RUG-bioloog Theunis Piersma

De vogelprofessor en de dijkdoorbraak

RUG-bioloog Theunis Piersma FOTO NIELS WESTRA

Het coronavirus is overal. De economie stort in, oude zekerheden zijn verdwenen. Wat doet dit met ons? RUG-bioloog Theunis Piersma (61) leidt prijswinnende onderzoeken naar trekvogels op het wad en in de weilanden. ,,Ik ben altijd al bezorgd geweest, geloof ik. Als jongetje al.’’ De logica is zijn reddingsboei.

‘We hebben betrekkelijk weinig grip op de zaak en dat zijn we niet gewend. Dat is wel een dingetje. Het is heel spannend, voor heel veel mensen. En ik ben heel benieuwd wat dit doet met de samenleving’. (Peter van der Voort, LC 21/3/2020)

We zitten in zijn tuin. Een koor van mussen probeert de professor te overstemmen. Iedere dag krijgen ze royaal kippenvoer. ,,Het kost wat, maar dan heb je ook wat’’, vindt Theunis Piersma.

In de verte klinkt een houtduif. En hé, uit de bosjes komt een gek gedempt whoe-geluid. Een ransuil luistert mee.

In deze coronatijd willen we weten waar we aan toe zijn. We bouwen op de kennis van virologen.

,,Ik vind het superinteressant om te zien hoe zij opereren. Heel herkenbaar. Virologen zeggen telkens dat er nog veel onbekend is over het coronavirus, maar eigenlijk willen we dat niet horen. En ondertussen luisterden we niet naar wat ze al wél weten.’‘

,,Viroloog Ron Fouchier van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam zegt al jaren dat ziektes van dieren op mensen kunnen overspringen. Dat komt door onze manier van leven en door onze omgang met dieren. In China, maar ook in de Nederlandse intensieve veehouderij, doen we er alles aan om een virusuitbraak mogelijk te maken.’’

We zijn dus gewaarschuwd.

,,Oooo, dat is al eindeloos aan de gang. Ik lees iedere week de New Scientist , en daar heb je Debora Mackenzie, een journalist. (Grinnikt) Eerlijk gezegd vind ik haar stukken wel eens wat alarmistisch. Daar reageer ik dan een beetje nuchter op, zo van: nou ja, het zal wel wat meevallen.’’

,,Maar Debora waarschuwt al twintig jaar voor uitbraken van zoönoses, ziektes die van dieren op mensen kunnen overgaan. Virussen liggen voortdurend op de loer, schrijft ze. Die zitten in beesten en veranderen voortdurend waardoor ze soms ineens niet alleen meer in een dier, maar ook in mensen kunnen leven.’’

En jij dacht dan: ach, daar heb je Debora weer.

,,Dat heb ik wel een paar keer gedacht.’’

En denk je nu, in deze coronatijd nog wel eens aan Debora?

,,Nou Debora schrijft natuurlijk lekker door.’’

Zegt Debora nu: zie je wel?

,,Nee, dat zegt ze niet. Maar ik verzet me er in mijn hoofd altijd wel een beetje tegen…’’ Hij peinst.

Hoe kan dat nou?

,,Nou ja, dat is volgens mij wat iedereen heeft. Dat is gewoon het klassieke negeergedrag.’’

Waar komt dat vandaan?

,,Zo’n verhaal komt ons dan gewoon even niet uit. Want dat wat de wereld aantrekkelijk maakt voor virussen, maakt de wereld ook fantastisch voor mensen. Denken we dan, hè? We houden van veel en goedkoop vlees eten, de ecologie vernietigen, eindeloos reizen en dicht op elkaar gepakt zitten.’’

Daarom zijn we nu ook zo ongelukkig. We kunnen niet meer bij elkaar zitten. Niet eens meer vliegen.

,,Al dat vliegen en reizen is ook weer niet allemaal slecht, hè? Zolang je bijvoorbeeld handel met elkaar drijft is de kans dat je elkaar gaat beschieten kleiner.’’

Hoe vaak zit jij in een vliegtuig?

,,Nou, veel van ons internationale werk is nu in elkaar geklapt. In maart was een expeditie naar Guinee Bissau gepland. Die ging niet door. Nu had er een team in Mauritanië moeten zitten. Gaat niet door. En een fantastische expeditie naar Rusland, om te kijken naar de effecten van de opwarming van de Russische toendra op kanoeten, gaat misschien ook niet door. Jan van Gils, een collega, heeft daar net verschillende beurzen voor gekregen. Maar ons Chinese werk wordt in afgeslankte vorm voortgezet door onze Chinese collega’s.’’

De haan van de buren kraait.

Dat doet zeer.

,,Ja dat is een rampje natuurlijk. Lopend werk dat ineens stopt. Maar eigenlijk is de uitbraak van het coronavirus het verwachte onverwachte. Je hoeft niet ver in de geschiedenis terug te gaan om te zien dat ziektes van dieren op mensen kunnen overspringen. We hadden de vogelgriep, er was SARS, het hiv-virus, ebola en vergeet ook de Q-koorts niet, een product van eigen bodem.’’

Eigenlijk zijn we al heel vaak langs de rand van de afgrond gegaan?

,,Nou als je Debora gelooft….’’

Geloof je Debora nu ietsje meer?

,,Nou, ik gelóófde haar altijd wel. Maar die reactie van; het zal wel wat meevallen is menselijk. Je ziet dat we heel vaak zo reageren.’’

Denkt even na.

,,Kijk, we weten zo langzamerhand wel dat we met landbouwgif het hele land vergiftigen, met steeds duidelijker effecten op mensen en andere dieren. Maar het komt ons kennelijk niet uit om daar wat aan te doen. Nederland droogt ook op door dezelfde rücksichtsloze landbouw, en die verdroging wordt zelfs nog verergerd door klimaatverandering. Toch wordt er nog steeds niet gewerkt aan een landelijke strategie om water vast te houden. Net zoals er nog steeds geen strategie is om pesticiden en kankerverwekkende stoffen de wereld uit te helpen, te beginnen uit Nederland. Je zou zeggen; daar hebben we een overheid voor, dat is waarom ik belasting betaal.’’

Staan we machteloos?

Ganzen gakken in de landerijen buiten het dorp. ,,Eeeuuuh, nou je hebt natuurlijk niet zo heel veel te vertellen.’’ (Schiet in de lach, een beetje schamper) ,,En wat je ook merkt; het leven wordt er niet vrolijker op als je ecologisch besef hebt. In internationale wetenschapskringen heet dat nu ‘ecological grief’ oftewel ecologische rouw.’’

Hoe ga je daarmee om?

Een koolmees bemoeit zich ermee.

,,Nou… (grinnikt) ik probeer alles te snappen. Je probeert de wereld te duiden, de logica erachter te vinden en er een vorm aan te geven. Want waarom is ons team zo bezeten van het grutto-onderzoek en alles wat eraan vast zit? Omdat we daarmee de vinger aan de pols houden. We laten zien wat er in het land gebeurt. Ik geniet daar erg van, er zit zelfs schoonheid in het ontdekken van waarom alles zo achteruit gaat. Het is een soort dokterswerk. Maar tot nog toe worden de oplossingen altijd gezocht in de korte termijn. We lullen misschien wel over de lange termijn, maar we doen alleen maar korte termijn. Ook omdat het succes van onze politici toch vooral samenhangt met de laatste stand van het bruto nationaal product.’’

Datzelfde bruto nationaal product keldert nu door de coronapandemie.

,,Iedereen is ongerust en dat lijkt me terecht. Maar veel dingen die slecht zijn voor de toekomst worden nog steeds positief beloond. Steeds vraag ik me af: wanneer komt de Dag des Oordeels’’

Denk je dat we de Dag des Oordeels nu beleven?

,,Nou... Ik denk heel vaak: Jee, we zijn al 2020 en we doen nog steeds alsof er niks aan de hand is. Maar er is al sprake van een echte wereldwijde klimaatverandering. Het feit dat het voorjaar warmer wordt is meetbaar. Daar hebben we nu misschien nog helemaal geen last van want we zitten lekker buiten, maar dat er geen Elfstedentochten meer zijn vinden we dan weer wel vervelend.’’

,,En nu, tijdens deze pandemie, spoelt alle ellende in een paar weken tijd over ons heen. Als een soort dijkdoorbraak. Ik dacht altijd: misschien gaat Nederland wel op die manier naar de bliksem. Zolang we economisch sterk genoeg zijn bouwen we dijken, dijken, dijken. En dan komt er een moment, dan komt die superstorm en dan is het voorbij.’’

Korte pauze: ,,Nou dat gevoel, dat is mijn toekomstbeeld een beetje.’’

En daarbij dacht je aan water.

Peinzend: ,,Ik dacht altijd aan water ja.’’ (De vogels kwetteren keihard.)

En nou ineens komt er een virus.

,,Ja. Dus.’’ Lacht.

En dan schiet je in de onderzoekstand?

,,Natuurlijk. Ik bekeek opiniestukken, interviews met onderzoekers en mooie aanklikbare grafiekjes. Ik wilde weten; neemt het tal besmettingen al af? En hoe gaat dat dan? Ondertussen heb ik voortdurend contact met collega’s in de rest van de wereld.’’

,,Een promovendus van me woont in Shanghai. Die zei de eerste week van januari al: ‘Pas op jongens, er komt wat aan, het is een lelijk virus’. Een andere Chinese student stuurde ons mondkapjes.’’

,,Die heb ik nu al wekenlang in huis maar ik draag ze niet. Ik vind het vreselijk, heel benauwd. Ik vind alles trouwens vreselijk. Dat je afstand moet houden, elkaar niet kunt aanraken om een schouderklop of hand te geven…’’

Dansmuggen zoemen, mussen kletsen massaal in de bosjes.

,,Maar goed. Je traint elkaar heel snel. Dat is dan wel weer hoopgevend. En er zijn dus een paar zeer aanverwante problemen die we nu in een keer zouden kunnen oplossen. Landbouwproblemen, waterproblemen, gifproblemen en veel-te-veel-luchtverkeer-problemen.’’

,,Neem de sierbloementeelt. Die sector krijgt nu 600 miljoen overheidssteun. Verbind die steun aan een verbeteringsopdracht, verminder het gebruik van al dat smerige gif.’’

Maar dat gebeurt niet.

,,Nee, dat gebeurt niet. Onvoorstelbaar.’’

Dat is misschien de Debora Mackenzie-reflex bij beleidsmakers. Het zal wel wat meevallen toch, met die gewasbeschermingsmiddelen?

Bedachtzaam: ,,Ja. En. Het. Valt. Dus. Niet. Mee.’’

Het televisieprogramma Zembla legde een mogelijk verband bloot tussen het gebruik van gif in de bollenteelt en de ziekte van Parkinson.

,,Ik dacht na die uitzending: nú komen er Kamervragen. Maar niemand had het erover. Dan is zo’n onderwerp waarschijnlijk te bedreigend, sluit het nog niet aan bij onze werkelijkheid en wordt het een taboe.’’

,,Zelf komen we binnenkort trouwens ook weer met een vervelende waarheid. Grutto’s produceren nog lang niet genoeg vliegvlugge kuikens om zich staande te houden. Volgens mij komt dat omdat we nog steeds niet goed met het land omgaan. Zelfs in op het oog ideale grutto-gebieden, waar boeren echt hun stinkende best doen, verdampen de grutto’s, langzaam maar zeker. Dat zijn gewoon hartstikke harde metingen.’’

Je bent een beetje de Debora Mackenzie van de vogelwereld.

Schiet in de lach. ,,Ja, o God daar hebben we Debora weer hoor. Ik weet dat een politicus een tijdje geleden zei: ‘Ja, dat verhaal van Theunis dat weten we nou wel’. Toen riep iemand in de zaal: ‘Ja, maar potverdikke wat dóé je ermee?’’

Mussen spatten verschrikt weg.

,,Dus ja, in dat verhaal van Debora, maar ook in dat van mij, leven we nu precies.’’

Er is wel kritiek op mensen die al te gemakkelijk de coronacrisis gebruiken om hun eigen punt te maken.

,,Dat verwijt krijg ik nu vast ook.’’

loading

Je zei in ons voorgesprek ook dat je al lang voelt dat de wereld naar de gallemiezen gaat. Weet je het moment nog, toen het indaalde?

,,Ik ben altijd bezorgd geweest geloof ik. Als jongetje al. Dr. Lou de Jong stond bij ons thuis op de plank. Ik leefde met het gevoel: ik hoop dat er geen oorlog meer komt. Ik was ook altijd bezorgd dat ik moest verhuizen uit het paradijs waarin ik leefde. Ik logeerde als jongetje wel in Rotterdam. Dan dacht ik: goh, dat mensen hier moeten leven. In die fláts.’’

,,Thuis in Hemelum had ik de ruimte. Kon ik vlotten bouwen. In het land liggen. Ik weet nog dat ik op mijn negende of tiende bij de kapper in Warns een Panorama , of een Nieuwe Revu las. Er stond een interview in met een bankier die de hele wereld had bereisd. Dat leek mij ook wel wat. En die man zei dat hij Friesland het allermooiste land op aarde vond. Ik weet nog dat ik het las en dacht: naaaaaa, dat kan niet waar zijn. Maar het was wel zo. Dat zag ik toen ik later in Rotterdam logeerde. En toen ik na de middelbare school met een vriend door Groot-Brittannië liftte, vond ik de Friese meisjes verschríkkelijk, verschríkkelijk mooi. Veel mooier dan alle andere meisjes.’’

Zo, roept hij. ,,Nu ga ik eerst koffie halen.’’

Op de terugweg staat hij stil bij de blauweregen, die langs de dakgoot kronkelt. ,,Mijn maat. Deze plant kan in het donker groeien om drie meter verder het licht weer te vinden. De blauweregen zet zijn ongeloof op een goede afloop gewoon even aan de kant.’’ Hij wijst: ,,Kijk, naast het houthok staat een miezerig blauweregentje. En ineens, die plant wist zelf ook niet waar hij mee aan de gang was, duikt hij daar, tweeënhalve meter verderop, plotseling met groene blaadjes op. Dan denk ik: o o, wat een volhouder.’’

Hij serveert koffie, koekjes en een boek: Goudplevieren en Wilsterflappers , dat hij twintig jaar geleden samen met Joop Jukema en Jan Hulscher schreef. Het gaat over de goudplevieren en de vangers, oftewel de wilsterflappers, die de vogels vroeger met netten vingen. Ooit deden ze dat voor het goudplevieren-vlees, nu voor de wetenschap.

Voor het laatste hoofdstuk van het boek tekende Piersma in 1999 een grafiek over de voorspelde klimaatverandering. Zijn grafiekpapier bleek te klein om de temperatuurpieken te bergen. ,,Ik ging nog niet eens van het beroerdste scenario uit, maar ik moest er een extra papier bovenop plakken.’’

Ineens werd de verwachte opwarming van de aarde voelbaar. Grote schrik. ,,Ik dacht: jeetje mina! It freaked me out. Maar het duurde nog wel tot 2010 voordat het onderwerp een beetje in de krant begon te komen. En nu beginnen we het te merken hè?’’

Bitter lachje, tikt op de illustratie in het boek: ,,Deze grafiek moest iedereen laten zien dat er iets gaande is met de wereld, en dat onze Fries-Groningse cultuurdragers, de wilsterflappers, ons daarover kunnen vertellen. Maar wat is er met dit boek gedaan? Ik heb er nooit, nooit, nooit IEMAND over gehoord.’’

Toch kan hij samen met zijn team van de Rijksuniversiteit Groningen weer vijf jaar verder met het grutto-onderzoek in Zuidwest-Friesland. Het ministerie van LNV en de Vogelbescherming geven geld en mogelijk gaan de provincies ook financieel bijdragen. De zoektocht naar een transitie in de landbouw maakt een belangrijk deel uit van het project.

Veroorzaakt de corona-uitbraak misschien een doorbraak in ons denken?

,,Nou ja dat hoop ik. Er zit zoveel kracht en creativiteit in het bedenken van hoe het beter kan. Maar ook nu, in deze crisis neigen we ernaar om de oplossing te zoeken in apps en vaccins. Het gevaar bestaat dat we alleen kijken naar technologische oplossingen. En dan gaan we weer de fout in. Alle grote problemen van nu zijn namelijk ecologische problemen. Neem alsjeblieft de ecologie als uitgangspunt bij het zoeken naar een oplossing, als je tenminste het beste voor hebt met je kinderen en kleinkinderen.’’

Ondertussen zochten burgers tijdens de coronacrisis massaal afleiding in natuurgebieden, die nu deels op slot zijn.

,,Dat laat zien hoe weinig natuur er nog in Nederland is, hoe weinig ruimte er gelaten wordt voor plekken waar mensen zichzelf kunnen zijn. Verschrikkelijk toch?’’

Het paradijs, waarin je opgroeide, en waarvan je altijd bang was dat je eruit moest verhuizen...

Fel: ,,O, maar nee, dat bestaat niet meer.’’ Met geheven wijsvinger, vol vuur: ,,Maar ik zie geen enkele reden waarom het niet in een andere gedaante terug zou kunnen komen.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct