Julian Artz

De omzwervingen van horecaman Julian Artz (37): van afwasser in Sneek naar interimmer op Bonaire

Julian Artz

Twaalf ambachten maar zeker geen dertien ongelukken. Voor de flexibel ingestelde Julian Artz, oorspronkelijk afkomstig uit Leeuwarden, is pionieren het sleutelwoord. Als ‘interimmer’ binnen de horeca en het hotelwezen heeft hij al z’n sporen verdiend. Momenteel runt hij in z’n uppie de kleinschalige budgetaccommodatie City Inn op Bonaire.

Het eiland zit op slot, de toeristen zijn weg. „Óók hier heeft corona het leven aardig op z’n kop gezet.”

Rooms for rent. 50 US per night. De letters trekken flink de aandacht op het turquoise-witte gebouw met een enigszins mistroostige uitstraling aan de Kaya Grandi, de langgerekte hoofdstraat van Kralendijk. Normaal gesproken met stip de goedkoopste overnachtingsmogelijkheid op het eiland, dat op z’n zachtst gezegd niet staat aangeschreven als een oord waar je voor een prikkie je vakantie kunt doorbrengen.

loading

De buitenplaats achter de stenen omheining geurt opvallend sterk naar zeep en wasverzachter. Terwijl de wasmachine op volle toeren draait, is Julian Artz (37) druk in de weer met het strijkwerk. „Het is de derde maal dat ik voor een langere periode op dit eiland ben neergestreken. Bonaire bevalt me prima, het is er chill en relaxed.’’

,,Kralendijk is feitelijk een ministadje dat toegang verschaft tot een duikparadijs van wereldformaat. Er zijn geen grote discotheken die elke avond staan te loeien of hordes mensen die regelmatig dronken in de gordijnen hangen. Bovendien is er over het algemeen weinig geweld en criminaliteit. Dat Bonaire de status van bijzondere Nederlandse gemeente heeft, vind ik in deze onzekere tijden een extra pluspunt.”

‘Manusje-van-alles’

Sinds begin dit jaar fungeert Julian hier als een soort manusje-van-alles: hij is manager, caretaker, klusjesman en schoonmaker tegelijk. „Een van mijn taken is de boel een beetje op orde brengen. Een mooie uitdaging! Ik ben vrij handig, al zeg ik het zelf. En doe dingen altijd met beleid. Je moet het dak repareren als de zon schijnt, niet als het regent, haha.’’

,,Pas geleden nog de buitenverlichting van sensoren voorzien en een aantal nieuwe deuren geplaatst, plus daarbij het vervangen van sloten. Dat laatste is uiteraard een precisiewerkje, maar het paste meteen. Hoe ik aan die wijsheid kom? Héél simpel, op Youtube enkele instructiefilmpjes bekeken.”

Wie zijn vandaag de dag in hemelsnaam de gasten, dat is een vraag die automatisch rijst. De toeristen zijn immers - een uitzondering daargelaten - vertrokken na het uitbreken van de coronacrisis. Er komen ook geen nieuwe toeristen bij, want Flamingo Airport is al vanaf medio maart zo goed als dicht. Daarnaast is er een aanmeerverbod voor cruiseschepen. En dat zal de komende weken naar verwachting ook zo blijven.

‘So far so good’

In 2019 arriveerden er op Bonaire nog 157.000 vliegtuigpassagiers, van wie ongeveer 40 procent uit Nederland afkomstig was. Het aantal toeristen dat per cruiseschip aanmeerde bedroeg bijna drie keer zoveel.

„Het toerisme, de voornaamste bron van inkomsten op het eiland, is inderdaad volledig lamgelegd. Gelukkig liggen de zaken bij ons niet op hun gat. Het gaat so far so good . Alle zelfstandige studio’s en appartementen, tien in totaal, zijn verhuurd aan klanten die hier voor een langere tijd of zelfs permanent verblijven. Met de meesten is tegen een schappelijk bedrag een langdurige huurovereenkomst afgesloten, bijvoorbeeld voor de periode van een half jaar.’’

,,Dat betekent voor alle betrokkenen rust in de tent. Mijn baan staat dus voorlopig niet op de tocht. De enige schade die we tot op heden hebben geleden, is dat er veel minder fietsen, bromfietsen en scooters worden verhuurd. Maar die schadepost is te overzien.”

loading

Virus heeft hem dagelijks in zijn greep

Ondanks dat de coronacrisis voor hem vooralsnog geen financiële gevolgen heeft, houdt het virus hem wel degelijk dagelijks in de greep. „Tijdens mijn schoonmaakwerkzaamheden draag ik een mondkapje en gebruik ik desinfecterende middelen. Zélf ben ik niet bang voor de ziekte, wel voorzichtig. Af en toe heb ik nog de neiging handen te schudden, dat moet ik echt proberen te vermijden.’’

,,In vergelijking met de gemiddelde Bonairiaan doe ik het nog heel netjes. Velen nemen het virus nauwelijks serieus. Ze gaan op straat vrolijk door met handen schudden, en lappen de social distancing van anderhalve meter en het tijdelijke verbod op groepsvorming aan hun laars. ‘’

,,Hetzelfde verhaal is van toepassing op de stranden. Op verschillende plekken lijkt het alsof er helemaal niks aan de hand is. Dat heeft denk ik te maken met de heersende cultuur. Sommigen willen corona hun leven niet laten beheersen, anderen hebben een oneindig vertrouwen in God. Eerst moeten mensen ernstig ziek worden of overlijden, voordat de gevaren daadwerkelijk worden onderkend. En ik wil geen doemscenario schetsen, maar bij een eventuele grootschalige uitbraak zijn we op dit eiland natuurlijk wel de sjaak.”

Gepokt en gemazeld

Julian is zowel in binnen- als buitenland gepokt en gemazeld als het gaat om werkervaring binnen de horeca en het hotelwezen. Hij gaat er met een icetea - in plaats van een Cuba Libre - eens goed voor zitten om diverse herinneringen op te halen. Het begon allemaal in de keuken van restaurant Klein Java in Sneek.

loading

„Eerst als afwasser, daarna als hulpkok. Omdat er Indisch bloed door mijn aderen loopt, voelde ik me daar meteen ‘senang’. Later ben als zelfstandig kok gaan werken bij het Nes Café op Ameland. Dat combineerde ik met een mbo-opleiding aan het Friesland College.”

In 2006 diende het eerste grote buitenlandse avontuur op culinair gebied zich aan. „Schrik niet, dat was in Kamp Holland nabij Tarin Kowt in Uruzgan. Zoals bekend indertijd het belangrijkste Nederlandse militaire steunpunt in die provincie. Een ex-collega die ik bij Klein Java had leren kennen, bracht me op het idee.’’

,,In Kamp Holland kreeg ik na een poosje de kans me te bewijzen als chef-kok. In de ontspanningsruimte Echo’s schoven niet alleen Nederlanders maar ook Australiërs en Amerikanen aan tafel. Op het menu stonden hoofdzakelijk ‘standaarddingetjes’ zoals kip en biefstuk. Mijn specialiteit was -je raadt het al- de Indische hap. Gado gado, rendang, bami goreng, ik maakte het allemaal met liefde en plezier klaar.”

Overwegend veilig in Afghanistan

In zijn herinneringen kende hij in Afghanistan nauwelijks angsten, hij voelde zich er overwegend veilig. „Zo nu en dan ging het luchtalarm af, daar bleef het meestal bij. Nee, ik was niet bang voor een attack door de Taliban. De kans dat je hier op de Kaya Grandi geschept wordt door een auto is groter.”

Na het uitdienen van een contract van tweemaal een half jaar vond-ie het welletjes. Hij zocht zijn heil elders: voor het eerst reisde hij af naar Bonaire, waar hij zich onder meer opwierp als chef-kok van een Javaans restaurant.

„Ineens zat ik in een totaal andere wereld. Het verschil met Afghanistan was enorm. Ik vond het niet te bevatten dat het op ene deel van de aardbol oorlog is, terwijl op een ander deel mensen aan het genieten zijn van de meest uiteenlopende dingen en gebeurtenissen. Ik was echt zoekende. Dat had indirect tot gevolg dat ik naast mijn reguliere job aan de slag ging als kitesurfinstructeur. Die combinatie bleek een succes.”

Via via kreeg hij na een jaar een prachtige aanbieding om in het Braziliaanse surfoord Cumbuco, even ten noorden van Fortaleza, in dienst van Hotel Windtown een soortgelijke combinatie op te pakken. „Tegelijkertijd had ik er wat managementtaken bij. De Braziliaanse mentaliteit sprak me wel aan. De mensen zijn er ongelooflijk aardig. Het ging me over het geheel genomen prima af, maar gek genoeg lonkte Kamp Holland opnieuw. Ik was dus blijkbaar nog niet klaar met Afghanistan.’’

,,Mijn tweede periode bij de ISAF-basis duurde anderhalf jaar. Ik was weer chef-kok. Als ik erop terugkijk was het allemaal minder leuk en interessant dan de eerste keer. Een van de redenen was dat de leiding in de tussentijd was veranderd. Een andere reden was dat ik op Bonaire en in Brazilië misschien iets te veel van het vrije leven had geproefd.”

Nieuwe missie in Oostenrijk

Een nieuwe missie voerde hem naar het Oostenrijkse skigebied Axamer Lizum, in de buurt van Innsbruck. Daar werkte hij als pizzakok. Toen dat hoofdstuk weer was voltooid, vloog hij naar Sint Eustatius om in The Old Ginhouse aan de Oranjebaai als chef-kok aan het werk te gaan.

„Een chic hotel in koloniale stijl. Ik vergeet het nooit, komt er op een dag een lousy geklede man naar me toe. Hij bekent ruiterlijk dat-ie me uitgebreid heeft zitten observeren. Of ik interesse heb om voor de kust van Honduras op het eiland Guanaja manager te spelen in het exclusieve resort La Giralda, dat eigendom is van de beroemde architect Lane Pettigrew.’’

,,Moet ik wel eerst op sollicitatiegesprek op Sint Maarten. Geen probleem, de vlucht is geregeld. Ik ga in op de uitnodiging. Op de luchthaven van Sint Maarten word ik opgewacht door een oud mannetje in een Bentley. Hij stelt zich voor als Philip Forster, ex-CEO van Mars.’’

,,Om een lang verhaal kort te maken: uiteindelijk krijg ik de job met een vorstelijk salaris. Het is uitgerekend Pettigrew die me ‘s avonds in een duur restaurant onder andere uitdaagt bij wijze van proef een bord met eten in stijl op te maken.”

Binnen een jaar gecrasht

De Hondurese onderneming crashte ondanks alle mooie vooruitzichten binnen het jaar. „De reden? In het begin ontving ik telkens netjes mijn salaris. Later kreeg ik bijna niks meer. Pettigrew kwam zijn beloften niet na.”

Julian keerde even terug naar Friesland om vervolgens te beginnen aan zijn tweede avontuur op Bonaire. Aanvankelijk trad hij bij het Sorobon Beach Resort in dienst als chef-kok. „De eigenaar had nog een ander restaurant, Mi Poron, een tent die niet liep. Hij zei: aan jou de eer er iets van te maken. Met alle toewijding heb ik m’n tanden in dat project gezet, iets wat helaas niet is gelukt. Ja, je hebt niet altijd álles in de hand.’’

,,Maar al die ervaringen brengen je na verloop van tijd een hoop wijsheid. Je kunt beter spijt hebben van iets dat je hebt geprobeerd dan van iets dat je niet hebt geprobeerd. Belangrijk is om te blijven varen op het kompas van je eigen gevoel. Daarvan ben ik me tijdens deze derde periode op Bonaire heel goed bewust. Ooit komt de tijd dat ik wat meer vastigheid wil. Maar voorlopig blijf ik nog even ‘interimmen’.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct