Gemeenten buitelen deze weken over elkaar heen in het uitspreken van grote nieuwbouwambities. Waar komt deze wedloop vandaan en welke gevaren brengt die met zich mee?

‘Deze vuist op deze vuist, deze vuist op deze vuist - en zó klim ik naar boven’. Het liedje uit de film van Ome Willem zette kinderen aan tot het maken van de hoogste vuisttoren. Al klimmend stapelden ze vuist op vuist. Het langste kind kon zijn knuist altijd net nog wat hoger zetten en won altijd.

In het noorden van het land zijn het nu bestuurders en politici die als het ware als kinderen de hoogste vuisttoren proberen te maken. Tot 1 mei hebben gemeenten en provincies uit Friesland, Flevoland, Drenthe en Groningen de tijd om bij het kabinet kenbaar te maken hoeveel nieuwe huizen ze kunnen bouwen in hun achtertuin - nu nog landbouwgrond, industrieterrein of natuurgebied.

De vraag komt niet uit het niets. Een halfjaar geleden bestond de term nog niet, nu zweren bestuurders erbij: het Deltaplan van het Noorden. Het is een creatie van CDA-Kamerlid Mustafa Amhaouch. Hij kreeg in december de Tweede Kamer mee in zijn voorstel: de vier provincies met drie ministeries laten kijken naar wat ze kunnen bijdragen aan het verlichten van de huizendruk in de Randstad. Inzet: 100.000 huizen. Meer huizen zorgen voor meer inwoners, en dat betekent meer werk. Precies wat het noorden nodig heeft, redeneert de landelijke politiek.

De gemeente Leeuwarden bood alvast 10.000 huizen in het spoorgebied van de stad aan. De gemeenten in het zuidoosten van de provincie zeggen 35.000 huizen te kunnen bouwen. Waar? Geen idee. Voor wie? Geen idee. Ten koste van wat? Geen idee. Maar ze kunnen er komen.

De grootste aanjager achter de grootste verbouwing van Friesland: de lobby rondom de Lelylijn. Daar is het Deltaplan allemaal mee begonnen. Iedereen wil een snelle spoorverbinding door de polder. Maar de Tweede Kamer heeft het bod verhoogd: jullie een Lelylijn, dan ook 100.000 extra huizen. Voor 1 mei moeten de noordelijke provincies zeggen of hen dat lukt en zo ja, waar dat kan.

Oftewel: ze kregen ruim 100 dagen de tijd. Gemeenten schrokken wakker. Jaren geleden stopten ze met het opkopen van grote stukken grond of het ontwikkelen van complete nieuwbouwwijken. Gemeenten leunden achterover, voerden een nuchter woonbeleid. De Friese ontwikkeling leek vastgeroest: de afgelopen tien jaar bouwde Friesland net geen 15.000 nieuwe huizen, zo’n 4 per dag.

Het Deltaplan van het Noorden is plots de steen in stilstaand water. Iedereen wil de Lelylijn wel, maar 100.000 huizen, waarvan misschien wel 45.000 in Friesland - daar staat niet iedereen om te springen.

Vandaag moet gedeputeerde Avine Fokkens (VVD, bereikbaarheid) tegenover Provinciale Staten uitleggen wat het plan voor Friesland betekent. Tot dusver staan Provinciale Staten aan de zijlijn en ook gemeenteraden hebben nog niet over de bouwplannen van hun colleges gesproken. Binnen de politiek zijn de verwijten stevig. Politieke fracties, met de FNP voorop, voelen zich gepasseerd. Volgens Statenleden en gemeenteraadsleden druisen de plannen in tegen elke afspraak of woonvisie waarmee ze ingestemd hebben. Bovendien voelen ze zich buitengesloten in de discussie. Wanneer mogen zij hun zegje doen en relevante vragen stellen, vragen ze zich af.

Fokkens verschuilt zich achter de motie van Amhaouch. De gedeputeerde voert die uit, niet meer en niet minder, zegt ze. Fokkens stelde in antwoord op schriftelijke vragen van FNP en PVV ‘te werken aan de hoofdcontouren van het deltaplan’. Omdat de planning ‘krap’ is, zal ze tegen het kabinet zeggen dat de plannen nog niet door de Staten en gemeenteraden ‘zijn behandeld’. Ze stelt dat nog niets zeker is, maar dat de ‘Lelylijn onlosmakelijk verbonden’ is met ‘extra woningen’. Die plannen is ze nu aan het inventariseren bij gemeenten. ‘Het betreft in dit stadium een vrijblijvende en niet formeel bestuurlijk gedragen inbreng van de gemeenten’, schrijft ze.

Het politieke, inhoudelijke debat wordt - wanneer ook gevoerd - een interessante. Wat als de volksvertegenwoordigers die huizen helemaal niet willen? Of de gemeenteraad in de ene gemeente wel en in de andere stad niet? Wat zijn de gevolgen voor het landschap en de natuur? Wat brengen de nieuwe provinciebewoners mee? Komen ze alleen in het noorden wonen, of zoeken ze hier ook werk? Komen ze überhaupt wel? En is Friesland wel gemaakt voor 45.000 nieuwe huizen en dus 100.000 nieuwe inwoners? Wat zijn de gevolgen van het Deltaplan van het Noorden en de wedloop? Drie obstakels op het pad naar eensgezindheid.

OBSTAKEL 1: ONENIGHEID TUSSEN BESTUUR EN POLITIEK

Er schuilt een groot gevaar in de botte biedingen. Ze staan op papier zonder dat ook maar één politicus zijn zegje heeft gedaan. Daarmee ontbreekt de democratische legitimiteit. In de eerste aanzet mist een visie van bestuurders op hun huizenplannen. Wie moeten de huizen gaan bewonen? Wat gaan de nieuwe bewoners bijdragen aan de Friese economie? Is er ruimte voor meer werk? Komen er alleen ouderen rentenieren? Zolang die uitleg ontbreekt, lijkt het getallenfeest meer op een blind bod, dan op doordachte plannen. Daar prikt een politicus in een debat zo doorheen.

OBSTAKEL 2: ONENIGHEID TUSSEN GEMEENTEN

Vrijdag leverden Friese gemeenten hun bod in op het Provinsjehûs. Op de lijst viel de nuchterheid van de gemeente Súdwest-Fryslân het meeste op. De gemeente stelt zich te houden aan het eigen woonbeleid. Vooralsnog geen nieuwe bouwplannen. De opstelling staat in schril contrast met de nieuwe woonwijken die bestuurders in Smallingerland en Heerenveen door ‘de oogharen’, zoals ze zelf zeiden, zien verrijzen langs de nieuwe Lelylijn.

De verschillende opstellingen van Friese gemeenten kunnen het politieke debat op het Provinsjehûs beïnvloeden. Waarom wel duizenden nieuwe huizen in Drachten, maar niet in Dokkum of Franeker? Wat zijn de lusten voor de noordelijke gemeenten bij een zuidelijk feestje? Is de welvaart voor maar een paar gemeenten weggelegd, of kan de hele provincie profiteren?

VALKUIL 3: ONENIGHEID TUSSEN PROVINCIES

Het Deltaplan van het Noorden valt of staat bij de eenheid van de noordelijke provincies. En die is er nog niet. Friesland en Flevoland zien met nieuwe Lelylijn-stations in Emmeloord, Heerenveen en Drachten duizenden nieuwe inwoners hun kant op komen.

In Groningen en Drenthe is dat anders. De stad Groningen is een stukje Randstad in de regio. De stad is booming , iedereen wil er wonen, niemand kan er een huis vinden. Er is geen Lelylijn nodig om nieuwe bewoners te lokken. Buiten de stad ziet de wereld er anders uit. Het Groningse ommeland heeft geen behoefte aan duizenden nieuwe huizen, maar de juiste huizen voor de vergrijzende inwoner. Het Deltaplan is niet voor hen.

Ook in Drenthe gaat het Friese getallenfeest het ene oor in, het andere uit. In Drenthe zien ze niets in de Lelylijn zolang ze er niet van profiteren. De trein zal die provincie overslaan. Drenthe heeft daarom meer aan het versnellen van de trein tussen Zwolle, Assen en Groningen. Drenthe zoekt dan ook steun bij Overijssel. Dat maakt Zwolle weer een concurrent voor Emmeloord en Heerenveen, wat weer tegen het zere been is van Friesland en Flevoland.

Aan de Friese wedloop kun je opmaken dat de provincie Fryslân er met de economiewethouders van de grote steden alles aan doet om eensgezind over te komen. Aan Friesland zal het niet liggen, hoor je hen zeggen. Maar met alleen Friesland ben je er niet.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Woningmarkt
Analyse
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct