De overlevingskans van wijfjesgrutto's is vanaf het uitkomen al flink kleiner

Grutto. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

De gruttostand in Nederland kampt met een mannetjes-overschot. Wijfjes hebben beduidend kleinere overlevingskansen. Dat begint al in de kuikentijd.

Dit is de uitkomst van tien jaar onderzoek in de Zuidwesthoek, waarbij bijna 4400 gruttokuikens werden bekeken vanaf hun tweede levensdag. De kans dat die kuikens uiteindelijk vliegende grutto’s werden, was voor de wijfjes 15 tot 30 procent lager dan voor de mannetjes.

Het verschil was op gangbaar grasland (engels raaigras) iets groter dan op ‘fûgeltsjelân’ van It Fryske Gea en Staatsbosbeheer. Ook als volwassen vogels overleven mannetjes iets (5 procent) beter dan wijfjes. De uitkomst is dat bijna twee op de drie volwassen grutto’s in het areaal van Parrega tot Stavoren mannetjes zijn.

Energiebehoefte

Onderzoeker Jelle Loonstra van de Rijksuniversiteit Groningen wijt de scheefheid in de geslachtsverdeling aan de energiebehoefte van de wijfjes. Ze zijn groter dan de mannetjes en doen er daarom langer over om op sterkte te komen. Dit speelt ze zowel in de groei als bij de trek parten.

Het gevolg is waarschijnlijk dat ze gevoeliger zijn voor voedselschaarste en vaker worden verorberd door dieren die grutto’s op hun menu hebben. ,,It is dreech te ûndersykjen, want as se nei it suden lûke, bist de skriezen twa jier kwyt’’, zegt Loonstra.

Geen gedragsaanpassing

Het wijfjestekort is een factor in de dramatische teruggang van de gruttostand. Vogels zijn in staat de man-vrouw-verhouding van hun legsels bij te sturen, maar daar gaf de onderzochte populatie geen blijk van.

Ook van gedragsaanpassing van de monogame gruttomannen is niks te merken. De eenzamen gaan niet, zoals kemphanen doen, knokken om schaarse vrouwtjes. Loonstra: ,,Se sitte fan maart oant juny op in hikke om in wyfke te roppen. It liket witwat, mar ûnderwilens smyt it gjin aaien op, lit stean pykjes.’’