De recalcitrante tandarts die zes reeën naar Terschelling smokkelde

Tandarts Jan Smit smokkelde in het voorjaar van 1992 zes reeën naar Terschelling. Vijfentwintig jaar later lopen er honderden rond en heerst er ruzie over het afschieten ervan. Smit doorbreekt na al die jaren het stilzwijgen over zijn actie van toen. ,,Het was een spannend jongensboek.’’

Waar koop je zes wilde reeën?

De ogen van Smit glimmen. De meeste zwommen dat voorjaar in de Verlengde Hoogeveensche Vaart.

In Drenthe woonde een boer met twee zonen die ’s ochtends wel eens een ree uit de hoofdvaart visten. Eenmaal in het water beland konden de dieren niet meer op de kade komen. De boer zette ze liever niet terug in zijn omgeving; hij hield van die beesten en wilde niet dat ze werden afgeschoten. Zo kregen ze een enkeltje Terschelling, waar ze ongestoord konden verder leven.

Jan Smit was tandarts op het eiland. Hij ontwikkelde een grote liefde voor jagen en voor wild. Op Ameland hadden ze reeën. Waarom kon dat op Terschelling niet? Hij filosofeerde er over met Joop Poutsma, een landelijk bekende bioloog en wildkundige. Terschelling, concludeerden ze, zou voor reeën een waar eldorado zijn.

Smit kijkt vanuit zijn woonkamer uit op de duinen van de Noordsvaarder. Daar op die top, wijst hij, heeft er ooit eentje gestaan. Het is al jaren geleden.

Misschien klinkt het vreemd dat een jager zo van reeën houdt. ,,Het is een beetje zoals een boer die er voldoening in heeft om zijn vee goed te behandelen. Maar die ook weet dat ze uiteindelijk naar de slager moeten.’’ Een ree is nu eenmaal ,,een prachtig dier om te zien’’. Het leek hem een mooie aanvulling op de eilander fauna.

Smit werd op Terschelling geboren en keerde er na zijn tandartsstudie in 1964 voorgoed weer terug. ,,Eilanders zijn een beetje recalcitrant. We dachten: waarom niet?’’

Complot

In 1992 besloot Smit met enkele anderen de dieren naar het eiland te halen. Er zat een man of zes in het complot onder wie bevriende jagers en een man bij rederij Doeksen. ,,Die vonden het ook een geweldig leuk experiment.’’

Faunavervalsing is illegaal, maar de overtreding was volgens de toenmalige Jachtwet na twee jaar verjaard. Daar konden ze zich geen buil aan vallen. En zo werden op vrijdag 21 februari 1992 de eerste twee dieren op het eiland gesmokkeld; een vierjarige bok en een tweejarige geit. Licht verdoofd, in een kistje achterin de fourwheeldrive. Ze werden in het diepst geheim uitgezet in de duinen van de Noordsvaarder.

De mannen hoopten dat de dieren zich koest zouden houden, maar binnen twee dagen werd het eerste dier al gespot. Het was de bok die keer op keer het zeewater zocht.

De bekende zeehondenredder Hessel Wiegman reed op zondag in het schemerdonker met een politieman in zijn Landrover over het strand en zag bij Paal 1 ,,een hert’’ uit zee komen. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er was op Terschelling een hert komen aanzwemmen!

Wiegman, die zijn zeehonden altijd een naam gaf, noemde het dier Columbus. Hij dacht een geweldige ontdekking te hebben gedaan. Wiegman registreerde de prenten van pootafdrukken die uit het water kwamen, maar zag de afdrukken die 200 meter eerder het water inliepen over het hoofd.

Het nieuws bereikte de Leeuwarder Courant en later de grote landelijke dagbladen. Smits dochter die destijds in Costa Rica woonde las erover in De Telegraaf. Ze moest lachen en dacht: ‘Daar zal pa wel achter zitten!’

Niemand wist dat tandarts Smit achter de smokkelactie zat

De smokkelaars wreven zich intussen in de handen. Dat het zo liep was te mooi om waar te zijn. Hessel Wiegman was onverdacht en het feit dat een politieman bij de ontdekking aanwezig was maakte het verhaal dat er een ree van de vaste wal naar Terschelling was komen zwemmen des te betrouwbaarder. ,,Iedereen trapte er in.’’

Een week later dreef de zwemgrage Columbus dood tegen de havendam. Hij was verdronken. Zijn gewei hangt nog steeds aan de wand in het kantoor van Staatsbosbeheer.

Met één geit kon je geen populatie in stand houden. Op 22 maart 1992 haalden ze twee bokken van de vaste wal. De oudste ging dood tijdens het transport, de jongste overleefde. In de weken erna smokkelden ze nog drie geiten en een bok naar Terschelling. De stand eind juni: twee bokken en vier geiten. Dat was genoeg.

Smit hield alles over de actie nauwkeurig bij. Hij is een man van de cijfers. Een Pietje Precies. Daarom, vertelt hij later tijdens een wandeling door de duinen, paste het vak van tandarts hem ook als een jas. ,,Nauwkeurig werken op de vierkante centimeter, dat gepriegel, daar hou ik van.’’

Hij hield een financiële verantwoording bij. Het geintje had de mannen 4200 gulden gekost. Smit betaalde 2700 gulden voor de eerste twee bokken en geiten, vijf anderen doneerden de rest.

Twee jaar lang namen ze de dieren niet waar en bleef het stil. ,,Af en toe een klein spoortje, een veegboompje.’’ Pas vier jaar later kwamen de eerste meldingen dat passanten reeën hadden gespot bij Oosterend. De mannen sprongen stilletjes een gat in de lucht. ,,We waren hartstikke blij. Enthousiast. We wisten toen eindelijk dat de reeën elkaar hadden gevonden.’’

Als voorzitter van de plaatselijke wildbeheereenheid besloot Smit dat de dieren op hun gezondheid moesten worden onderzocht. Hij voelde zich verantwoordelijk. ,,We wisten: als het misgaat, als de dieren wegkwijnen, dan moeten we stoppen met ons project.’’

De provincie gaf ontheffing een paar dieren af te schieten voor onderzoek. Dat was in 1998, toen de Stichting Reebeheer Terschelling inmiddels het licht had gezien. Nog steeds wist niemand dat tandarts Smit achter de smokkelactie zat.

Welstand

Tussen de jaren 2000 en 2005 groeide de populatie exponentieel. Schattingen wezen uit dat er op het hoogtepunt tussen de 600 en 650 reeën op het eiland liepen. ,,De populatie ontplofte!’’ Het hoort er bij, wist Smit. ,,Kijk naar de Oostvaardersplassen. Als je dieren uitzet in een nieuwe biotoop dan groeit de populatie eerst enorm. Later zwakt dat weer af.’’

Jaarlijks mochten er vanaf het jaar 2004 tussen de vijftig en zestig dieren worden afgeschoten, vooral kalveren, om de groei in toom te houden en de conditie vast te leggen.

Aan de muur bij Smit hangen tientallen geweitjes, met de datum er nauwkeurig op geschreven. Omdat Staatsbosbeheer in die jaren duizenden euro’s aan jachthuur vroeg, gingen de jagers hun reeën verkopen aan restaurants en de plaatselijke slager. Een exemplaar bracht tussen de 80 en 90 euro op.

Terschelling bleek eldorado voor reeën

Van een tiental dieren werden de ingewanden opgestuurd naar de veeartsenijdienst in Drachten. Een enkel ree had leverbot, eentje had para-tbc, maar verder waren de dieren in blakende welstand.

Na een fusie van de vier jagersorganisaties in één wildbeheereenheid, en omdat de jacht op kleinwild steeds meer werd ingeperkt, meldden zich tientallen eilanders jagers die op ree wilden schieten. Smit formuleert het voorzichtig: ,,Door de inkrimping van de kleinwildmogelijkheden populariseerde het ree als afschotproject’’. Kort gezegd: dank zij de reeën viel er op het eiland nog wat te schieten.

,,Misschien ben ik wel eens een beetje betweterig’’, zegt Smit. Hij zat niet meer in een bestuur en schreef een dik naslagwerk over ballistiek en optiek; de werking van de kogel in al zijn facetten. ,,Ik ben een beetje perfectionistisch aangelegd. Als je grofwild wilt schieten, moet je weten hoe dat moet.’’

Hij uitte kritiek op de eilander jagers. Die waren niet allemaal even professioneel bezig, vond hij. Smit vond dat de verkeerde dieren uit de gezinsgroepen van het ree werden afgeschoten. Dan schoot een jager uitgerekend de oudere volwassen geit af omdat die nu eenmaal de grootste was. ,,Maar dan ben je verkeerd bezig!’’ Juist die geit moet de kalveren op sleeptouw nemen en de jonge dieren socialiseren.

Diepvriesvulling

,,Het ging van kwaad tot erger. Ze verstoorden de hele samenhang binnen een populatie en dat kon je zien.’’ Het tal kalveren dat werd geboren op Terschelling nam zienderogen af en de beesten werden ,,hartstikke schuw’’. ,,Er werd niet met verstand geschoten. Het ree werd beschouwd als diepvriesvulling.’’ De populatie zakte tot nu ongeveer 250 dieren.

Het deed hem zeer. ,,Ik wond mij op. Ik vond het jammer dat niemand door die hoge jachtdruk nog reeën zag. Ik ben best wel een emotioneel mens.’’

Smit kwam in het geweer tegen de afschotvergunning van de laatste jaren. De provincie gaf toestemming dat er 77 dieren mochten worden afgeschoten. Hij vond het te veel en gebaseerd op nattevingerwerk. Hij waarschuwde eerst de belangenorganisaties met een nota van 32 bladzijden, en toen dat geen effect had schreef hij een stuk in de Leeuwarder Courant. Na Kamervragen van de Partij voor de Dieren gaf staatssecretaris Martijn van Dam de eilander tandarts in ruste gelijk. Het afschotgetal was niet goed onderbouwd.

Inmiddels zijn de verhoudingen tussen Smit en de wildbeheereenheid zo verstoord, dat hem royement is aangezegd. De jagers zetten hem uit de Wildbeheereenheid Terschelling die hijzelf in 1981 als eerste in Nederland heeft opgericht.

,,Jij bent niet heel erg diplomatiek’’, zegt vrouw Els vanuit haar stoel naast de schoorsteenmantel. ,,Misschien iets te direct. Daarom ben je ook nooit de politiek ingegaan.’’

Smit voelt zich weggestuurd als een onwillige jongen uit de klas en na een royement zal hij in zijn eigen biotoop nooit meer op ‘zijn’ reeën mogen schieten.

In de woonkamer hangt het opgezette kopje van een vier jaar oud zwart ree. Het is een bijzonder exemplaar, zes jaar geleden door Smit zelf geschoten. In de Drentse populatie zat een zwart gen, het zogenoemde zwartgen uit Sleeswijk-Holstein. Als geit en bok beiden de zwartfactor dragen is de kans 1 op 80 dat er een zwart ree wordt geboren. In de hoogtij-jaren liepen er op Terschelling zo’n vijf of zes zwarte reeën rond.

Beltrekkerij

Aan de ongebreidelde jacht lijkt nu een einde te komen. Mede door de beltrekkerij van Smit valt er op het eiland straks weinig meer te schieten. ,,Op wat nijlganzen, een enkele verwilderde kat en een loslopende fret na.’’

Zonder dwarsliggers geen recht spoor. En uiteindelijk is zijn project geslaagd. Terschelling bleek een eldorado voor het ree, precies zoals hij, zijn ‘smokkelmaten’ en wildkenner Joop Poutsma vijfentwintig jaar geleden hadden voorspeld.

Laatst kwam hij Klaas Bijlsma tegen, de huidige voorzitter van de plaatselijke wildbeheereenheid. Had jij maar nooit reeën op het eiland gebracht, verzuchtte Klaas. ,,Dan hadden we nu geen ruzie gehad.’’

De verhoudingen binnen de jagerswereld zijn verstoord. Op een eiland met 4800 inwoners gaan de zeeën gauw hoog. Smit voelt zich weggestuurd als een onwillige jongen uit de klas en na een royement zal hij in zijn eigen biotoop nooit meer op ‘zijn’ reeën mogen schieten.

Hij vilde de dieren altijd zelf. In de vrieskist in de bijkeuken ligt het vlees van zijn allerlaatst geschoten exemplaar.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Friesland
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct