats

Het is de kern van het project School als Werkplaats. Het Friesland College is het werkterrein van Sies (werkzaam bij Amaryllis, organisatie voor maatschappelijk werk) en zijn collega’s (afkomstig van allerlei andere hulpverleningsinstanties). Studenten met uiteenlopende problemen hoeven geen afspraak te maken met een instelling, komen niet eerst op een wachtlijst terecht en worden niet van het kastje naar de muur gestuurd.

Naar schatting 15 tot 20 procent van de studenten in het middelbaar beroepsonderwijs kampt met psychische klachten of stoornissen, van licht tot zwaar. Bij een onderwijsinstelling als het Friesland College (bijna negenduizend studenten) gaat het dan om grote aantallen. Door de hulpverlening in eigen huis aan te bieden wil de school voorkomen dat studenten, die vaak met een optelsom aan problemen te kampen hebben, uitvallen.

,,We willen helpen, zodat jongeren toch hun studie kunnen volgen. Soms is af en toe een gesprekje genoeg. Maar als het nodig is schakelen we meer hulp in’’, zegt Sies.

‘Glas vaak halfleeg’

In het geval van Anniek zag het er aanvankelijk niet zo ernstig uit. Maar na een hoopvolle start ging het langzaam maar zeker fout. De stap naar het mbo was groot: verhuizen naar Leeuwarden, samenwonen en leren studeren.

,,Ik was toen zeventien, achttien jaar of zo. Dat heb ik niet meer helemaal helder. In het tweede jaar ging het allemaal niet zo lekker. Mijn vriendje, nu mijn ex, gebruikte coke en speed, dus er was altijd wel spul in huis. Ik denk dat het deels ook genetisch bepaald is, bij mij is het glas vaak halfleeg. Tussen mij en mijn ex ging het ook niet helemaal chill . Ik raakte in een neerwaartse spiraal.’’

Ze kwam via school in contact met Alef. ,,Ik dacht aanvankelijk dat Anniek vooral wat structuur nodig had. Elke dag op tijd uit bed komen, een wandeling maken, dat soort dingen. Later begon ik te vermoeden dat er meer aan de hand was.’’

Anniek liet niet het achterste van haar tong zien. Nu zegt ze: ,,Toen was het ook al niet goed. Maar het was nog niet zo problematisch als het later werd.’’ Op advies van Alef ging ze naar een psycholoog. ,,Ik was depressief, stond op met lood in mijn schoenen.’’ Maar de opleiding ging best goed, ook al kwam ze niet vaak op school. ,,Dat vond ik niet nodig. Ik had andere prioriteiten’’.

'Zij zeiden ze dat ik eigenlijk wel voorbij het punt van preventie was'

Ze is heel slim, had Alef al vastgesteld. Best goede resultaten, een stageplek. Met ook nog een baantje en ‘stufi’ was er best wat geld omhanden. Dat werd vooral gestoken in verdovende middelen. ,,Partydrugs in het weekeinde, door de week benzo’s (kalmeringsmiddelen, red.), ook wel coke en speed. Mijn relatie liep vast en met mij liep het ook voor geen meter.’’

Shit, wat nu – dat was wat Alef dacht. Hij ging met haar naar een afspraak bij Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN), want het was inmiddels wel duidelijk dat er meer hulptroepen nodig waren. Een eerder gesprek met een hulpverlener van VNN, die ook op het Friesland College was gestationeerd, haalde niet veel uit.

,,Zij zeiden dat ik eigenlijk wel voorbij het punt van preventie was’’, blikt Anniek terug. ,,Dat vond ik zelf helemaal niet. Eerlijk gezegd: ik wilde toen ook helemaal niet stoppen met gebruiken. Ik wist ergens wel dat het moest, maar tussen begrijpen en doen zat een error. Het lukte gewoon niet.’’

‘Een soort dubbelleven’

Na dit gesprek ging het helemaal mis. ,,Het was zo slecht met Anniek dat ik besloot haar moeder te bellen. Die wist van niks, maar kwam meteen’’, vertelt Alef. Anniek: ,,Toen kwam de aap uit de mouw.’’

Er volgde een fase met ‘een soort dubbelleven’ voor de student sociaal maatschappelijke dienstverlening: haar stage ging hartstikke goed, de schoolresultaten bleven op peil, maar ze bleef ook drugs gebruiken. ,,Ik vroeg me af of ik eigenlijk wel verslaafd was, want ik functioneerde toch nog goed? Maar bij VNN begon ik in te zien dat het allemaal een grote puinzooi was – ook al ging ik er vaak onder invloed naar toe. Het was nog niet klaar.’’

Het drugsgebruik escaleerde. ,,Ik wou niet bij de wereld horen, want ik vond de wereld niet zo leuk. Ik had spul nodig om het aan te kunnen.’’ Ook al kende ze het Handboek Cognitieve Gedragstherapie en wist ze van de Verandercirkel, waarin wordt uitgelegd hoe je je gedrag kunt veranderen. Mooie theorieën, maar als je zelf nog niet wilt stoppen vind je altijd wel een reden om te gebruiken.

Begin afkicktraject

,,Op een dag had ik thuis mijn ding gedaan. Een pil genomen, maar ik dacht dat het niet werkte. Toen heb ik alles wat ik in huis had gepakt… Ik had niet verwacht dat ik de volgende dag weer wakker zou worden. Een en al ellende.’‘

Het was het begin van haar afkicktraject. In een kliniek, om te detoxen. ,,Het was kut, zwaar, echt niet leuk. De eerste keer dat ik een weekend naar huis mocht ging het meteen fout.’’ Het hele traject duurde van januari tot eind juli. De hulpverlener van verslavingszorg, die ze op school voor het eerst had gesproken, werd haar begeleider.

,,En toen kwam corona er ook nog even tussendoor. Ik heb veel gehad aan Alef. Hij bleef altijd positief en maakte dingen luchtig. Heel anders dan die zware gesprekken met psychologen. Ik voel me nu goed, het gaat goed. De studie gaat prima, ik heb net een toetsweek gehad. En ik heb een hele lieve, stabiele vriend.’’

‘Hell of a ride’

Ze heeft haar mbo-diploma gehaald. ,,Maar ik heb wel viereneenhalf jaar gedaan over een studie van drie jaar. Het was a hell of a ride.’’ Tegenwoordig maakt ze alles weer bewust mee. Kan ze genieten zonder iets te gebruiken. Van een lekker zonnetje, of mooie herfstkleuren.

Haar doel? ,,Het liefst wil ik na mijn opleiding aan de slag als hulpverlener op school. Het kan zo’n verschil maken.’’ Ze kijkt naar Alef. ,,Het was heel fijn dat hij er was en vertrouwen in mij bleef houden.’’

Om privacyredenen is de naam Anniek verzonnen. De identiteit van de studente is bekend bij de redactie.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct